- Vermeld in 1572, toen hij als meebetaler aan een geforceerde lening aan de Prins van Oranje werd genoemd. (dus twee weken voor het begin van het beleg van Haarlem).
Een geforceerde Geldleening. Anno 1572.
In het M.S. (manuscript) van K. van Alkemade en P. van der Schelling 'Handvesten, Vrijdommen en andere wigtige bewijsen aangaande s Graaven-Haage', berustend in de Bibliotheek der gemeente 's-Gravenhage (no. 3205, Deel II Catalogus, 1894), vond ik eenige jaren geleden, een door den Prins van Oranje in 1572 gehomologeerde, door de Staten van Holland uitgeschreven bijzondere geldleening, welk besluit niet in de Resolutien is te vinden.
Deze, we mogen wel zeggen geforceerde leening, zal menigeen niet hebben aangestaan, daar de taxatie ook toen, evenals heden zeer zeker wel eens gefaald zal hebben.
De aangename ? tijding voor de inwoners van den Haag, Scheveningen en Wassenaar luidde als volgt:
Alsoo de Staten binnen den Lande van Holland verscheyde ommeslagen gestelt hebben, belopende tot groote merckelyke somme van penningen, genoegsaam niet alleen om te mogen betalen de ruyters ende knechten, voor desen tyd gediend hebben(de), maer ookom eenige nieuwe vendels te lichten ende richten, welcke oomeslagh nochtans zoe haest niet in beurte koomen, ende geinnet mogen werden, als deur middel van welke inning de knechten onder ........... discipline brengen, alle verder overlast der costen ende deselve goets moets jegens den vijand marschieren.
Soo es deur toestaen ende bewilliginge van mijn genadigen Furst ende heere myn heere den Prince van Orangien by de voors(egde) Staten geresol(eer)t ende geordonneert dat men opt crediet van gemeene land in alle steeden ende vlecken soo veel gereed gelts zal lichten bij forme van Leeninge (te restitueeren ter eerste gelegentheyd) als sekere heure commissarissen deur middel van particuliere taux, die sij luyden sullen mogen opleggen, ende alsdan eijschen den besten geschaden, ende sulx overwegende, bekoomen van wedden, ende dienvolgende is by Jonckhr. Arent van Dorp als een van de commissarissen geprocedeert int stuk van de voorsz. tauxatie as ingesetenen van (den) hove. Zoe hier nae volgd:
(Volgen twee pagina's achter elkaar doorgeschreven namen en bedragen, gevolgd door een schrijven van Willem van Oranje.)
– Wij Willem bijde Gratie Godes prince van Orange, Grave van Nassau, ende Stadhouder ende Capteyn Generael van Holland, Zeeland, Vriesland ende Utrecht, oversien hebben(de) t' gebesoigneerde opt Stuck van Leeninge over de Ingesetenen van(den) hage hier booven, tzelve accorderende ende toestaende hebben geordonn(eert) ende ordonneren mits desen Jacob Andriesz. gecommitteerde ter collectatie van(de) voorsz(egde) Leninge met alre vlyt ende naerstigheyd in t' welck te vermelden, ende dezelve te innen, procederen(de) ende doen procederen jegens den gebrekenden off dilayanten bijden middel van bedwange, dien instructie daerop gedepescheert, is gewagende ende zal van zyn ontfangh geven behoorlyk recipisse de welke by den Staete overgenoomen zal werden by wisselinge jegens heure obligatien ten contentementen van(de) geenen eenige penn(ingen) Silvere of Sacken geleent hebben(de).
Gedaen onder onsen name binnen de Stede Delff den 26 Novemb. 1572.
(get.) GILLE DE NASSAU.
Of de inning werkelijk heeft plaats gehad, en of er tijd voor is geweest? De homologatie van den prins werd in 't eind van 't jaar 1572 geteekend. We weten hoe kort daarop de Hofstad zoo goed als verlaaten werd door hen, die den Koning en Kerk nietgetrouw wenschten te blijven. Toch is het getal der aangeslagenen uiterst gering te noemen, en moeten we op dat tijdstip als te 's-Gravenhage aanwezige richards tellen: De raadsheer van der Laen, de familie Stalpert, Jacob Persyn, de vrou van Helmont, Dirk van Alckemade, en de Heer van Cabau.
Den Haag, M.G. Wildeman.
|