| Aantekeningen |
- Van der Spek (ook: Van der Speck(e), Verspecke) is een geslacht dat zijn oorsprong vindt in de omgeving Lisse. De naam Van der Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend.
Uit het Middelnederlands komt het woord spijc: brug van boomstammen, knuppeldam, in een moerassig gebied.
Volgens het Middelnederlands Handwoordenboek van Verdam heeft specke, spicke of spick de betekenis van een uit rijshout, zand, zoden en dergelijke opgeworpen dam, brug of weg in een moerassige streek.
Van zulke dammetjes zullen er vroeger heel wat zijn geweest en deze zullen op een aantal plaatsen ook gediend hebben om uniek naar iemand te verwijzen.
Het geslacht Van der Specke heeft zich vernoemd naar haar bezit: 't Huis ter Specke. Het huis lag in de nabijheid van een belangrijke verkeersader die het noorden van het Graafschap Holland met het zuiden verbond. In de middeleeuwen was er een tamelijk groot aantal adellijke behuizingen te vinden, zoals de aanzienlijke kastelen Egmond, Brederode, Teijlingen en Dever.
Ook kleine edelmanswoningen waren hier te vinden, zonder veel allures en waarschijnlijk slechts eenvoudige stenen huizen. 't Huis ter Specke onder Lisse zal een dergelijke woning zijn geweest. Het huis ontleende zijn naam aan "die Specken", het met wilgen overdekte drassige land dat het huis omringd.
't Huis ter Specke wordt voor het eerst vermeld in 1343
De eerdergenoemde Dirck (Willemsz) van der Specke (ook Verspecke) zegelde als schepen en schout te Haarlem met een wapen gelijk aan de familie Van Teylingen, dat gebaseerd was op het wapen van de Graven van Holland maar dan voorzien van een barensteel. Dit duidt op afkomst via bastaardij van de graven van Holland. Ook het feit dat Dirck en zijn gelijknamige zoon Dirck de hoge functie van schout vervulden kan een aanwijzing zijn. Voorts is de stamvader Willem, soms met zijn zoon Dirck, vermeld van 1329-1343 in diverse belenings- en overdrachtsakten.
GENEALOGIE VAN HET MIDDELEEUWSE WELGEBOREN GESLACHT VAN DER SPECK Door DRS. F.J.W. VAN KAN Op de vruchtbare geestgrond aan de rand van de duinen, in de nabijheid van de belangrijke verkeersader die het noorden van het graafschap Holland met het zuiden verbond, was in de middeleeuwen een tamelijk groot aantal adellijke behuizingen te vinden, zoals de aanzienlijke kastelen Egmond, Brederode, Teijlingen en Dever. Niet alleen kastelen zoals we ze tegenwoordig nog kennen, gerestaureerd dan wel als ruïne, ook kleine edelmanswoningen waren hier te vinden, zonder veel allures en waarschijnlijk slechts eenvoudige stenen huizen. Een daarvan zal Ter Specke onder Lisse zijn geweest, dat zijn naam ontleende aan "die Specken", het omringende met wilgen overdekte drassige land. Het huis Ter Specke wordt voor het eerst vermeld in 1343. Het geslacht Van der Specke, dat zich naar zijn bezit noemde, komt in de bronnen voor vanaf 1325. Afgaande op het wapen dat de familie voerde - een rode leeuw op een veld van goud met
Hij verkocht met grafelijke toestemming op 19-10-1325 6 morgenleenland in het ambacht Alkemade ten vrij eigen aan Jan van Polanen,droeg t.b.v. zijn zoon Dirk 2 morgen land te Lisse op aan de graaf(13-5-1329), vermeld als belender te Oegstgeest 24-6-1331, hield landin lijfhuur van de graaf te Abdissenbroek onder Lisse 1343/4, mogelijkverwant aan Femmense van der Specken te Lisse en huurster van gras vande grafelijkheid 1342/3
Woont te Lisse, met zijn zoon Dirk 1333/4 beboet wegens vechten.
|