| Naam |
Jacob Pronk |
| Geboorte |
14 mrt 1762 |
Scheveningen |
| Doop (CHR) |
17 mrt 1762 |
Oude Kerk, Scheveningen, 's-Gravenhage, Zuid Holland, Holland |
| Geslacht |
Mannelijk |
| Vermelding |
Biografie [1] |
- PRONK (Jacob), ged. in de Oude kerk te Scheveningen 14 Mrt. 1762, overl. te Scheveningen 18 Jan. 1838, zoon van Klaas Jacobse Pronk en Rookje Teunis Zuurmond, was reeder en koopman en vervulde in de Novemberen Decemberdagen van 1813 een gewichtige rol. Geruimen tijd voor de omwenteling in den Haag was Pronk, die zich reeds in 1795 als een vurig Oranjeman had doen kennen, in de plannen van het Driemanschap ingewijd. Op last van den graaf van Limburg Stirum zette hij 17 November Scheveningen in oranje en deed de fransche wacht aldaar aftrekken.
Door het Provisioneel Bestuur van den Haag als Provisioneel Commissaris voor Scheveningen benoemd, bewees hij niet alleen de stad, maar ook den lande belangrijke diensten. Zoo zond Pronk een aantal bomschuiten ten kruistocht langs de kust om de engelsche vloot op te sporen; twee wagens met gewapende Scheveningers gingen naar de kustdorpen om de seintoestellen af te breken. Toen van 27 November af dagelijks engelsche mariniers werden aan wal gezet en groote hoeveelheden ammunitie uit zee doorde engelsche marineschepen werden aangevoerd, was zijn taak zeer omvangrijk en zwaar. Voor de verzorging der Engelschen werd hij trouw bijgestaan door zijne echtgenoote Wilhelmina Catrina Sarter. De kerk werd gebruikt als tijdelijke opslagplaats der ammunitie, die later met wagens - transporten van 20 tot 60 voertuigen - naar Delft werd overgebracht. Door zijn maatregelen had geen enkel ongeluk plaats.
Dank zij ook het toezicht van P. kwam de Prins 30 November te Scheveningen behouden op den vaderlandschen grond en na aan de pastorie eenige oogenblikken verwijld te hebben, met een rijtuig in den Haag aan.
In de eerste helft van December hield het landen van engelsche troepen en het aanvoeren van ammunitie steeds aan. De 's Gravenhaagsche
Courant van 10 Dec. 1813 meldt: ‘Bij voortduring heeft men troepen op Scheveningen aan den wal zien komen, terwijl tevens aldaar de grootste werkzaamheid heerscht om ammunitie en wapenen te ontschepen, waarin de brave ingezetenen van Scheveningen, om strijd, de behulpzame hand bieden, en waaronder voornamelijk verdient aangemerkt te worden de zoo verdienstelijke als weldenkende Jacob Pronk, die van het oogenblik der heugchelyke omwenteling, door zijnen onvermoeiden yver, en activiteit, niet opgehouden heeft de grootste diensten aan den staat te bewijzen; zoo dat hij dus te regt aanspraak mag maken op de welwillendheid van alle zijne landgenooten’.
Dat P. door de omstandigheden en door zijn persoonlijkheid zoo op den voorgrond was getreden, was velen niet naar den zin, en toen P. zich 15 Januari 1814 liet verleiden tot het samenstellen en afkondigen van een Bekendmaking aan de visschers betrekkelijk het vervoer van passagiers, alleen met paspoorten, zonder daartoe door het Provisioneel Bestuur gemachtigd te zijn, viel hij ook bij den magistraat in ongenade; zijn vijanden bleven hem bestoken en niettegenstaande hij nog in Februari d.a.v. verklaarde dat ‘zijn handelingen tot het algemeen welzijn verstrekten’, viel 30 Maart 1814 het besluit in de vergadering van het Provisioneel Bestuur ‘de commissie van Jacob Pronk in te trekken en denzelve na dankbetuiging voor zijne betoonden iever en activiteit in de hem opgedragen taak bij missive uit deszelfs betrekking op de honorabelste wijze te ontslaan’. Koning Willem I benoemde hem tot broeder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw.
Alle pogingen van Pronk om een lands- of stadsbetrekking te krijgen mislukten; alleen bleef hij postmeester voor het vervoer op Engeland, dat in die dagen via Scheveningen plaats had. In 1817 werd de postroute verlegd over Hellevoetsluis en Pronk met een gratificatie van ƒ 500 ontslagen.
Een jaar later richtte Pronk, ter zijde gestaan door zijne wakkere echtgenoote, een zeebadinrichting ten Noorden van het dorp op en werd de grondlegger van de badplaats Scheveningen.
Van zijn inrichting, bestaande uit een houten gebouw met ontvangkamer en vier badkamers, en uit een tweetal badkoetsen werd al spoedig een betrekkelijk druk gebruik gemaakt, zelfs door Engelschen en Duitschers, en toen het bleek dat de zaak levensvatbaarheid had, besloot het Gemeentebestuur in 1826 het badbedrijf in eigen beheer te nemen; in 1828 was het houten gebouw vervangen door een steenen, geheel ingericht naar de eischen van dien tijd. Pronk werd toen schadeloos gesteld door zijn benoeming tot badmeester op een jaarwedde van ƒ 1000.
In 1820 werd Pronk aangesteld als agent voor de engelsche correspondentie te Scheveningen op een jaarwedde van ƒ 450. -; in den winter van genoemd jaar konden de engelsche brievenmalen niet via Hellevoetsluis gaan, vanwege het vele drijfijs op de reede aldaar en deze omstandigheid zou zich meermalen kunnen voordoen.
Pronk had drie zoons: de een stierf op jeugdigen leeftijd, de tweede vestigde zich aan de Kaap de Goede Hoop; de derde koos den militairen dienst en stierf in 1855 als majoor provinciaalcommandant van Noord-Brabant. Zijn vrouw overleed 13 Maart 1839.
Zijn portret, geschilderd door C. van Cuylenburg, bij Mr. A. Pronk van Hoogeveen te de Bildt.
Zie: J.C. Vermaas en P. Hoogenraad,
|
| Vermelding |
1813 (Leeftijd 50 jaar) [2] |
| 'Vrij bier in Scheveningen' |
- 'Vrij bier in Scheveningen'
De Scheveninger Jacob Pronk, indertijd commandant van de boot die stadhouder Willem V weggeroeid had, was ook al in Den Haag.
'Pronk', zei van Limburg Stirum, 'ga met spoed naar Scheveningen, zet daar alles in oranje en breng mijn spoedig bericht.' Pronk nam een rijtuig, het snelste middel dat hij wist, en 'dat ging cahin - cahan - wèg met de Fransen - over de oude Scheveningseweg.
Pronk in een rijtuig, met de orenjekokarde op de hoed! Wie hem ontmoetten, en dat waren honderden mannen en vrouwen, wierpen de vismanden in het zand (wat begrijpt een kabeljouw van vrijheid) en volgden hem, allen evenzeer in de war.
Voor zijn woning werd Pronk uit het rijtuig gedragen. Toen viel een grote stilte... er is geen dieper stilte dan van duizend mensen - en Pronk sprak zijn proclamatie: "Vrienden, ik kome van een hoger hand, U allen aan te zeggen, dat de Fransen ons land hebben verlaten, dat het voor het ganse land oranje is. Ik heb alsmede last U bekend te maken alsdat de prins binnen 3 à 4 dagen in Den Haag zal komen.
Pronk schonk heel Scheveningen vrij bier en borrels en zijn trawanten maakten hun schepen zeilree.
Uit: "Koningen, Kabinetten en Klompenvolk" 1975 Deel 1, blz. 162
|
| Vermelding |
30 nov 1813 (Leeftijd 51 jaar) [2] |
| Betrokken bij de landing van de Prins van Oranje. |
- 'De erfprins landt'
Dinsdag de 30e -juist waren in het Oosten de Pruisen de storm op Arnhem begonnen- klepperde een jongen Pronk, een levensgrote oranjevlag om het lijf, op zijn klompen de Zeeweg over naar het huis van graaf Van Limburg Stirum. Met een brief van zijn vader dat een engels schip op Scheveling aanvoer, de oranjevlag in top en zijne hoogheid aan boord.
Het fregat The Warrior voer dicht onder de kust, witte rookwolken bolden uit zijn flank, de doffe donder rolde weg in de grote ruimte tussen hemel en zee. Er werd een sloep uitgezet. Van de staatsietrap daalde één man. De mariniers met hun korte buizen en hun halve hoeden op de staartpruikjes, grepen de riemen.
Vader Pronk op een paard, een vervaarlijke oranjesjerp om, reed de zee in. Achter hem mende visser Jacob van Duyne een boerenwagen naar de sloep. 'Welkom Majesteit', zei Van Duyne en met een flinke haal hees hij de prins naast zich op de krat. Scheveningers, tot de heupen in zee, hielpen de wagen naar het strand duwen.
De luttele Scheveningers zijn de enige getuigen geweest. Maar graaf Van Limburg Stirum galoppeerde aan. En toen begon de triomftocht naar Den Haag. Hewt schemerde al toen zijne hoogheid uitstapte voor het huis van graaf Stirum op de Voorhout. De deur bleef open. Iedereen kon de prins begroeten. Daar is toen menig traantje gestort. Alleen - de Haagse regenten waren thuisgebleven...
Uit: "Koningen, Kabinetten en Klompenvolk" 1975 Deel 1, blz. 172
|
| Vermelding |
van 1817 tot 1819 (Leeftijd 54 jaar) [2] |
| 1e badhuisje Scheveningen |
- Het zeebad was uitgevonden in Engeland. Jacob Pronk had er daar over horen spreken. In 1817 opende de scheveningse reder -die altijd geld rook waar het lag, of het nu met prinsen wegbrengen of met smokkelen was- een houten badhuis. Bestaandeuit een badkamertje en twee wachtkamers. De gegadigden zaten in een forse badkuip en nijvere vrouwtjes stortten emmers vol koud zeewater over hen uit.
'Verkwikkend, geneeskrachtig tegen rheumatische aandoeningen, vapeurs, hartwater'en alles wat verder de levenslust kon vergallen. Ook bevorderde het de vruchtbaarheid van vrouwen. 'Zelfs nog meer dan de modder van de rivier de Nijl'. Zoals er kryptisch bij staat.
Graaf Gijsbert Karel van Hogendorp kwam de baden gebruiken tegen het hem nog altijd kwellende pootje. Zowel door de lijfelijke aanwezigheid van de beroemde bevrijder als door Pronks 'nicht durch Sachkennis getrübtes Urteil' (lof van een Duitser) nam het bedrijf een hoge vlucht.
Uit: "Koningen, Kabinetten en Klompenvolk" 1975 Deel 1, blz. 443
|
| Vermelding |
van 1819 (Leeftijd 56 jaar) [2] |
| 2e badhuis Scheveningen |
- Na twee jaar en 2300 klanten werd de nering tot een kleine nederzetting uitgebouwd. Een verwarmd stenen huis van vijf vertrekken. Met een koffiekamertje om de zilte smaak weg te spoelen en een bedstee waarin zwakke patiënten na de behandeling wat konden bijkomen. De ganse dag reed de waterkar heen en weer want 'voor de onderdompeling zijn 36 emmers water nodig'. Tevens verkoopt Pronk het zeewater -de geneeskracht zowel bij uit- als bij inwendig gebruik grenzeloos zijnde- in flessen door heel Nederland.
En dan ziet het gemeentebestuur het belang van Scheveningen en koopt Pronk uit en er verrijst, op duits voorbeeld, een kasteel van een badhuis met restaurant en hotel. Het huidige Kurhaus. 'Het mag zich verheugen in het bezoek van vele, voornamelijk duitse, vorsten en edellieden'.
Uit: "Koningen, Kabinetten en Klompenvolk" 1975 Deel 1, blz. 443/444
|
| Beroep |
Reder [2] |
| Recordnummer |
5317 |
| Overlijden |
18 jan 1838 |
Scheveningen |
Oorsprong  |
|
Patriarch & Matriarch |
Jacob Jansz Doe ovl. Ja, datum echter onbekend (5 Generaties)  Marijtje Jansdr geb. 1601 ovl. Ja, datum echter onbekend (Leeftijd ~ 63 jaar) (5 Generaties)  |
| Aantekeningen |
- Het is waarschijnlijk dat Jacob Pronk een rol speelde bij de landing van de erfprins van Oranje te Scheveningen. 30-11-1813
Ook is hij de commandant geweest van de boot die Stadhouder Willem V wegbracht.
Tevens reder en oprichter van het eerste Scheveningse badhuis. (van hout) in 1817. Later door de gemeente 's-Gravenhage uitgekocht, waarna op deze plek het Kurhaus verscheen.
|
| Persoon-ID |
I5317 |
Horatio's Genealogie |
| Laatst gewijzigd op |
11 nov 2022 |