| Aantekeningen |
- In 1546 bezit Cors Tonijsz.
met zijn stiefkinderen
de volgende percelen onder Hof van Delft: 10½
morgen in de hoefslag van de Poeldick, 16 morgen 2 hond 79 roede + 2 morgen in de hoefslag van
het twaleftalf weer, 6 morgen 5 hond 67 roede 9 voet in de hoefslag van Zaddick en 1½ morgen in de
hoefslag van Voordixhoren.
187
Dit maakt totaal 37 morgen 2 hond 46 roede 9 voet; idem in 1569/79.
188
De meeste van deze percelen (of delen daarvan) waren in 1532 in het bezit van Sijmon Pietersz.: 1½
morgen in de Poeldijck, 13 morgen 5 hond 79 roede in het twaelfttalff weer, 4 morgen 2 hond 76
roede in de Saddijck en 1½ morgen in Voerdichoern.
189
Ik meen hieruit te mogen afleiden dat Cors
Thonisz. was getrouwd met de weduwe van Sijmon Pietersz. In 1589 verklaart Cors bovendien dat
345
ONS VOORGESLACHT | Jaargang 71 | juli augustus 2016 | 689
hij het land in de Poeldijck sedert 52 jaar in zijn bezit heeft (dus sinds ca. 1537).
190
Dit klopt met het
vermoedelijke sterfjaar van Sijmon Pietersz. wiens onmondige zoon Pieter Sijmon Pietersz. op 28
februari 1538 wordt beleend met 2 morgen land op Harnas; hulde door zijn oom Willem Pietersz. Op
23 december 1549 wordt hij opgevolgd door (zijn broer) Heijnrick Sijmonsz., onmondig, hulde door
zijn oom Claes Sijmonsz., bij dode van Pieter Sijmon Pietersz. Heijnrick Sijmonsz. doet zelf hulde
op 7 maart 1554. Hij zal dus geboren zijn omstreeks 1529. Op 1 juni 1557 draagt Heijnrick het leen
over aan zijn tante Marijtgen Jansdr., weduwe van Oude Willem Pietersz. op Den Hoorn, waarna hij
uit beeld verdwijnt.
191
Op 18 maart 1584 leggen Cors Anthonisz. van Dijck, oud 64 jaar (e.a.) een verklaring af.
192
Neeltgen Cornelisdr., huisvrouw van Cors Anthonisz. van Dijck, oud omtrent 58 jaar, verklaart 3
augustus 1586 ten verzoeke van Baertout Dircxs wonende op Den Hoorn, dat zij ongeveer een jaar
geleden had gezien dat jonker Van Westerbeeck zijn knecht de heining aan de oostzijde van de werf
van de requirant had laten afbreken. Neeltgen had geprotesteerd: ‘Joncker ghij soudt die heijninck
laten staen want die man zijn ghoet zal bedorven vande beesten’ maar de jonker zei tegen zijn knecht:
‘Gatter mede doer’.
193
Ten verzoeke van Cors Tonisz. op ’t Wout legt op 29 juni 1590 de 40-jarige Commer Jansdr. een
verklaring af. In de winter van 74 op 75 toen de Spanjaarden nog in het land lagen, waren enige
Spaanse soldaten, die bij Cors Tonisz. ingekwartierd waren, naar Honselersdijk gekomen waar zij
toen bij haar vader woonde. De soldaten hadden Commer gedwongen een huis te openen menend daar
bedden en ander huisraad van Cors te vinden. Toen ze daar niets van hun gading aantroffen, hadden
ze uit het huis van Commers vader een bed en een peluw meegenomen. Haar vader thuiskomend, zag
dat zijn bed verdwenen was, en had gezegd dat hij te oud was om in het stro te slapen. Commer had
ten einde raad een bed gehaald uit een huis waar enige spullen van Cors waren opgeslagen. De vader
van Commer had opgemerkt: ‘Door de schuld van Cors Tonisz. ben ik mijn bed kwijtgeraakt. Als hij
het me teruggeeft of de waarde ervan vergoedt, krijgt hij het zijne terug’.
194
Niet lang daarna moet Cors zijn overleden. Op 4 november 1590 winnen Floris Ariensz. Bruijser voor
hemzelf, vervangende en zich sterk makende voor Machtelt Corssen en Betgen Corssen, mitsgaders
voor de kinderen van Wigger Jacopsz. wonende tot Danswijck (=Danzig), Claes Hendricxz. als man
en voogd van Maritgen Ariensdr. en zich sterk makende voor Pouwels Ariensz. Vos, de gift van al-
zulke hoflanden als Cors Anthonisz. en Neeltgen Cornelisdr. met de dood geruimd hebben, volgens
de laatste verzwering door Cors Anthonis gedaan.
195
In een ongedateerde akte, (eind 1590/begin 1591?) zien we het begin van de ruzies over zijn
nalatenschap als Wigger Jacobsz., als man en voogd van Marittgen Coorsen en als vader en voogd
van hun kinderen, zijn mede-erfgenamen, t.w. Floris Adriaensz. Brousser nomine uxoris, Machtelt en
Betge Corsens, Pouwels Adriaensz. en Claes Heijndricxs Verburch (getrouwd met een kleindochter
van Cors) voor het gerecht van Hof van Delft daagt.
196
Op 6 juni 1591 dagen de erfgenamen van Cors Anthonisz. van Dijck en Neeltgen Cornelisdr. hun
zwager Wigger Jacopsz. buiten Danswijck, als man en voogd van Maritgen Cors Anthonisdochter
voor het gerecht om met hem de nagelaten goederen van Cors en Neeltgen te schiften, scheiden of
om kenbaar te maken waaróm ze volgens hem niet zouden mogen schiften en scheiden. De zitting
wordt verdaagd tot 30 juni.
197
Zes weken later is Wigger weer in het land, want op 18 augustus 1591 compareert hij voor het
gerecht van Hof van Delft met de mededeling dat hij met de mede-erfgenamen de landen van zijn
schoonvader heeft gekaveld. Omdat er daarna weer e.e.a. is geruild, krijgt hij van Machtelt en Betgen
nog 950 gld. De schoonzussen hebben dat geld echter nog niet betaald. Wigger tekent daarom protest
aan en eist interest en vergoeding van kosten.
198
Tussendoor speelt nog een ander akkefietje. Op 25 augustus 1591 dagen Cornelis Wiggersz. en Dirck
Anthonisz. als man en voogd van Annitgen Wiggersdr., kinderen van Betgen Cornelisdr., Floris
Ariensz. Bruijser als man en voogd van Neeltgen Corssen, de voogden van Machtelt en Betgen
Corssen, Wigger Jacopsz. als man en voogd van Maritgen Corssen, en Thomas Dircxz. en Gerrit
Joesten als voogden van de kinderen van Wigger Jacopsz., voor het gerecht van Hof van Delft.
Hoewel de eis niet wordt toegelicht, blijkt uit aantekeningen in de marge dat de kinderen van Betgen
Cornelisdr. aanspraak maken op de kleren van hun overleden tante Neeltgen Cornelisdr., de moeder
van de vier Corssendochters.
199
In de maanden daarna sleept het geharrewar zich voort waarbij Wigger en Floris Ariensz. c.s. elkaar
over en weer beschuldigen de afwikkeling te traineren.
200
Na een uitspraak van de vierschaar op 15
december 1591 wordt kaveling van de goederen nog dezelfde dag geregistreerd door de landgifter
van Hof van Delft. Het ziet er naar uit dat Cors zijn dochter Maritgen had onterfd ten gunste van haar
kinderen. Die, en niet hun moeder, krijgen namelijk ca. 8 morgen in de hoefslag van de Poeldijck.
Floris Ariensz. Bruser, getrouwd met Neeltgen Corssen, krijgt ca. 7 morgen hofland in de hoefslag
van Sadtdijck, Dirck Dircxz. van Onderwater als man van Machtelt Corssen de helft van 17 morgen in
het Twaelfftalffweer, en de nog ongetrouwde Betgen Corssen de andere helft van dit land.
201
De beide
kinderen van de vooroverleden zoon Adriaen Corssen schitteren door afwezigheid bij deze kaveling.
Op 10 januari 1593 koopt Dirck Dircxz. van Onderwater, getrouwd met Machtelt Corssen, zelf
erfgenaam voor een vierdepart in de helft en een vijfdepart in de wederhelft, van zijn mede-erfgenamen
de woning van Cors Anthonisz. met vier hond hofland waar de woning op staat, met levende have
en inboedel. Hij betaalt de drie volle zusters van zijn vrouw elk 762 gld. 6 st. en de beide kinderen
haar overleden halfbroer samen 338 gld. 16 st. (een vijfdepart in de helft) wat neerkomt op een totale
getaxeerde waarde van de woning met toebehoren van ca. 3625 gld.
202
Dezelfde dag verkoopt Betgen Corssendr. aan Dirck Dircxz. alias Dirck Jan van Onderwater,
wonende tot Leiderdorp, voor 4040 car. gld. de helft van 17 morgen hofland in de hoefslag van
Twaelfftalffweer waarvan de wederhelft Dirck zelf toekomt.
203
|