| 3. | Cornelis Gijsbrechtsz Schenaert (2.Gijsbrecht2, 1.Geertgen1) is geboren in JM van Delft; is gestorven na 11 feb 1602. Andere gebeurtenis soorten en attributen:
- Vermelding: De 'gehuijrde dootslager'
- Beroep: Timmergezel
- Verblijfplaats: Adres:
Leiden
- Recordnummer: 12664
Aantekeningen:
In het leven van Cornelis Gijsbrechtsz. Schenaert gaat het niet helemaal goed
en hij begeeft zich gaandeweg op het criminele pad. In november 1592 huurt
Dirck Willemsz. van Griecken, bijgenaamd Den Rijcken Boer, hem in om mr.
Jan Meijndertsz. chirurgijn een lesje te leren. Ze gaan samen op 16 novem-
ber 1592 om 9 uur ’s avonds naar het huis van Bastiaen Joosten, metselaar
en poorter van Leiden, die woont op de Sint Pieterskerkgracht tegenover
het huis van de heer van Lokhorst. Met geweld dringen ze het huis binnen,
waarbij Cornelis met een opsteker en Dirck met een rapier de daar aan tafel
zittende Jan Meijndertsz. aanvallen. Die weet naar de keuken te vluchten,
maar krijgt wel een aantal steken toegebracht door Cornelis, die daarbij
door Van Griecken was aangemoedigd met de woorden ‘steect vrij toe, al
watter u affcomt, ic zalt u uijtdragen’, zodat het niet veel scheelde of hij had
Jan Meijndersz. ‘van het leven ter doot gebracht’. Cornelis, die meende de
klus geklaard te hebben, wil op de vlucht slaan maar Van Griecken (die zijn
voorgaande belofte vernieuwde) spoort hem aan te blijven, waarna ze zich
samen zo misdragen dat de man des huizes en zijn huisvrouw genoodzaakt
zijn ‘tot verzeeckerheijt van haer leven’ eerst naar de turfzolder en daarna
622
DECEMBER 2021 | NUMMER 746de man alleen uit het huis te wijken. Tegelijkertijd was ook voorn. mr. Jan
Meijndertsz. heimelijk uit het huis en naar de turfzolder gevlucht, zodat
Schenaert en Van Griecken hun kwade voornemen niet konden volbren-
gen. Ze gaan daarop vloekend en tierend het huis uit, drinken elders nog
drie of vier pinten wijn, en maken vervolgens nog langer dan een uur voor
en rondom het genoemde huis straatrumoer, gooien ramen in en beuken
zo geweldadig op de deur dat een trapladder, waarmee de deur geschoord
was, in de vloer is gesprongen zodat de man deze huizes (zijn vrouw was
inmiddels flauw gevallen) zich genoodzaakt voelt uit het venster ‘moord!’
te roepen. Schenaert en Van Griecken gaan daarop weg en begeven zich
vervolgens de gehele nacht op straat, waarbij ze ook nog proberen het huis
van de stedehouder van de officier binnen te dringen en die te grijpen en
‘ongemac’ aan te doen.
Na deze wilde nacht hebben beide heren wel door dat dit niet helemaal in
de haak is en vluchten de stad uit. Maar Cornelis komt later toch weer een
paar keer terug in Leiden en wordt uiteindelijk door de schout gevangen
genomen. Op 6 januari 1593 vindt het proces plaats voor de vierschaar van
Leiden. De schout als eiser beschrijft de gebeurtenissen die op de avond
en nacht van 16 november 1592 hebben plaatsgevonden. Hij stelt dat de
gevangene zich al enige jaren terug begeven heeft tot een ‘geheel ontuchtig,
ongebonden, goddeloos en roekeloos leven, van kwaad tot erger gaande’, en dat
deze zich nu heeft laten gebruiken als een ‘gehuijrde dootslager’. De schout
eist dat de gevangene vanuit de vierschaar naar het plein voor ’s Gravenstein
wordt gebracht ‘daer men gewoon es den quaetdoenders te straffen’ om daar
door de scherprechter te worden geëxecuteerd met het zwaard, zodat de
dood erop volgt en dat al zijn goederen verbeurd zullen worden verklaard.
De schepenen van Leiden, die het vonnis moeten uitspreken, zijn gelukkig
voor Cornelis een stuk milder. Na het horen van de eis en conclusie van
de schout, gehoord hebbende het verweer en de verontschuldiging door de
gevangene, gezien ook de aangeleverde bewijsstukken, en de bekentenis
door de gevangene ‘buijten pijne ende bande van ijseren gedaen’, veroorde-
len ze hem tot verbanning uit Leiden, Rijnland, Den Haag en Haagambacht
voor de tijd van 6 jaar, ingaande op de dag dat hij uit de gevangenis zal
worden ontslagen.
Nu zou je denken dat Cornelis zich voorlopig niet meer in Leiden zal ver-
tonen, maar daar vergissen we ons in. Op 7 mei 1593 is hij als gevangene
opnieuw gedaagde in een zaak voor de vierschaar van Leiden. Gijsbrecht
Trijssens, gesubstitueerd schout van Leiden, als eiser stelt dat de gevangene
zich in gehoorzaamheid naar het vonnis had horen te gedragen, maar dat
het hem in tegendeel belieft heeft ‘in cleijnachtinge, jae geheele versmade-
nisse’ omtrent 3 weken geleden bij daglicht weer binnen Leiden te komen
met een ‘onlijdelicke trotsmoedicheijt’ en dat hij vervolgens op 16 april ONS VOORGESLACHT | JAARGANG 761593 weer door de schout en zijn dienaar gevangen is genomen. Hierbij
heeft de gevangene zich tegen zijn aanhouders met een rapier een tijd lang
verweerd. Omdat de gevangene daarmee zijn verbanning, als ‘een gewoonlic
quaetdoender, versmader van de jusitite ende bandijt’ heeft overtreden eist
de schout opnieuw dat de gevangene uit de vierschaar zal worden geleid op
het plein van ’s Gravenstein en dat hij daar door de scherprechter zal worden
geëxecuteerd met het zwaard zodat de dood erop volgt en dat al zijn goede-
ren verbeurd zullen worden verklaard. Ook nu zijn de schepenen een stuk
milder. Na het horen van de verontschuldiging door de gevangene dat hij in
dienst van het gemene land meende te mogen volstaan met zijn verleende
paspoort en ontkenning van zijn verweer bij zijn aanhouding, maar dat het
een misverstand was, verlengen schepenen de verbanning met de tijd van
2 jaar. Deze verlenging gaat, weinig verrassend, direct in na het eindigen van
zijn voorgaande verbanning, zodat hij gedurende de tijd van 8 jaar ingaande
met de dag van zijn vrijlating, de stad Leiden, Rijnland, Den Haag en Haag-
ambacht niet mag betreden. Bij overtreding zal hij ‘in en aan zijn lichaam’
worden gestraft. Hij wordt ook veroordeeld tot betaling van de kosten van
zijn gevangenschap en blijft gevangen totdat hij deze kosten heeft voldaan. 35
Vermoedelijk heeft Cornelis Ghijsbrechtsz. Schenaert zich nu wel aan zijn
verbanning gehouden, want we komen hem niet meer tegen in de crimi-
nele vonnisboeken van Leiden. De enige vermelding uit zijn periode van
verbanning is van 21 september 1596 als hij in Zevenhuizen woont en in
Delft bij een notariële akte optreedt als getuige. 36 Op 11 februari 1602 zien
we hem weer in Leiden.37 Dat is ook gelijk de laatste vermelding die over
hem gevonden is.
Gezin/Partner: Hillegont Adriaensdr Moeijt. Hillegont (dochter van Adriaen Gerritsz Moeijt en Maritgen Quirijnsdr) is geboren in JD van Leiden; en is gestorven. [Gezinsblad] [Familiekaart]
|