Adelheid van Poitiers

Vrouwelijk 945 - 1004  (59 jaar)


Generaties:      Standaard    |    Compact    |    Verticaal    |    Alleen tekst    |    Register    |    Tabellen    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  Adelheid van Poitiers is geboren in 945; is gestorven in 1004.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Aquitanië
    • Recordnummer: 14616

    Gezin/Partner: Koning van Frankrijk Hugo Capet. Hugo (zoon van Graaf van Auxerre Hugo de Grote en Hedwig van Saksen) is geboren in 00 941 in Dourdan; is gestorven op 24 okt 996 in Les Juifs, bij Chartres; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 2. Koning van Frankrijk Robert II van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is gedoopt op 27 mrt 972 in Orléans; is gestorven op 20 jul 1031 in Melun; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.


Generatie: 2

  1. 2.  Koning van Frankrijk Robert II van Frankrijk Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (1.Adelheid1) is gedoopt op 27 mrt 972 in Orléans; is gestorven op 20 jul 1031 in Melun; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Capetingen
    • Recordnummer: 14611
    • Titel: Graaf van Auxerre
    • Titel: Hertog van Bourgondië

    Aantekeningen:

    Robert was zoon van koning Hugo Capet. Hij kreeg een voor die tijd bijzonder goede opvoeding. Zijn leraar was Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II. Daardoor had Robert een voorliefde voor muziek, dichtkunst en religie. Doordat hij tijdens zijn regering bovendien streng optrad tegen ketters, kreeg hij de bijnaam "de Vrome". In 987 werd Robert gekroond tot medekoning naast zijn vader, om zijn kansen voor de opvolging zo groot mogelijk te maken.[3] Robert wilde trouwen met Bertha van Bourgondië, maar omdat ze verwant waren in de zesde graad, was dit tegen de wetten van de kerk en Hugo weigerde daarom in dit huwelijk in te stemmen. In plaats daarvan probeerde Hugo om Robert met een Byzantijnse te laten trouwen en toen dat niet lukte arrangeerde hij in 989 een huwelijk met de ongeveer 20 jaar oudere Suzanna van Italië. Zij was weduwe van Arnulf II van Vlaanderen en moeder van de minderjarige Boudewijn IV van Vlaanderen. Door dit huwelijk kreeg de kroon een sterke invloed in een van

    Als kroonprins speelde Robert een actieve rol. Hij nam deel aan de gevechten tegen Karel van Neder-Lotharingen om Laon. In 991 verhinderde hij Franse bisschoppen om deel te nemen aan een synode in Mousson, dat toen in Duitsland lag. In 991 en 994 was hij voorzitter van concilies in Frankrijk. In 996 overleed zijn vader en werd Robert koning. Robert scheidde direct van Suzanna om te kunnen trouwen met Bertha, die inmiddels weduwe was van Odo I van Blois. Wel behield hij de bruidsschat van Suzanna, zo genaamd om die voor haar te beheren. Wegens de bloedverwantschap met Bertha en de onwettige scheiding van Suzanna, stond Robert onder grote druk van de kerk om zijn huwelijk met Bertha te ontbinden. Toen hij bleef weigeren, werd het echtpaar uiteindelijk geëxcommuniceerd door paus Gregorius V.

    Robert volhardde zijn verzet tegen de kerk en bleef getrouwd met Bertha tot 1003. Toen wilde hij het hertogdom Bourgondië rechtstreeks aan de kroon brengen en was de excommunicatie een te grote politieke handicap. Na onderhandelingen met paus Silvester II, zijn oude leermeester, scheidde hij van Bertha en trouwde met Constance van Arles. De excommunicatie werd ongedaan gemaakt. Zijn politieke en militaire pogingen om de macht in Frans Bourgondië direct in handen te krijgen, mislukten echter door de tegenstand van de lokale adel en bisschoppen. Robert zette naast zijn huwelijk zijn relatie met Bertha gewoon voort. Het hof werd daardoor verdeeld in twee vijandige kampen. Het huwelijk met Constance zorgde wel voor erfgenamen maar was verder een grote mislukking.

    In 1005 veroverde Robert Auxerre, in 1015 volgde Sens en in 1016 had Robert eindelijk het hertogdom Bourgondië in handen. In deze periode trok hij samen met Bertha naar Rome, om hun zaak bij de paus te bepleiten maar die wilde niet toestemmen in een hernieuwd huwelijk. In 1020 overleed Stefanus I van Champagne en probeerde Robert om diens graafschappen aan de kroon te laten hechten. Robert kwam daardoor in conflict met Stevens erfgenaam (en Bertha's zoon) Odo II van Blois. In 1023 moest Robert uiteindelijk toestaan dat Odo de graafschappen van Stefanus in bezit nam. Robert sloot daarop direct een bondgenootschap met keizer Hendrik II om Odo's macht te beteugelen. Dit had enig succes want Odo moest Reims opgeven aan de bisschop en hij moest Dreux overdragen aan Robert. Na de dood van Hendrik kwam Robert in 1024 tot een vergelijk met Odo en steunde hij de tegenstanders van Koenraad II de Saliër. Een poging om Metz te veroveren mislukte. Een aanbod om koning van Italië te worden sloeg hij af.

    Overleden:
    In de laatste jaren van zijn leven was Robert in open oorlog met zijn zonen Hendrik en Robert, die door hun moeder werden gesteund.
    Tijdens de burgeroorlog tegen zijn eigen zonen stierf Robert II op 20 juli 1031 bij Melun.
    Hij werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis en uiteindelijk werd hij opgevolgd door zijn zoon Hendrik I

    Robert is getrouwd met Gravin Gemalin van Vlaanderen Suzanna van Italië in 988 (religious). Suzanna is geboren in 950; is begraven op 26 jan 1003 in St. Pietersabdij, Gent, Oost Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Robert is getrouwd met Bertha in 996 (religious). Bertha en is gestorven. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Robert is getrouwd met Constance d'Arles in 1003 (religious). Constance is geboren in 986; is gestorven op 25 jul 1034 in Melun; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 3. Hertog van Bourgondië Hendrik I van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is gedoopt vóór 17 mei 1008 in Reims; is gestorven op 4 aug 1060 in Vitry en Brie; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.
    2. 4. Gravin van Vlaanderen Adela van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 1009; is gestorven op 8 jan 1079 in Mesen; is begraven in Mesen, Abdij.


Generatie: 3

  1. 3.  Hertog van Bourgondië Hendrik I van Frankrijk Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (2.Robert2, 1.Adelheid1) is gedoopt vóór 17 mei 1008 in Reims; is gestorven op 4 aug 1060 in Vitry en Brie; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Capetingen
    • Recordnummer: 14605
    • Titel: Koning van Frankrijk

    Aantekeningen:

    Hendriks verdere regering werd bepaald door de opkomende macht van Normandië en diplomatie met Duitsland. In 1043 was een eerste bespreking met keizer Hendrik III te Carignan (Ardennes), over diens huwelijk met Agnes van Poitou. In 1048 was er een tweede bespreking met Hendrik te Carignan. Een jaar later kwam Hendrik in conflict met de paus. Hendrik verbood zijn bisschoppen om een concilie te Reims bij te wonen maar de bisschoppen die hem gehoorzaamden werden afgezet of geëxcommuniceerd. In 1056 had Hendrik een derde bespreking met keizer Hendrik te Carignan. Hierbij maakte Hendrik aanspraken op het hertogdom Lotharingen en daagde de keizer zelfs uit tot een tweegevecht om de kwestie te beslissen. Keizer Hendrik vertrok echter bij nacht in het geheim uit Carignan, en bleef gewoon leenheer van Lotharingen.
    Huwelijk van Hendrik en Anna (miniatuur uit een 14e-eeuws manuscript).

    Hendrik steunde in 1047 nog de jonge Willem de Veroveraar, zoon van zijn oude bondgenoot Robert, tegen zijn opstandige vazallen in de slag bij Val-ès-Dunes bij Caen. Hierdoor wist Willem definitief het gezag over zijn hertogdom te vestigen. Na zijn huwelijk met Mathilde van Vlaanderen, werd Willems positie echter zo sterk, dat hij een bedreiging werd voor Hendrik. In 1054 trok Hendrik op tegen Normandië, maar werd verslagen toen de Normandiërs bij nacht het Franse kamp bij Mortemer (Seine-Maritime) overvielen. In 1057 deed Hendrik een tweede poging om Willem te onderwerpen, maar bij Varaville werd Hendrik door Willem verslagen, doordat die handig gebruik wist te maken van de rivier en het moeras in het landschap.

    Overleden:
    In 1059 liet Hendrik zijn zoon Filips tot medekoning kronen. In 1060 stichtte hij een kapittel van Sint Maarten in Parijs.
    Hendrik stierf op 4 augustus 1060 in Vitry-en-Brie. Hij werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis.
    Hendrik werd opgevolgd door zijn zoon Filips, die toen 8 jaar oud was. Hendriks weduwe, Anna van Kiev, was zes jaar lang regent.

    Hendrik is getrouwd met Koningin van Frankrijk Mathilde van Friesland in 1034 (religious). Mathilde is gestorven in 1044. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 5. NN van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 1040; is gestorven in 1044.

    Hendrik is getrouwd met Koningin-Gemalin van Frankrijk Anna van Kiev op 19 mei 1051 (religious). Anna (dochter van Jaroslav de Wijze van Kiev en Ingegerd van Zweden) is geboren in 1024; is gestorven op 5 sep 1075 in Of 5-9-1078; is begraven in La Ferté Alais, abdij. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 6. Koning van Frankrijk Filips I van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is gedoopt op 23 mei 1052 in Champagne et Fontaine; is gestorven op 29 jul 1108 in Melun, kasteel; is begraven in Abdij van Fleury, Saint Benoît sur Loire, Centre-Val de Loire, Loire, Frankrijk.

  2. 4.  Gravin van Vlaanderen Adela van Frankrijk Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (2.Robert2, 1.Adelheid1) is geboren in 1009; is gestorven op 8 jan 1079 in Mesen; is begraven in Mesen, Abdij.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Recordnummer: 14655

    Aantekeningen:

    De zalige Adela van Mesen, geschiedkundig bekend als Adela (Adelheid) van Frankrijk, (1009 of 1014 - Mesen, 8 januari 1079) was een dochter van koning Robert II van Frankrijk en van Constance van Arles.

    Levensloop

    Adela was eerst verloofd met Richard III van Normandië maar trouwde na diens overlijden met graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Haar bruidsschat was Corbie. Hun kinderen waren:

    Boudewijn VI van Vlaanderen
    Mathilde van Vlaanderen
    Robrecht I van Vlaanderen

    Adela speelde een belangrijke rol in de hervorming van de kerkelijke instellingen van het graafschap. Ook was ze betrokken bij de stichting van de kapittels van Ariën (1049), Rijsel (1050) en Harelbeke (1064) en de abdijen van Mesen (1057) en Ename (1063). Na Boudewijns (V) overlijden in 1067 trok zij naar Rome en kreeg uit de handen van de paus de sluier van een non, en trok zich terug in de abdij van Mesen. Desondanks probeerde ze in 1071 nog steun te vinden voor haar kleinzoon Arnulf III van Vlaanderen tegen haar zoon Robrecht. Zij is begraven in de abdij van Mesen

    Adela is getrouwd met Markgraaf van Valencijn Boudewijn V van Rijsel in 1028 (religious). Boudewijn (zoon van Graaf van Saint Pol Boudewijn IV van Vlaanderen en Otgiva van Luxemburg) is geboren in 1013; is gestorven in Rijsel; is begraven op 1 sep 1067 in St. Pietersabdij, Gent, Oost Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 7. Graaf van Holland Robrecht I van Vlaanderen  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 1029; is gestorven op 13 okt 1093 in Kasteel van Wijnendale; is begraven in Kassel, Sint Pietersabdij.


Generatie: 4

  1. 5.  NN van Frankrijk Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (3.Hendrik3, 2.Robert2, 1.Adelheid1) is geboren in 1040; is gestorven in 1044.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • CREA: 3 nov 2024


  2. 6.  Koning van Frankrijk Filips I van Frankrijk Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (3.Hendrik3, 2.Robert2, 1.Adelheid1) is gedoopt op 23 mei 1052 in Champagne et Fontaine; is gestorven op 29 jul 1108 in Melun, kasteel; is begraven in Abdij van Fleury, Saint Benoît sur Loire, Centre-Val de Loire, Loire, Frankrijk.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Capetingen
    • Recordnummer: 14604

    Aantekeningen:

    Tijdens de eerste 25 jaar van zijn bewind was Filips volop bezig om zijn binnenlandse positie te versterken, ten koste van de grote leenmannen in het noorden van Frankrijk. Hierin was hij niet altijd succesvol. Een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen:

    1068: Filips verwierf de Gâtinais in ruil voor zijn steun aan Fulco IV van Anjou
    1071: Filips verloor de slag bij Kassel tegen Robrecht I de Fries die de macht in Vlaanderen had gegrepen ten koste van de rechtmatige graaf Arnulf III van Vlaanderen. Filips kreeg de abdij van Corbie in ruil voor de erkenning van Robrecht als graaf.
    1072: versterking van de band met Robrecht door een huwelijk met diens stiefdochter Bertha van Holland
    1076: Filips ontzette de stad Dol die door Willem de Veroveraar werd belegerd
    1077: vrede met Willem die stopte met zijn pogingen om Bretagne te veroveren
    1079: Filips stelde het kasteel van Gerberoy ter beschikking van Robert, de opstandige zoon van Willem de Veroveraar
    1082: Filips annexeerde de Vexin
    1090: Filips verwierf Bourges in Berry

    Problemen met de kerk

    Na 1090 werd Filips' bewind beheerst door zijn huwelijksverwikkelingen en de conflicten met de kerk die daaruit voortkwamen: Filips begeerde Bertrada, de mooie en jonge vijfde vrouw van zijn oude vazal Fulco IV van Anjou. Tegelijk vond Filips dat koningin Bertha dik en onaantrekkelijk was geworden. Dus scheidde hij op 15 mei 1092 van haar en verbande haar van het hof. Daarna trouwde Filips met Bertrada. Bertrada was toen nog niet gescheiden van Fulco.

    Niet alle bisschoppen konden dit accepteren en er kwam verzet tegen deze gang van zaken. In 1094 excommuniceerde de aartsbisschop van Lyon het nieuwe paar. Dit werd in 1095 door de paus bevestigd. Onder druk van de excommunicatie verliet Filips Bertrada, waarop de excommunicatie werd opgeheven; Filips en Bertrada gingen echter weer samenwonen en werden opnieuw geëxcommuniceerd. Dit herhaalde zich enkele malen tot 1104. Toen legden Filips en Bertrada een plechtige eed af om te zullen scheiden, en werd de excommunicatie opgeheven. Natuurlijk braken ze hun eed en bleven bij elkaar maar de excommunicatie werd niet opnieuw ingesteld. Als dank gaf Filips tijdens een ontmoeting in Saint-Denis steun aan paus Paschalis II tegen keizer Hendrik V.

    Overleden:
    Koning Filips I overleed in zijn kasteel in Melun op 29 juli 1108. Hij werd begraven bij het klooster van Saint-Benoît-sur-Loire,
    omdat hij vond dat hij niet waardig was om bij zijn voorvaderen in de kathedraal van Saint-Denis te worden bijgezet.

    Gezin/Partner: Bertha van Holland. Bertha (dochter van Graaf van Holland Floris I van Holland en Geertruida van Saksen Billung) is geboren vóór 1058; is gestorven vóór 1094. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 8. Lodewijk VI van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is gedoopt op 1 dec 1081 in Parijs; is gestorven op 1 aug 1137 in Béthisy-Saint-Pierre.

  3. 7.  Graaf van Holland Robrecht I van Vlaanderen Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (4.Adela3, 2.Robert2, 1.Adelheid1) is geboren in 1029; is gestorven op 13 okt 1093 in Kasteel van Wijnendale; is begraven in Kassel, Sint Pietersabdij.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Vlaanderen
    • Recordnummer: 14653
    • Titel: Graaf van Vlaanderen, Artesië en Zeeland
    • Vermelding: van 1086 tot 1091; Pelgrimstocht naar Jeruzalem

    Aantekeningen:

    Jongere jaren

    Robrecht de Fries was de tweede zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen en van Adela van Frankrijk. Volgens Lampert van Hersfeld trok hij als jonge man de wereld rond en streed hij in Spanje en Griekenland, maar die verhalen berusten op fantasie. Vermoedelijlk verbracht hij zijn jeugd gewoon in Vlaanderen, tot zijn vader hem koppelde aan Geertruida van Saksen, de weduwe van graaf Floris I.
    Regent van West-Frisia

    Na zijn huwelijk met Geertruida in 1063, vestigde Robrecht zich in West-Frisia. Dit graafschap was vanouds een deel van Frisia, vandaar dat Robrecht al tijdens zijn leven de bijnaam "de Fries" kreeg. Hij deed ten gunste van zijn oudere broer Boudewijn VI, en diens zoon Arnulf III, afstand van zijn aanspraken op het graafschap Vlaanderen. In het najaar van 1070 werden Robrecht en zijn gezin echter uit West-Frisia verjaagd door Willem van Gelre, de bisschop van Utrecht en hertog Godfried III van Neder-Lotharingen. Ze moesten vluchten naar Gent.
    Vlaanderen

    Na het overlijden van Boudewijn VI in 1070 en na het verlies van West-Frisia, kwam Robrecht terug op zijn afstand van Vlaanderen en greep de macht in het graafschap, ten koste van zijn neef Arnulf die de rechtmatige erfgenaam was. Arnulfs moeder, Richilde van Henegouwen, zocht in Normandië steun bij haar zwager Willem de Veroveraar, de man van haar schoonzus Mathilde van Vlaanderen. Ook kreeg zij de steun van koning Filips I, die de belangen van zijn rechtmatige vazal verdedigde. Richildes leger werd op 20 februari 1071 in de slag bij Kassel echter verslagen. De jonge Arnulf werd gedood, en Robrecht was voortaan de graaf van Vlaanderen.

    Nauwelijks een maand na de nederlaag bij Kassel trok Richilde met een gezamenlijk Henegouws en Frans leger ten strijde tegen Robrecht de Fries. Robrecht was in het defensief, maar haalde toen een slimme diplomatieke zet uit. Hij had voordien in Kassel Eustaas, graaf van Boulogne, gevangengenomen. Deze was tevens de broer van Godfried, bisschop van Parijs en kanselier van Filips I. Door een goed woord van laatstgenoemde bij de Franse koning en de vrijlating van Eustaas, zag Filips I af van verdere steun aan Richilde. Robrecht de Fries verzoende zich met de Franse koning en gaf hem zijn stiefdochter Bertha van Holland tot vrouw.

    Richilde probeerde nog een laatste keer om Vlaanderen te heroveren voor haar jongere zoon Boudewijn. Ze sloot een nieuw bondgenootschap met de bisschop van Luik, Godfried III met de Bult, hertog van Neder-Lotharingen, Willem I, bisschop van Utrecht, en de bisschoppen van Verdun en Kamerijk alsook de aartsbisschop van Keulen. Robrecht besloot echter om keizer Hendrik IV te huldigen voor Rijks-Vlaanderen. In ruil daarvoor zorgde Hendrik ervoor dat zijn vazallen en bisschoppen Richilde niet meer steunden. De grote veldtocht tegen Vlaanderen, die Richilde in gedachten had, kwam er niet, en het conflict doofde uit.
    Strijd tegen de bisschop van Utrecht

    Toen Robrecht in Vlaanderen stevig in het zadel zat, hielp hij zijn stiefzoon Dirk V om het graafschap West-Frisia te heroveren. Ze organiseerden samen een aanslag op de hertog van Neder-Lotharingen Godfried met de Bult. Deze werd in Vlaardingen, toen hij 's nachts het toilet bezocht, gespietst met een scherp wapen. Hij stierf op 26 februari 1076. Een paar maanden later, op 8 juni 1076, versloegen Robrecht en Dirk de bisschop van Utrecht in de Slag bij IJsselmonde. Dirk V kwam weer terug als graaf en hij bestuurde Holland tot zijn dood in 1091..
    Betrokkenheid bij de Engelse troon

    De betrekkingen met de Engelse koning Willem de Veroveraar waren na de slag bij Kassel in 1071 verre van vriendschappelijk. Willem de Veroveraar had toen een contingent Normandiërs gestuurd om Richilde te steunen in haar strijd tegen Robrecht. Robrecht steunde de aanspraken van zijn schoonzoon Knoet IV van Denemarken op de (verloren) Engelse troon. Samen waren zij van plan een vloot van 1600 schepen naar Engeland sturen. Het kwam echter niet zover; door een broedertwist tussen de twee Deense prinsen Knoet IV en Olaf. Olaf werd gevangengenomen en naar Robrecht gestuurd. Maar kort daarop, op 10 juli 1086, werd Knoet IV vermoord. Olaf I van Denemarken mocht na betaling van een aanzienlijke som losgeld naar Denemarken terugkeren.
    Pelgrimstocht naar Jeruzalem

    Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naar Palestina (het "Heilige Land") te trekken (1086–1091) (dus nog geen decennium voor de Eerste Kruistocht). Dus de positie van de christenen was er niet dramatisch slecht en de kruistochten dienden vooral andere belangen.[1] In 1086 vertrok hij vergezeld door een klein leger uit Vlaanderen. Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II.

    Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.[2] In een gevecht reden Robert en drie van zijn metgezellen voor de hoofdmacht van het leger uit in een charge tegen troepen onder commando van Kerbogha, wiens troepen in dit gevecht door de christenen volledig uit elkaar werden geslagen.

    Hervormingen

    Robrecht de Fries staat bekend om zijn binnenlandse hervormingen die hem in staat stelden met de steun van de steden het grafelijk gezag te verstevigen, ten nadele van de voorrechten van de adel en de geestelijkheid. Dit ging niet vanzelf. Arnoldus, bisschop van Soissons en latere stichter van de abdij in Oudenburg, ging in 1083 op reis door het graafschap om de vrede te herstellen tussen de graaf en de adel. Arnoldus zou sterven op 15 augustus 1087 te Oudenburg gedurende een tweede vredestocht. Robrecht de Fries voerde het ambt in van grafelijke kanselier en bevorderde de ontluikende handel. Hij was bovendien geïnteresseerd in letteren en wetenschappen.

    Hij maakte van Brugge een Europees handelscentrum. Door de begrippen godsvrede en -bestand na te leven, bevorderde hij ook de vrede met naburige graafschappen. Brugge werd ook een politiek centrum en hierdoor verplaatste zich het overwicht van het meer Gallicaanse Zuiden naar het meer Dietse Noorden. Hij verbleef vaak in Brugge en bouwde ook een kasteel in Wijnendale waar hij vaak verbleef. Daarnaast verbleef hij soms ook in het kasteel van Veurne.

    Robrecht was een bondgenoot van paus Gregorius VII, maar in de praktijk hield hij zich niet aan diens Gregoriaanse hervorming. Hij bemoeide zich namelijk zelf nadrukkelijk met bisschopsbenoemingen

    Vermelding:
    Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naar Palestina (het "Heilige Land") te trekken (1086–1091) (dus nog geen decennium voor de Eerste Kruistocht). Dus de positie van de christenen was er niet dramatisch slecht en de kruistochten dienden vooral andere belangen.[1] In 1086 vertrok hij vergezeld door een klein leger uit Vlaanderen. Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II.

    Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.[2] In een gevecht reden Robert en drie van zijn metgezellen voor de hoofdmacht van het leger uit in een charge tegen troepen onder commando van Kerbogha, wiens troepen in dit gevecht door de christenen volledig uit elkaar werden geslagen.

    Overleden:
    Robrecht liet in Kassel in 1072 de Sint-Pieterskerk bouwen op de Terrasse du Château (het platform boven op de Kasselberg) om zijn overwinning op de Franse koning te vieren die hij het jaar voordien op de naamdag van Sint-Pieter had behaald. Robrecht werd in 1093 in een crypte onder de kerk begraven.
    In 1787 begon men met de afbraak van de kerk.
    Tijdens de Franse Revolutie werden zijn asresten opgegraven en in een goot gegooid.

    Robrecht werd opgevolgd door zijn zoon, Robrecht II van Jeruzalem, aan wie hij reeds vóór zijn vertrek op pelgrimstocht gedeeltelijk het bestuur van zijn graafschap overdroeg (sinds 1080)

    Robrecht is getrouwd met Geertruida van Saksen Billung in 1063 (religious). Geertruida (dochter van Hertog van Saksen Bernard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt) is geboren in 1033; is gestorven in Veurne; is begraven op 4 aug 1113 in St. Walburgakerk, Veurne, West Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie. [Gezinsblad] [Familiekaart]



Generatie: 5

  1. 8.  Lodewijk VI van Frankrijk Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (6.Filips4, 3.Hendrik3, 2.Robert2, 1.Adelheid1) is gedoopt op 1 dec 1081 in Parijs; is gestorven op 1 aug 1137 in Béthisy-Saint-Pierre.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Capetingen
    • Recordnummer: 14602

    Aantekeningen:

    Lodewijk VI, volledig: Lodewijk Theobald, de Dikke, (Parijs, 1 december 1081 – Château de la Douye te Béthisy-Saint-Pierre, 1 augustus 1137) was koning van Frankrijk van 29 juli 1108 tot 1137. Zijn bijnaam was letterlijk bedoeld, Lodewijk was dik en werd bij zijn leven al "de Dikke" genoemd. Lodewijk werd geboren in Parijs als zoon van Filips I van Frankrijk en Bertha van Holland (1055-1094).

    Lodewijk werd opgevoed in de abdij van Saint-Denis, samen met zijn latere raadsman Suger. In 1092 werd hij benoemd tot graaf van de Vexin en de steden Mantes-la-Ville en Pontoise. Dit plaatste hem in het front tegen Normandië/Engeland. Zijn vader verstootte zijn moeder om te kunnen trouwen met Bertrada van Montfort, wat leidde tot een politieke crisis in Frankrijk. De jonge Lodewijk bleef zo veel mogelijk weg van het hof. In 1097 nam hij deel aan de verdediging van de Vexin tegen Willem II van Engeland en in 1098 werd hij tot ridder geslagen.

    Ondanks de pogingen van zijn stiefmoeder om haar zoons koning te laten worden, werd Lodewijk in 1100 door zijn vader als erfgenaam aangewezen. In dat jaar maakte hij een reis naar Londen. Een poging van Bertrada om hem daar gevangen te laten nemen mislukte. Op de terugweg werd een aanslag op Lodewijk door een geestelijke verijdeld. In 1101 werd Lodewijk benoemd tot graaf van Vermandois. Zijn vader was toen al zo verzwakt dat Lodewijk in feite al als koning regeerde. Hij werd in 1101 vergiftigd maar werd genezen door een joodse arts.

    In 1104 verzoende Lodewijk zich met Bertrada en hij verloofde zich met Lucienne de Rochefort, een verwante van Bertrada. In 1107 verbrak Lodewijk de verloving, met een te nauwe bloedverwantschap als excuus. In 1106 accepteerde Lodewijk dat Hendrik I van Engeland Normandië veroverde, waardoor Engeland en Normandië weer een verenigd rijk werden.
    Koning

    Filips overleed op 29 juli 1108. Lodewijk was formeel zijn erfgenaam maar zijn positie werd bedreigd door zijn stiefbroers.
    Kroning

    Lodewijk werd op 3 augustus 1108 in grote haast te Orléans tot koning gekroond. De kroning kon niet in Reims (de gebruikelijke plaats voor de kroning van Franse koningen) plaatsvinden omdat die stad door een conflict over de bisschopsfunctie onder een interdict viel. Bovendien werd de stad gecontroleerd door Lodewijks halfbroer Filips en diens bondgenoot Theobald IV van Blois. Er waren nauwelijks grote vazallen of kerkvorsten aanwezig bij de kroning.

    De geldigheid van de kroning werd tevergeefs aangevochten door zijn halfbroers. Betrada besloot daarna om zich terug te trekken in een klooster. Guy van Rochefort kwam echter in opstand. Lodewijk veroverde zijn kasteel in Gournay-sur-Marne. Guy stierf en zijn partij werd nu aangevoerd door Hugo van Crécy, die zich weer verbond met Hugo van le Puiset. Omdat Hugo van le Puiset de fout maakte om de gebieden rond Chartres te plunderen, koos Theobald van Blois de kant van Lodewijk. Met de steun van Theobald kon Lodewijk zich handhaven, maar het gebied dat hij daadwerkelijk onder controle had was niet groter dan de regio rond Parijs, Orléans en Senlis. De rest van Frankrijk werd geregeerd door edelen die feitelijk onafhankelijk waren.
    Binnenlandse strijd

    Lodewijk was bijna 30 jaar koning en al die tijd was hij verwikkeld in conflicten met Normandië (en dus ook met Engeland) en lokale opstandige edelen en roofridders binnen zijn eigen domeinen. Vlaanderen en Vermandois waren meestal zijn bondgenoot, Blois en Anjou wisselden regelmatig van kant.

    In 1109 veroverde Lodewijk La Roche-Guyon, op de grens van Normandië. Zijn poging om in 1110 het sterke Normandische kasteel van Gisors te veroveren, liep echter uit op een nederlaag. Dit leidde tot enkele jaren van schermutselingen.

    Lodewijk veroverde het jaar daarop (1111) samen met Theobald IV van Blois Le Puiset en nam Hugo gevangen. Lodewijk bouwde in de omgeving een eigen kasteel, Toury. De Normandische edelman Robert I van Meulan brandschatte Parijs als vergelding voor plunderingen van zijn bezittingen door koninklijke troepen.

    Toen in 1112 de graaf van Corbeil zonder directe erfgenaam overleed, verklaarde de koning dat het graafschap terug toeviel aan de kroon. Theobald van Blois maakte echter ook een aanspraak op het graafschap en koos nu de kant van de opstandelingen. Lodewijk liet in reactie hierop Hugo van le Puiset vrij, met de afspraak dat die zich tegen Theobald zou keren. Ondanks zijn beloften sloot deze zich direct bij de opstandelingen aan, waarop Lodewijk een bondgenootschap met Robrecht II van Jeruzalem sloot. Hugo van le Puiset veroverde het kasteel van Toury maar Lodewijk wist het weer te heroveren. Lodewijk en Rudolf I van Vermandois versloegen in een veldslag Hugo van le Puiset, Hugo van Crecy, Theobald van Blois en anderen. Later dat jaar versloeg en doodde Theobald van Blois Robrecht van Vlaanderen in een veldslag bij Meaux.

    In 1113 sloot hij het eerste verdrag van Gisors met Hendrik I van Engeland. Lodewijk moest hierbij grote concessies doen. Ondertussen bleef Lodewijk evenwel de Normandische tegenstanders van Hendrik steunen. Ook sloot Lodewijk een bondgenootschap met Anjou.

    Lodewijk wist het jaar daarop (1114) ten slotte Hugo van Crecy en zijn familie te onderwerpen. Hugo werd monnik en zijn familiebezit werd door Lodewijk verdeeld: Bray-sur-Seine werd aan Theobald van Blois gegeven. Zelf hield hij Montlhéry, Gometz en Châteaufort. Lodewijk stuurde troepen naar Amiens ter ondersteuning van de bisschop tegen Thomas I van Coucy. Toen Thomas ook nog de moordenaars van de bisschop van Laon onderdak bood, liet Lodewijk hem excommuniceren.

    Lodewijk wist in 1115 Thomas te verslaan, maar kreeg tijdens de strijd een pijl in zijn borst.

    Na de onderwerping van Thomas en het overlijden van diens vader in 1116, gaf Lodewijk het graafschap Amiens aan Adelheid van Vermandois. Dit zou tot een langdurige vete tussen Thomas en de familie van Vermandois leiden.

    Lodewijk onderwierp in 1118 Hugo van le Puiset definitief en dwong hem om naar Palestina in ballingschap te gaan. Lodewijk steunde een opstand van Normandische edelen onder leiding van Willem Clito tegen Hendrik I van Engeland. Willem was een neef van Hendrik en eiste de titel van hertog van Normandië op, omdat Hendrik die titel in 1106 op zijn vader had veroverd. Lodewijk kon echter geen leger sturen door het verzet van Theobald van Blois, die Hendrik steunde. Hendrik wist de opstand grotendeels te onderdrukken.

    Nadat hij in 1119 Theobald had onderworpen en trok hij met zijn leger naar Normandië. Hij veroverde Ivry, maar werd verslagen bij Breteuil. Boudewijn VII van Vlaanderen werd door Hendrik verslagen en gedood. Een nieuwe inval van Lodewijk in Normandië mislukte en hij kon alleen door te vluchten aan gevangenneming ontsnappen. Fulco V van Anjou koos de kant van Hendrik en Lodewijk moest de strijd opgeven.

    Lodewijk intervenieerde in 1122 tegen de lokale graaf in Auvergne ten gunste van de bisschop. Het volgende jaar (1123) mislukte een nieuwe poging om Willem Clito aan de macht te brengen in Normandië.

    In 1126 kwam het opnieuw tot een interventie in Auvergne, waarop de graaf steun vroeg aan de hertog van Aquitanië, die er juist voor koos om nu de koning te huldigen.

    Lodewijk bestrafte in 1127 de moord op Karel de Goede door de betrokkenen van een toren in Brugge te laten werpen. Omdat Karel geen erfgenamen had, wees Lodewijk nu Willem Clito aan als graaf van Vlaanderen, maar die kreeg algauw met veel verzet te maken. Uiteindelijk werd Diederik van de Elzas als nieuwe graaf van Vlaanderen aangesteld. Tijdens Lodewijks afwezigheid kwam het tot een conflict tussen de koningin en de machtige kanselier Stephanus van Garlande, die steeds meer macht voor zichzelf en zijn familie trachtte te verwerven. Adelheid liet daarom de huizen van Stephanus en zijn partijgangers in Parijs verwoesten.

    Het volgende jaar (1128) kreeg Stephanus steun van Theobald van Blois en Hendrik I van Engeland. Na een beleg van twee maanden veroverde Lodewijk samen met Roeland van Vermandois zijn kasteel bij Livry. Lodewijk werd evenwel door een pijl van een kruisboog in het been getroffen en Roeland verloor een oog, maar de macht van Stephanus was gebroken. Hij verzoende zich met Lodewijk en zou zelfs nog een keer kanselier worden.

    In 1129 wees Lodewijk zijn oudste zoon, Filips, die zijn oogappel was, aan als opvolger en liet hem op 14 april tot medekoning benoemen. Het jaar daarop (1130) versloegen en doodden Lodewijk en Roeland van Vermandois Thomas van Marle, nadat die eerder Vermandois had aangevallen en een jongere broer van Roeland had gedood. Filips, Lodewijks medekoning en kroonprins, stierf op 13 oktober 1131 door een ongelukkige val van zijn paard. Lodewijk wees nu zijn zoon Lodewijk, die tot dan toe in de abdij van Saint-Denis was opgevoed, aan als opvolger, die door paus Innocentius II in Reims tot medekoning werd gezalfd en gekroond. In 1132 huldigde de graaf van Vlaanderen, Diederik van de Elzas, Lodewijk als zijn heer.

    Lodewijk trok in 1137, tegen het advies van zijn adviseurs, die van mening zijn dat hij door zijn zwaarlijvigheid (zijn bijnaam is letterlijk bedoeld en werd al tijdens zijn leven gebruikt) en chronische buikklachten niet tot deze onderneming in staat was, op tegen de roofridders van Saint-Brisson-sur-Loire. Lodewijk werd getroffen door dysenterie en overleed.
    Buitenlandse politiek

    Lodewijk trouwde op 28 maart 1115 met Adelheid van Maurienne, wat aangaf dat zijn ambities tot in het zuiden van Frankrijk reikten. In 1119 steunde hij de verkiezing van paus Calixtus II en kwam daarmee in conflict met keizer Hendrik V. In 1124 trok Hendrik V met een leger naar Frankrijk. Het lukte Lodewijk met de steun van Theobald van Blois en de hertog van Aquitanië om een groot leger op de been te brengen. De legers ontmoetten elkaar bij Metz en vanwege de onverwachte sterkte van het Franse leger besloot Hendrik om van strijd af te zien en zich terug te trekken.
    Bestuur

    Lodewijk werd door alle tijdgenoten beschreven als een vriendelijke en vrolijke man. Hij was ook een krachtdadige koning en van groot belang voor de vestiging van de koninklijke macht in Frankrijk. Onder zijn bewind bloeiden de economie en de steden in de gebieden die onder zijn bewind stonden. Vanaf 1110 gaf hij steden stadsrechten. Bij zijn dood was Parijs de grootste stad van Frankrijk. Lodewijk stichtte daar de abdij van Saint-Victor, de priorij van Saint-Lazare en een vrouwenklooster op de Montmartre. Hij stelde een jaarmarkt in te Parijs en liet de oude Romeinse brug door een nieuwe stenen brug vervangen. Lodewijk rekruteerde zijn dienaren uit de lage adel en geestelijkheid om zo de macht van de grote adellijke families in te perken. Hij dwong zijn directe vazallen om zijn wetten te hanteren en geen eigen wetten te maken. Lodewijk stelde een koninklijke raad in.

    In 1137 werd hij door de stervende hertog van Aquitanië belast met de taak om een goede echtgenoot voor zijn erfdochter Eleonora van Aquitanië te vinden. Lodewijk liet deze kans om de positie van de Franse kroon te versterken niet voorbijgaan en verloofde haar direct met zijn zoon en kroonprins Lodewijk VII van Frankrijk.

    Overleden:
    Château de la Douye

    Gezin/Partner: Adelheid van Maurienne. Adelheid en is gestorven. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 9. Koning van Frankrijk Lodewijk VII van Frankrijk  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 1120; is gestorven op 18 sep 1180 in Saint-Pont, Frankrijk; is begraven in Basiliek St Denis, Saint Denis, Parijs, Ile de France, Frankrijk.




Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.