Doda

Vrouwelijk - Ja, datum echter onbekend


Generaties:      Standaard    |    Compact    |    Verticaal    |    Alleen tekst    |    Register    |    Tabellen    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  Doda en is gestorven.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Recordnummer: 14652

    Doda is getrouwd met Arnulf van Metz in 590 (religious). Arnulf is geboren in 582 in Lay Saint Christophe; is gestorven op 16 aug 640 in Remiremont; is begraven in Sint Arnoldusabdij, Metz, Metz, Lotharingen, Frankrijk. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 2. Ansegisus (Ansegisel)  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 610; is gestorven in 662.


Generatie: 2

  1. 2.  Ansegisus (Ansegisel) Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (1.Doda1) is geboren in 610; is gestorven in 662.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Recordnummer: 14649

    Aantekeningen:

    Ansegisus (verlatijnst, oorspronkelijk Ansegisel) (ca. 610 - 662) was een Frankische hofmeier.
    Hij was een zoon van Arnulf van Metz en zijn vrouw Doda.

    In 633 werd de toen drie jaar oude Sigibert III koning van Austrasië.
    Een jaar later werd Ansegisus benoemd tot een van zijn opvoeders en waarschijnlijk kreeg hij toen ook het ambt van hofmeier, dat Pepijn van Landen moest neerleggen.
    Hij onderdrukte samen met Pepijn, Kunibert van Keulen, Bubo van Auvergne en Leuthar van Allemanië een opstand van de edelen Radulf en Fara.
    In 662 nam hij deel aan de mislukte staatsgreep van zijn zwager Grimoald I en werd daarbij gedood door Gundewin.

    Ansegisus is getrouwd met Begga van Herstal in 645 (religious). Begga is geboren in 620; is gestorven op 17 dec 693 in Andenne. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 3. Hofmeier Austrasië, Neustrië en Bourgondië Pepijn II van Herstal  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 635 in Herstal; is gestorven op 16 dec 714 in Jupille sur Meuse; is begraven in Sint Arnoldusabdij, Metz, Metz, Lotharingen, Frankrijk.


Generatie: 3

  1. 3.  Hofmeier Austrasië, Neustrië en Bourgondië Pepijn II van Herstal Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (2.Ansegisus2, 1.Doda1) is geboren in 635 in Herstal; is gestorven op 16 dec 714 in Jupille sur Meuse; is begraven in Sint Arnoldusabdij, Metz, Metz, Lotharingen, Frankrijk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Recordnummer: 14647

    Aantekeningen:

    Pepijn II van Herstal (Herstal, ca. 635 – Jupille-sur-Meuse, 16 december 714), bekend onder de bijnamen de Jonge, de Middelste of de Dikke, was een Frankische hofmeier. Hij was de zoon van de hofmeier Ansegisel en van (de heilige) Begga, een dochter van de hofmeier Pepijn van Landen.[1] Hij werd begraven in de abdij van Sint-Arnulf (zijn grootvader) in Metz.
    Leven

    Door de mislukte staatsgreep van zijn oom Grimoald was zijn familie in politieke ongenade gevallen, waarbij veel prominente familieleden, onder wie zijn vader, gedood waren. Pepijn had nog wel de omvangrijke familiebezittingen langs de Maas en de Moezel. Door zijn huwelijk met Plectrudis (rond 670) verwierf hij nog meer bezittingen aan de Moezel en in de Eifel. Ook wist hij veel prestige terug te winnen door Gundewin te doden, de moordenaar van zijn vader.[2]

    In 679 was Pepijn een van de leidende edelen in Austrasië. Samen met Martin van Laon leidde hij het verzet tegen de hofmeier Ebroin van Neustrië en Bourgondië, die ook de macht in Austrasië wilde verwerven. De Austrasiërs werden bij Laon verslagen, Martin werd gedood en Pepijn moest vluchten. In 680 werd hij hofmeier van Austrasië. Een jaar later werd Ebroin vermoord, en Pepijn sloot een verdrag met diens opvolger Waratton. In 687 kwam hij echter in conflict met Berthar, de nieuwe hofmeier van Neustrië en Bourgondië. Pepijn versloeg hem in de Slag bij Tertry. Koning Theuderik III benoemde Pepijn tot hofmeier van het gehele rijk en Pepijn erkende Theuderik als enige koning. Berthar overleed eind 688 of begin 689. Vervolgens liet Pepijn zijn zoon Drogo trouwen met Anstrude, dochter van Waratton en weduwe van Berthar.

    In 695 versloeg hij de Friezen, onder aanvoering van Radboud, in de Slag bij Dorestad en veroverde hij alle gebieden ten zuiden van de Rijn. Aan de missionaris Willibrord gaf hij een oud Romeins fort, nu de stad Utrecht, als steunpunt voor zijn zending onder de Friezen. Ook onderwierp hij de Alemannen. In 691 deed hij een schenking aan de abdij van Sint-Arnulf te Metz. In 695 benoemde hij zijn zoon Grimoald II tot hofmeier in Neustrië en zijn zoon Drogo tot hofmeier in Bourgondië.
    Opvolging
    Nadat zijn zonen Drogo (708) en Grimoald (714) nog tijdens zijn leven waren overleden, benoemde Pepijn op aandringen van Plectrudis zijn minderjarige kleinzoon Theudoald, de zoon van Grimoald, tot zijn opvolger. Theudoald was echter nog te jong om zelf te regeren. Toen Pepijn van Herstal op 16 december 714, bijna tachtig jaar oud, plots in Jupille (nu een deel van de Luikse agglomeratie in het moderne België) overleed, zou Plectrudis voorlopig het regentschap uitoefenen.[3] Zijn rechtmatige kleinkinderen riepen zichzelf inderdaad uit tot Pepijn van Herstals ware opvolgers, en probeerden met de hulp van Plectrudis hun positie als hofmeier van het paleis in stand te houden. Karel Martel, de oudste zoon van zijn tweede vrouw, had echter de gunst van de Austrasische adel gewonnen. Hij had zich bewezen als een krachtig militair, die zijn volgelingen door succesvolle plundertochten van omvangrijke buit kon voorzien. Ondanks de inspanningen van Plectrudis, die hem enige tijd gevangen liet zetten,[4] slaagde

    Gezin/Partner: Alpaida. Alpaida is geboren in 670; is gestorven vóór 714. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 4. Hofmeier Austrasië Karel Martel  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren op 23 aug 689 in Herstal; is gestorven op 22 okt 741 in Quierzy; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.


Generatie: 4

  1. 4.  Hofmeier Austrasië Karel Martel Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (3.Pepijn3, 2.Ansegisus2, 1.Doda1) is geboren op 23 aug 689 in Herstal; is gestorven op 22 okt 741 in Quierzy; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Karolingen
    • Recordnummer: 6469

    Aantekeningen:

    Karel Martel (Herstal of Andenne(?), 23 augustus 689 – Quierzy, 22 oktober 741) was hofmeier van Austrasië. Hij reorganiseerde het Frankische leger en bestuur en wist daarmee met succes zowel zijn binnenlandse als buitenlandse tegenstanders, met name de Arabieren, Friezen en Saksen het hoofd te bieden. Zijn macht werd zo groot dat hij de plaats van de Merovingische koningen innam, zonder zichzelf tot koning uit te roepen.

    Karel wordt beschouwd als stamvader en naamgever van de Karolingen. Hij was zoon van Pepijn II en diens tweede vrouw in bigamie Alpaida,[2] en is begraven in de abdij van Saint-Denis. Zijn bijnaam Martel (klemtoon op de laatste lettergreep: Martèl) komt van het Latijnse martellus, hamer.

    Karel werd geboren uit een twijfelachtig huwelijk van zijn vader Pepijn van Herstal. Pepijn was al getrouwd met de aristocratische Plectrudis en Karels moeder was vermoedelijk uit de lagere adel afkomstig. Volgens Alexander van Roes (13e-eeuwse schrijver) was Plectrudis zeer dominant en toen Karel werd geboren, durfde de boodschapper die dit nieuws aan Pepijn kwam brengen, daar niet openlijk over te spreken omdat Plectrudis ook aanwezig was. De boodschapper en Pepijn (die hem heel goed begreep) spraken over de "kerel die was gekomen", zo heeft Karel zijn toen ongewone naam gekregen.[4]

    Toen in 714 Karels halfbroer Grimoald II werd vermoord,[5] had Pepijn geen zoons meer uit het huwelijk met Plectrudis en was Karel zijn oudste levende zoon.[6] Plectrudis zorgde er echter voor dat Pepijn Karel en zijn jongere broer Childebrand uitsloot van de opvolging, en zijn minderjarige kleinzoon Theudoald (zoon van Grimoald) als opvolger benoemde.[5] Toen Pepijn van Herstal nog in december van datzelfde jaar overleed, werd Theudoald inderdaad tot hofmeier voor het gehele Frankische rijk benoemd, met Plectrudis als regentes. Plectrudis liet Karel gevangennemen en sloot hem op in Keulen (of Aken)

    De adel in Neustrië en Bourgondië zag in het bewind van de minderjarige Theudoald zijn kans zich te bevrijden van de Austrasische dominantie en koos in 715 Raganfrid als hofmeier.[8] Hierdoor was de situatie ontstaan, zoals in de kaart is weergegeven (Aquitanië was in die tijd een onafhankelijk Frankisch hertogdom). Ook de Friezen onder hun koning Radbod, profiteerden van de situatie door de gebieden die ze aan Pepijn van Herstal hadden verloren, waaronder Utrecht en omgeving, weer terug te veroveren. Raganfrid en Radboud sloten een bondgenootschap en vielen Austrasië aan. Een factie van de Austrasische adel besloot dat ze onder deze omstandigheden een volwassen hofmeier nodig hadden, en bevrijdden Karel uit zijn gevangenschap.[9] Ze waren echter te laat om Karel een volwaardig leger te laten opbouwen. In 716 vielen Raganfrid en Radboud, die met een vloot over de Rijn kwam, Theudoald en Plectrudis in Keulen aan. Karel probeerde de stad nog te ontzetten, maar moest zich na de eerste schermutselinge

    Na de verovering van Keulen wist Karel snel terug te slaan. Het Neustrische leger en een deel van de Friezen trokken door de Ardennen naar huis. Hun gezamenlijke leger was nog steeds veel groter dan het leger van Karel, maar hij wist door verrassing en list (hij veinsde op de vlucht te slaan, waardoor hij een achtervolging uitlokte, die hij vervolgens in een hinderlaag wist te lokken) de Slag bij Amel (Amblève) in zijn voordeel te beslissen. Hij kreeg bij die gelegenheid ook weer het grootste deel van de Austrasische schatkist in handen.

    In 717 voerde Karel zelf een veldtocht naar Neustrië. Op 21 maart van dat jaar boekte hij een beslissende overwinning bij Kamerijk.[10] Hij achtervolgde Chilperic II en zijn hofmeier tot aan Parijs. Daarna keerde hij terug naar huis, versloeg de aanhang van Plectrudis en veroverde Keulen. Hij riep vervolgens Chlotarius IV uit tot koning van het gehele rijk, met hemzelf als hofmeier. Karel benoemde ook een nieuwe bisschop in Reims. In 718 verbonden Chilperik en Raganfrid zich met Odo van Aquitanië; in de Slag bij Soissons werd hun leger echter opnieuw verslagen. Odo vluchtte terug naar zijn hertogdom en leverde in ruil voor vrede Chilperik II en diens hofmeier uit aan Karel. Odo erkende Karel als de rechtmatige hofmeier en Karel erkende Odo als hertog. Opmerkelijk is dat Karel al zijn verslagen tegenstanders ongemoeid liet.

    Campagnes tegen de noordelijke buurvolken

    Nadat hij in 718 zijn macht had gevestigd in het Frankische Rijk, begon Karel een programma om het Frankische gezag over de noordelijke buurvolken te herstellen en zijn noordelijke grenzen te beveiligen. In 718 versloeg hij de Saksen en verwoestte Westfalen.[11] Na de dood van Radbod heroverde hij vervolgens in 720 de verloren Friese gebieden en stelde Willibrord in staat om de zending vanuit Utrecht te hervatten. Van 720 tot 723 voerde Karel campagnes tegen de Beieren, waarin hij werd gesteund door de Alemannen. Hertog Hugbert van Beieren erkende uiteindelijk het gezag van Karel.[12] Toen Karel langere tijd in Beieren verbleef, kwam Raganfrid (nog altijd graaf van Anjou) in opstand. Deze opstand wordt in 724 door Karel onderdrukt.

    In 730 versloeg hij de Alemannen en doodde hun hertog Lantfrid.[13] Karel benoemde geen opvolger, wat betekende dat hij zelf het feitelijke gezag over de Alemannen kon uitoefenen. In 734 versloeg hij de Friezen en doodde hun aanvoerder Poppo. Friesland ten westen van de Lauwers werd ingelijfd.
    Opbouw van het leger – conflict met de kerk

    Toen Karel hofmeier werd, bestond er geen georganiseerd Frankisch leger. In tijden van oorlog verzamelden de lokale bestuurders hun weerbare mannen en stelden zich onder aanvoering van hun hertog. Doordat Karel steeds in oorlog was en zich bovendien bewust was van het dreigende gevaar van de Arabieren, voerde hij radicale veranderingen door. Karel vormde een strijdmacht van trouwe veteranen om in een beroepsleger, dat door de staat werd betaald en bewapend. Hiermee beschikte Karel altijd over een krachtige, trouwe en snel inzetbare legermacht, die in tijden van oorlog altijd kon worden aangevuld met de gebruikelijke strijders uit de bevolking. Het leger dat Karel vormde, bestond in eerste instantie uit zware infanterie. Toen de stijgbeugel werd geïntroduceerd, konden ruiters ook actief deelnemen aan de strijd, en begon Karel ook aan de opbouw van een zware cavalerie. Dit moment moet rond 735 zijn geweest omdat hij tijdens de Slag bij Poitiers in 732 nog geen cavalerie had, terwijl deze bij de slag aa

    Karel financierde zijn leger door kerkelijke bezittingen in beslag te nemen. De bisschoppen dreigden daarop om Karel te excommuniceren, wat alleen werd voorkomen doordat Bonifatius krachtige steun aan Karel gaf.
    Slag bij Poitiers
    Zie Slag bij Poitiers (732) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

    Karel Martel staat het meest bekend om zijn overwinning in de Slag bij Poitiers in 732, die traditioneel wordt gezien als de 'redding van Europa van de Arabieren'. Tegenwoordig wordt de betekenis van deze veldslag genuanceerd: het was vermoedelijk niet meer dan een van de militaire acties in de grensconflicten tussen de Arabieren en het hertogdom Aquitanië die toen geregeld plaatsvonden. Het was niet de eerste keer dat de Arabieren werden verslagen door de Franken (in 721 had Odo van Aquitanië hen bij een verrassingsaanval verslagen tijdens het beleg van Toulouse). Het was ook niet hun noordelijkste expeditie – in 725 hadden ze Autun geplunderd en zonder succes Sens belegerd – en evenmin het einde van hun activiteiten in het Frankenrijk. Odo had een bondgenootschap gesloten met de emir van Catalonië, maar toen die in opstand kwam tegen de emir van Andalusië, kwam die in de problemen. Nadat de opstand was onderdrukt, viel een Andalusisch leger Aquitanië binnen, veroverde Bordeaux en versloeg O

    Karel stelde zijn leger (zware infanterie) op in een defensieve positie op een beboste heuvel tussen Poitiers en Tours. Karels plan was om de Arabieren te laten aanvallen omdat hun cavalerie-charge tegen de helling op in een bos veel van zijn kracht zou verliezen. De Franken waren goed voorzien en warm gekleed (het was oktober) en konden hun positie lang volhouden. Na een week van afwachten viel de Arabische cavalerie aan. De slag zou twee dagen hebben geduurd zonder een duidelijke uitkomst. De volgende dag waren de Moren weggetrokken omdat ze bang waren dat de Franken hun buit zouden roven.

    Na deze veldslag had Karel ook de controle over Aquitanië.
    Consolidatie van de macht (732-737)

    Na de slag bij Poitiers gaat Karel door met het consolideren van zijn macht. Van 732 tot 735 vervangt hij de Bourgondische hertog en graven door zijn eigen getrouwen. Wanneer in 735 hertog Odo van Aquitanië aftreedt, wordt diens zoon Hunold tegen Karels zin (hij wilde zelf hertog worden) tot hertog gekozen door de adel. Karel erkent Hunold, die op zijn beurt Karel als heer erkent.

    Wanneer in 737 koning Theuderik IV overlijdt, laat Karel de positie van koning vacant. Hoewel hij zich niet zelf tot koning uitroept, is het duidelijk dat hij alleen de macht heeft.
    Arabische invasie van 737

    De hertog van Provence, Maurontius, wilde meer zelfstandigheid ten opzichte van Karel Martel en sloot in 737 een bondgenootschap met de Arabieren uit Narbonne en hielp ze om Avignon te bezetten. Karel stuurde zijn broer Childebrand om de stad te belegeren en sloot zich later bij hem aan. Met stormrammen en touwladders werd de stad ingenomen en tot de grond toe afgebrand. Maurontius vluchtte naar de Alpen, waarna niets meer van hem werd vernomen.

    Karel belegerde daarna Narbonne. Een Arabisch leger dat de stad kwam ontzetten, werd vernietigend verslagen tijdens de slag aan de rivier de Berre. Karel dankte deze overwinning aan de inzet van zijn zware cavalerie, waar de Arabieren niet op hadden gerekend. De belangrijkste Arabische steden in Septimanië werden veroverd, behalve Narbonne. Moderne historici vinden deze overwinningen belangrijker dan die van Poitiers omdat hier echt van een doelgerichte Arabische invasie kan worden gesproken. Later in het jaar volgde nog een campagne tegen de Provence; Karel veroverde onder andere Arles en Aix – met hulp van de Longobarden.
    Laatste jaren (737-741)
    In 739 bood Paus Gregorius III Karel de titel van consul van Rome aan, in ruil voor hulp tegen de Longobarden. Karel sloeg dit aanbod af omdat hij over goede banden met de Longobarden beschikte. In deze periode werd zijn gezag verder versterkt doordat Karel verdere veldtochten voerde tegen Beieren, Allemanië, Saksen en Aquitanië.

    Overleden:
    Karel Martel stierf op 22 oktober 741 in Quierzy-sur-Oise in wat nu het departement Aisne in Hauts-de-France is.[14] Hij werd begraven in de Basiliek (sinds 1966 Kathedraal) van Saint-Denis nabij Parijs. Zijn gebieden waren al een jaar eerder onder zijn volwassen zonen verdeeld: Carloman kreeg Austrasië en Alemannië (met Beieren als een vazalstaat) en Pepijn de Korte kreeg Neustrië en Bourgondië (met Aquitainië als vazalstaat). De toen minderjarige Grifo kreeg niets, hoewel sommige bronnen aangeven dat er over gesproken was hem een strook land tussen Neustrië en Austrasië te geven.

    Karel is getrouwd met Rotrude van Trier in 709 (religious). Rotrude is geboren in 690 in Austrasië; is gestorven in 724. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 5. Hofmeijer Pepijn de Korte  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 714 in Jupille sur Meuse; en is gestorven; is begraven op 24 sep 768 in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.


Generatie: 5

  1. 5.  Hofmeijer Pepijn de Korte Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (4.Karel4, 3.Pepijn3, 2.Ansegisus2, 1.Doda1) is geboren in 714 in Jupille sur Meuse; en is gestorven; is begraven op 24 sep 768 in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Karolingen
    • Recordnummer: 6467
    • Titel: Koning der Franken

    Aantekeningen:

    Pepijn (of Pippijn) (Jupille-sur-Meuse, 714[1] - Saint-Denis, 24 september 768[2]), de Korte of de Jongere genaamd, was vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 tot zijn dood de eerste koning der Franken uit het Karolingische huis.

    Hij was een zoon van Karel Martel en Rotrude van Trier.[3] Hij trouwde met Bertrada van Laon, dochter van Charibert van Laon.[4] Omdat hij was genoemd naar zijn grootvader, Pepijn van Herstal, die op zijn beurt ook genoemd is naar zijn grootvader, Pepijn van Landen, beiden hofmeiers, wordt Pepijn de Korte ook wel genummerd als Pepijn III. Pepijn is de vader van Karel de Grote.
    Jeugd

    Pepijn werd in 714 geboren in een geslacht van machtige hofmeiers maar ten tijde van zijn geboorte was zijn vader nog lang niet zeker van zijn positie. Pas na enkele jaren van burgeroorlog kon Karel Martel zich in 719 als hofmeier van alle Franken vestigen.
    Gedeelde regering met Carloman
    Hofmeier Karel Martel verdeelt het Frankenrijk tussen Pepijn en Carloman. Grandes Chroniques de France (14e eeuw) door Maître de Fauvel, Bibliothèque Nationale in Parijs.

    In 741 stierf Karel, in naam nog hofmeier maar in de praktijk koning van de Franken. Karel had niet eens de moeite genomen om de schijn op te houden en na de dood van de laatste koning had hij de positie vacant gelaten. Pepijn en zijn broer Carloman volgden hun vader op als hofmeier en de facto heersers van het koninkrijk tijdens een interregnum (737-743).[5] Pepijn kreeg het gezag in het westelijk deel van het rijk (Aquitanië, Neustrië, Bourgondië, de Provence en de gebieden rond Metz en Trier), Carloman regeerde in het oostelijk deel (de rest van Austrasië, Thüringen, Alemannië en Beieren). Hun halfbroer Grifo kreeg enkele graafschappen in het westen van Austrasië. Aquitanië, Alemannië en Beieren waren onderworpen aan het Frankisch gezag maar behielden een hoge mate van zelfstandigheid.[6]

    De bijzondere verdeling van het westelijke grensgebied van Austrasië was vermoedelijk gebaseerd op een tweede verdeling: naast de regering moest ook het familiebezit worden verdeeld. En het familiebezit van de Karolingen lag in de dalen van de Maas en de Moezel. Het lijkt erop dat Pepijn de bezittingen in het Moezeldal kreeg, Carloman die in het Maasdal en dat ook Grifo enkele restanten kreeg.
    Consolidatie van de macht

    In 742 bakenen Pepijn en Carloman hun domeinen af tijdens een bijeenkomst in Naintré. Grifo wordt in Laon gevangengenomen en gedwongen om in een klooster in te treden. Ze voeren samen veldtochten in Aquitanië en Alemannië.

    De broers halen in 743 de Merovingische troonpretendent Childerik III uit het klooster en maken hem koning, vermoedelijk als zet tegen de hertogen van Allemanië, Beieren en Aquitanië, die ontevreden zijn over de behandeling van Grifo.[7] Ze verslaan aan de Lech een verbonden Beiers-Alemannisch leger dat wordt ondersteund door Saksische en Slavische hulptroepen. Het jaar daarop (744) verslaat Pepijn de opstandige Alemannen in de Elzas.

    In 745 laat Carloman het grootste deel van de adel van de Alemannen (wegens verraad) doden tijdens een landdag in Cannstatt (tegenwoordig een wijk in Stuttgart). Het verzet van de Alemannen is hiermee definitief gebroken. De hertog van Aquitanië heeft gebruikgemaakt van de verwikkelingen in Allemanië door Neustrië aan te vallen. Hij wordt op zijn beurt ook door de broers verslagen.

    Carloman treedt in 747, vermoedelijk onder dwang, in een klooster. Hij benoemt zijn zoon Drogo tot zijn opvolger en beveelt hem aan in de bescherming van Pepijn, maar Drogo wordt al snel door Pepijn terzijde geschoven. Pepijn is nu alleen hofmeier (dux et princeps Francorum).[8] Grifo ontsnapt naar Beieren, waar zijn moeder, Swanahilde, de tweede vrouw van Karel Martel, vandaan komt, Pepijn dwingt hertog Odilo van Beieren om zijn gezag te erkennen.

    Wanneer in 748 Odilo van Beieren sterft, probeert Grifo in Beieren de macht te grijpen. Pepijn valt Beieren binnen en installeert de minderjarige Tassilo III als hertog. Hij benoemt Grifo tot markgraaf van de Bretonse mark.
    Kerkelijke hervormingen

    In 743 zijn op voorstel van Bonifatius in Austrasië hervormingen doorgevoerd in de kerk. Deze zijn gericht op handhaving van het celibaat en het opgeven van de onmatige manier van leven van de geestelijkheid. In 744 roept Pepijn een concilie bijeen te Soissons om de hervormingen ook in Neustrië door te voeren. Pepijn paaide de ontstemde geestelijkheid door eerder door zijn vader in beslag genomen kerkbezittingen weer terug te geven.
    Regering als koning

    Naast zijn actie in Beieren in 748 is van de eerste jaren van de regering van Pepijn als enige hofmeier alleen bekend dat hij in 749 bezittingen schenkt aan de Abdij van Prüm.[9]
    Paus Stefanus II ontvangt land van Pepijn de Korte in 754.

    In 751 sluit Pepijn een overeenkomst met paus Zacharias.[10] De paus is ernstig in het nauw gebracht door de Longobarden die van de interne problemen in het Byzantijnse Rijk gebruik maakten door eerst Ravenna te veroveren en vervolgens Rome te bedreigen. Als wederdienst steunde de paus Pepijn in zijn streven om zelf koning te worden. Volgens de overlevering vroeg Pepijn aan de paus wie koning moest zijn: diegene die de titel droeg of hij die de eigenlijke macht uitoefende.[10] Tijdens een landdag in Soissons werd Childerik III, de laatste koning van de Merovingen, afgezet en gedwongen in te treden in het Abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars, en werd Pepijn tot koning gekozen.[11]

    In 752 zendt Pepijn Chrodegang naar Rome als gezant naar de nieuwe paus Stefanus II (III). Voordat Pepijn tegen de Longobarden kan optrekken, moet hij eerst nog enkele andere zaken afwikkelen. In 753 verslaat hij de Saksen en in datzelfde jaar wordt zijn halfbroer Grifo bij Maurienne gedood, wanneer hij de Alpen wil oversteken om zich bij de Longobarden aan te sluiten.[12]

    In 754 reist paus Stefanus II naar Pepijn om het bondgenootschap tegen de Longobarden te bevestigen en zalft Pepijn en zijn zoons opnieuw.[13] De Frankische edelen zweren op straffe van excommunicatie om alleen nakomelingen van Pepijn als koning te kiezen. Pepijn belooft op zijn beurt aan de paus een eigen staat rond Rome, onder zijn bescherming. Deze gift van land staat bekend als de Donatie van Pepijn. Carloman komt uit zijn klooster in Italië en trekt als onderhandelaar namens de Longobarden naar zijn broer, hij verblijft bij zijn schoonzuster Bertrada. Zijn missie blijft zonder succes, maar is vermoedelijk wel de aanleiding dat zijn zoon Drogo gedwongen wordt om in een klooster te treden. Carloman sterft korte tijd later in Vienne.
    Pepijn de Korte verdrijft een Arabisch leger uit Narbonne in Septimanië (759). Franse gravure van Emile Bayard (19e eeuw)

    In 755 belegert Pepijn de Longobarden in hun hoofdstad Pavia en sluit een vredesovereenkomst met hun koning Aistulf.[14] In 756 verbreekt Aistulf de bepalingen van het verdrag en belegert de paus in Rome. Pepijn trekt opnieuw naar Italië en dwingt de Longobarden om het exarchaat Ravenna af te staan, dat hij vervolgens aan paus Stephanus II schenkt.[15] Dit leidt tot spanningen met de Byzantijnen, omdat Ravenna voor de verovering door de Longobarden Byzantijns was. Pepijn wordt door de paus tot Patricius van Rome benoemd.

    Terug in eigen land voert hij een monetaire hervorming door waarbij de zilveren denarius als eenheidsmunt wordt ingevoerd. In 757 voert hij oorlog tegen de Saksen en dwingt hij Tassilo III van Beieren een eed van trouw aan hem af te leggen. In 758 volgt nog een campagne tegen de Longobarden en in 759 verdrijft hij de Arabieren uit Septimanië.

    In 760 begint Pepijn een campagne tegen hertog Waifar van Aquitanië. Hij slaagt erin zijn macht over dit hertogdom systematisch van noord naar zuid uit te breiden. In 761 verwoest hij de stad Clermont-Ferrand en schenkt, onder bedreiging van excommunicatie, grote sommen voor herbouw van de kerk. Gedwongen door een hongersnood moet hij zijn campagnes in 764 opschorten maar na het overlijden van Waifar weet hij zijn macht over Aquitanië definitief te vestigen.
    Graf van Pepijn en Bertrada (beelden uit de gotiek

    De bijnaam "de Korte" die veel wordt gebruikt lijkt geen enkele historische grond te hebben maar door middeleeuwse geschiedschrijvers te zijn geïntroduceerd. Pepijn zet het binnenlandse beleid van zijn vader voort (ontwikkeling naar feodale structuren, opbouw zware cavalerie) en legt het huwelijks- (en scheidings-) recht vast. Ook stelt hij een hofkapel en een kanselarij in, en bereidt een hervorming van de liturgie voor.

    Pepijn sterft in Saint-Denis in 768, en werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis naast zijn vrouw Bertrada van Laon.Tijdens de Franse Revolutie is zijn graf, net als de andere Franse koningsgraven geschonden en leeggehaald.[16] Volgens zijn eigen wens is hij begraven met zijn gezicht naar beneden, als boetedoening.[17] Zijn rijk wordt verdeeld door zijn zonen Karel en Carloman.[18]
    Familie en kinderen

    In zijn eerste huwelijk was Pepijn getrouwd met Leutberga, een prinses uit het Donaugebied. Zij hadden vijf kinderen. Hij verstoot haar voor Bertrada van Laon. Door te nauwe verwantschap zijn er jaren nodig voordat de kerk het huwelijk met Bertrada erkent. In 762 wil Pepijn haar verstoten maar dat mislukt door verzet van de paus. Pepijn en Bertrada hadden de volgende kinderen:

    Karel de Grote
    Carloman I
    Gisela (757 - Chelles, 30 juli 810). In 765 verloofd met de latere keizer Leo IV van Byzantium maar de verloving werd verbroken. In 788 tot abdis van Chelles benoemd.
    Pepijn (759-761)
    Chrotais, jong overleden, begraven in de abdij van St Arnulf in Metz.
    Adelais, jong overleden, begraven in de abdij van St Arnulf in Metz.
    mogelijk nog twee onbekende dochters, waarvan er een door Maximinus van Trier zou zijn genezen van een ernstige ziekte.

    Pepijn is getrouwd met Koningin-Gemalin van Frankrijk Bertrada van Laon in 740 (religious). Bertrada is gedoopt in mei 720; is gestorven in Choisy-au-Bac, klooster; is begraven op 12 jul 783 in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 6. Koning der Franken Karel de Grote Keizer  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is gedoopt op 2 apr 748 in Aken; is gestorven in Aken; is begraven op 28 jan 814 in Dom van Aken, Aken, Keulen, Noordrijn-Westfalen, Duitsland.
    2. 7. Koning der Franken Carloman I  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is gedoopt op 28 jun 751 in Soissons; en is gestorven; is begraven op 4 dec 771 in Samoussy.




Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.