Otgiva van Luxemburg

Vrouwelijk 990 - 1028  (~ 38 jaar)


Generaties:      Standaard    |    Compact    |    Verticaal    |    Alleen tekst    |    Register    |    Tabellen    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  Otgiva van Luxemburg is geboren in 990; is gestorven in Gent; is begraven op 21 feb 1028 in St. Pietersabdij, Gent, Oost Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Recordnummer: 14657

    Otgiva is getrouwd met Graaf van Saint Pol Boudewijn IV van Vlaanderen in 1012 (religious). Boudewijn (zoon van Graaf van Saint Pol Arnulf II van Vlaanderen en Gravin Gemalin van Vlaanderen Suzanna van Italië) is geboren in 980; is begraven op 30 mei 1035 in St. Pietersabdij, Gent, Oost Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 2. Markgraaf van Valencijn Boudewijn V van Rijsel  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 1013; is gestorven in Rijsel; is begraven op 1 sep 1067 in St. Pietersabdij, Gent, Oost Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie.


Generatie: 2

  1. 2.  Markgraaf van Valencijn Boudewijn V van Rijsel Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (1.Otgiva1) is geboren in 1013; is gestorven in Rijsel; is begraven op 1 sep 1067 in St. Pietersabdij, Gent, Oost Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Vlaanderen
    • Recordnummer: 14654
    • Titel: Graaf van Vlaanderen, Artesië en Zeeland
    • Titel: Markgraaf van Ename

    Aantekeningen:

    Boudewijn V van Rijsel, ook bijgenaamd de Grote (ca. 1013 – Rijsel?, 1 september 1067), zoon van Otgiva van Luxemburg en Boudewijn IV van Vlaanderen, volgde zijn vader op in 1035 als graaf van Vlaanderen tot aan zijn dood.

    Biografie

    In 1028 huwde hij met Adela van Frankrijk (1009 - Mesen, 8 januari 1079), dochter van koning Robert II van Frankrijk en Constance van Arles. Zij was eerder verloofd geweest met hertog Richard III van Normandië die echter in 1027 overleed. Adela zou de drijvende kracht zijn geweest achter Boudewijns opstand tegen zijn vader, Boudewijn IV, om een groter aandeel in het bestuur te krijgen. Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij trouwde met Eleonora van Normandië, dochter van Richard II van Normandië. Hij wist met Normandische steun de opstand van zijn zoon snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). In 1030 verzoende Boudewijn zich met zijn vader en kreeg inderdaad een taak in het bestuur.

    In 1035 werd Boudewijn graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader. Boudewijn verwierf Zeeland en Lens (Frankrijk).

    Nadat zijn vader al in 1033 de burcht Ename had vernield, sloot hij zich vanaf 1045 aan bij de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen. Ze plunderden de palts van Nijmegen en veroorzaakten brandstichtingen te Verdun. Daarom werd in 1047 Boudewijn zijn Duitse rijkslenen ontnomen, in het bijzonder de mark Valencijn die aan Reinier van Hasnon (vader van Richilde van Henegouwen) werd toegewezen. In 1049 sloeg keizer Hendrik III terug en dreef Vlaanderen terug op eigen bodem. Dit gebeurde nogmaals in 1054. Na het overlijden van keizer Hendrik III (1056) en als gevolg van de minderjarigheid van diens zoon Hendrik IV voerden de Lotharingse rijksedelen, aartsbisschop Anno II van Keulen en paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen, vredesbesprekingen over de toestand van het rijk te Andernach (1056/1057 en 1059/1060). Tussen april 1062 en uiterlijk 4 augustus 1063 verkreeg Boudewijn uiteindelijk op legitieme wijze de mark Ename. Het was een belangrijk Lotharingse markgraafschap gelegen ten oosten van de Sch
    Graaf Boudewijn V, van Rijsel (afbeelding uit Flandria illustrata, 1641)

    Boudewijn dwong Richilde van Henegouwen, weduwe van Herman van Bergen (overleden 1051), tot een huwelijk met zijn zoon Boudewijn (VI). Door zijn toedoen werden de kinderen uit Richildis' eerste huwelijk van hun erfrechten beroofd en lijfde hij de facto Henegouwen bij Vlaanderen in. Na de verzoening met de Duitse keizer werd ook dit wegens bloedverwantschap canoniek ongeldige huwelijk door de paus kort nadien gelegitimeerd.

    Boudewijn bood in 1049 onderdak aan de verbannen Swein Godwinson, graaf van Herefordshire. In 1051 bood hij ook onderdak aan diens verbannen vader Godwin van Wessex.

    Kort voor zijn dood steunde Boudewijn V nog de expeditie naar Engeland (1066) van zijn schoonzoon Willem de Veroveraar, die gehuwd was met zijn dochter Mathilde van Vlaanderen. Deze stellingname was echter niet zonder risico's: de opkomst van het Anglo-Normandisch blok, dat voor Vlaanderen gevaarlijk kon worden, werd er niet door tegengewerkt. Een van de redenen van Boudewijns keuze was waarschijnlijk dat hij op die manier de kans zag om een deel van de dissidente adel die Willem op zijn tocht vergezelde, kwijt te raken.

    Door het huwelijk van Boudewijns tweede zoon, Robrecht de Fries, met Geertrui, weduwe van de graaf van Holland, strekte de Vlaamse invloedssfeer zich over een groot deel van de Nederlanden uit.

    Zo groot was Boudewijns aanzien, dat hij bij de dood van de koning Hendrik I van Frankrijk (1060) voogd werd over diens minderjarige troonopvolger Filips I.

    Op het binnenlandse vlak heeft Boudewijn het grafelijke gezag verstevigd door het territoriale bestuur te reorganiseren (kasselrijen in plaats van gouwen) en de bevoegdheden van de kloostervoogden in te krimpen (mede door de invloed van de kerkelijke hervormingsbeweging van Richard van Saint-Vanne). Om het dunbevolkte en ongecultiveerde centrale gedeelte van zijn graafschap beter te verbinden met de rijke steden, die zich aan de kust en de Schelde ontwikkelden, legde hij een gordel van nieuwe steden aan in Binnen-Vlaanderen: Torhout, Ieper, Mesen, Rijsel, Kassel en Ariën. Deze nieuwe stichtingen werden hoofdplaats van een kasselrij en kregen een jaarmarkt om de kooplieden aan te trekken.

    Overleden:
    Boudewijn V overleed op 1 september 1067 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij te Gent.
    Na zijn dood trok zijn weduwe Adela zich als non terug in een klooster te Mesen, waar zij in 1079 overleed.

    Boudewijn is getrouwd met Gravin van Vlaanderen Adela van Frankrijk in 1028 (religious). Adela (dochter van Koning van Frankrijk Robert II van Frankrijk en Constance d'Arles) is geboren in 1009; is gestorven op 8 jan 1079 in Mesen; is begraven in Mesen, Abdij. [Gezinsblad] [Familiekaart]

    Kinderen:
    1. 3. Graaf van Holland Robrecht I van Vlaanderen  Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven is geboren in 1029; is gestorven op 13 okt 1093 in Kasteel van Wijnendale; is begraven in Kassel, Sint Pietersabdij.


Generatie: 3

  1. 3.  Graaf van Holland Robrecht I van Vlaanderen Nakomelingen tot dit punt grafisch weergegeven (2.Boudewijn2, 1.Otgiva1) is geboren in 1029; is gestorven op 13 okt 1093 in Kasteel van Wijnendale; is begraven in Kassel, Sint Pietersabdij.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Referentienummer: Huis Vlaanderen
    • Recordnummer: 14653
    • Titel: Graaf van Vlaanderen, Artesië en Zeeland
    • Vermelding: van 1086 tot 1091; Pelgrimstocht naar Jeruzalem

    Aantekeningen:

    Jongere jaren

    Robrecht de Fries was de tweede zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen en van Adela van Frankrijk. Volgens Lampert van Hersfeld trok hij als jonge man de wereld rond en streed hij in Spanje en Griekenland, maar die verhalen berusten op fantasie. Vermoedelijlk verbracht hij zijn jeugd gewoon in Vlaanderen, tot zijn vader hem koppelde aan Geertruida van Saksen, de weduwe van graaf Floris I.
    Regent van West-Frisia

    Na zijn huwelijk met Geertruida in 1063, vestigde Robrecht zich in West-Frisia. Dit graafschap was vanouds een deel van Frisia, vandaar dat Robrecht al tijdens zijn leven de bijnaam "de Fries" kreeg. Hij deed ten gunste van zijn oudere broer Boudewijn VI, en diens zoon Arnulf III, afstand van zijn aanspraken op het graafschap Vlaanderen. In het najaar van 1070 werden Robrecht en zijn gezin echter uit West-Frisia verjaagd door Willem van Gelre, de bisschop van Utrecht en hertog Godfried III van Neder-Lotharingen. Ze moesten vluchten naar Gent.
    Vlaanderen

    Na het overlijden van Boudewijn VI in 1070 en na het verlies van West-Frisia, kwam Robrecht terug op zijn afstand van Vlaanderen en greep de macht in het graafschap, ten koste van zijn neef Arnulf die de rechtmatige erfgenaam was. Arnulfs moeder, Richilde van Henegouwen, zocht in Normandië steun bij haar zwager Willem de Veroveraar, de man van haar schoonzus Mathilde van Vlaanderen. Ook kreeg zij de steun van koning Filips I, die de belangen van zijn rechtmatige vazal verdedigde. Richildes leger werd op 20 februari 1071 in de slag bij Kassel echter verslagen. De jonge Arnulf werd gedood, en Robrecht was voortaan de graaf van Vlaanderen.

    Nauwelijks een maand na de nederlaag bij Kassel trok Richilde met een gezamenlijk Henegouws en Frans leger ten strijde tegen Robrecht de Fries. Robrecht was in het defensief, maar haalde toen een slimme diplomatieke zet uit. Hij had voordien in Kassel Eustaas, graaf van Boulogne, gevangengenomen. Deze was tevens de broer van Godfried, bisschop van Parijs en kanselier van Filips I. Door een goed woord van laatstgenoemde bij de Franse koning en de vrijlating van Eustaas, zag Filips I af van verdere steun aan Richilde. Robrecht de Fries verzoende zich met de Franse koning en gaf hem zijn stiefdochter Bertha van Holland tot vrouw.

    Richilde probeerde nog een laatste keer om Vlaanderen te heroveren voor haar jongere zoon Boudewijn. Ze sloot een nieuw bondgenootschap met de bisschop van Luik, Godfried III met de Bult, hertog van Neder-Lotharingen, Willem I, bisschop van Utrecht, en de bisschoppen van Verdun en Kamerijk alsook de aartsbisschop van Keulen. Robrecht besloot echter om keizer Hendrik IV te huldigen voor Rijks-Vlaanderen. In ruil daarvoor zorgde Hendrik ervoor dat zijn vazallen en bisschoppen Richilde niet meer steunden. De grote veldtocht tegen Vlaanderen, die Richilde in gedachten had, kwam er niet, en het conflict doofde uit.
    Strijd tegen de bisschop van Utrecht

    Toen Robrecht in Vlaanderen stevig in het zadel zat, hielp hij zijn stiefzoon Dirk V om het graafschap West-Frisia te heroveren. Ze organiseerden samen een aanslag op de hertog van Neder-Lotharingen Godfried met de Bult. Deze werd in Vlaardingen, toen hij 's nachts het toilet bezocht, gespietst met een scherp wapen. Hij stierf op 26 februari 1076. Een paar maanden later, op 8 juni 1076, versloegen Robrecht en Dirk de bisschop van Utrecht in de Slag bij IJsselmonde. Dirk V kwam weer terug als graaf en hij bestuurde Holland tot zijn dood in 1091..
    Betrokkenheid bij de Engelse troon

    De betrekkingen met de Engelse koning Willem de Veroveraar waren na de slag bij Kassel in 1071 verre van vriendschappelijk. Willem de Veroveraar had toen een contingent Normandiërs gestuurd om Richilde te steunen in haar strijd tegen Robrecht. Robrecht steunde de aanspraken van zijn schoonzoon Knoet IV van Denemarken op de (verloren) Engelse troon. Samen waren zij van plan een vloot van 1600 schepen naar Engeland sturen. Het kwam echter niet zover; door een broedertwist tussen de twee Deense prinsen Knoet IV en Olaf. Olaf werd gevangengenomen en naar Robrecht gestuurd. Maar kort daarop, op 10 juli 1086, werd Knoet IV vermoord. Olaf I van Denemarken mocht na betaling van een aanzienlijke som losgeld naar Denemarken terugkeren.
    Pelgrimstocht naar Jeruzalem

    Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naar Palestina (het "Heilige Land") te trekken (1086–1091) (dus nog geen decennium voor de Eerste Kruistocht). Dus de positie van de christenen was er niet dramatisch slecht en de kruistochten dienden vooral andere belangen.[1] In 1086 vertrok hij vergezeld door een klein leger uit Vlaanderen. Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II.

    Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.[2] In een gevecht reden Robert en drie van zijn metgezellen voor de hoofdmacht van het leger uit in een charge tegen troepen onder commando van Kerbogha, wiens troepen in dit gevecht door de christenen volledig uit elkaar werden geslagen.

    Hervormingen

    Robrecht de Fries staat bekend om zijn binnenlandse hervormingen die hem in staat stelden met de steun van de steden het grafelijk gezag te verstevigen, ten nadele van de voorrechten van de adel en de geestelijkheid. Dit ging niet vanzelf. Arnoldus, bisschop van Soissons en latere stichter van de abdij in Oudenburg, ging in 1083 op reis door het graafschap om de vrede te herstellen tussen de graaf en de adel. Arnoldus zou sterven op 15 augustus 1087 te Oudenburg gedurende een tweede vredestocht. Robrecht de Fries voerde het ambt in van grafelijke kanselier en bevorderde de ontluikende handel. Hij was bovendien geïnteresseerd in letteren en wetenschappen.

    Hij maakte van Brugge een Europees handelscentrum. Door de begrippen godsvrede en -bestand na te leven, bevorderde hij ook de vrede met naburige graafschappen. Brugge werd ook een politiek centrum en hierdoor verplaatste zich het overwicht van het meer Gallicaanse Zuiden naar het meer Dietse Noorden. Hij verbleef vaak in Brugge en bouwde ook een kasteel in Wijnendale waar hij vaak verbleef. Daarnaast verbleef hij soms ook in het kasteel van Veurne.

    Robrecht was een bondgenoot van paus Gregorius VII, maar in de praktijk hield hij zich niet aan diens Gregoriaanse hervorming. Hij bemoeide zich namelijk zelf nadrukkelijk met bisschopsbenoemingen

    Vermelding:
    Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naar Palestina (het "Heilige Land") te trekken (1086–1091) (dus nog geen decennium voor de Eerste Kruistocht). Dus de positie van de christenen was er niet dramatisch slecht en de kruistochten dienden vooral andere belangen.[1] In 1086 vertrok hij vergezeld door een klein leger uit Vlaanderen. Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II.

    Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.[2] In een gevecht reden Robert en drie van zijn metgezellen voor de hoofdmacht van het leger uit in een charge tegen troepen onder commando van Kerbogha, wiens troepen in dit gevecht door de christenen volledig uit elkaar werden geslagen.

    Overleden:
    Robrecht liet in Kassel in 1072 de Sint-Pieterskerk bouwen op de Terrasse du Château (het platform boven op de Kasselberg) om zijn overwinning op de Franse koning te vieren die hij het jaar voordien op de naamdag van Sint-Pieter had behaald. Robrecht werd in 1093 in een crypte onder de kerk begraven.
    In 1787 begon men met de afbraak van de kerk.
    Tijdens de Franse Revolutie werden zijn asresten opgegraven en in een goot gegooid.

    Robrecht werd opgevolgd door zijn zoon, Robrecht II van Jeruzalem, aan wie hij reeds vóór zijn vertrek op pelgrimstocht gedeeltelijk het bestuur van zijn graafschap overdroeg (sinds 1080)

    Robrecht is getrouwd met Geertruida van Saksen Billung in 1063 (religious). Geertruida (dochter van Hertog van Saksen Bernard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt) is geboren in 1033; is gestorven in Veurne; is begraven op 4 aug 1113 in St. Walburgakerk, Veurne, West Vlaanderen, Vlaanderen, Belgie. [Gezinsblad] [Familiekaart]





Snelle Links

Contact

Contact
Achternamen
Historie

Bericht Webmaster

Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.