Baertjen Dircx

Baertjen Dircx

Vrouwelijk - 1636

Tijdlijn-breedte:      Verversen

Tijdlijn

De volgende persoon heeft geen geldige geboortedatum en kan daarom niet toegevoegd worden: Baertjen Dircx (I4673)



Verwijderen
 




   Datum  Gebeurtenis(sen)
1568 
  • 1568—1648: Tachtigjarige Oorlog
    De Tachtigjarige Oorlog was een strijd in de Nederlanden die in 1568 begon en eindigde in 1648, met een tussenliggende vrede (het Twaalfjarig Bestand) van 1609 tot 1621. De oorlog woedde in een van de rijkste Europese gebieden, de Habsburgse of Spaanse Nederlanden en richtte zich tegen een wereldmacht: het Spaanse Rijk onder koning Filips II, landsheer der Nederlanden, en zijn opvolgers Filips III en Filips IV. De eerste fase van de oorlog kan gekarakteriseerd worden als een opstand, een burgeroorlog, en staat bekend als de Nederlandse Opstand hoewel deze benaming soms voor de hele oorlog wordt gegeven. Vanaf 1588 veranderde het karakter in een geregelde oorlog. Aanvankelijk trokken de Lage Landen of de Zeventien Provinciën gezamenlijk op tegen de Spaanse overheerser. Na 1576 groeiden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden dieper wortel schoot dan in het zuidelijke deel. De opmars vanuit het zuiden van het leger van de koning (verder 'Spaanse leger' genoemd) leidde in 1585 tot de Val van Antwerpen dat de scheiding van noord en zuid markeerde. Na Antwerpen zette het Spaanse leger door tot het grote delen van de in 1588 gevormde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in handen had. Rond 1590 keerde het tij ten gunste van de Republiek en kwam het noorden en oosten terug in Staatse handen. In 1609 werd een wapenstilstand gesloten, het Twaalfjarig Bestand, hoewel de oorlog indirect werd voortgezet in Duitsland (Dertigjarige Oorlog). Na het hervatten speelde de oorlog zich voornamelijk af in het zuiden van de Republiek. Moegestreden werd in 1648 de Vrede van Münster getekend.
1588 
  • 1588—1795: Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
    De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Latijn: Belgium Foederatum) was tussen 1588 en 1795 een confederatie met trekken van een defensieverbond en een douane-unie. Ze besloeg grotendeels het grondgebied van het huidige Nederland. Zij verwierf in de 17e eeuw grote politieke en economische macht en speelde geruime tijd een hoofdrol op het wereldtoneel. Het einde kwam met de Franse invasie van 1792–1795, al was de neergang al eerder ingezet. De Republiek bestond uit acht soevereine staten: Stad en Lande (Groningen), Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland en Zeeland. Elke staat bestuurde zijn eigen gebied. Vertegenwoordigers van zeven staten (Drenthe viel hierbuiten) stuurden hun vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal in Den Haag. Gebiedsdelen die zich buiten de acht provinciën bevonden maar wel tot het grondgebied van de confederatie behoorden, de zogenaamde generaliteitslanden, bevonden zich in de huidige Nederlandse provincies Noord-Brabant (Staats-Brabant) en Limburg (Staats-Overmaas en Staats-Opper-Gelre), in het huidige Zeeuws-Vlaanderen (Staats-Vlaanderen) en in het zuidoosten van Groningen (Wedde en Westerwolde). Opmerkelijk in de kleine republiek van ca. 1,5 miljoen inwoners was het succes van de Nederlandse wereldhandel via de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC), en die op de Oostzee, de grote militaire successen tegenover ogenschijnlijk veel sterkere landen als Spanje en Engeland, de enorme vloot (met 2000 schepen groter dan die van Engeland en Frankrijk samen), en de bloei van kunsten (Rembrandt en vele anderen), rechtsgeleerdheid (onder anderen Hugo de Groot), en wetenschap, waarbij internationale nieuwe ideeen werden omarmd, zoals een heliocentrisch wereldbeeld. Dit ging gepaard met voor die tijd relatief grote geestelijke vrijheid.
1652 
  • 29 mei 1652—8 mei 1654: Eerste Engels-Nederlandse Oorlog
    De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog of Eerste Engelse Zeeoorlog, was een oorlog, geheel op zee bevochten, tussen het Engelse Gemenebest en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, van 29 mei 1652 tot 8 mei 1654. In de vroege 17e eeuw beschikten de Nederlanders over een gigantische handelsvloot, groter dan de vloten van alle Europese landen bij elkaar. Ze hadden een zeer dominante positie in de Baltische handel en een belangrijk deel in handen van de scheepvaart op de rest van Europa. Ze veroverden verder nog grote delen van de Portugese koloniën, waaronder die in het door de specerijenhandel zeer profijtelijke Oost-Indië. In dat gebied werden de Engelsen steeds verder uitgesloten, maar de Nederlanders smokkelden met een beroep op het principe van de vrije zee wel met Engelands Noord-Amerikaanse koloniën. Na de Vrede van Münster in 1648 namen de Nederlanders de traditionele handel van Engeland met Spanje en Portugal over, wat in Engeland een enorm ressentiment opriep. Het welvaartsverschil tussen de Republiek en Engeland werd tussen 1600 en 1650 steeds groter. Steeds openlijker en luider werd in Engeland de roep gehoord de Nederlandse positie met geweld over te nemen, waarbij er vaak op gewezen werd dat Engeland door zijn ligging een natuurlijk geografisch voordeel bezat. De Engelse koningen bleven echter lang Spanje als de hoofdvijand zien. Tot 1634 waren de protestantse Nederlanders en Engelsen natuurlijke bondgenoten geweest tegen het katholieke Spanje; dat jaar sloten Engeland en Spanje een geheim verdrag om de Nederlandse blokkade van Duinkerke te omzeilen met neutrale Engelse schepen, terwijl Engeland in dat decennium langzaam een aantal zeer grote oorlogsschepen begon te bouwen. De verhoudingen tussen het Huis van Oranje en het Huis Stuart bleven echter goed; juist die goede relaties zouden echter via een omweg tot oorlog leiden.
1653 
  • 1653—1653: Storm, duinafslag
    In den aanvang van dit jaar werd te Scheveningen een gedeelte der duinen weggerukt, twee zware oorlogsschepen werden door de woedende zee over de banken gesmakt en op strand geworpen.
1665 
  • 1665—1665: Storm, duinafslag
    De zee sloeg nu en dan over de buitenste duinrij en de kerk stond rondom in het water.
  • 1665—1667: Tweede Engels-Nederlandse Oorlog
    De Tweede Engels-Nederlandse Oorlog was een oorlog tussen Engeland en de Republiek der Verenigde Nederlanden die van 1665 tot 1667 duurde. Voorafgegaan door de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog was ook dit een oorlog die zich vrijwel geheel op zee afspeelde, waarbij de sterkte van de vloot doorslaggevend zou blijken. Oorzaken voor het uitbreken van deze oorlog zijn te vinden in de constante conflicten tussen de Republiek en Engeland in de koloniale gebieden en nederzettingen. Zo veroverden de Engelsen in het jaar 1664 Curaçao en Nieuw-Amsterdam en nam de Engelse ex-kaapvaarder Robert Holmes zonder duidelijk mandaat enkele Nederlandse forten op de West-Afrikaanse kust in. De Nederlanders stuurden daarop Michiel de Ruyter naar deze forten, die ze prompt heroverde. In die tijd maakten de Engelsen zo'n 200 Nederlandse koopvaarders buit. Ook de Engelse Scheepvaartwetten die onder andere de export door andere landen van Britse (en dus Brits-Amerikaanse) producten naar niet-Engelse landen verboden, waren een doorn in het oog van de Nederlanders, vooral omdat ze misbruikt werden als voorwendsel om Nederlandse schepen in beslag te nemen. Directe aanleiding voor het uitbreken van de Tweede Engelse Oorlog was de bemoeienis van de Engelse koning Karel II met het Nederlandse stadhouderschap tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk: hij wilde dat de jonge Willem III van Oranje-Nassau stadhouder zou worden en hoopte door het bespelen van orangistische gevoelens de Nederlanders tegen elkaar uit te spelen. De schijn van zwakte die de tegenstellingen in de Republiek wekten, gaven de handelselite van Engeland de valse hoop dat ze de positie van dominante handelsnatie zelf konden overnemen door simpelweg alle handelsroutes van de Republiek te blokkeren. De oorlogsstemming werd zo sterk dat de tamelijk terughoudende Karel er geen weerstand meer aan kon bieden.
1672 
  • 1672—1674: Derde Engels-Nederlandse Oorlog
    De Derde Engels-Nederlandse Oorlog was de derde oorlog tussen koninkrijk Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De oorlog duurde van 1672 tot 1674. De oorlog was een deel van de Hollandse Oorlog. Hoewel Engeland, Nederland en Zweden de Triple Alliantie tegen Frankrijk hadden gesloten in 1668, tekende Karel II van Engeland op persoonlijke titel het geheime Verdrag van Dover met Frankrijk in 1670. Als gevolg van dit verdrag was Engeland, in ruil voor Franse subsidies aan Karel, gedwongen om Frankrijk te volgen toen het Nederland aanviel in 1672. Overigens was Karels hele politiek erop gericht geweest de verhouding tussen Frankrijk en Nederland te laten verzuren: de anti-Franse alliantie was hij alleen maar aangegaan om de beide bondgenoten uit elkaar te drijven. Hij verried aan Lodewijk XIV dat het Verdrag van Aken een geheime annex bevatte om de Spaanse Nederlanden te steunen, als Frankrijk de Devolutieoorlog niet zou stoppen. Lodewijk was zwaar beledigd en zwoer de Republiek te vernietigen. Karel had in 1667 al een bondgenootschap aan Lodewijk voorgesteld maar daar wilde Lodewijk niet op ingaan zolang de Nederlanders zich aan het militaire assistentieverdrag van 1662 hielden. Met behulp van Karels zuster, de schoonzus van Lodewijk, kwam het Verdrag van Dover tot stand. Zo wilde Karel revanche nemen voor de vernederende nederlaag hem toegebracht door de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, met name de Tocht naar Chatham. Behalve subsidies zou Karel na een overwinning ook Cadzand, Sluis en Walcheren als kroonbezit verwerven.
  • 1672—1678: Hollandse Oorlog (Frans-Nederlandse oorlog)
    De Hollandse Oorlog (1672-1679) of de Frans-Nederlandse Oorlog begon toen Frankrijk de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden binnenviel wegens zijn streven naar natuurlijke grenzen. De Republiek schitterde in de Hollandse beginfase (1672-1674) van de strijd toen ze de Franse en Engelse vloten afweerde in de Derde Engelse Zeeoorlog, en uiteindelijk de Franse, Keulse en Münsterse inval terugsloeg. Toch was 1672 een Rampjaar, omdat de kosten van de militaire verrichtingen mede de Gouden Eeuw beëindigden. Lodewijk XIV van Frankrijk keerde zich tegen de Zuidelijke Nederlanden en paste er vanaf 1673 de tactiek van de verschroeide aarde toe. In de afleidingsfase (1674-1676) begon Engeland Frankrijk te opponeren, terwijl de keizer en Brandenburg-Pruisen de Fransen bestookten in de Elzas, waarop Lodewijk XIV afleidingen creëerde door Siciliës opstand tegen Spanje te steunen en door Zweden Brandenburg te laten aanvallen, waarop de Schoonse Oorlog van Denemarken tegen Zweden volgde. Pas in de slotfase (1677-1678) boekten Frankrijk en Zweden opnieuw zeges, waardoor Lodewijk XIV de oorlog kon afsluiten met gebiedswinst in de Franche-Comté, in de Zuidelijke Nederlanden en de Cariben. De Vrede van Nijmegen van Frankrijk met de Republiek (augustus 1678), met Spanje (september 1678) en met Zweden en de keizer van Duitsland (februari 1679) en de Vrede van Saint-Germain tussen Frankrijk en Brandenburg-Pruisen (juni 1679) sloten de Hollandse Oorlog af. Frankrijk boekte gebieds- en prestigewinst, maar tegelijk geopolitiek verlies. Er ontstond namelijk een Engels-Nederlands blok dat tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) zeer succesvol tegen Frankrijk zou blijken.
1675 
  • 4 nov 1675—5 nov 1675: Noordwesterstorm
    De storm woei uit het Noordwesten. Tusschen Scheveningen en Tessel vergingen dertien schepen. Het strand was bezaaid met lijken, wrakhout en koopmansgoederen.
1715 
  • 4 mrt 1715—5 mrt 1715: Storm
    Te Scheveningen strandden tijdens den storm twee Engelsche schepen de Benjamin and Joseph en de Supply Galley; het laatste sloeg geheel uit een.
1775 
  • 14 nov 1775—15 nov 1775: Storm, overstroming
    Scheveningen werd voor de helft door de zee overstroomd. De afspoeling der duinen bedroeg wel dertig voet en de kruinen der overgebleven duinen gingen verloren. De 's-Gravenhaagsche Courant schreef o.a. „Door den zwaren storm is er een Visschers Pink, te Scheveningen thuis hoerende ontramponeerd, benoorden Katwijk komen aandrijven, zijnde de vijf mannen en een jongen, die daarop geweest waren, alle verongelukt. Wijders kan men op het gemelde Dorp, den jammerlijken toestand, waarin de verdere Visscherspinken gesteld zijn, zonder aandoening niet beschouwen, zijnde dezelve daar ze op Strand ten Anker lagen, door de woedende Zee en geweldigen Wind daar afgerukt en dermaten tegen elkan-der gestooten, dat de meeste van dezelven, deels zonder gerepareerd te worden buiten staat zijn om weder uit te gaan, deels zoodanig gesteld, dat men bezig is met dezelven te slegten." De schade werd geschat op ƒ 17.000; enkele bommen werden naar Kat-wijk gebracht omdat er scheepstimmerlieden te Scheveningen tekort kwamen. Tusschen Zandvoort en Scheveningen verongelukten 11 schepen. Zondag 19 November lag er nog een driemastschip voor Scheveningen, dat een noodschot deed. Door den Prins Erfstadhouder (Willem V) die het tooneel bijwoonde, werden 20 ducaten beloofd aan de visschers, die met een pink er heen zouden gaan. 's Avonds waagde men het, maar het driemastschip was reeds bij den vloed losgekomen. De pink vond, Westwaarts zeilende, nog drie schepen, die ook in gevaar verkeerden. Eén daarvan was gebersten en masteloos, de bemanning uit 7 man werd door de Scheveningers gered. Op het strand dreven groote vaten met Spaanschen wijn aan.
10 1780 
  • 1780—1784: Vierde Engels-Nederlandse Oorlog
    De Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784) was een oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Groot-Brittannië. Pas in mei 1781 verklaarde de Republiek de oorlog aan Engeland, nadat dat land dat op 20 december 1780 had gedaan. De eerdere drie zeeoorlogen hadden de hegemonie op zee als inzet. De vierde droeg meer het karakter van een Britse strafexpeditie, vanwege de Republikeinse "smokkel-steun" aan de rebellen ten tijde van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Met de Glorieuze Revolutie van 1688 kwam er een einde aan de rivaliteit tussen Engeland en Nederland, doordat stadhouder Willem III van Oranje-Nassau naast Maria II van Engeland op de Engelse troon kwam. Deze manoeuvre werd echter langzaam de ondergang van de Nederlandse dominantie in de handel en daarmee op zee. De kooplieden begonnen Londen als nieuwe operatiebasis te gebruiken. De groei van de Nederlandse economie zwakte af. Vanaf 1720 was er zelfs sprake van achteruitgang, en rond 1780 lag het inkomen per hoofd van de bevolking in Groot-Brittannië boven dat in Nederland. Jaloezie speelde nu een rol aan Nederlandse zijde, wat zich onder andere uitte in steun aan de rebellen in de Amerikaanse koloniën, die zich tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog probeerden los te maken van het Britse Rijk. Wapens en munitie werden naar de kolonie Sint Eustatius verscheept, waar ze vervolgens tot woede van de Engelsen aan de Amerikanen werden doorverkocht. Alhoewel de Engelsen protesteerden, ging de smokkelhandel gewoon door. In 1778 verklaarde Frankrijk aan Engeland de oorlog, Spanje sloot zich aan bij Frankrijk. Engeland vroeg de Republiek om militaire en maritieme steun, maar de Republiek verkoos neutraal te blijven en dreigde zich aan te sluiten bij het Verbond van Gewapende Neutraliteit. Toen de Engelsen vervolgens in 1780 de zojuist benoemde Amerikaanse ambassadeur Henry Laurens, op weg naar zijn post in de Nederlanden, oppakten, visten ze daarbij een kistje met een geheim verdrag uit het water dat de ambassadeur overboord had gegooid. De Engelsen grepen het verdrag tussen de stad Amsterdam en de Amerikaanse rebellen aan om op 20 december de Republiek de oorlog te verklaren.
11 1789 
  • 1789—1815: Napoleontische oorlogen
    De Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen, samen ook wel Coalitieoorlogen of Franse oorlogen[4] genoemd, waren zeven grote en enkele kleinere oorlogen die de Europese mogendheden van 1792 tot 1815 voerden tegen het revolutionaire Frankrijk en na 1799 tegen Napoleon.[5] De term wordt in ruime zin ook wel gebruikt voor de gehele periode van oorlog tegen Frankrijk,[4] waarin tussen de eigenlijke Coalitieoorlogen door soms mogendheden afzonderlijk in oorlog met Frankrijk waren.
12 1796 
  • 1 mrt 1796—5 jun 1806: Bataafse Republiek
    De Bataafse Republiek (1795–1806) (in de toenmalige spelling Bataafsche Republiek), vanaf 1801 het Bataafs Gemenebest geheten, was een republiek die het grootste gedeelte van het huidige Nederland omvatte. De republiek was gevormd naar voorbeeld en met militaire steun van de Franse Republiek, waarvan de Bataafse Republiek een zusterrepubliek was en de facto een vazalstaat. Op 1 maart 1796 kwam voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een nationaal en democratisch gekozen parlement bij elkaar. Aan de Bataafse Republiek kwam een einde bij de stichting van het Koninkrijk Holland in 1806. De Bataafse Republiek werd genoemd naar de Bataven, een Germaanse stam die ten tijde van Julius Caesar de Nederlandse delta bewoonde. Vooral in de zeventiende en achttiende eeuw werden zij gezien als voorlopers van het Nederlandse volk en stichters van een zelfstandige Nederlandse natie. Aan het einde van de achttiende eeuw werd ook op politiek vlak op deze Bataafse mythe teruggegrepen.
13 1806 
  • 5 jun 1806—9 jul 1810: Koninkrijk Holland
    Het Koninkrijk Holland (toenmalige spelling: Koningrijk Holland) was de officiële naam van Nederland tussen 1806 en 1810. Het was een zusterrepubliek of vazalstaat van het Eerste Franse Keizerrijk van Napoleon Bonaparte. Napoleon stelde zijn derde broer, Lodewijk Napoleon Bonaparte, aan als koning van Holland.
14 1810 
  • 9 jul 1810—21 nov 1813: Eerste Franse Keizerrijk
    Het Franse Keizerrijk (1804-1814/1815), ook bekend als het Grotere Franse Keizerrijk, Eerste Franse Keizerrijk of Napoleontisch Keizerrijk, was het keizerrijk van Napoleon I van Frankrijk. Het was de dominantie van Frankrijk over een groot deel van het vasteland van Europa in de vroege 19e eeuw.
15 1813 
  • 1813: Koninkrijk der Nederlanden
    Het Koninkrijk der Nederlanden, dat bestaat sinds 1813, is een soevereine staat waarbinnen sinds 2010 vier landen worden onderscheiden: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze landen zijn gelijkwaardige onderdelen van het koninkrijk, maar met verschillende staatkundige posities: de Caribische landen zijn autonoom door het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, sinds 1954 het leidende document voor het koninkrijk, maar ze beslissen ook mee over door het Statuut benoemde koninkrijksaangelegenheden, voor zover die aangelegenheden deze drie gebieden raken.
  • 21 nov 1813—16 mrt 1815: Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden
    Het Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden (21 november 1813 - 16 maart 1815) was de voorloper van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden toen eind 1813 de overwinnaars van Napoleon een staatkundige herinrichting van Europa bewerkstelligden die uiteindelijk zou worden vastgelegd door het Congres van Wenen. In deze periode werd invulling gegeven aan de grenzen van het gebied dat grofweg aan erfprins Willem was toegezegd of waar hij aanspraken op maakte. Bij het trekken van de nieuwe landsgrenzen herkreeg de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die deel had uitgemaakt van het Eerste Franse Keizerrijk, haar onafhankelijkheid als staat; haar staatsvorm werd echter gewijzigd tot een monarchie. De proclamatie door het Driemanschap van 1813 van het Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd op 21 november 1813 uitgeroepen.[1] De toenmalige erfprins Willem Frederik van Oranje-Nassau werd op 2 december in Amsterdam als vorst ingehaald,[2] nadat hij op 30 november in Scheveningen per schip vanuit Engeland was aangekomen. Dit vorstendom betrof echter aanvankelijk enkel de zogeheten Noordelijke Nederlanden. Bij het trekken van de nieuwe landsgrenzen herkreeg de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die deel had uitgemaakt van het Eerste Franse Keizerrijk, haar onafhankelijkheid als staat; haar staatsvorm werd echter gewijzigd tot een monarchie. De proclamatie door het Driemanschap van 1813 van het Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd op 21 november 1813 uitgeroepen.[1] De toenmalige erfprins Willem Frederik van Oranje-Nassau werd op 2 december in Amsterdam als vorst ingehaald,[2] nadat hij op 30 november in Scheveningen per schip vanuit Engeland was aangekomen. Dit vorstendom betrof echter aanvankelijk enkel de zogeheten Noordelijke Nederlanden. Met het Verdrag van Parijs in 1814 werd min of meer beslist tot het afstaan van de Zuidelijke Nederlanden (België en Luxemburg) door Frankrijk.
16 1815 
  • 1815—1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
    Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, officieel in het Nederlands Koninkrijk der Nederlanden, in het Frans royaume des Belgiques, was een staat van 1815 tot 1830 die het grondgebied van het huidige Nederland en België omvatte en die in een personele unie met het groothertogdom Luxemburg stond. Het woord "verenigd" is achteraf toegevoegd door historici, om het onderscheid te maken met het hedendaagse Koninkrijk der Nederlanden. In België wordt deze periode wel het Hollands Tijdvak genoemd. Het woord "verenigd" slaat hier op de toevoeging van ongeveer het grondgebied van het huidige België ("de zuidelijke provinciën"). In de korte voorafgaande periode 1813-1815 werd met "Verenigde Nederlanden" de vereniging van provincies aangeduid die op ongeveer het grondgebied van het huidige Nederland lagen en van de voorafgaande Bataafse Republiek (1795-1806). Deze waren in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden "de noordelijke provinciën".[5]
  • 14 apr 1815—15 apr 1815: Storm, drie pinken vergaan.
    In de nacht van 14 op 15 april 1815 vergingen er door storm een drietal Scheveningse visserspinken. Achtien Scheveningers kwamen daar bij om. De namen van de scheepjes zijn niet achterhaald waarbij ook niet kon worden vastgesteld wie- zich op welke pink bevond.
17 1825 
  • 3 feb 1825—4 feb 1825: Storm, duinafslag
    Een storm van langen duur. De zeewering spoelde op enkele plaatsen over een breedte van 12 Meter weg. De 's-Gravenhaagsche Courant schreef: „In de akeligheden van den storm, die in de laatste dagen gewoed heeft, hebben ook de ingezetenen van het dorp Scheveningen wederom in ruime mate gedeeld. Nauwelijks was de visschersvloot in zee gestoken, of zij werd door den geweldigen orkaan gedwongen naar land terug te keeren,'hetwelk niet, dan met het uiterste gevaar mogelijk was. Vijftien schuiten hebben den storm in diep zee doorstaan, ze landden eenige dagen later behouden aan het strand. Eén vaartuig verging met 7 man. Maar de op strand staande pinken werden door en tegen elkaar geslagen en tegen de duinen geworpen, de schade is groot. Drie op elkaar volgende vloeden van Donderdagmiddag, Donderdagnacht en Vrijdagnamiddag waren zóó geweldig, dat de laatste vier en dertig jaren daarvan geen voorbeeld hadden opgeleverd. De vóórbergketen of duinzand is geheel afgespoeld zoo zelfs, dat het badhuis van den heer Pronk gevaar liep in te storten."
18 1830 
  • 1830—1839: Belgische Onafhankelijkheidsoorlog
    De Belgische Revolutie, Belgische Omwenteling of Belgische Opstand is de gewapende opstand in 1830 tegen koning Willem I der Nederlanden die tot afscheiding van de zuidelijke provincies leidde en tot de onafhankelijkheid van België. Na de Franse Revolutie en de val van Napoleon hadden toenmalige grootmachten zoals de Duitse staten en het Verenigd Koninkrijk een bufferzone gecreëerd door de Belgische gebieden toe te wijzen aan het nieuwe Nederlandse koninkrijk. Dit was gebeurd zonder binnenlandse inspraak.
19 1832 
  • 25 jun 1832—25 aug 1832: Cholera epidemie
    De eerste Scheveninger die werd aangetast was de 48-jarige stuurman Leendert Evertse Knoester, dat was op den 25n Juni; hij herstelde. Bij onderzoek bleek dat hij eenige dagen te voren op zee van den schipper van een Vlaardingsche vischhoeker een vaatje met drinkwater had gekregen; dat water was afkomstig van de Maas. Alle opvarenden hadden er van gedronken, maar Knoester bn'zonder veel. Den 2n Juli kwamen de eerste gevallen met doodelijken afloop voor bij drie zeelieden; ze werden, na in de ln'kkamer op de begraafplaats ge-schouwd te zijn, den volgenden dag begraven. Die schouwing bewees dat men wel degelijk met cholera asiatica te doen had. Van den 14n tot den 24n Juli nam de ziekte in hevigheid toe; zoo wer-den op den 16n twintig menschen aangetast, waarvan er 14 overleden en op den 19n stierven er 16 van de 19 aangetasten. De gevallen liepen meestal af in 4 tot 6 uur. Tegen het eind van Augustus was de ziekte geweken. In het geheel werden aangetast 614 en daarvan stierven 286 personen; Geen wonder dat in die dagen de verslagenheid te Scheveningen alge-meen was. De loop van de ziekte te Scheveningen en in Den Haag was volgens officieele gegevens: Scheveningen: Juli 183, Aug. 102, Sept. 1., Oct. 0. Den Haag: Juli 31, Aug. 194, Sept. 38, October 5
20 1849 
  • 20 jun 1849—30 sep 1849: Cholera epidemie
    Zeventien jaar na de epidemie van 1832 vertoonde zich de cholera te Scheveningen opnieuw; ditmaal wferd de ziekte waarschijnlijk van 's-Gra-venhage naar Scheveningen overgebracht, want zij maakte daar de eerste slachtoffers, gelijk uit het hieronder volgende staatje blijkt. De meeste gevallen kwamen voor in de maand Augustus, in de week van den 19den tot den 26n stierven niet minder dan 100 personen aan de ziekte. Eerst in het laatst van September kon zij als geweken beschouwd worden. * s;-S Vele honderden ingezetenen werden aangetast, van alle rangen en stan-den, maar evenals voorheen kwamen toch de meeste gevallen in de lagere standen voor. in Scheveningen. in Den Haag. April — 2 Mei — 6 Juni 2 124 Juli 52 123 Augustus 375 184 September 31 128 October *-



Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.