Jacob Dircksz van der Specke

Mannelijk - vóór 1477


Generaties:      Standaard    |    Compact    |    Verticaal    |    Alleen tekst    |    Register    |    Tabellen    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  Jacob Dircksz van der Specke is gestorven vóór 18 jun 1477.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Recordnummer: 3491

    Aantekeningen:

    Baljuw van Noordwijk en rentmeester van Teijlingen (vermeld 17 februari 1428). Moest na aanvankelijke weigering toch bijdragen in de bede met de welgeborenen van Lisse (uitspraak van het Hof van Holland van 26 okt. 1435). Had onenigheid met Jan van den Bergen betreffende het klerkambt van de houtvesterij van de Haarlemmerhout (18 en 25 jan. 1436, aard van het conflict onbekend). Jacob werd 26 jan 1457 Leids poorter, met Jan van Leyden als borg. Maakte deel uit van de ridderschap en edelen door wie Karel de Stoute 21 juli 1468 werd ingehuldigd. Overleden voor 18 juni l477

    Gehuwd met Kerstyne Willemsdr. van OEGSTGEEST, die hij 10 juni 1476 de helft van zijn leengoederen in lijftocht gaf. [LRK.118c.Zd.Holland.fo.28v] (zij tr.(2) voor 26 juni 1478 Daniel van Alphen Roelofsz.). Jacob werd 22 okt. 1410 beleend met "die Volghelegge" (3 morgen land) aan de Papenweg onder Voorschoten, na opdracht door Heynric Bokel (opnieuw beleend 17 februari 1421, 24 november 1429 en 10 april 1439 door resp. Jan van Beieren, Jacoba van Beieren en Philips de Goede). [bron: J.C.Kort.Grafelijke lenen in Rijnland. 1222-1650 in O.V. 401 (1990) p 122; LRK 53 fo.63v; 56.fo.19; 62.fo.20; 62.fo.109; 114.fo.118v.] Beleend met die Specken c.a. 13 juni 1430; huurde van het klooster Leeuwenhorst m.i.v. 1435 een half hond geestland te Lisse, gedurende tien jaar. Jacob kreeg 26 jan.1462 grafelijke toestemming om in een stuk weiland bij zijn woonhuis te Lisse (ongeveer 6 morgen) konijnen te houden, ter proviandering van zijn keuken, behoudens het grafelijk recht op de konijnenvangst. Onder Rijswijk bezat Ja

    Ridder of Welgeboren

    bron: Janse, Antheun. Ridderschap in Holland, Verloren Hilversum (2001)

    In de vijftiende eeuw moest het Hof van Holland meer dan eens uitspraak doen in een conflict tussen een welgeborene die meende tot de ridderschap te behoren en zijn dorpsgenoten die dat ontkenden. Het ging daarbij uiteraard steeds om edelen die zich met hun levensstijl in de ´gevarenzone´ bevonden. De heren van Egmond en Brederode hoefden hun adellijke levenstijl niet voor het Hof aan te tonen; die was voor iedereen duidelijk. Er waren echter genoeg edelen die maar net voldeden aan de vereisten en bij de minste of geringste gelegenheid door hun dorpsgenoten werden aangeklaagd. De stukken die we over deze zaken in het archief van het Hof van Holland aantreffen, bieden belangrijke informatie over de vraag naar de ondergrens van de ridderschap. Helaas was voor tijdgenoten zoveel vanzelfsprekend dat maar zelen expliciet over de bijzonderheden van de levensstijl werd uitgeweid. We moeten het dan doen met een ´kale´ uitspraak, zonder details over overwegingen en argumenten. Ook in die gevallen kunnen we

    Een voorbeeld is de zaak van Jacob van der Spek uit Lisse. Zijn voorgeslacht stamde waarschijnlijk uit de heren van Teilingen. Jacob bewoonde het huis Ter Specke in Lisse. Zijn overgrootvader was actief geweest in het Haarlemse stadsbestuur, zijn grootvader Dirk (1394-1413) vervulde diverse bestuursfuncties in Leiden. In 1435 verschenen vijf welgeboren mannen uit Lisse voor de Hollandse raad met een klacht over Jacob. Aanvankelijk had Jacob er geen punt van gemaakt in de bede mee te betalen met de welgeborenen. Sterker nog, volgens een verklaring van het vijftal was Jacob in 1428 naar de welgeborenen gegaan met het verzoek met hen mee te mogen betalen, zoals hij ook eerder in twee of drie veldtochten de dienst met hen had afgekocht. Inderdaad hadden Jacob en zijn vader Jonge Dirk in 1424 meebetaald in de bede van de honderdste penning van hun goederen, samen met de overige welgeborenen, hoewel Dirk tijdens de onderhandelingen over de bede nadrukkelijk van de welgeborenen was uitgezonderd [samen met Di

    Jacob van der Spek was een grensgeval. Misschien was de uitspraak anders geweest als Jacob in 1424 en 1428 niet zo slim had willen zijn door zich als welgeborene te laten aanslaan. In 1457 kreeg hij in Lisse een voorstelijke bode op bezoek met de oproep voor de dagvaart van ridderschap en steden en in 1468 was hij van de partij toen Karel de Stoute werd ingehuldigd. Dat zijn aanwijzingen dat hij in ieder geval met de ridderschap werd geassocieerd. Over zijn levenswijze weten we verder niets.Misschien mogen we uit het feit dat hij in 1462 toestemming kreeg in een stuk weiland bij zijn woonhuis te Lisse konijnen te houden, ter proviandering van zijn keuken, afleiden dat hij wel pogingen deed zijn stand op te houden door te zorgen voor kleinwild op tafel. In 1475 blijkt hij echter in Rijswijk te wonen, op een huis en hofstede van twaalf morgen groot. Of hij daarmee net weer onder de kritieke grens was gekomen, weten we niet.
    (met dank aan Ruud Poortier, archivaris Oude Kerk Rijswijk)

    Gezin/Partner: Kerstyne Willemsdr van Oegstgeest. Kerstyne en is gestorven. [Gezinsblad] [Familiekaart]





Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.