Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
» Allemaal zien «Vorige «1 ... 40 41 42 43 44 45 46 Volgende»
Utrecht, Domkerk
| Eigenaar/Bron | Wikipedia |
| Bestandsnaam | Utrecht Domkerk.jpg |
| Bestandgrootte | 36.5k |
| Dimensies | 266 x 498 |
| Verbonden met | Aartsdiaken van Luik Gwijde van Avesnes |
Domkerk Utrecht, Utrecht, Utrecht, Utrecht, Holland
Aantekeningen: De Dom van Utrecht is een markante gotische kerk in het midden van de Nederlandse stad Utrecht. De kerk werd vanaf 1254 gebouwd als voortzetting van de romaanse kathedraal van het rooms-katholieke bisdom Utrecht en was gewijd aan Sint-Maarten. Sinds 1580 is de kerk protestants. De 112,32 meter hoge Domtoren is de hoogste kerktoren van Nederland en het hoogste gebouw van Utrecht.
De Dom was tot de kerkelijke herindeling in 1559 de enige kathedraal in de Noordelijke Nederlanden, een gebied dat grofweg samenvalt met het huidige Nederland. Tot aan de ingebruikname van de Sint-Bavokathedraal in Haarlem in 1898 was de Dom de enige als kathedraal gebouwde kerk in Nederland.
Van het kerkgebouw resteren tegenwoordig het koor, het dwarsschip en de toren. Het schip, waarvan de bouw nooit was voltooid, stortte in 1674 in als gevolg van natuurgeweld. De Domtoren en het resterende deel van de Domkerk kwamen daardoor los van elkaar te staan. Bij het Domcomplex horen verder nog een kruisgang en de grote kapittelzaal (thans aula van de Universiteit Utrecht) waar in 1579 de Unie van Utrecht werd ondertekend. De kleine kapittelzaal van het Domcomplex, die tegen de westkant van de kruisgang was gebouwd, werd in de negentiende eeuw afgebroken.
De Utrechtse Dom is ondanks het ontbrekende schip en de ernstige vernielingen die de overgang naar het protestantisme rond 1578-1580 met zich meebracht, een van de belangrijkste gotische monumenten in Nederland. Zij was tevens een van de vroegste voorbeelden van de gotiek in Nederland en als enige gebouw hier te lande staat zij qua stijl dicht bij de klassieke Franse gotiek. Aan de huidige Dom ging een kathedraal in romaanse stijl vooraf.
In de middeleeuwen was een kapittel van kanunniken aan de Dom verbonden dat een eigen immuniteit bezat, een grondstuk waarop de wereldlijke macht niets in te brengen had. Behalve de kathedraal zelf stonden hier de woningen van de kanunniken en van 1040 tot 1253 ook het paleis Lofen van de keizer van het Heilige Roomse Rijk. De immuniteit van de Dom grensde aan de zuidzijde aan de immuniteit van de Sint-Salvatorkerk of Oud-Munsterkerk en het grondgebied van de bisschop, waarop diens paleis gebouwd was. Tussen beide kerken, op het grondgebied van de Sint-Salvator, stond een derde kerkje ingeklemd, de Heilig-Kruiskapel.
Vroegere bebouwing
Eerste kerkjes
De Dom is gebouwd op het terrein van het voormalige Romeinse castellum Traiectum. Midden in het Romeinse castellum stond destijds een stenen gebouw van circa 8 bij 7 meter. Vandaag de dag liggen de restanten ervan onder het door de tornado verdwenen middenschip van de Domkerk. Mogelijk was dit gebouw in de Romeinse tijd een tempeltje.[2]
Het oude Romeinse fort groeide in de vroege middeleeuwen uit tot de burcht Trecht. Dit bijzondere stukje Utrecht kan als de bakermat van het christendom in de Noordelijke Nederlanden worden beschouwd. Het begon met Frankische missionarissen die rond 630 in opdracht van koning Dagobert I binnen de resten van het castellum een houten kerkje bouwden, mogelijk al gewijd aan hun schutspatroon Sint-Maarten.[3] Later die eeuw werd het heiligdom door de heidense Friezen verwoest.
Omstreeks 695 werd onder leiding van de Angelsaksische monnik Willibrord, die door de paus van Rome tot aartsbisschop der Friezen was benoemd, een aan Sint-Maarten gewijde stenen kerk in Utrecht gebouwd. Bovendien stichtte Willibrord naast de Sint-Maartenskerk een tweede kerk, de Sint-Salvator. Waarschijnlijk werden beide kerken bediend door één gemeenschap van geestelijken. Willibrord maakte dit complex tot het centrum van waaruit hij de kerstening van de Noordelijke Nederlanden ondernam. Ook na zijn dood bleef Utrecht het kerkelijke centrum van deze streek, dankzij het bestuur van Gregorius van Utrecht en de definitieve inrichting van het bisdom Utrecht rond het jaar 777. Aan de kloostergemeenschap vormde zich tevens de destijds bekende Domschool waar uit binnen- en buitenland aanstaande geestelijken werden opgeleid.
Waar de Sint-Maartenskerk van Willibrord precies heeft gestaan is nog volop onderwerp van discussie; opgravingen op het Domplein in 1929, 1936 en 1993 hebben nog geen uitsluitsel gegeven. Zowel de plaats van de huidige Dom als die van de verdwenen Heilig Kruiskapel komen in aanmerking. Ook is de vraag onopgehelderd of de Sint-Maartenskerk wel vanaf het begin de hoofdkerk van het prille bisdom was: de Sint-Salvatorkerk stond later immers ook bekend als Oud-Munster.[4]
Dom van Balderik
De Noormannen verwoestten de kerken in 857 en bisschop Hunger nam de vlucht. Voor de Utrechtse bisschoppen volgde nu een lange periode van ballingschap in Deventer. Pas na 922, toen bisschop Balderik naar Utrecht terugkeerde, konden de kerkgebouwen worden hersteld. Balderik herbouwde of herstelde de Sint-Maartenskerk op de huidige plaats en mogelijk is hij degene geweest die het Utrechtse kapittel en de bijbehorende immuniteit in tweeën splitste en de Sint-Maarten tot de hoofdkerk van Utrecht maakte. Voor de bouw van de gotische Dom zou de aanwezigheid van de immuniteit van Sint-Salvator later nog verschillende problemen opleveren.
Balderik wist het aanzien van zijn nieuwe kathedraal te vergroten door het verwerven van belangrijke relieken van de heiligen Pontianus en Agnes. Hun feestdagen, 14 en 21 januari, zouden in het middeleeuwse Utrecht uitbundig gevierd worden. Balderik was ook de eerste bisschop die in de Sint-Maartenskerk werd begraven; zijn voorgangers waren in de Sint-Salvatorkerk bijgezet. Overigens is het onbekend hoe de 'Dom van Balderik' eruitgezien heeft.
» Allemaal zien «Vorige «1 ... 40 41 42 43 44 45 46 Volgende»
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.