Mr. Arnold Adriaan Buyskes

Mr. Arnold Adriaan Buyskes

Mannelijk 1837 - 1915  (78 jaar)

Tijdlijn-breedte:      Verversen

Tijdlijn



 
 
 




   Datum  Gebeurtenis(sen)
1830 
  • 1830—1839: Belgische Onafhankelijkheidsoorlog
    De Belgische Revolutie, Belgische Omwenteling of Belgische Opstand is de gewapende opstand in 1830 tegen koning Willem I der Nederlanden die tot afscheiding van de zuidelijke provincies leidde en tot de onafhankelijkheid van België. Na de Franse Revolutie en de val van Napoleon hadden toenmalige grootmachten zoals de Duitse staten en het Verenigd Koninkrijk een bufferzone gecreëerd door de Belgische gebieden toe te wijzen aan het nieuwe Nederlandse koninkrijk. Dit was gebeurd zonder binnenlandse inspraak.
1849 
  • 20 jun 1849—30 sep 1849: Cholera epidemie
    Zeventien jaar na de epidemie van 1832 vertoonde zich de cholera te Scheveningen opnieuw; ditmaal wferd de ziekte waarschijnlijk van 's-Gra-venhage naar Scheveningen overgebracht, want zij maakte daar de eerste slachtoffers, gelijk uit het hieronder volgende staatje blijkt. De meeste gevallen kwamen voor in de maand Augustus, in de week van den 19den tot den 26n stierven niet minder dan 100 personen aan de ziekte. Eerst in het laatst van September kon zij als geweken beschouwd worden. * s;-S Vele honderden ingezetenen werden aangetast, van alle rangen en stan-den, maar evenals voorheen kwamen toch de meeste gevallen in de lagere standen voor. in Scheveningen. in Den Haag. April — 2 Mei — 6 Juni 2 124 Juli 52 123 Augustus 375 184 September 31 128 October *-
1860 
  • 27 mei 1860—29 mei 1860: Pinksterstorm
    Op 27 mei 1860, het was op de eerste pinksterdag, het stormde behoorlijk. De dag erna groeide de storm uit tot een orkaan. Het Haagse Bos en de Scheveningseweg verloren meer bomen dan menigeen zich kon herinneren. "Het Voorhout, nog voor weinige uren een lusthof, is als een ru?ne herschapen; er zijn aldaar meer boomen omgewaaid dan misschien bij eenigen storm te voren" meldde een krantenbericht van destijds. Langs het strand van Scheveningen leden het Stedelijk Badhuis, hotel Garni, de `muziektempel' van de Vereeniging Zeerust en enkele villa's veel schade. Voor het dorp strandde het Britse stoomschip Theresia waarvan de bemanning gered kon worden. Gedurende de storm waren er van Scheveningen nog ruim vijftig visserspinken in zee. Enkele pinken die terugkeerden brachten de tijding dat er op de kust tal van omgeslagen vrachtschepen, groot en klein, als wrakken langs de kust dreven. Na het bedaren van de storm kwam van tijd tot tijd een pink in het zicht van de wal. Bezorgde families spoedden zich daarop haastig naar het strand. Een droevig voorbeeld daarvan was het aankomen van de pink `Vrouw Engeltje' van reder Dominicus Bruin met stuurman Benjamin Keus. Al spoedig herkende de wachtenden het rouwteken in de mast van de pink; het ontbreken van de pronkvaan. Enkele gebaren van de schepelingen maakten duidelijk wie de omgekomene was. Uit de wachtenden aan het strand maakte een vrouw zich los en vertrok wenend terug naar haar woning, aldus de plaatselijke berichten van destijds. Hoewel niet nadrukkelijk vermeld betreft het hier zonder twijfel de 44-jarige Adriana Pronk-Plugge. Haar man de 43-jarige Dirk Pronk was tijdens de storm voor Texel overboord geslagen en verdronken. Veel Scheveningse gezinnen verkeerde de dagen daarna dan ook in grote onzekerheid. Uiteindelijk werd duidelijk dat de orkaan aan 32 Scheveningse vissers het leven had gekost. De voorjaarsstorm van 1860 zou nadien blijvend de geschiedenis ingaan als de Pinksterstorm. De toenmalige meteoroloog Buys Ballot, oprichter van het KNMI, ijverde daarna voor het invoeren van een stormwaarschuwingsdienst welk in 1864 tot stand kwam. De gebleven schepen De pink 'De Vrouw Maria Pronk' was 26 mei vanaf het Scheveningse strand ter visserij vertrokken. Kort na de storm werd de schuit ondersteboven op de `Bruine Bank' aangetroffen. Van de zeven bemanningsleden was niets te zien en ook daarna werd nooit meer iets van ze vemomen. Omgekomen waren de 40-jarige stuurman Klaar de Graaf, Nicolaas de Kraa, 40 jaar en zijn 14-jarige zoon Michiel, voorts Gerrit Spaans 42 jaar, Krijn Roeleveld 24 jaar, Jacob Toet 22 jaar en de 16-jarige Jacob Bruijn. De pink `De Goede Verwachting' van reder Dominicus Bruin was op 21 mei ter visserij vanaf Scheveningen vertrokken. Op de visgronden aangekomen werd nog een paar dagen in de nabijheid van een tweetal andere pinken gevist. De stuurlieden daarvan, Johannes Bal en Teunis Keus, praaiden op 26 mei nog hun collega schipper Pronk. Toen echter op 27 mei het weer verslechterde geraakte het drietal pinken uit elkaar. Op de 30e mei, op zes uren afstand van de Eijerlandse gronden van Texel, werd `De Goede Verwachting, herkenbaar aan enige merktekens, ondersteboven aangetro?en. Uiteindelijk werd de schuit in het `Gat van V/ie' geheel tot wrak geslagen. Van de acht vissers, met veel familie bijeen, werd niets meer vernomen. Omgekomen waren; de 23-jarige stuurman Nicolaas Minnekus Pronk, Dirk Spaans 53 jaar en zijn zoons Johannes en Arie, 31 en 13 jaar oud. Daarnaast verdronken de 53-jarige Jan Zier den Heijer en zij'n zoons Aalbert-Gerrit en Arie, 27 en 17 jaar, evenals de 21-jarige Dirk Pronk. De familie De Ruiter met het uitblijven van de pink `Prins Frederik der Nederlanden' moet de spanning ondraaglijk zijn geweest. Op deze pink was een groot deel van de familie De Ruiter en aangehuwden bijeen. Ook dit scheepje werd als wrak ondersteboven gevonden. De scheepsnaam was nog leesbaar en op een zwaard waren de initialen van de stuurman waar te nemen. Toen nog enkele herkenbare stukken van de pink op Texel aanspoelden was er geen twijfel meer. Omgekomen waren de 41 -jarige stuurman Minnekus de Ruiter, zijn twee zoons Arie en Teunis, 17 en 12 jaar en hun respectievelijke vader en grootvader de 63-jarige Teunis de Ruiter. Voorts de twee schoonzoons van de oude Teunis, de 36-jarige Zier Teunis Bronsveld en de 25-jarige Willem Ginder. Tenslotte nog de 24-jarige Cornelis de Jong. Voor de toen al zo zwaar getroffen echtgenoot en moeder Maria de Ruiter-De Jong zou het hierbij niet blijven. Nog tweemaal zou zij in die dagenvan eind mei 1860 een jobstijding ontvangen. Ook de pink 'Jacoba Elisabeth' van reder Pieter de Niet sloeg om op de visgronden gelegen boven Texel. Van deze schuit verdronken de 35-jarige Arie Simon Spaans en zijn 14-jarige zoon Arie. Voorts de 26-jarige Machiel de Jong en de 34-jarige Machiel de Ruiter. De laatste was eveneens een zoon van de verdronken Teunis de Ruiter en echtgenoot Maria de Jong. Tenslotte de pink `Koopmans Welvaren' en eveneens van reder Pieter de Niet. Deze pink sloeg ook om in de storm waarbij de 50-jarige Cornelis Hanteveld en zijn 14-jarige zoon Arie verdronken. Voorts verdronken daarbij Jacob Roos en Leendert Spaans beide 20 jaar oud. De Pinksterstorm. Reeds den eersten Pinksterdag stormde het uit het West-Zuid-Westen den tweeden Pinksterdag werd het een orkaan geluk. Het Haagsche Bosch verloor meer boomen, dan bij menschenheugenis was voorgekomen, en zoo was het ook op den Ouden Scheveningschen weg. Het Badhuis, Garni en de villa's langs 't strand leden veel schade. Zeker had Scheveningen nooit treuriger Kermis gehad. Vóór het dorp strandde de Engelsche stoomboot Theresia, geladen met ijzer, salpeter enz. Dertien man van de equipage werden gered door de reddingboot van de Noord- en Zuid-Hollandsche reddingmaatschappij onder directie van P. Varkevisser Jr. Onder degenen, die zich hebben onder-scheiden by die redding, behoorde ook A. E. Maas. Meer dan vijftig pinken waren tijdens den storm in zee. Den volgenden dag ontving men bericht, dat de „Maria Pronk" van den reeder B. W. Pronk met man en muis was vergaan. Toen kwamen ook enkele pinken uit zee terug met de tijding, dat tal van omgeslagen schepen en scheepjes op onze kust als wrakken ronddreven en daaronder behoorde ook de pink „Jacoba Elisabeth" van den reeder P. de Niet. De verslagenheid te Scheveningen was niet te beschrijven. Op den 1 Juni had men zekerheid, dat nog twee pinken waren verongelukt, n.1. de „Prins Frederik der Nederlanden" van den reeder J. Hoogenraad Jz. en „de Goede Verwachting" van den reeder D. Bruin. In 't geheel waren 32 visschers, meest alle vaders van gezinnen of kostwinners, omgekomen.
1866 
  • mei 1866—aug 1866: Cholera epidemie
    Weer zeventien jaar later vertoonde zich in ons land dezelfde gevreesde ziekte en weer eischte zij van Scheveningen talrijke offers. In het geheel bezweken te Scheveningen 306 personen, tegenover 710 in Den Haag. Overleden aan Cholera morbus te Scheveningen. in Den Haag. April — 3 Mei 2 21 Juni 14 266 Juli 246 214 Augustus 44 108 September — 80 October — 17 November — 1,
1881 
  • 14 okt 1881—15 okt 1881: Oktoberstorm
    1881. 14 October. De Octoberstorm. Deze duurde 23 uur onafgebroken. Op een Vrijdag van 11 uur des voormiddags tot 8 uur 's avonds woei een vliegende storm uit het Zuidwesten, overgaande in West en ten slotte in Noord-West. De Scheveningsche weg gaf een ruïne te zien, als men nimmer te aan-schouwen kreeg. Op den beneden weg — de Hooge weg en de boschrand niet meegerekend — werden 111 boomen neergeworpen van 30 a 40 c.M. middellijn. Tal van boomen waren bovendien losgewoeld en moesten geveld worden. Van een pasgebouwde villa aan den Gevers Deynootweg werd de kap afgerukt en op de vlakte neergeworpen. De golven namen den voet der duinen op hun terugweg mede. De schuiten werden tegen de duinen opgeworpen. Van de honderd vaartuigen, die aan het strand stonden, kwamen er nauwelijks acht ongedeerd af. De beman-ning moest de vaartuigen verlaten en zich bepalen tot het vastzetten der schepen met ankers in den straatweg. De schade aan de vloot werd geschat op een ton gouds. De volgende dagen kwam de rest van de vloot met groote verliezen aan netten thuis, vele misten de geheele vleet. Door den storm vergingen niet minder dan 7 schepen van Scheveningen.
1894 
  • 22 dec 1894—23 dec 1894: Stormvloed
    De storm bracht te Scheveningen én aan de zeewering én aan de vloot enorme verliezen toe. In den avond van Zaterdag wakkerde de sterke Zuidwestenwind tot storm aan en schoot uit naar. het Noordwesten. Met reuzenkracht beukte de zee van elf uur des avonds tot 2 uur in den nacht de duinen. Telkens gingen brokken grond verloren, door de golven losgewoeld en dan medegevoerd, zelfs op den strandweg was men niet meer veilig, want elk oogenblik zag men, toen de duinrand verdwenen was, ook den weg versmallen. Bij de Kerkwerf liep het zeewater het dorp in; op enkele plaatsen in de Jacob Pronkstraat liep men omstreeks halftwee tot aan de knieën in het water. Treurig, allertreurigst was het met de vloot gesteld. De schepen, die in winterlaag en op het duin en aan den strandweg stonden, waren honderd-vijftig in getal. Meer dan de helft van dat aantal stortte in den nacht ach-tereenvolgens naar beneden. Niettegenstaande de groote duisternis, waagde men nog pogingen om de vaartuigen hooger op te halen, maar men moest voor de overmacht bukken. Toen de schepen omlaag waren gesmakt, begon eerst de vernieling, want daar alle zonder ankertouwen waren, werden ze tegen elkaar gesmeten. Een schuit maakte zelfs een tocht.van de Kerkwerf naar het Oranje-hotel. Bij het aanbreken van den dag kwam eerst de omvang van de ramp aan het licht. Vijf en twintig vaartuigen waren geheel verloren. Het strand was bezaaid met brokstukken, masten enz. van de vernielde sehepen; het was een ware chaos. Er waren bommen, waar men in- en uit kon loopen. Vele reeders waren tegen schade aan het strand geassureerd voor twee derden der schade, maar enkelen, die zich niet verzekerd hadden, waren geheel geruïneerd. Een schipper, Jacob Kuijper, die tijdens den storm aan een matroos op een schuit een touw wilde overreiken, voelde den grond onder zich verdwij-nen, ook hij verdronk en nooit werd meer een spoor van den man gevonden. En de zeewering? Wat jaren geleden reeds voorspeld was, dat de strand-weg nog eenmaal een prooi der golven zou worden, was nu een feit gewor-den. Ter hoogte van de sociëteit Neptunus bleef van dien weg slechts 1 a 2 Meter breedte over. De bronzen honden, die aan de zeezijde van het Kurhaus de wacht hielden, werden van hun voetstuk op het strand gewor-pen. Bij de Naald ging de duinvoet wel 15 Meter terug. Hoogheemraden hadden den aanleg van hoofden vóór Scheveningen uit-gesteld tot het begin van 1895, maar thans waren zij wel gedwongen terstond de handen aan het werk te slaan. Den 26sten December werd reeds door Delfland met het bouwen van een gedeelte strandmuur van het hotel Rauch tot Zeerust begonnen, omdat vóór de Kerkwerf het gevaar het meest dreigde. Dit was evenwel slechts eene tijdelijke voorziening. Aangezien reeds den volgenden dag na den storm de wind geheel bedaard was, meende men ditmaal niet met een gewonen storm, maar met een zee-beving te doen gehad te hebben. Vanwege Delfland werd weldra de aanleg van een drietal strandhoofden ondernomen. Het bouwen van een steenen zeewering, hoofdzakelijk bestaande uit ba-zalt en graniet kwam voor rekening van de gemeente 's-Gravenhage. In Februari 1896 werd dit kostbare werk aanbesteed aan De Blécourt te Nijmegen voor een som van ƒ 503.000. De muur had een lengte van 1130 M. beginnende bij Zeerust en eindigende bjj het Kurhaus. De oplevering^ge-schiedde eenige weken vóór den bepaalden termijn, wat den aannemer een aanzienlijke premie boven de aannemingssom bezorgde. De muur heeft reeds menigen storm met goed gevolg doorstaan. Schade van eenige beteekenis werd er nooit door de golven aan.toegebracht, wat voor een deel zal moeten worden toegeschreven aan den hollen vorm, die aan de zeezijde van den muur werd gegeven. Later, toen de duinen vóór het Oranjehotel belangrijk waren afgenomen en men vreesde dat te eeniger tn'd dit waardevolle gebouw gevaar zou loopen door de zee verzwolgen te worden, werd voor rekening van de Exploitatie-Maatschappij „Scheveningen", gewoonlijk de „Trust" genoemd, de muür nog vele meters Noordwaarts verlengd. In 1908 toen de duinen bn' de Naald en den Vuurtoren zoo waren afge-nomen, dat vooral de eerstgenoemde veel kans had te bezwijken, ging de Gemeente over tot een verlenging Zuidwaarts, tot aan de Visschers-haven toe.
1914 
  • aug 1914—1918: Eerste Wereldoorlog in Nederland
    Dat Nederland zich in augustus 1914 neutraal verklaarde was begrijpelijk. Net zoals België was het een klein land dat grootmachten als Duitsland, Engeland en Frankrijk als 'buurlanden' had. De Nederlandse krijgsmacht was te zwak om een van die mogendheden in een conflict te kunnen weerstaan. Daarom hechtte Nederland sterk aan neutraliteit en aan het internationaal recht, om de status quo te behouden. In die jaren bezat Nederland nog zijn koloniën, waaronder Suriname en het uitgestrekte Nederlands-Indië. Nederland besefte dat alleen dankzij een door alle staten geaccepteerde rechtsorde die koloniën behouden konden blijven. In 1899 en in 1907 waren (niet toevallig) in Den Haag vredesconferenties gehouden. Als resultaat van de tweede vredesconferentie werd in Den Haag het Vredespaleis gebouwd en in 1913 officieel geopend. Dit internationaal gerechtshof was bedoeld om internationale conflicten op vreedzame wijze te beslechten. De Nederlandse neutraliteitsverklaring paste in een traditie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren elf landen neutraal: Argentinië, Chili, Denemarken, Ethiopië, Mexico, Nederland, Noorwegen, Spanje, Venezuela, Zweden en Zwitserland.[1] De rest van de wereld, toen 34 staten, was met elkaar in oorlog. De Nederlandse regering, hierin gesteund door koningin Wilhelmina en een groot deel van de bevolking, streefde strikte neutraliteit na.



Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.