Guurtje van der Zwan

Guurtje van der Zwan

Vrouwelijk 1788 - 1869  (80 jaar)

Tijdlijn-breedte:      Verversen

Tijdlijn



Verwijderen
 



 




   Datum  Gebeurtenis(sen)
1588 
  • 1588—1795: Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
    De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Latijn: Belgium Foederatum) was tussen 1588 en 1795 een confederatie met trekken van een defensieverbond en een douane-unie. Ze besloeg grotendeels het grondgebied van het huidige Nederland. Zij verwierf in de 17e eeuw grote politieke en economische macht en speelde geruime tijd een hoofdrol op het wereldtoneel. Het einde kwam met de Franse invasie van 1792–1795, al was de neergang al eerder ingezet. De Republiek bestond uit acht soevereine staten: Stad en Lande (Groningen), Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland en Zeeland. Elke staat bestuurde zijn eigen gebied. Vertegenwoordigers van zeven staten (Drenthe viel hierbuiten) stuurden hun vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal in Den Haag. Gebiedsdelen die zich buiten de acht provinciën bevonden maar wel tot het grondgebied van de confederatie behoorden, de zogenaamde generaliteitslanden, bevonden zich in de huidige Nederlandse provincies Noord-Brabant (Staats-Brabant) en Limburg (Staats-Overmaas en Staats-Opper-Gelre), in het huidige Zeeuws-Vlaanderen (Staats-Vlaanderen) en in het zuidoosten van Groningen (Wedde en Westerwolde). Opmerkelijk in de kleine republiek van ca. 1,5 miljoen inwoners was het succes van de Nederlandse wereldhandel via de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC), en die op de Oostzee, de grote militaire successen tegenover ogenschijnlijk veel sterkere landen als Spanje en Engeland, de enorme vloot (met 2000 schepen groter dan die van Engeland en Frankrijk samen), en de bloei van kunsten (Rembrandt en vele anderen), rechtsgeleerdheid (onder anderen Hugo de Groot), en wetenschap, waarbij internationale nieuwe ideeen werden omarmd, zoals een heliocentrisch wereldbeeld. Dit ging gepaard met voor die tijd relatief grote geestelijke vrijheid.
1775 
  • 14 nov 1775—15 nov 1775: Storm, overstroming
    Scheveningen werd voor de helft door de zee overstroomd. De afspoeling der duinen bedroeg wel dertig voet en de kruinen der overgebleven duinen gingen verloren. De 's-Gravenhaagsche Courant schreef o.a. „Door den zwaren storm is er een Visschers Pink, te Scheveningen thuis hoerende ontramponeerd, benoorden Katwijk komen aandrijven, zijnde de vijf mannen en een jongen, die daarop geweest waren, alle verongelukt. Wijders kan men op het gemelde Dorp, den jammerlijken toestand, waarin de verdere Visscherspinken gesteld zijn, zonder aandoening niet beschouwen, zijnde dezelve daar ze op Strand ten Anker lagen, door de woedende Zee en geweldigen Wind daar afgerukt en dermaten tegen elkan-der gestooten, dat de meeste van dezelven, deels zonder gerepareerd te worden buiten staat zijn om weder uit te gaan, deels zoodanig gesteld, dat men bezig is met dezelven te slegten." De schade werd geschat op ƒ 17.000; enkele bommen werden naar Kat-wijk gebracht omdat er scheepstimmerlieden te Scheveningen tekort kwamen. Tusschen Zandvoort en Scheveningen verongelukten 11 schepen. Zondag 19 November lag er nog een driemastschip voor Scheveningen, dat een noodschot deed. Door den Prins Erfstadhouder (Willem V) die het tooneel bijwoonde, werden 20 ducaten beloofd aan de visschers, die met een pink er heen zouden gaan. 's Avonds waagde men het, maar het driemastschip was reeds bij den vloed losgekomen. De pink vond, Westwaarts zeilende, nog drie schepen, die ook in gevaar verkeerden. Eén daarvan was gebersten en masteloos, de bemanning uit 7 man werd door de Scheveningers gered. Op het strand dreven groote vaten met Spaanschen wijn aan.
1780 
  • 1780—1784: Vierde Engels-Nederlandse Oorlog
    De Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784) was een oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Groot-Brittannië. Pas in mei 1781 verklaarde de Republiek de oorlog aan Engeland, nadat dat land dat op 20 december 1780 had gedaan. De eerdere drie zeeoorlogen hadden de hegemonie op zee als inzet. De vierde droeg meer het karakter van een Britse strafexpeditie, vanwege de Republikeinse "smokkel-steun" aan de rebellen ten tijde van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Met de Glorieuze Revolutie van 1688 kwam er een einde aan de rivaliteit tussen Engeland en Nederland, doordat stadhouder Willem III van Oranje-Nassau naast Maria II van Engeland op de Engelse troon kwam. Deze manoeuvre werd echter langzaam de ondergang van de Nederlandse dominantie in de handel en daarmee op zee. De kooplieden begonnen Londen als nieuwe operatiebasis te gebruiken. De groei van de Nederlandse economie zwakte af. Vanaf 1720 was er zelfs sprake van achteruitgang, en rond 1780 lag het inkomen per hoofd van de bevolking in Groot-Brittannië boven dat in Nederland. Jaloezie speelde nu een rol aan Nederlandse zijde, wat zich onder andere uitte in steun aan de rebellen in de Amerikaanse koloniën, die zich tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog probeerden los te maken van het Britse Rijk. Wapens en munitie werden naar de kolonie Sint Eustatius verscheept, waar ze vervolgens tot woede van de Engelsen aan de Amerikanen werden doorverkocht. Alhoewel de Engelsen protesteerden, ging de smokkelhandel gewoon door. In 1778 verklaarde Frankrijk aan Engeland de oorlog, Spanje sloot zich aan bij Frankrijk. Engeland vroeg de Republiek om militaire en maritieme steun, maar de Republiek verkoos neutraal te blijven en dreigde zich aan te sluiten bij het Verbond van Gewapende Neutraliteit. Toen de Engelsen vervolgens in 1780 de zojuist benoemde Amerikaanse ambassadeur Henry Laurens, op weg naar zijn post in de Nederlanden, oppakten, visten ze daarbij een kistje met een geheim verdrag uit het water dat de ambassadeur overboord had gegooid. De Engelsen grepen het verdrag tussen de stad Amsterdam en de Amerikaanse rebellen aan om op 20 december de Republiek de oorlog te verklaren.
1789 
  • 1789—1815: Napoleontische oorlogen
    De Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen, samen ook wel Coalitieoorlogen of Franse oorlogen[4] genoemd, waren zeven grote en enkele kleinere oorlogen die de Europese mogendheden van 1792 tot 1815 voerden tegen het revolutionaire Frankrijk en na 1799 tegen Napoleon.[5] De term wordt in ruime zin ook wel gebruikt voor de gehele periode van oorlog tegen Frankrijk,[4] waarin tussen de eigenlijke Coalitieoorlogen door soms mogendheden afzonderlijk in oorlog met Frankrijk waren.
1796 
  • 1 mrt 1796—5 jun 1806: Bataafse Republiek
    De Bataafse Republiek (1795–1806) (in de toenmalige spelling Bataafsche Republiek), vanaf 1801 het Bataafs Gemenebest geheten, was een republiek die het grootste gedeelte van het huidige Nederland omvatte. De republiek was gevormd naar voorbeeld en met militaire steun van de Franse Republiek, waarvan de Bataafse Republiek een zusterrepubliek was en de facto een vazalstaat. Op 1 maart 1796 kwam voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een nationaal en democratisch gekozen parlement bij elkaar. Aan de Bataafse Republiek kwam een einde bij de stichting van het Koninkrijk Holland in 1806. De Bataafse Republiek werd genoemd naar de Bataven, een Germaanse stam die ten tijde van Julius Caesar de Nederlandse delta bewoonde. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw werden zij gezien als voorlopers van het Nederlandse volk en stichters van een zelfstandige Nederlandse natie. Aan het einde van de achttiende eeuw werd ook op politiek vlak op deze Bataafse mythe teruggegrepen.
1806 
  • 5 jun 1806—9 jul 1810: Koninkrijk Holland
    Het Koninkrijk Holland (toenmalige spelling: Koningrijk Holland) was de officiële naam van Nederland tussen 1806 en 1810. Het was een zusterrepubliek of vazalstaat van het Eerste Franse Keizerrijk van Napoleon Bonaparte. Napoleon stelde zijn derde broer, Lodewijk Napoleon Bonaparte, aan als koning van Holland.
1810 
  • 9 jul 1810—21 nov 1813: Eerste Franse Keizerrijk
    Het Franse Keizerrijk (1804-1814/1815), ook bekend als het Grotere Franse Keizerrijk, Eerste Franse Keizerrijk of Napoleontisch Keizerrijk, was het keizerrijk van Napoleon I van Frankrijk. Het was de dominantie van Frankrijk over een groot deel van het vasteland van Europa in de vroege 19e eeuw.
1813 
  • 1813: Koninkrijk der Nederlanden
    Het Koninkrijk der Nederlanden, dat bestaat sinds 1813, is een soevereine staat waarbinnen sinds 2010 vier landen worden onderscheiden: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze landen zijn gelijkwaardige onderdelen van het koninkrijk, maar met verschillende staatkundige posities: de Caribische landen zijn autonoom door het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, sinds 1954 het leidende document voor het koninkrijk, maar ze beslissen ook mee over door het Statuut benoemde koninkrijksaangelegenheden, voor zover die aangelegenheden deze drie gebieden raken.
  • 21 nov 1813—16 mrt 1815: Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden
    Het Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden (21 november 1813 - 16 maart 1815) was de voorloper van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden toen eind 1813 de overwinnaars van Napoleon een staatkundige herinrichting van Europa bewerkstelligden die uiteindelijk zou worden vastgelegd door het Congres van Wenen. In deze periode werd invulling gegeven aan de grenzen van het gebied dat grofweg aan erfprins Willem was toegezegd of waar hij aanspraken op maakte. Bij het trekken van de nieuwe landsgrenzen herkreeg de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die deel had uitgemaakt van het Eerste Franse Keizerrijk, haar onafhankelijkheid als staat; haar staatsvorm werd echter gewijzigd tot een monarchie. De proclamatie door het Driemanschap van 1813 van het Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd op 21 november 1813 uitgeroepen.[1] De toenmalige erfprins Willem Frederik van Oranje-Nassau werd op 2 december in Amsterdam als vorst ingehaald,[2] nadat hij op 30 november in Scheveningen per schip vanuit Engeland was aangekomen. Dit vorstendom betrof echter aanvankelijk enkel de zogeheten Noordelijke Nederlanden. Bij het trekken van de nieuwe landsgrenzen herkreeg de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die deel had uitgemaakt van het Eerste Franse Keizerrijk, haar onafhankelijkheid als staat; haar staatsvorm werd echter gewijzigd tot een monarchie. De proclamatie door het Driemanschap van 1813 van het Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd op 21 november 1813 uitgeroepen.[1] De toenmalige erfprins Willem Frederik van Oranje-Nassau werd op 2 december in Amsterdam als vorst ingehaald,[2] nadat hij op 30 november in Scheveningen per schip vanuit Engeland was aangekomen. Dit vorstendom betrof echter aanvankelijk enkel de zogeheten Noordelijke Nederlanden. Met het Verdrag van Parijs in 1814 werd min of meer beslist tot het afstaan van de Zuidelijke Nederlanden (België en Luxemburg) door Frankrijk.
1815 
  • 1815—1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
    Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, officieel in het Nederlands Koninkrijk der Nederlanden, in het Frans royaume des Belgiques, was een staat van 1815 tot 1830 die het grondgebied van het huidige Nederland en België omvatte en die in een personele unie met het groothertogdom Luxemburg stond. Het woord "verenigd" is achteraf toegevoegd door historici, om het onderscheid te maken met het hedendaagse Koninkrijk der Nederlanden. In België wordt deze periode wel het Hollands Tijdvak genoemd. Het woord "verenigd" slaat hier op de toevoeging van ongeveer het grondgebied van het huidige België ("de zuidelijke provinciën"). In de korte voorafgaande periode 1813-1815 werd met "Verenigde Nederlanden" de vereniging van provincies aangeduid die op ongeveer het grondgebied van het huidige Nederland lagen en van de voorafgaande Bataafse Republiek (1795-1806). Deze waren in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden "de noordelijke provinciën".[5]
  • 14 apr 1815—15 apr 1815: Storm, drie pinken vergaan.
    In de nacht van 14 op 15 april 1815 vergingen er door storm een drietal Scheveningse visserspinken. Achtien Scheveningers kwamen daar bij om. De namen van de scheepjes zijn niet achterhaald waarbij ook niet kon worden vastgesteld wie- zich op welke pink bevond.
10 1825 
  • 3 feb 1825—4 feb 1825: Storm, duinafslag
    Een storm van langen duur. De zeewering spoelde op enkele plaatsen over een breedte van 12 Meter weg. De 's-Gravenhaagsche Courant schreef: „In de akeligheden van den storm, die in de laatste dagen gewoed heeft, hebben ook de ingezetenen van het dorp Scheveningen wederom in ruime mate gedeeld. Nauwelijks was de visschersvloot in zee gestoken, of zij werd door den geweldigen orkaan gedwongen naar land terug te keeren,'hetwelk niet, dan met het uiterste gevaar mogelijk was. Vijftien schuiten hebben den storm in diep zee doorstaan, ze landden eenige dagen later behouden aan het strand. Eén vaartuig verging met 7 man. Maar de op strand staande pinken werden door en tegen elkaar geslagen en tegen de duinen geworpen, de schade is groot. Drie op elkaar volgende vloeden van Donderdagmiddag, Donderdagnacht en Vrijdagnamiddag waren zóó geweldig, dat de laatste vier en dertig jaren daarvan geen voorbeeld hadden opgeleverd. De vóórbergketen of duinzand is geheel afgespoeld zoo zelfs, dat het badhuis van den heer Pronk gevaar liep in te storten."
11 1830 
  • 1830—1839: Belgische Onafhankelijkheidsoorlog
    De Belgische Revolutie, Belgische Omwenteling of Belgische Opstand is de gewapende opstand in 1830 tegen koning Willem I der Nederlanden die tot afscheiding van de zuidelijke provincies leidde en tot de onafhankelijkheid van België. Na de Franse Revolutie en de val van Napoleon hadden toenmalige grootmachten zoals de Duitse staten en het Verenigd Koninkrijk een bufferzone gecreëerd door de Belgische gebieden toe te wijzen aan het nieuwe Nederlandse koninkrijk. Dit was gebeurd zonder binnenlandse inspraak.
12 1832 
  • 25 jun 1832—25 aug 1832: Cholera epidemie
    De eerste Scheveninger die werd aangetast was de 48-jarige stuurman Leendert Evertse Knoester, dat was op den 25n Juni; hij herstelde. Bij onderzoek bleek dat hij eenige dagen te voren op zee van den schipper van een Vlaardingsche vischhoeker een vaatje met drinkwater had gekregen; dat water was afkomstig van de Maas. Alle opvarenden hadden er van gedronken, maar Knoester bn'zonder veel. Den 2n Juli kwamen de eerste gevallen met doodelijken afloop voor bij drie zeelieden; ze werden, na in de ln'kkamer op de begraafplaats ge-schouwd te zijn, den volgenden dag begraven. Die schouwing bewees dat men wel degelijk met cholera asiatica te doen had. Van den 14n tot den 24n Juli nam de ziekte in hevigheid toe; zoo wer-den op den 16n twintig menschen aangetast, waarvan er 14 overleden en op den 19n stierven er 16 van de 19 aangetasten. De gevallen liepen meestal af in 4 tot 6 uur. Tegen het eind van Augustus was de ziekte geweken. In het geheel werden aangetast 614 en daarvan stierven 286 personen; Geen wonder dat in die dagen de verslagenheid te Scheveningen alge-meen was. De loop van de ziekte te Scheveningen en in Den Haag was volgens officieele gegevens: Scheveningen: Juli 183, Aug. 102, Sept. 1., Oct. 0. Den Haag: Juli 31, Aug. 194, Sept. 38, October 5
13 1849 
  • 20 jun 1849—30 sep 1849: Cholera epidemie
    Zeventien jaar na de epidemie van 1832 vertoonde zich de cholera te Scheveningen opnieuw; ditmaal wferd de ziekte waarschijnlijk van 's-Gra-venhage naar Scheveningen overgebracht, want zij maakte daar de eerste slachtoffers, gelijk uit het hieronder volgende staatje blijkt. De meeste gevallen kwamen voor in de maand Augustus, in de week van den 19den tot den 26n stierven niet minder dan 100 personen aan de ziekte. Eerst in het laatst van September kon zij als geweken beschouwd worden. * s;-S Vele honderden ingezetenen werden aangetast, van alle rangen en stan-den, maar evenals voorheen kwamen toch de meeste gevallen in de lagere standen voor. in Scheveningen. in Den Haag. April — 2 Mei — 6 Juni 2 124 Juli 52 123 Augustus 375 184 September 31 128 October *-
14 1860 
  • 27 mei 1860—29 mei 1860: Pinksterstorm
    Op 27 mei 1860, het was op de eerste pinksterdag, het stormde behoorlijk. De dag erna groeide de storm uit tot een orkaan. Het Haagse Bos en de Scheveningseweg verloren meer bomen dan menigeen zich kon herinneren. "Het Voorhout, nog voor weinige uren een lusthof, is als een ru?ne herschapen; er zijn aldaar meer boomen omgewaaid dan misschien bij eenigen storm te voren" meldde een krantenbericht van destijds. Langs het strand van Scheveningen leden het Stedelijk Badhuis, hotel Garni, de `muziektempel' van de Vereeniging Zeerust en enkele villa's veel schade. Voor het dorp strandde het Britse stoomschip Theresia waarvan de bemanning gered kon worden. Gedurende de storm waren er van Scheveningen nog ruim vijftig visserspinken in zee. Enkele pinken die terugkeerden brachten de tijding dat er op de kust tal van omgeslagen vrachtschepen, groot en klein, als wrakken langs de kust dreven. Na het bedaren van de storm kwam van tijd tot tijd een pink in het zicht van de wal. Bezorgde families spoedden zich daarop haastig naar het strand. Een droevig voorbeeld daarvan was het aankomen van de pink `Vrouw Engeltje' van reder Dominicus Bruin met stuurman Benjamin Keus. Al spoedig herkende de wachtenden het rouwteken in de mast van de pink; het ontbreken van de pronkvaan. Enkele gebaren van de schepelingen maakten duidelijk wie de omgekomene was. Uit de wachtenden aan het strand maakte een vrouw zich los en vertrok wenend terug naar haar woning, aldus de plaatselijke berichten van destijds. Hoewel niet nadrukkelijk vermeld betreft het hier zonder twijfel de 44-jarige Adriana Pronk-Plugge. Haar man de 43-jarige Dirk Pronk was tijdens de storm voor Texel overboord geslagen en verdronken. Veel Scheveningse gezinnen verkeerde de dagen daarna dan ook in grote onzekerheid. Uiteindelijk werd duidelijk dat de orkaan aan 32 Scheveningse vissers het leven had gekost. De voorjaarsstorm van 1860 zou nadien blijvend de geschiedenis ingaan als de Pinksterstorm. De toenmalige meteoroloog Buys Ballot, oprichter van het KNMI, ijverde daarna voor het invoeren van een stormwaarschuwingsdienst welk in 1864 tot stand kwam. De gebleven schepen De pink 'De Vrouw Maria Pronk' was 26 mei vanaf het Scheveningse strand ter visserij vertrokken. Kort na de storm werd de schuit ondersteboven op de `Bruine Bank' aangetroffen. Van de zeven bemanningsleden was niets te zien en ook daarna werd nooit meer iets van ze vemomen. Omgekomen waren de 40-jarige stuurman Klaar de Graaf, Nicolaas de Kraa, 40 jaar en zijn 14-jarige zoon Michiel, voorts Gerrit Spaans 42 jaar, Krijn Roeleveld 24 jaar, Jacob Toet 22 jaar en de 16-jarige Jacob Bruijn. De pink `De Goede Verwachting' van reder Dominicus Bruin was op 21 mei ter visserij vanaf Scheveningen vertrokken. Op de visgronden aangekomen werd nog een paar dagen in de nabijheid van een tweetal andere pinken gevist. De stuurlieden daarvan, Johannes Bal en Teunis Keus, praaiden op 26 mei nog hun collega schipper Pronk. Toen echter op 27 mei het weer verslechterde geraakte het drietal pinken uit elkaar. Op de 30e mei, op zes uren afstand van de Eijerlandse gronden van Texel, werd `De Goede Verwachting, herkenbaar aan enige merktekens, ondersteboven aangetro?en. Uiteindelijk werd de schuit in het `Gat van V/ie' geheel tot wrak geslagen. Van de acht vissers, met veel familie bijeen, werd niets meer vernomen. Omgekomen waren; de 23-jarige stuurman Nicolaas Minnekus Pronk, Dirk Spaans 53 jaar en zijn zoons Johannes en Arie, 31 en 13 jaar oud. Daarnaast verdronken de 53-jarige Jan Zier den Heijer en zij'n zoons Aalbert-Gerrit en Arie, 27 en 17 jaar, evenals de 21-jarige Dirk Pronk. De familie De Ruiter met het uitblijven van de pink `Prins Frederik der Nederlanden' moet de spanning ondraaglijk zijn geweest. Op deze pink was een groot deel van de familie De Ruiter en aangehuwden bijeen. Ook dit scheepje werd als wrak ondersteboven gevonden. De scheepsnaam was nog leesbaar en op een zwaard waren de initialen van de stuurman waar te nemen. Toen nog enkele herkenbare stukken van de pink op Texel aanspoelden was er geen twijfel meer. Omgekomen waren de 41 -jarige stuurman Minnekus de Ruiter, zijn twee zoons Arie en Teunis, 17 en 12 jaar en hun respectievelijke vader en grootvader de 63-jarige Teunis de Ruiter. Voorts de twee schoonzoons van de oude Teunis, de 36-jarige Zier Teunis Bronsveld en de 25-jarige Willem Ginder. Tenslotte nog de 24-jarige Cornelis de Jong. Voor de toen al zo zwaar getroffen echtgenoot en moeder Maria de Ruiter-De Jong zou het hierbij niet blijven. Nog tweemaal zou zij in die dagenvan eind mei 1860 een jobstijding ontvangen. Ook de pink 'Jacoba Elisabeth' van reder Pieter de Niet sloeg om op de visgronden gelegen boven Texel. Van deze schuit verdronken de 35-jarige Arie Simon Spaans en zijn 14-jarige zoon Arie. Voorts de 26-jarige Machiel de Jong en de 34-jarige Machiel de Ruiter. De laatste was eveneens een zoon van de verdronken Teunis de Ruiter en echtgenoot Maria de Jong. Tenslotte de pink `Koopmans Welvaren' en eveneens van reder Pieter de Niet. Deze pink sloeg ook om in de storm waarbij de 50-jarige Cornelis Hanteveld en zijn 14-jarige zoon Arie verdronken. Voorts verdronken daarbij Jacob Roos en Leendert Spaans beide 20 jaar oud. De Pinksterstorm. Reeds den eersten Pinksterdag stormde het uit het West-Zuid-Westen den tweeden Pinksterdag werd het een orkaan geluk. Het Haagsche Bosch verloor meer boomen, dan bij menschenheugenis was voorgekomen, en zoo was het ook op den Ouden Scheveningschen weg. Het Badhuis, Garni en de villa's langs 't strand leden veel schade. Zeker had Scheveningen nooit treuriger Kermis gehad. Vóór het dorp strandde de Engelsche stoomboot Theresia, geladen met ijzer, salpeter enz. Dertien man van de equipage werden gered door de reddingboot van de Noord- en Zuid-Hollandsche reddingmaatschappij onder directie van P. Varkevisser Jr. Onder degenen, die zich hebben onder-scheiden by die redding, behoorde ook A. E. Maas. Meer dan vijftig pinken waren tijdens den storm in zee. Den volgenden dag ontving men bericht, dat de „Maria Pronk" van den reeder B. W. Pronk met man en muis was vergaan. Toen kwamen ook enkele pinken uit zee terug met de tijding, dat tal van omgeslagen schepen en scheepjes op onze kust als wrakken ronddreven en daaronder behoorde ook de pink „Jacoba Elisabeth" van den reeder P. de Niet. De verslagenheid te Scheveningen was niet te beschrijven. Op den 1 Juni had men zekerheid, dat nog twee pinken waren verongelukt, n.1. de „Prins Frederik der Nederlanden" van den reeder J. Hoogenraad Jz. en „de Goede Verwachting" van den reeder D. Bruin. In 't geheel waren 32 visschers, meest alle vaders van gezinnen of kostwinners, omgekomen.
15 1866 
  • mei 1866—aug 1866: Cholera epidemie
    Weer zeventien jaar later vertoonde zich in ons land dezelfde gevreesde ziekte en weer eischte zij van Scheveningen talrijke offers. In het geheel bezweken te Scheveningen 306 personen, tegenover 710 in Den Haag. Overleden aan Cholera morbus te Scheveningen. in Den Haag. April — 3 Mei 2 21 Juni 14 266 Juli 246 214 Augustus 44 108 September — 80 October — 17 November — 1,
16 1881 
  • 14 okt 1881—15 okt 1881: Oktoberstorm
    1881. 14 October. De Octoberstorm. Deze duurde 23 uur onafgebroken. Op een Vrijdag van 11 uur des voormiddags tot 8 uur 's avonds woei een vliegende storm uit het Zuidwesten, overgaande in West en ten slotte in Noord-West. De Scheveningsche weg gaf een ruïne te zien, als men nimmer te aan-schouwen kreeg. Op den beneden weg — de Hooge weg en de boschrand niet meegerekend — werden 111 boomen neergeworpen van 30 a 40 c.M. middellijn. Tal van boomen waren bovendien losgewoeld en moesten geveld worden. Van een pasgebouwde villa aan den Gevers Deynootweg werd de kap afgerukt en op de vlakte neergeworpen. De golven namen den voet der duinen op hun terugweg mede. De schuiten werden tegen de duinen opgeworpen. Van de honderd vaartuigen, die aan het strand stonden, kwamen er nauwelijks acht ongedeerd af. De beman-ning moest de vaartuigen verlaten en zich bepalen tot het vastzetten der schepen met ankers in den straatweg. De schade aan de vloot werd geschat op een ton gouds. De volgende dagen kwam de rest van de vloot met groote verliezen aan netten thuis, vele misten de geheele vleet. Door den storm vergingen niet minder dan 7 schepen van Scheveningen.
17 1894 
  • 22 dec 1894—23 dec 1894: Stormvloed
    De storm bracht te Scheveningen én aan de zeewering én aan de vloot enorme verliezen toe. In den avond van Zaterdag wakkerde de sterke Zuidwestenwind tot storm aan en schoot uit naar. het Noordwesten. Met reuzenkracht beukte de zee van elf uur des avonds tot 2 uur in den nacht de duinen. Telkens gingen brokken grond verloren, door de golven losgewoeld en dan medegevoerd, zelfs op den strandweg was men niet meer veilig, want elk oogenblik zag men, toen de duinrand verdwenen was, ook den weg versmallen. Bij de Kerkwerf liep het zeewater het dorp in; op enkele plaatsen in de Jacob Pronkstraat liep men omstreeks halftwee tot aan de knieën in het water. Treurig, allertreurigst was het met de vloot gesteld. De schepen, die in winterlaag en op het duin en aan den strandweg stonden, waren honderd-vijftig in getal. Meer dan de helft van dat aantal stortte in den nacht ach-tereenvolgens naar beneden. Niettegenstaande de groote duisternis, waagde men nog pogingen om de vaartuigen hooger op te halen, maar men moest voor de overmacht bukken. Toen de schepen omlaag waren gesmakt, begon eerst de vernieling, want daar alle zonder ankertouwen waren, werden ze tegen elkaar gesmeten. Een schuit maakte zelfs een tocht.van de Kerkwerf naar het Oranje-hotel. Bij het aanbreken van den dag kwam eerst de omvang van de ramp aan het licht. Vijf en twintig vaartuigen waren geheel verloren. Het strand was bezaaid met brokstukken, masten enz. van de vernielde sehepen; het was een ware chaos. Er waren bommen, waar men in- en uit kon loopen. Vele reeders waren tegen schade aan het strand geassureerd voor twee derden der schade, maar enkelen, die zich niet verzekerd hadden, waren geheel geruïneerd. Een schipper, Jacob Kuijper, die tijdens den storm aan een matroos op een schuit een touw wilde overreiken, voelde den grond onder zich verdwij-nen, ook hij verdronk en nooit werd meer een spoor van den man gevonden. En de zeewering? Wat jaren geleden reeds voorspeld was, dat de strand-weg nog eenmaal een prooi der golven zou worden, was nu een feit gewor-den. Ter hoogte van de sociëteit Neptunus bleef van dien weg slechts 1 a 2 Meter breedte over. De bronzen honden, die aan de zeezijde van het Kurhaus de wacht hielden, werden van hun voetstuk op het strand gewor-pen. Bij de Naald ging de duinvoet wel 15 Meter terug. Hoogheemraden hadden den aanleg van hoofden vóór Scheveningen uit-gesteld tot het begin van 1895, maar thans waren zij wel gedwongen terstond de handen aan het werk te slaan. Den 26sten December werd reeds door Delfland met het bouwen van een gedeelte strandmuur van het hotel Rauch tot Zeerust begonnen, omdat vóór de Kerkwerf het gevaar het meest dreigde. Dit was evenwel slechts eene tijdelijke voorziening. Aangezien reeds den volgenden dag na den storm de wind geheel bedaard was, meende men ditmaal niet met een gewonen storm, maar met een zee-beving te doen gehad te hebben. Vanwege Delfland werd weldra de aanleg van een drietal strandhoofden ondernomen. Het bouwen van een steenen zeewering, hoofdzakelijk bestaande uit ba-zalt en graniet kwam voor rekening van de gemeente 's-Gravenhage. In Februari 1896 werd dit kostbare werk aanbesteed aan De Blécourt te Nijmegen voor een som van ƒ 503.000. De muur had een lengte van 1130 M. beginnende bij Zeerust en eindigende bjj het Kurhaus. De oplevering^ge-schiedde eenige weken vóór den bepaalden termijn, wat den aannemer een aanzienlijke premie boven de aannemingssom bezorgde. De muur heeft reeds menigen storm met goed gevolg doorstaan. Schade van eenige beteekenis werd er nooit door de golven aan.toegebracht, wat voor een deel zal moeten worden toegeschreven aan den hollen vorm, die aan de zeezijde van den muur werd gegeven. Later, toen de duinen vóór het Oranjehotel belangrijk waren afgenomen en men vreesde dat te eeniger tn'd dit waardevolle gebouw gevaar zou loopen door de zee verzwolgen te worden, werd voor rekening van de Exploitatie-Maatschappij „Scheveningen", gewoonlijk de „Trust" genoemd, de muür nog vele meters Noordwaarts verlengd. In 1908 toen de duinen bn' de Naald en den Vuurtoren zoo waren afge-nomen, dat vooral de eerstgenoemde veel kans had te bezwijken, ging de Gemeente over tot een verlenging Zuidwaarts, tot aan de Visschers-haven toe.
18 1914 
  • aug 1914—1918: Eerste Wereldoorlog in Nederland
    Dat Nederland zich in augustus 1914 neutraal verklaarde was begrijpelijk. Net zoals België was het een klein land dat grootmachten als Duitsland, Engeland en Frankrijk als 'buurlanden' had. De Nederlandse krijgsmacht was te zwak om een van die mogendheden in een conflict te kunnen weerstaan. Daarom hechtte Nederland sterk aan neutraliteit en aan het internationaal recht, om de status quo te behouden. In die jaren bezat Nederland nog zijn koloniën, waaronder Suriname en het uitgestrekte Nederlands-Indië. Nederland besefte dat alleen dankzij een door alle staten geaccepteerde rechtsorde die koloniën behouden konden blijven. In 1899 en in 1907 waren (niet toevallig) in Den Haag vredesconferenties gehouden. Als resultaat van de tweede vredesconferentie werd in Den Haag het Vredespaleis gebouwd en in 1913 officieel geopend. Dit internationaal gerechtshof was bedoeld om internationale conflicten op vreedzame wijze te beslechten. De Nederlandse neutraliteitsverklaring paste in een traditie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren elf landen neutraal: Argentinië, Chili, Denemarken, Ethiopië, Mexico, Nederland, Noorwegen, Spanje, Venezuela, Zweden en Zwitserland.[1] De rest van de wereld, toen 34 staten, was met elkaar in oorlog. De Nederlandse regering, hierin gesteund door koningin Wilhelmina en een groot deel van de bevolking, streefde strikte neutraliteit na.
19 1918 
  • 1918—1939: Interbellum
    De tijd tussen de twee wereldoorlogen (het Interbellum) heeft twee belangrijke kenmerken. Ten eerste is dat de verzuiling van de samenleving. En tweede het overwicht van de drie confessionele partijen, RKSP, ARP en CHU. Zij hebben steeds een meerderheid in beide Kamers. Ondanks dat overwicht vinden diverse kabinetscrises plaats en worden veelal extraparlementaire kabinetten gevormd. Het Interbellum is in drie fases in te delen. De eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog vinden in Europa diverse socialistische omwentelingen plaats. Ook in Nederland dreigt in 1918 een 'revolutie'. In de jaren twintig is sprake van economisch herstel en optimisme. Voorstellen tot ontwapening en de opkomst van de Volkenbond bevorderen dat optimisme. Na de beurskrach van 1929 breekt echter een economische wereldcrisis uit, die ook in Nederland grote gevolgen heeft. De opkomst van het nationaal-socialisme en fascisme en de toenemende herbewapening leiden tot oplopende internationale spanning. De Duitse uitbreidingsdrift mondt in 1939 uit in de Tweede Wereldoorlog. Op 10 mei 1940 zal ook Nederland daarin betrokken worden en vlucht de regering naar Londen.
20 1940 
  • 1940—1945: Tweede Wereldoorlog
    De Tweede Wereldoorlog was de samensmelting van een aantal aanvankelijk afzonderlijke militaire conflicten die van 1939 tot 1945 op wereldschaal werden uitgevochten tussen twee allianties: de asmogendheden en de geallieerden. In Europa vielen troepen van de Duitse Wehrmacht en de SS op 1 september 1939 Polen binnen. De regeringen van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk die een bondgenootschap vormden met Polen reageerden op 3 september 1939 met een oorlogsverklaring aan Duitsland, als een nakoming van de in maart 1939 afgegeven Brits-Franse bijstandverklaring. De meest dramatische uitbreiding van het conflict vond plaats op 22 juni 1941 met de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Desondanks kon de oorlog op dat moment nog steeds worden gezien als een Europese oorlog, los van de Japanse expansie in Oost-Azië. Dit veranderde toen op 7 december 1941 Japan de United States Pacific Fleet bij Pearl Harbor bombardeerde en de Verenigde Staten prompt aan Japan de oorlog verklaarden. Hitler verklaarde vier dagen later de Verenigde Staten de oorlog, formeel omdat Duitsland en Japan in 1936 het Anti-Kominternpact hadden gesloten, feitelijk omdat de VS reeds lang materiële steun gaf aan de Britten. In maart 1941 was die steun geformaliseerd in de Leen- en Pachtwet. Er ontwikkelde zich een samenwerking tussen de Sovjet-Unie enerzijds en de Britten en Amerikanen anderzijds, die gekenmerkt werd door veel wederzijdse onwennigheid en wantrouwen, waarop door de Duitsers werd ingespeeld.



Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.