| Aantekeningen |
- In drie notariële akten is Dirk met vermelding van zijn leeftijd aangetroffen.
Deze stemmen niet volledig overeen, maar geven wel aan, dat hij omstreeks 1585 is geboren.
Op 10 maart 1659 legt een driemanschap, waaronder Dirk, een verklaring af over land dat bij de Mo-
lenijzerswoning in Eikenduinen heeft behoord. Hierbij wordt aangetekend, dat Dirk in het ambacht
Eikenduinen is 'gewonnen en geboren’ en daar altijd heeft gewoond.
Dirk zet het boerenbedrijf van zijn vader in de polder Segbroek voort. Hij krijgt te maken met een
verandering in het eigendom. De woning met ca. 53 morgen eigen land en een vogelkooi wordt name-
lijk op 5 januari 1635 door Johan Purticq en de voogden van de weeskinderen van Jacob Starck voor
10.600 gld. overgedragen aan mr. Gasper van Kinschot, thesaurier en oud-burgemeester van Den Haag.
Dit verloopt echter niet correct, omdat hierbij de instemming ontbreekt van de erfgenamen
van Johan Purticks eerste vrouw. Het beheer van de woning belandt vervolgens bij Adriaan van den Ancker,
procureur bij het Hof van Holland en echtgenoot van Johans dochter Magdalena.
Op 25 juni 1636 gaat Adriaan van den Ancker over tot de openbare verkoop van het hooi op de drie
percelen land in de polder West-Escamp die Dirk tot dan toe in gebruik heeft. Ook het etgroen wordt
openbaar verkocht.
Op 1 oktober 1641 bekent Dirk dat hij aan Magdalena Purticq, weduwe van Adriaan van den Ancker,
810 gulden schuldig is vanwege twee jaar huur.
Hij wordt daarbij omschreven als ‘huijs-man woonende bij het meertje omtrent Loosduijnen in Haeghambacht’.
Gedoeld wordt op het toenmalige Wijnendalermeer. Hiervan resteert het hedendaagse Segmeer in park Meer en Bos.
Dirk geeft zijn vee en bouwgereedschap in onderpand.
Op 30 juni 1645 komt het Hof van Holland op grond van een uitgebreid dossier tot het oordeel, dat de
helft van de Dirks woning voor 5300 gld moet worden overgedragen aan Alida van der Hoog, erfge-
naam van Johan Purticks eerste vrouw en echtgenoot van de medicinale doctor Michiel Ring.
Het transport vindt plaats op 13 januari 1646.
Vervolgens wordt op 16 maart 1647 de gehele woning,
maar da voor 14.350 gld., opnieuw getransporteerd aan Gasper van Kinschot die dan inmiddels
raadsheer bij het Hof van Holland is.
Op 29 april en 12 mei 1647 worden de voorwaarden beschreven, waaronder Dirk de woning en het
bijbehorende land huurt van Gaspar van Kinschot.
De huurprijs wordt gesteld op 400 gld. per jaar.
Als borg voor de huurovereenkomst treedt Dirks zwager Cornelis Cornelisz. van Eijck uit Stompwijk op.
Op 3 september 1649 getuigt Dirk over de verkoop van korentienden door Louweris Willemsz. aan
Jacob Jansz. Cocq. Daarbij is vermeld, dat Dirk nog ‘bijt meertgen’ woont.
Op 11 augustus 1647 verklaart Dirk, dat hij, tezamen met acht buren, 400 ponden schuldig is aan
Claas Jansz. Lubbe vanwege het aflossen van twee obligaties. Bij een van die obligaties, die stamt uit
1635, is Dirk als ambachtsbewaarder van Segbroek betrokken.
Op 12 oktober 1660 legt Dirk met Cornelis Jansz. Lubbe als gewezen ambachtsbewaarders van Segbroek
een verklaring af op verzoek van de ambachtsbewaarders van West-Escamp.
In 1664 of mogelijk eerder woont Dirk op de woning Vinkenburg, gelegen te Eikenduinen aan de Lo-
zerlaan in de polder West-Escamp. Deze woning, die later Bouwlust heet, wordt deels eigendom van
Elisabeth Maas, vrouwe van Kijfhoek en weduwe van raadsheer Gualter de Raat, en deels eigendom
van het Burgerweeshuis.
Op 28 juli 1665 bekent Dirk, dat hij Elisabeth ruim 893 gulden schuldig is
aan pacht voor de woning en 242 gulden aan pacht voor de korentienden van Eikenduinen.
Op 7 april 1666 draagt Dirk zijn vee, zijn bouwgereedschap en een deel van zijn huisraad over aan
Elisabeth Maas ter vermindering van de huurschuld.
De veestapel bestaat dan uit 6 melkkoeien, 2
vaarzen, 2 kalveren, 16 schapen, 5 lammeren en twee paarden. Op 9 februari 1671 verkoopt Elisa-
beth Maas deze zaken aan Pieter Vrancken van Haasbroek die dan Pieter Dirksz. van Bohemen als
huurder opvolgt. Bij Vinckenburg hoort op dat moment ca. 44 morgen, zowel land als klingen. Dirk
is blijkbaar tussen 1666 en 1671 opgevolgd door zijn zoon Pieter.
Dirk komt nog in diverse andere notariële akten over lokale aangelegenheden voor
(1656, 1660, 1661, 1665, 1666). Hij plaatst altijd een handtekening, veelal als
Dirck Jansen van Bohemen
Op latere leeftijd beperkt hij zich tot
Dirck Jansen
|