| |
Datum |
Gebeurtenis(sen) |
| 1 | 993 | - 993—1524: Fries - Hollandse oorlogen
De Fries-Hollandse oorlogen waren meerdere korte oorlogen (veldslagen en -tochten) in de middeleeuwen van Holland tegen Friesland en West-Friesland.
|
| 2 | 1012 | - 1012—1323: Strijd tussen Vlaanderen en Holland om Zeeland Bewestenschelde
Het rechtsgebied Zeeland Bewestenschelde werd van het begin van de 11e eeuw tot het begin van de 14e eeuw betwist door de graven van Vlaanderen en Holland. De kiem van het conflict werd gelegd in 1012, maar voor zover bekend is er pas in 1165 voor het eerst gevochten tussen beide partijen.[2] De militaire strijd, afgewisseld met lange perioden van gespannen vrede, duurde voort tot 1315, waarna in 1323 definitief te Parijs vrede werd gesloten.[3]
Zeeland stond aanvankelijk bekend onder de Latijns naam maritima loca, letterlijk plekken aan zee. Tussen 1162 en 1189 werd de naam Zeelandia voor het eerst gebruikt. In dit gebied bevonden zich drie gouwen: Scaldis, Walachria en Bevelandia.
Het belang van Zeeland lag zowel in de beheersing van de scheepvaartroutes en daarmee de tolinkomsten, als de aanwezigheid van zeeklei die de verbouwing van graan mogelijk maakte.
|
| 3 | 1203 | - 1203—1206: De Loonse oorlog
Graaf Dirk VII van Holland stierf op 4 november 1203 en had alleen dochters voortgebracht, waarvan bij zijn overlijden alleen zijn dochter Ada nog in leven was. Op zijn sterfbed liet hij weten met zijn broer Willem van Friesland te willen praten over zijn opvolging. Zijn vrouw, gravin Aleid van Kleef die in 1195 bij Alkmaar al eens een veldslag had gevoerd tegen Willem, wilde echter dat Ada de erfenis zou krijgen.[3] Omdat het Graafschap Holland een zwaardleen was en geen spilleleen, had Ada als vrouw geen recht om het graafschap te erven, maar Aleid probeerde dit toch voor elkaar te krijgen door haar snel met een man te laten trouwen.[4] Nog voor haar vaders begrafenis trad Ada, 15 jaar oud, met graaf Lodewijk II van Loon in het huwelijk, dat door haar moeder was gearrangeerd.[1] Op weg naar haar vaders begrafenis werd zij opgewacht door getrouwen van haar oom Willem, waarna zij zich in de burcht van Leiden verschanste.
|
| 4 | 1244 | - 1244—1254: Vlaams-Henegouwse Successieoorlog
De Vlaams-Henegouwse Successieoorlog was een serie feodale conflicten in het midden van de dertiende eeuw tussen de kinderen van Margaretha II van Constantinopel, de gravin van Vlaanderen. De inzet van de conflicten was de troon van het graafschap Vlaanderen enerzijds en het graafschap Henegouwen anderzijds. Toen Boudewijn I van Constantinopel, de graaf van Vlaanderen en Henegouwen, in 1202 met de Vierde Kruistocht naar Byzantium vertrok, liet hij het bevel over de twee graafschappen aan zijn oudste dochter Johanna van Constantinopel. Ondanks twee huwelijken, bleef Johanna kinderloos. Hierdoor kwamen de twee tronen in 1244 na de dood van Johanna bij diens jongere zuster, Margaretha, terecht. Uit een eerste huwelijk, dat reeds in 1221 ontbonden werd, had Margaretha al drie kinderen gekregen, waaronder Jan van Avesnes. In 1223 hertrouwde Margaretha met Willem II van Dampierre, waaruit de kinderen Willem III van Dampierre en Gwijde van Dampierre voortkwamen.
|
| 5 | 1337 | - 1337—1453: Honderdjarige oorlog
De Honderdjarige Oorlog was een reeks oorlogen, gevoerd van 1337 tot 1453, door het huis Valois en het huis Plantagenet, ook bekend als het huis Anjou, om de Franse troon, die vacant was door het uitsterven van het huis Capet, de eerste lijn van Franse koningen. Het Huis Valois maakte aanspraak op de titel van koning van Frankrijk terwijl de Plantagenets aanspraak maakten op zowel de troon van Frankrijk als van Engeland. De Plantagenets waren de heersers van het koninkrijk Engeland tijdens de 12e eeuw en hadden hun wortels in de Franse gebieden van Anjou en Normandië (het Angevijnse Rijk van Hendrik II van Engeland).
Het conflict duurde 116 jaar, onderbroken door verscheidene periodes van vrede, voordat het uiteindelijk eindigde door het verdrijven van de Plantagenets uit Frankrijk (behalve uit Calais). Het resultaat was een overwinning voor het huis Valois. De oorlog had de Valois wel bijna geruïneerd, terwijl de Plantagenets zichzelf hadden verrijkt door plundering. Frankrijk leed sterk onder de oorlog omdat het grootste gedeelte van het conflict plaatsvond op Frans grondgebied.
De "oorlog" was in feite een reeks van conflicten en wordt meestal onderverdeeld in drie of vier fasen:
de Oorlog van Eduard (1337–1360),
de Oorlog van Karel (1369–1389),
de Oorlog van Lancaster (1415–1429)
en het trage verval van de Plantagenets (1429–1453) na de verschijning van Jeanne d'Arc (1412–1431).
|
| 6 | 1346 | - 1346—1351: Pestpandemie 'De Zwarte Dood'
De Zwarte Dood is de naam voor een pandemie die tussen 1346 en 1351 in Europa woedde en vele slachtoffers maakte, soms tientallen procenten van de bevolking. De epidemie kostte wereldwijd tussen de 75 en 100 miljoen mensen het leven. De pestepidemie greep in de rampzalige veertiende eeuw met politieke en religieuze instabiliteit (Honderdjarige Oorlog en de Babylonische Ballingschap der pausen naar Avignon) en grondige klimaatveranderingen met misoogsten en hongersnood om zich heen.
|
| 7 | 1350 | - 1350—1490: Hoekse en Kabeljauwse twisten
Het conflict tussen de Hoeken en Kabeljauwen was een strijd tussen verschillende facties binnen de elite van het graafschap Holland. Adel en steden waren erbij betrokken. De strijd woedde bij tussenpozen vanaf de tweede helft van de 14e eeuw tot het eind van de 15e eeuw. De oorsprong van het conflict lag in het kinderloos overlijden op 26 september 1345 van de 38-jarige graaf Willem IV van Holland tijdens de Slag bij Stavoren. Door de huwelijkspolitiek van zijn vader, graaf Willem III, konden de koningen van Engeland en Frankrijk en de keizer van Duitsland alle drie aanspraak maken op de opvolging. Als opperleenheer beleende keizer Lodewijk IV zijn tweede vrouw Margaretha II van Henegouwen (of Margaretha van Holland), de oudste zuster van Willem IV, op 13 januari 1346 met de graafschappen Holland en Henegouwen.
Willem had er een dure politiek op na gehouden, vooral door zijn vele veldtochten. Om die te financieren verstrekte hij tegen betaling privileges. Hij nam vertegenwoordigers van de steden op in het Hof van Holland. De steden groeiden in deze periode uit tot een belangrijke machtsfactor. Na het overlijden van Willem IV zagen edelen die niet in de raad waren opgenomen, hun kans afnemen om belangrijke posities en daarmee inkomsten voor zichzelf op te eisen. In de steden heerste onrust vanwege de zware financiële verplichtingen die men was aangegaan voor Willem IV. Margaretha en haar regent en oom Jan van Beaumont, de jongere broer van Willem III van Holland, konden deze verplichtingen niet voldoende verminderen en slaagden er niet in om de onrust weg te nemen.
In september 1346 werd de dertienjarige Willem V, de vierde zoon van de voormalige keizer en diens tweede vrouw Margaretha, belast met het bestuur over Holland en Zeeland. Gezien zijn leeftijd bleef de macht nog in handen van Jan van Beaumont. Ondertussen was er nog steeds oorlog met de Friese landen en het Sticht Utrecht. Op 5 januari 1349 stelde Margaretha haar zoon aan als graaf en bedong daarbij een uitkering van 15.000 gulden en een jaargeld van 6.000 gulden. De ernstige financiële situatie werd nog verergerd door de eerste uitbraak van builenpest in de Lage Landen (Zwarte Dood). Onder deze omstandigheden wezen de steden en edelen deze uitkeringen af bij hun treffen in het toen nog Hollandse Geertruidenberg in maart 1349. Het gezag van Willem V boette hierdoor fors aan macht in.
|
| 8 | 1566 | - 10 aug 1566—okt 1566: Beeldenstorm
De Beeldenstorm was een vernieling op grote schaal van heiligenbeelden en andere objecten van katholieke religieuze plaatsen door protestanten in de Lage Landen, die plaatsvond tussen 10 augustus en oktober 1566. In die periode werden vele kerken geschonden en het interieur ervan vernield. De verscherpte tegenstellingen, die mede een gevolg waren van de Beeldenstorm, leidden indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
|
| 9 | 1568 | - 1568—1648: Tachtigjarige Oorlog
De Tachtigjarige Oorlog was een strijd in de Nederlanden die in 1568 begon en eindigde in 1648, met een tussenliggende vrede (het Twaalfjarig Bestand) van 1609 tot 1621. De oorlog woedde in een van de rijkste Europese gebieden, de Habsburgse of Spaanse Nederlanden en richtte zich tegen een wereldmacht: het Spaanse Rijk onder koning Filips II, landsheer der Nederlanden, en zijn opvolgers Filips III en Filips IV. De eerste fase van de oorlog kan gekarakteriseerd worden als een opstand, een burgeroorlog, en staat bekend als de Nederlandse Opstand hoewel deze benaming soms voor de hele oorlog wordt gegeven. Vanaf 1588 veranderde het karakter in een geregelde oorlog.
Aanvankelijk trokken de Lage Landen of de Zeventien Provinciën gezamenlijk op tegen de Spaanse overheerser. Na 1576 groeiden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden dieper wortel schoot dan in het zuidelijke deel. De opmars vanuit het zuiden van het leger van de koning (verder 'Spaanse leger' genoemd) leidde in 1585 tot de Val van Antwerpen dat de scheiding van noord en zuid markeerde. Na Antwerpen zette het Spaanse leger door tot het grote delen van de in 1588 gevormde Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in handen had. Rond 1590 keerde het tij ten gunste van de Republiek en kwam het noorden en oosten terug in Staatse handen. In 1609 werd een wapenstilstand gesloten, het Twaalfjarig Bestand, hoewel de oorlog indirect werd voortgezet in Duitsland (Dertigjarige Oorlog). Na het hervatten speelde de oorlog zich voornamelijk af in het zuiden van de Republiek. Moegestreden werd in 1648 de Vrede van Münster getekend.
|
| 10 | 1570 | - 1 nov 1570—2 nov 1570: Allerheiligenvloed
De vloed, die dit jaar op den dag van Allerheiligen, 1 November, voorviel en daarom de Allerheiligenvloed genoemd wordt, was wel de ver-schrikkelijkste, die Scheveningen ooit te verduren heeft gehad. Het water stond in de kerk, de schepen dreven door het dorp.
Andries van der Goes schreef in een brief, gedateerd 13 November 1570, het volgende.
„Tot Schevelinge op de zeecant zijn in de CX huysen metten slach van der zee gansselijcken affgespoelt dat men nyet sien en mach, waer se ge-staen hebben, ende noch omtrent XL sulx bedurven, dat se nyet bewoen-baer en zijn, noch meer bewoent sullen worden, ende noch andere menichte van huijsen soo in de zjjdelmueren als in de gevelen ofte daecken gequetst, ende ontramponneert, sulcx dat 't IIIe huys nyet ongeschent en is geble-.ven. Alle de muerkens van 't kerckhoff aldaer zijn van 't waeter omme-. geslaegen ende de thoorendeur van den kercke opgeslagen, 't Waeter heeft in de kercke aldaer hoich gestaen IID/2 voeten ende twee duymen, als mijn brueder van der Meere my scryft, 'tselve op 's anderen daechs, als op alderzielendach, aldaer in persone geweest hebbende, gemeeten te hebben. In somma Schevelingen is bynae anders nyet dan een zeestrange." Opmerkelijk is het, dat bij zulk een groote materieele schade, slechts drie menschen het leven lieten. Ook verdient vermelding, dat, terwijl het dorp, gelegen vóór de kerk, geheel werd vernield, de kerk zelf zich staande hield. De kerk en de toren zijn in hoofdzaak nog dezelfde, zooals die na den storm van 1470 gebouwd werden.
|
| 11 | 1588 | - 1588—1795: Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Latijn: Belgium Foederatum) was tussen 1588 en 1795 een confederatie met trekken van een defensieverbond en een douane-unie. Ze besloeg grotendeels het grondgebied van het huidige Nederland. Zij verwierf in de 17e eeuw grote politieke en economische macht en speelde geruime tijd een hoofdrol op het wereldtoneel. Het einde kwam met de Franse invasie van 1792–1795, al was de neergang al eerder ingezet.
De Republiek bestond uit acht soevereine staten: Stad en Lande (Groningen), Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland en Zeeland. Elke staat bestuurde zijn eigen gebied. Vertegenwoordigers van zeven staten (Drenthe viel hierbuiten) stuurden hun vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal in Den Haag.
Gebiedsdelen die zich buiten de acht provinciën bevonden maar wel tot het grondgebied van de confederatie behoorden, de zogenaamde generaliteitslanden, bevonden zich in de huidige Nederlandse provincies Noord-Brabant (Staats-Brabant) en Limburg (Staats-Overmaas en Staats-Opper-Gelre), in het huidige Zeeuws-Vlaanderen (Staats-Vlaanderen) en in het zuidoosten van Groningen (Wedde en Westerwolde).
Opmerkelijk in de kleine republiek van ca. 1,5 miljoen inwoners was het succes van de Nederlandse wereldhandel via de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC), en die op de Oostzee, de grote militaire successen tegenover ogenschijnlijk veel sterkere landen als Spanje en Engeland, de enorme vloot (met 2000 schepen groter dan die van Engeland en Frankrijk samen), en de bloei van kunsten (Rembrandt en vele anderen), rechtsgeleerdheid (onder anderen Hugo de Groot), en wetenschap, waarbij internationale nieuwe ideeen werden omarmd, zoals een heliocentrisch wereldbeeld. Dit ging gepaard met voor die tijd relatief grote geestelijke vrijheid.
|
Bericht Webmaster
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.