| Gezin |
Cornelis Sijmonsz geb. vóór 1530 ovl. vóór 1592 (Leeftijd < 62 jaar)
| Huwelijk |
Type: civil |
- Cornelis heeft, net als zijn vader, veel land in gebruik. In 1553-1572 beschikt hij over ca. 58 morgen
in Wateringen, gelegen in de Oud-Wateringveldsepolder en de Nieuwe Wippolder. In 1572 heeft hij
daarvan ca. 15 morgen in eigen bezit. Hij is ook in het bezit van een eigen huis. Verder heeft hij de
tienden in het Laanblok van Wateringen in pacht, plus de smaltienden van Wateringen en Monster.
Landgebruik en tiendenpacht door Cornelis Sijmonsz.
Cornelis staat vermeld in het kohier voor de 10e Penning van Wateringen in 1553 met
19 M van mr. Jacob de Jonge en Trijntgen Jans Cornelisdr., 3½ M van St. Catharijnen
Vrouwen te Warmond, 2½ M van Convent van St. Aachten te Delft, 9 M van Vrouwe
van Loosduinen, 1½ M van pastorie van Wateringen en Trijntgen Jan Cornelisdr., 1 M,
3 M en 9½ M van Trijntgen Jan Cornelisdr., 5 M van Broeders te Wateringen, 1 M van
St. Nicolaas Gasthuis, 3 M 3½ H in eigen bezit en een eigen huis. Verder pacht hij dan
de tienden in het Laanblok.
Cornelis wordt ook genoemd in het kohier voor de 10e Penning van Wateringen in 1561.
Hij beschikt dan in het Oude Wateringse Veld over 13½ M van Trijntgen (Catha-
rina) Dircksdr., weduwe Jacob Cornelisz. te Delft, 9 M van Convent van Loosduinen
en 7½ H in eigen bezit, waarvan 7 H in leen. Daarnaast gebruikt hij in de Nieuwe Wip-
polder 11 M van Trijntgen Dirksdr., 10½ M van mr Cornelis en Jacob de Jonge namens
hun moeder jonkvrouw Clementia Pijnsen, 4½ M van Thomas (Sools) te Utrecht, 5 M
van Convent van Wateringen, 5½ H van pastoor van Wateringen, 1 M van St. Nicolaas
Gasthuis in Den Haag, 4 M in eigen bezit en een eigen huis. Verder pacht hij dan nog
steeds de tienden in het Laanblok, maar daarnaast ook de smaltienden in Wateringen
en Monster.
In het Kohier voor de 12e Penning van Wateringen in 1572 staat Cornelis vermeld met
16 M 3 H van erfgenamen van Catrijn Vrancken, 9 M van Convent van Loosduinen,
10½ M van mr. Jacob de Jonge, 5 M van Convent van Wateringen, 14 H van Convent
van St. Aachten, 5½ H van de pastorie van Wateringen, 8 M, 2 M en 4 M 5 H in eigen
bezit en 1 M in erfhuur.
Verder wordt Cornelis verschillende keren genoemd in het kohier voor de 100e
Penning van Wateringen in 1579. Daarbij gaat het onder andere over 9 M van Convent van
Loosduinen en over stukken van 3 M en 6 M die hij in eigen bezit heeft.
Op 1 april 1555 krijgt Cornelis 7 hond land in Wateringen in leen na een overdracht door Barthomees
Jansz. Dit duurt tot 24 juli 1579, wanneer een overdracht plaats vindt aan zijn stiefoom Jan Jansz.
Vercroft.
Op 11 maart 1566 is Cornelis als voogd van Pieter Pietersz. betrokken bij de overdracht van een ander
leen. Het gaat hierbij om de helft van ruim 4 morgen in Wateringen.
Pieter Pietersz. neemt dit leen dan niet over van zijn overleden vader Pieter Huijbrechtsz.
die vermoedelijk een zwager van Cornelis is. In plaats daarvan wordt het leen overgedragen aan Adriaan Willemsz. te Wateringen.
Het zal hier gaan om Adriaan Willemsz. die later met een dochter van Cornelis trouwt.
Op 4 augustus 1561 vertegenwoordigt Cornelis samen met Jan Hendriksz. het convent van Wateringen
bij het geven van een hypotheek op 7 morgen land in de polder West-Escamp in Den Haag.
Beiden wonen dan in Wateringen. De hypotheek wordt verstrekt door Aachtgen Pietersdr., weduwe
van Dirk Dirksz. van Bleijswijk te Delft.
Op 12 april 1583 controleert Cornelis als oud-kerkmeester de inkomsten van de kerk van Wateringen.
Bij de inkomsten staat hijzelf genoemd vanwege een betaling voor een mis en vanwege betalingen
van een landrente door zijn broers Jan Sijmonsz. (IVb) en Sebastiaan Sijmonsz.
Op 27 juni 1572 getuigen vier mannen voor de schepenen van Honselersdijk, dat Cornelis van hen
een betaling heeft geëist voor het weiden van vee. Tot dan toe is het weiden van vee echter vergund
door de rentmeester van de gravin van Arenberg als vrouwe van Honselersdijk.
Op verzoek van Claas en Adriaan Huijgens wordt op 4 mei 1575 voor de schepenen van Honselersdijk verklaard,
dat Cornelis is gevraagd voor het gerecht van Honselersdijk te compareren.
Op 22 december 1575 oordeelt het Hof van Holland, dat Cornelis niet bezwaard is door een vonnis van
de schepenen van Honselersdijk inzake een schuld van 114 schellingen. Deze schuld vloeide voort
uit de koop van zes zakken tarwe bij Dirk Jansz. te Naaldwijkerbroek en was nog niet voldaan bij
Adriaan Huijgens te Naaldwijk, boedelhouder voor de overleden Dirk Jansz.
Op 12 januari 1576 doet het Hof van Holland nog twee soortgelijke uitspraken inzake een schuld van ca. 308 gld.
die Cornelis nog niet heeft voldaan bij Claas Huijgens te Naaldwijk als voogd van de weeskinderen van
Cornelis Cornelisz. te Naaldwijk.
Op 18 januari 1578 verklaart Cornelis, dat zijn zwager Aam Huijbrechtsz. borg staat voor een schuld
van 300 gld. van hem bij Lenert Cornelisz. in Maasland, alsmede borg voor enkele andere zaken die
hun beiden bekend zijn.
Vanwege deze borgstelling verklaart Aam Huijbrechtsz. kort daarna, dat hij
425 gld. schuldig is aan Lenert Jansz.
Op 31 juli 1578 veroordeelt het Hof van Holland Cornelis tot het betalen van 20 ponden aan Cornelis
Vlieland, eerste deurwaarder bij het Hof van Holland.
Cornelis die het proces heeft aangespannen,
krijgt de mogelijkheid om het bedrag in twee halfjaarlijkse termijnen te betalen.
Op 23 maart 1578 krijgt Cornelis van het Hof van Holland uitstel voor het betalen van een aantal crediteuren.
Het Hof geeft daarbij aan in welke stappen de betreffende schulden moeten worden afgelost.
Op 14 augustus 1579 verklaart Cornelis namens zijn vrouw Catrijn Huijbrechtsdr. voldaan te zijn
door zijn schoonmoeder Hillitgen Maartensdr. voor de nalatenschap van Catrijns vader Huijbrecht
Aamsz.
Cornelis zal zich niet hebben gehouden aan het betalingsregiem dat hem op 23 maart 1578 is geboden.
Op 16 mei 1582 komt het Hof van Holland namelijk hierop terug. Het geeft dan aan hoe de
opbrengst van de executie van Cornelis verdeeld wordt over de crediteuren.
Op 19 juli 1583 nemen Aem Huijbrechtsz. en zijn moeder Hillitgen Maartensdr. een schuld van 207
gld. bij raadsheer Joost de Mennijn over. Deze schuld komt voort uit de lening die Cornelis en zijn
zwager Aam Huijbrechtsz. eerder hebben afgesloten.
Op 4 december 1563 staat bij het Hof van Holland een zaak op de rol die door Cornelis is aange-
spannen, samen met Cornelis Willemsz.
Zij doen dit als voogden van Pieter Jansz. De gedaagden
zijn Geertgen Joosten, Hillebrant Joosten, Vrank Joosten en Gerrit Adriaansz. als man van Crijntje
Joosten. Dit zijn drie ooms en een tante van de echtgenote van Jan Sijmonsz. (IVb), een broer van
Cornelis.
Cornelis wordt ook voogd voor een weeskind van zijn broer Jan. Op 27 september 1584 transporteert
hij uit dien hoofde, samen twee andere voogden, Jans woning met huis, schuur, barg en geboomte.
De koper is Sebastiaan Sijmonsz. te Delft, een andere broer van Cornelis.
In oktober 1577 is Cornelis aanwezig bij de verkoop van de woning van Pieter Claasz. van der Valk
in Rijswijkerhoek. Cornelis treedt hierbij op als voogd van twee weeskinderen van zijn zus Geertgen
Sijmonsdr. Deze woning gaat eveneens naar zijn broer Sebastiaan.
|
| Kinderen |
|
| Gezins-ID |
F1590224678 |
Gezinsblad | Familiekaart |
| Laatst gewijzigd op |
2 jan 2026 |
|