Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
Treffers 751 t/m 1,000 van 2,532
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 751 | Bewoont de hofstede "Sculenborgh" (niet in eigendom). Pacht 13 1/2 hond van de kerk te Rijswijk, belenders: west, Jan Ruijchrock, oost, Jan van der Leck, zuid, Bredeweg en noord, de Haagwetering. Hij vestigde op 26 december 1515, Sinte Stevensdach) voor zichzelf en voor zijn vrouw Neeltjen een jaarlijkse memorie, waarvoor hij aan de kerkmeesters elf pond hollands betaalde [KA Rijswijk inv. 519 fol. 29 reg. 123] (transscriptie Jan Paul van der Spek) In tjaer vijftienhondert en[de] vijftien up Sinte Stevensdach [26 december] soe is ghecomen in den pastoer meester Zijbra[n]t Willemsz. en[de] bij ons kerckmeesters Adam Ja[n]sz. Jan Dirckxz. en[de] Jan Pietersz. up te[n] Hil, Willem Dirckxz. van der Speck en[de] heeft gheordineert ende ghemaeckt een ewyghe memorie voir hem selven en[de] Neeltien zij[n] huysvrouwe te weten dat wij kerckmeesters voir ons en[de] onsen nacomelinghers sellen laten zinghen t´onsen goedshuyse een vigelie va[n] drie lessen up Sinte Willibrordusdach [7 november] settende ten grave voir hem beyden drie kaerssen en[de] gheven den pastoer voir zij[n] memorie-penning twee scellingen den coster eenen scelling en[de] die ghilde-priester een groten en[de] voir deze memorie hebben wij kerkmeesters voirnoemt onfa[n]gen va[n] den selfen Wille[m] Dirckxz. voirnoemt die su[m]me van elf ponden Hollants hier bij waren Arent Huygez. Jan Huygez. ant Kerkhof wone[n]de en[de] Andries Willems van d[er] Speckx zone ten daghe en[de] jare als bov | van der Specke, Willem Dirxsz (I10328)
|
| 752 | Bezat land in de banne van Tetrode (Overveen bij Haarlem), ambacht van Haaster bij Gouda en Bronckhuysse bij Gouda. Hij bezat vissersschepen en scheepsbenodigheden te Scheveningen, Delfshaven en Katwijk en was eigenaar van diverse huizen en hypotheken te Scheveningen en Den Haag (o.m. perceel 1c in 15431 aangeduid als Heer Aernts huys, perceel 121b in 1559). | Adriaen Gherijts (I4889)
|
| 753 | Bezit in 1588 weidegrond in de buurt van Rijnsburg. "belent oost tconvent tot Reijnsburch, suijden Claes Jansz Verspeck" [bron: OV. nr 64, jan. 2009, p.27; drs. R.A. van der Spiegel; Legger land- en huispachten kerk te Rijnsburg 1588]. L. van der Spek acht het waarschijnlijker dat deze Claes Jansz afstamt van Jan Cornelisz (XVI.1.5.a), zie OV 35 (1980). | van der Speck (Verspeck), Claes Jansz (I1971)
|
| 754 | Bij afwezigheid van de vader krijgt Martinus de achternaam van de moeder (bastaard) | van der Pol, Martinus (Maarten) (I5304)
|
| 755 | Bij de doop van Adriaen Jacobsz. van der Harst, 27 Nov. 1661, treden als doopgetuigen op Tjerck Aeryaensz. (ged. Groote kerk 5 Sept. 1638; zie boven). | van der Harst, Adryaen (I6173)
|
| 756 | Bij de boedelpapieren van Willem Meesz., die zijn toegevallen aan zijn zoon Jacob Willemsz. van Dorp, bevindt zich een brief van Bertelmees Heynryckz. inhoudende tweevijfde deel van 7 morgen land in Monsterambacht, gedateerd 15-5-1514 (96) | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 757 | Bij de doop van haar kinderen heeft Gerritje de achternaam Van der Valck; zij heette echter wel degelijk Gerritje Cornelis Inhoeck toen zij op 24-7-1713 te Delft samen met haar man Cornelis IJsbrandsz. de Bruijn te Delft, testeerde t.o.v. notaris Jan de Bries, hij gezond, zij ziekelijk; de kinderen krijgen als legitieme portie 6 gld. 6 st., voor welk geringe bedrag het echtpaar vanuit hun woonplaats ’s-Gravenzande blijkbaar de reis naar Delft heeft gemaakt. Cornelis zet een goede handtekening, Gerritje een kruisje. | Inhouck (van der Valck), Gerritje Cornelisdr (I3929)
|
| 758 | Bij de Scheveningse schutterij, onder leiding van Dirk Koek. | Roeleveld, Wouter Cryne (I5273)
|
| 759 | Bij de verkoop van een een rentebrief uit de nalatenschap van wijlen Dieuwertgen Gerritsdr worden de volgende partijen genoemd: Voor de ene helft - Joost Gijsbrechtsz Holij (gemachtigde) - Jacob Jacobsz van Haestrecht - Dirck Vincentz van Schapensteijn Voor de andere helft - Jan Jaspers, Cornelis Jaspersz, Dirck Cornelisz van den Bosch man en voogd van Rusgen Jaspers voor hem zelf en vervangende de achtergebleven weeskinderen van wijlen Dirckgen Jaspers - Volgens machtigingsbrief van Dordrecht: Maritgen Dircx, Heijndrickgen Woutersdr weduwe van Dirck Jacobsz als moeder en voogdesse van Trijntgen Dircxdr (met toestemming weestmeester Gorkum) - Aert Cornelis Harmansz als oom en voogd van Beatricx Heijndricxdr - Claes Jacobsz Vuere als man en voogd van Maritgen Gerritsdr Verkoop aan Maritgen Gijsbrechtsdr, de erven van zijn zuster | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I2276)
|
| 760 | Bij de verkoop van een een rentebrief uit de nalatenschap van wijlen Dieuwertgen Gerritsdr worden de volgende partijen genoemd: Voor de ene helft - Joost Gijsbrechtsz Holij (gemachtigde) - Jacob Jacobsz van Haestrecht - Dirck Vincentz van Schapensteijn Voor de andere helft - Jan Jaspers, Cornelis Jaspersz, Dirck Cornelisz van den Bosch man en voogd van Rusgen Jaspers voor hem zelf en vervangende de achtergebleven weeskinderen van wijlen Dirckgen Jaspers - Volgens machtigingsbrief van Dordrecht: Maritgen Dircx, Heijndrickgen Woutersdr weduwe van Dirck Jacobsz als moeder en voogdesse van Trijntgen Dircxdr (met toestemming weestmeester Gorkum) - Aert Cornelis Harmansz als oom en voogd van Beatricx Heijndricxdr - Claes Jacobsz Vuere als man en voogd van Maritgen Gerritsdr Verkoop aan Maritgen Gijsbrechtsdr, de erven van zijn zuster | van Alenburgh, Dieuwertgen Gerrits (I14269)
|
| 761 | Bij dit huwelijk erkend: Anna Maria Helena van der Harst | Gezin: Cornelis van der Harst / Maria Bartha Vloeijmans (F1680277762)
|
| 762 | Bij geboorte "Nooddijk", bij huwelijk "Naaldijk", bij ovl "Naaldijk" Door haar echtgenoot "Naaltwijk" genaamd. De toevoeging 'Alida' komt pas bij de geboorte van haar eerste kind voor en wordt vanaf dan consequent doorgevoerd. | Naaldijk (Nooddijk, Naaltwijk), (Alida) Catharina (I5884)
|
| 763 | Bij geboorte genaamd Johannes. | Tolsma, Johannes Dominicus (I6557)
|
| 764 | Bij haar man bij het choor, middelpant Graf No 41 Kerkeregt 4-0-0 | de Jager, Machteld Jacobs (I5459)
|
| 765 | Bij haar man graf nr 243 | Suurmond, Guurtje Cornelisse (I5230)
|
| 766 | Bij het huwelijk van zijn ouders wordt zoon Petrus gewettigd. Na het huwelijk verlaat het gezin Hilvarenbeek en vestigd zich in Breda. | Gezin: Gabriël Torgerstedt / Henrica Petri Otten (F1590224623)
|
| 767 | Bij het huwelijk wordt de tot dan onwettige dochter Janneke erkend en heet vanaf dan Janneke Bal. | Gezin: Jacobus Florus Bal / Aaltje Hazenbroek (F1596435254)
|
| 768 | Bij het huwelijk wordt dochter Jannetje als hun beider dochter erkend. | Gezin: Arend Keus / Maria Bal (F1644391640)
|
| 769 | Bij Huwelijk JM van Zoetermeer. | Gezin: Mattheus Immerseel / Antonia Aartsen (F1590222567)
|
| 770 | Bij huwelijk wordt de dochter van Johanna Gerarda van Spengen (Emilia Maria van Spengen) erkend. | Gezin: Emile Arnold Kiderlen / Johanna Gerarda van Spengen (F1590224272)
|
| 771 | Bij schout en schepen testament gemaakt. Dit is een zogenaamd langstlevende testament. Na overlijden van beiden zal de woning voor hun nog inwonende zoon Johannes zijn. | Nol, Ary van der (I4061)
|
| 772 | Bij zijn vrouw begraven, in de kerk aan de noordzijde van de toren. Graf No 2364 Kerkeregt 4-0-0, Impost F 3,= | Keus, Leendert Leendertsz (I5470)
|
| 773 | Bij zijn vrouw Belijtje begraven. | Tasman, Michiel Ariens (I5119)
|
| 774 | Bijgenaamd: 'De Rode of de Zwarte' Reinoud II (of Reinald II) Geboren circa 1295 – overleden te Arnhem op 12 oktober 1343, bijgenaamd de Rode of de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I van Gelre (Zie Graven van Gelre nr. 10) en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen. In 1316 kreeg hij onenigheid met zijn vader. Hij vond zijn vader niet langer in staat de belangen van het territorium te behartigen en nam zelf het bestuur over. Na een arbitrale uitspraak van 3 september 1318 door graaf Willem III van Holland regeerde hij als soen des graven van Gelre over het graafschap Gelre en Zutphen. Zijn vader werd gevangengezet op kasteel Montfort. Reinald verleende land- en dijkrechten, en maakte bepalingen en regelingen ter verbetering van het keren van buitenwater en het lozen van binnenwater en grondwater. Deze wetgeving bestond deels uit de optekening van publiekrechtelijk en privaatrechtelijk gewoonterecht, en deels uit nieuw recht ten aanzien van het schouwen van dijken, weteringen en kaden, en de rechterlijke organisatie. Voor het Land van Maas en Waal in 1321 en 1328, voor de Bommmeler- en de Tielerwaard in 1325, 1327 en 1335,voor de Over- en Nederbetuwe in 1327, voor het Overkwartier in 1328, voor het nieuw ontgonnen ‘Nijbroek’ eveneens in 1328. Deze wetgeving is van belang geweest voor de bevordering van de rechtszekerheid en de bodemexploitatie binnen het Gelderse territorium. In 1326 overleed zijn vader en Reinoud benoemde zichzelf tot graaf van Gelre en graaf van Zutphen als Reinoud II. Hij begon een samenwerkingsverband met de Engelse koning en zwager Edward III van Engeland tegen Frankrijk. Hij waarschuwde de Engelsen in 1338 over een Franse vloot die het Zwin naderde. Hij bleef één van Edwards trouwste bondgenoten onder de Duitse prinsen tijdens de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog. Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud II stadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo. | van Gelre, Graaf van Gelre Reinoud II (I4129)
|
| 775 | Blijkbaar zijn Arie en Cornelia gescheiden. | van der Kruijk, Arie (I5799)
|
| 776 | Blijkens de huwelijksakte is de vader Johannes de Niet (overleden) | de Niet, Johanna (Jannetje) (I7074)
|
| 777 | Blijkens de huwelijksakte is Israël afkomstig van "Nieuw Nederland", oftewel de oostkust van de Verenigde Staten. | Gezin: Israel van der Helm / Ammerentia Jansdr van der Schaal (F1669458407)
|
| 778 | Blijkens de huwelijksakte zijn de vaders van beide echtelieden niet aanwezig, doch hebben zij eerder bij de Notaris verklaring afgelegd. Nakijken!!! | Gezin: Willem Buis / Trijntje Arense Roeleveld (F1590222480)
|
| 779 | Blijkens de overlijdensakte zou hij getrouwd zijn geweest met Bregje Groen, een verschrijving | Spaans, Leendert (I5358)
|
| 780 | Blijkens haar testament heeft Alijt Kerstant Jacobsz., die op 28-3-1497 (1498) is overleden, besproken het Kapittel te Naald- wijk, 5 pond voor een eeuwige memorie enz. Dat zij een eerdere echtgenote van onze Kerstant Jacobsz. kan zijn, grond ik met name op het feit dat de vermoedelijk oudste dochter van Kerstant Jacobsz. en Machteld Meesen naar deze Alijt is vernoemd (51). Kers Jacobsz., overleden 2-7-1515, heeft besproken voor een eeuwige memorie 10 pond (52). | Alyt NN (I3497)
|
| 781 | Blok, Jaapje Grootveld, Jacob Roeleveld, Gerbrand Roeleveld, Jacob Roeleveld, Marijtje Roeleveld, Willem Roeleveld, Wouter | Blok, Jacomijntje Gerritse (I8635)
|
| 782 | Blok, Marijtje Harst, Aalbert van der Harst, Anna van der Harst, Bastiaan van der Harst, Cornelis van der Harst, Marijtje van der Harst, Trijntje van der Hoek, NN van der Tasman, Marijtje | van der Harst, Albertus, Aalbert Bastiaansz (I13984)
|
| 783 | boedelinventaris gemaakt door Jacob Wilems Bom, coorenmolenaer tot 's-Gravesanden als getrouwd hebbend Maertjen Jansdr van Alenburch, | Bom, Jacob Willems (I14289)
|
| 784 | Boedelinventaris gemaakt door Jacob Wilems Bom, coorenmolenaer tot 's-Gravesanden als getrouwd hebbend Maertjen Jansdr van Alenburch, Paulus Jan van Reijgersberch als getrouwd hebbend Aerjaentjen Jansdr van Alenburch, Lijsbeth Jansdr van Alenburch, weduwe van Arij Harpersen van der Helm, met de notaris als haar voogd. Zij zijn alle kinderen en erfgenamen van Jan Janspers van Alenburch en Aechje Crijnen van Aerdenhout, beide zaliger. IJsaack Cornelissen van Cralingen, is voogd van het nagelaten weeskind van Soetje Jansdr van Alenburch geprocreert bij Jacob Lodewijcks van Buijtevest, mr. timmerman wonend te Zoeterwoude met nameL Crijntjen Jacobs, oud ca. 10 jaren. In de boedel: een huijsinge ende erve staende ende gelegen binnen 's-Gravesande, waar de overledenen hebben gewoond, welke huijsinge voor 825 gld. is verkocht aan Jacob Louwen van der Kraen; obligaties en vorderingen. Uit een boedelcedule blijkt dat goederen van het echtpaar zijn verkocht op 3 en 4-9-1670. Het huis is in 1670 en 1671 verhuurd aan Jan Gerritsen van Wijn. In de lasten van de boedel diverse rekeningen, oa.a. aan Doe Jaspers van Alenburgh voor leveringen van 1653 tot 1663. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 785 | Boedelscheiding tussen Pieter Cornelisz. van der Weijde, Dirck Cornelisz. van der Weijde en Adriaen Cornelisz. van der Weijde, kinderen en erfgenamen van zaliger Cornelis Adriaensz. van der Weijde, hun vader, overleden in de Zuidbuurt in Maasland. Ieder kind kreeg f 2147:7:6. | van der Weijde, Cornelis Ariens (I4442)
|
| 786 | Boudewijn en Adela van Mesen, gehuwd in 1028, kregen de volgende kinderen: Boudewijn VI van Vlaanderen Mathilde van Vlaanderen Robrecht I van Vlaanderen | Gezin: Markgraaf van Valencijn Boudewijn V van Rijsel / Gravin van Vlaanderen Adela van Frankrijk (F1730882000)
|
| 787 | Boudewijn II de Kale, geb. omstr. 864, graaf van Vlaanderen 879-918, usurpeerde na afloop van invallen van de Noormannen van de jaren 879-883 grondbezit en rechten in de hele streek tussen Schelde en Artois, gold als grondlegger van Vlaanderen als terrotoriaal vorstendom, wisselde herhaaldelijk van partij in de strijd tussen de diverse Westfrankische Koningen en liet aartsbisschop Fulco van Reims (900) en graaf Heribert I van Vermandois (voor 907) vermoorden, richtte een groot aantal burchten op ter bescherming van zijn gebied, overl. 10 sept. 918, begr. Gent, tr. omstr. 884 Aelfthryth van Wessex, geb. omstr. 872 (dochter van Alfred I de Grote, koning van Engeland 871-899, en Elswitha van Gainsborough), stak omstr. 884 het Kanaal over, gravin van Vlaanderen, overl. 7 juni 929/ Zijn bijnaam was een bewuste verwijzing naar zijn grootvader Karel de Kale en onderstreepte dat Boudewijn een afstammeling van Karel de Grote was, wat in die tijd nog een factor van politiek belang was. Invallen van de Vikingen Boudewijn werd graaf als opvolger van zijn vader, Boudewijn I, en kreeg direct te maken met een periode van invallen van de Vikingen: 879 Terwaan 880 Gent 881 Doornik 882 Kamerijk en Atrecht 883 Boulogne, Sint-Omaars, Saint-Riquier, Veurne, Terwaan, Gent en Atrecht. Boudewijn moest in de moerassen van Sint-Omaars zijn toevlucht zoeken. 884 Boudewijn trouwde met een dochter van Alfred de Grote, vermoedelijk om zo meer steun tegen de Vikingen te krijgen 885 de Vikingen bouwen een versterking in Condé 886 de Vikingen bouwen een versterking in Kortrijk Boudewijn wist langzaam het verloren terrein terug te winnen maar de Vikingen werden pas verjaagd nadat ze in 892 bij de slag aan de Dijle (op de plaats waar nu Leuven ligt) door koning Arnulf van Karinthië waren verslagen. Boudewijn bouwde versterkingen om zijn graafschap tegen de Vikingen te kunnen beschermen in: Ieper, Kortrijk, Sint-Winoksbergen, Sint-Omaars, Brugge en Gent. Opbouw van het graafschap In 888 steunde Boudewijn de keuze van niet-Karolinger Odo I van Frankrijk tot koning van West-Francië. Hij kreeg echter direct een conflict met Odo over de abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars. Odo achtervolgde Boudewijn tot aan Brugge maar kon de stad niet innemen. Als reactie daarop trok Boudewijn nog in datzelfde jaar naar Arnulf van Karinthië in Worms en vroeg hem om ook koning van West-Francië te worden, maar Arnulf sloeg die uitnodiging af. Toen in 892 de abt van Sint-Bertinus overleed, wachtte Boudewijn niet op de formele procedures maar bezette de abdij. Boudewijn was een van de edelen die in 893 de kroning van Karel de Eenvoudige, Karolinger, tot tegenkoning van West-Francië steunden maar tegelijkertijd zocht hij ook toenadering tot Zwentibold die in 895 tot koning van Lotharingen was benoemd. Door handig te opereren in het spanningsveld tussen Karel en Zwentibold wist Boudewijn zijn positie te versterken. In 896 verkreeg hij het graafschap Boulogne. Boudewijn liet zijn broer Rudolf Péronne en de Vermandois binnenvallen, die toen net aan Herbert I van Vermandois waren toegewezen. Herbert wist Rudolf echter in een hinderlaag te doden en het Vlaamse leger werd teruggedreven. Toen de koning in 900 bisschop Fulco van Reims, een bondgenoot van Herbert, benoemde tot abt van Sint-Bertinus, kon Boudewijn dit niet accepteren en hij liet Fulco vermoorden. Boudewijn werd daarop geëxcommuniceerd maar Karel de Eenvoudige was nietin staat om strafmaatregelen door te voeren. Omdat de politieke situatie voor Boudewijn nu niet erger kon worden, had hij geen belemmering meer om Artesië met inbegrip van de rijke abdij van Sint-Vaast te veroveren. Ook liet Boudewijn door een sluipmoordenaar Herbert van Vermandois vermoorden. Met zijn harde en gewelddadige politiek had Boudewijn in de jaren na 900 zijn positie en die van zijn graafschap veilig gesteld. De laatste periode van zijn bewind tot zijn dood in 918 is rustig verlopen. Boudewijn werd begraven in de abdij van Sint-Bertinus maar werd na de dood van zijn vrouw (929) bij haar begraven in de Sint-Pietersabdij van Gent. Graafschap Boulogne (Nederlands: Bonen of Beunen) lag in het noordwesten van Frankrijk en is sinds Franse revolutie in 1789 een deel van het departement Pas-de-Calais. De hoofdplaats was het stadje Bonen of Boulogne-sur-Mer. Het gebied maakte oorspronkelijk deel uit van de pagus Flandrensis (Vlaanderen), maar kwam al vroeg in handen (1212) van de Franse koning en werd sindsdien de onder-provincie Boulonnais genoemd, soms ook het Boonse. De naam Boulonnais wordt nog gebruikt voor de streek rond de plaatsen Boulogne-sur-Mer, Desvres, Samer,Audresselles en Ambleteuse. Boulogne werd onderdeel van het kroondomein en de provinciePicardië vanaf 1477. | van Vlaanderen, Graaf van Terwaan Boudewijn II (I4294)
|
| 788 | Boudewijn III (ca. 940 - 1 november 962) was medegraaf van Vlaanderen van 958 tot aan zijn dood. Boudewijn III was de enige zoon van graaf Arnulf I en van Aleidis van Vermandois, ook Adela genoemd. Zijn vader stelde hem in 958 aan tot medegraaf, en droeg het bestuur van het zuidelijke deel van het graafschap aan hem over. Boudewijn onderkende het belang van economische ontwikkeling en bevorderde de lakenweverij en de viltvervaardiging en stichtte jaarmarkten onder andere te Brugge en Kortrijk en stichtte de stad Duinkerke. | van Vlaanderen, Graaf van Vlaanderen Boudewijn III (I14661)
|
| 789 | Boudewijn IV bijgenaamd met de Baard (ca. 980 - 30 mei 1035) was graaf van Vlaanderen van 988 tot aan zijn dood. Biografie Boudewijn met de Baard was de zoon van Arnulf II en Rosela van Italië, dochter van Berengarius II van Italië, de door keizer Otto I onttroonde koning van Italië. Toen zijn vader in 988 overleed, was Boudewijn nog minderjarig en werd de autonomie van het graafschap Vlaanderen bedreigd door het koninkrijk Frankrijk, waartoe het nominaal behoorde. Een tweede huwelijk van Boudewijns moeder, Rosela, met Robert II de Vrome, zoon en opvolger van de Franse koning Hugo Capet, kon dit gevaar echter bezweren. Bij zijn meerderjarigheid nam Boudewijn het bestuur stevig in handen: hij stelde paal en perk aan de onder zijn vader ontstane gezagscrisis in het noorden van het graafschap (Gent, Waasland, Kortrijk) en dwong bij de graven in het zuiden (Boulogne, Guînes, Hesdin en Saint-Pol) de erkenning van zijn suzereiniteit af. Boudewijn benoemde de heer van Gistel tot zeegraaf, belast met de kustverdediging. Boudewijn verplaatste de belangstelling van de Vlaamse graven, die tot dan toe op het zuiden was gericht, naar het oosten en veroverde aanzienlijke gebieden op de rechteroever van de Schelde. In 1006 veroverde hij, samen met Lambert I van Leuven, de markgraafschappen Valencijn en Ename. Een gezamenlijke tegenaanval door keizer Hendrik II de Heilige en koning Robert II, werd afgeslagen. In 1007 veroverde Hendrik II de burcht van Gent. Uiteindelijk verzoenden Lambert I en Boudewijn IV zich in Aken (stad) met Hendrik II en trokken zij zich terug uit Valencijn. Boudewijns gebieden binnen het Heilige Roomse Rijk bleven afhankelijk van de Duitse keizer, en kregen de naam Rijks-Vlaanderen. In 1012 werd Boudewijn beleend met Walachria-Bevelandia (Zeeland Bewestenschelde) en het gebied dat later de Vier Ambachten zou worden. Dankzij gewiekste onderhandelingen met de keizer verkreeg hij in 1015 de mark Valencijn, in ruil voor de belofte zich afzijdig te houden in het interne Lotharingse conflict tussen de Reiniers en de graven van Verdun. Het lang begeerde markgraafschap Ename in het gouwgraafschap Brabant werd hem echter niet door de keizer gegund, zelfs niet na de inname (en verwoesting) van de hertogelijke burcht te Ename in 1033/1034. Boudewijn stichtte de Abdij van Sint-Winoksbergen in 1022, in de nabijheid van zijn kasteel daar. In 1028 arrangeerde hij het huwelijk van zijn zoon Boudewijn met Adela van Mesen, een dochter van Robert II, koning van Frankrijk. Na zijn huwelijk kwam Boudewijn V in opstand en Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij nam daar Eleonora, dochter van Richard II van Normandië tot tweede echtgenote en wist met Normandische steun de opstand snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). Nadien kreeg Boudewijn V wel een rol in het bestuur. In 1031 steunde Boudewijn Robert I van Bourgondië in zijn poging om koning van Frankrijk te worden in plaats van zijn broer Hendrik I van Frankrijk. Boudewijns expansiepolitiek was duidelijk gericht op de beheersing van het Scheldebekken, waarvan hij het economisch belang begreep. Tijdens zijn bewind begon de lakenindustrie ook vaste vorm aan te nemen. Boudewijn was eigenaar van de schorren langs de kust, waar schapen werden gefokt, en hij was waarschijnlijk de eerste wolleverancier van de Atrechtse draperie. Graaf Boudewijn spande zich ook in om de godsvrede te laten respecteren in zijn graafschap. Tijdens zijn bewind kreeg Brugge de eerste stadsrechten en zou hij Rijsel hebben gesticht. Hij werd begraven in de Sint-Pietersabdij te Gent. | van Vlaanderen, Graaf van Saint Pol Boudewijn IV (I14656)
|
| 790 | Boudewijn V overleed op 1 september 1067 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij te Gent. Na zijn dood trok zijn weduwe Adela zich als non terug in een klooster te Mesen, waar zij in 1079 overleed. | van Rijsel, Markgraaf van Valencijn Boudewijn V (I14654)
|
| 791 | Boudewijn V van Rijsel, ook bijgenaamd de Grote (ca. 1013 – Rijsel?, 1 september 1067), zoon van Otgiva van Luxemburg en Boudewijn IV van Vlaanderen, volgde zijn vader op in 1035 als graaf van Vlaanderen tot aan zijn dood. Biografie In 1028 huwde hij met Adela van Frankrijk (1009 - Mesen, 8 januari 1079), dochter van koning Robert II van Frankrijk en Constance van Arles. Zij was eerder verloofd geweest met hertog Richard III van Normandië die echter in 1027 overleed. Adela zou de drijvende kracht zijn geweest achter Boudewijns opstand tegen zijn vader, Boudewijn IV, om een groter aandeel in het bestuur te krijgen. Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij trouwde met Eleonora van Normandië, dochter van Richard II van Normandië. Hij wist met Normandische steun de opstand van zijn zoon snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). In 1030 verzoende Boudewijn zich met zijn vader en kreeg inderdaad een taak in het bestuur. In 1035 werd Boudewijn graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader. Boudewijn verwierf Zeeland en Lens (Frankrijk). Nadat zijn vader al in 1033 de burcht Ename had vernield, sloot hij zich vanaf 1045 aan bij de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen. Ze plunderden de palts van Nijmegen en veroorzaakten brandstichtingen te Verdun. Daarom werd in 1047 Boudewijn zijn Duitse rijkslenen ontnomen, in het bijzonder de mark Valencijn die aan Reinier van Hasnon (vader van Richilde van Henegouwen) werd toegewezen. In 1049 sloeg keizer Hendrik III terug en dreef Vlaanderen terug op eigen bodem. Dit gebeurde nogmaals in 1054. Na het overlijden van keizer Hendrik III (1056) en als gevolg van de minderjarigheid van diens zoon Hendrik IV voerden de Lotharingse rijksedelen, aartsbisschop Anno II van Keulen en paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen, vredesbesprekingen over de toestand van het rijk te Andernach (1056/1057 en 1059/1060). Tussen april 1062 en uiterlijk 4 augustus 1063 verkreeg Boudewijn uiteindelijk op legitieme wijze de mark Ename. Het was een belangrijk Lotharingse markgraafschap gelegen ten oosten van de Sch Graaf Boudewijn V, van Rijsel (afbeelding uit Flandria illustrata, 1641) Boudewijn dwong Richilde van Henegouwen, weduwe van Herman van Bergen (overleden 1051), tot een huwelijk met zijn zoon Boudewijn (VI). Door zijn toedoen werden de kinderen uit Richildis' eerste huwelijk van hun erfrechten beroofd en lijfde hij de facto Henegouwen bij Vlaanderen in. Na de verzoening met de Duitse keizer werd ook dit wegens bloedverwantschap canoniek ongeldige huwelijk door de paus kort nadien gelegitimeerd. Boudewijn bood in 1049 onderdak aan de verbannen Swein Godwinson, graaf van Herefordshire. In 1051 bood hij ook onderdak aan diens verbannen vader Godwin van Wessex. Kort voor zijn dood steunde Boudewijn V nog de expeditie naar Engeland (1066) van zijn schoonzoon Willem de Veroveraar, die gehuwd was met zijn dochter Mathilde van Vlaanderen. Deze stellingname was echter niet zonder risico's: de opkomst van het Anglo-Normandisch blok, dat voor Vlaanderen gevaarlijk kon worden, werd er niet door tegengewerkt. Een van de redenen van Boudewijns keuze was waarschijnlijk dat hij op die manier de kans zag om een deel van de dissidente adel die Willem op zijn tocht vergezelde, kwijt te raken. Door het huwelijk van Boudewijns tweede zoon, Robrecht de Fries, met Geertrui, weduwe van de graaf van Holland, strekte de Vlaamse invloedssfeer zich over een groot deel van de Nederlanden uit. Zo groot was Boudewijns aanzien, dat hij bij de dood van de koning Hendrik I van Frankrijk (1060) voogd werd over diens minderjarige troonopvolger Filips I. Op het binnenlandse vlak heeft Boudewijn het grafelijke gezag verstevigd door het territoriale bestuur te reorganiseren (kasselrijen in plaats van gouwen) en de bevoegdheden van de kloostervoogden in te krimpen (mede door de invloed van de kerkelijke hervormingsbeweging van Richard van Saint-Vanne). Om het dunbevolkte en ongecultiveerde centrale gedeelte van zijn graafschap beter te verbinden met de rijke steden, die zich aan de kust en de Schelde ontwikkelden, legde hij een gordel van nieuwe steden aan in Binnen-Vlaanderen: Torhout, Ieper, Mesen, Rijsel, Kassel en Ariën. Deze nieuwe stichtingen werden hoofdplaats van een kasselrij en kregen een jaarmarkt om de kooplieden aan te trekken. | van Rijsel, Markgraaf van Valencijn Boudewijn V (I14654)
|
| 792 | Boudewijn werd begraven in de abdij van Sint-Bertinus maar werd na de dood van zijn vrouw (929) bij haar begraven in de Sint-Pietersabdij van Gent. | van Vlaanderen, Graaf van Terwaan Boudewijn II (I4294)
|
| 793 | bouwman aan de Zuideindseweg te Ruyven, geboren te Ruyven, gedoopt op 27 juni 1683 te Pijnacker (Getuige Maartge Cornelis) overleden op 17 mei 1770 te Ruyven. Schepen van Ruyven. Op de 10e juni 1728 werd hij gezworene van Ruyven ("heeft Abraham Paulusz. Verspeck in conformite van het formulier den eed als geswoorende affgelegt") Hij is de eerste van zijn geslacht die altijd zijn familienaam gebruikt, meestal in de oudere vorm Van der Speck, een enkele maal reeds met weglating van de c. Merkwaardig is overigens dat Cornelis van der Heyden, de secretaris van Ruyven (hij was notaris te Delft) in de aanhef van de notulering van de eedsaflegging Abram de familienaam Verspek geeft. In de vijftig daaraan voorafgaande jaren wordt uniform in de aanhef van akten e.d. Van der Speck, al dan niet met een c gebruikt, terwijl de ondertekening dan nog Verspeck luidt. Abraham was een welgesteld man. Vermoedelijk had zijn vrouw daartoe bijgedragen. Immers het feit dat zijn zoon Paulus op29-jarige leegftijd en | van der Speck, Abraham (I4874)
|
| 794 | Bouwman Haagambacht (Benoordenhout) Vermeld 1543. 1553 Taxateur 10e Penning | Groen, Pieter Adriaansz (I8684)
|
| 795 | Bouwman in 't Westeinde van Catwijk onder Pijnacker | Verboon, Job Cz (I3692)
|
| 796 | Bouwman nabij Westerbeek onder Eikenduinen | Gijsbrecht Pietersz (I3580)
|
| 797 | bouwman Noordeinde te Berkel | Groenheide, Bastiaan Janse (I4149)
|
| 798 | Bouwman te Hof van Delft, Papsenseweg. Geboren te Ruyven, gedoopt op 10 augustus 1721[dtb.inv.3.fol.90] te Pijnacker, (getuige: Maartje Paulus van der SPEK) overleden op 29 maart 1805 te Hof van Delft, begraven op 5 april 1805[dtb inv. 12] te Pijnacker. Al zijn kinderen zijn geboren te Hof van Delft, Papseuseweg en vanaf 1754 in Kethel op de boerderij Hoefslag in Vockestaert. In 1785 gaat Jacob in Pijnacker rentenieren. Zijn zoon Ary blijft boeren op de boerderij van zijn vader, welkehij huurt voor 600 gulden per jaar. Jacob (1721-1805) [bron 36] Een jaar na het heengaan van (zijn moeder) vrouw van der Spek openbaarden zich bij zoon Jacob reeds het onbedriegelijke teken der 'wedergeboorte'. De 17-jarige jongen was als knecht gaan werken bij een boer die in het 'Spieringhoeksebos' woonde. Wie hem daar in die dagen opzocht, merkte al gauw dat hij 'overtuigd was geworden over zijne verlore toestand'. Dat wil zeggen dat hij aangegrepen was door een diep zondebesef, dat zijngemoed ontvankelijk maak Hoe meer hij 'op de 'bekeringsweg' vorderde, des te sterker werd het heil van anderen op zijn hart gebonden. Hij was met zoo veel iever aangedaan dat hij een ieder aansprak en zeide als dat zij bekeerd moesten worden of zij gingen verlooren'. Deze zendingsdrang zocht een uitweg, die in beginsel gevonden werd in de vorm van het kerkelijk godsdienstonderwijs. In de achttiende eeuw werd de gereformeerde jeugd lang niet altijd in de 'ware religie' opgeleid door predikanten, maar vaak door school- of speciale 'catechiseermeesters'. Deze laatsten traden min of meer in het privé op - behalve uit liefde voor de kerk tevens om wat bij te verdienen - en boden soms zelfs een voorbereiding op de openbare geloofsbelijdenis. Meestal moesten zij hiervoor wel toestemming hebben van de kerkeraad, die hen dan aan een examen onderwierp. En zo lezen we in de Delftse notulen van eind 1750 over onderzoek naar de theologische kennis van Jacob van der Spek door de wijkpredikant van Delfgauw, 'hebbende soo veel genoegen gegeven dat [hij] met veel ruymte is toegelaten, en in de lijste der catechiseermeesters is aangetekent'. Jacob was op dat moment ruim een jaar getrouwd en woonachtig in de Hof van Delft. Wellicht heeft hij vooral plattelandskinderen uit deze omgeving begeleid in het leren van de Heidelbergse Catechismus, eventueel met behulp van eenvoudiger boekjes als bij voorbeeld het populaire Voorbeeld der goddelijke waarheden van de Rotterdamse predikant Abraham Hellenbroek. Meer bijzonders over zijn lange levensloop - hij werd 84 - weten we niet, dan alleen dat hij straks zijn broer de gouden tip gaf in diens zoektocht naar een nette, godvrezende echtgenote. Jacob kende de vromen in het Delfland, en de vromen kenden hem. Zou hij in hun kringen de rol van catechiseermeester niet zijn ontgroeid en meer ruimte voor het spreken in een stichtelijk woordhebben opgeëist? Een vraag die vanzelf opkomt bij een vergelijking met de ons beter bekende lotgevallen van zijn oudste broer, Mees Abrahamsz. van der Spek. | van der Speck, Jacob Abrahamsz (I4335)
|
| 799 | Bouwman, Geboren circa 1581 te Hof van Delft (Delfgauw), overleden te Ruyven voor 19 september 1662 want op die datum passeert notaris Gerard van der wsel een akte (NA. Not. Arch. inv. 1944, nr. 10) ten huize van Jaeggen Aryens, weduwe van zaliger Pouwels Jacobse Verspeck [bron 37]. Schout van Ruyven (1657-1662), volger van de Zuidpolder onder Delfgauw (1617). De heerlijkheid Ruyven lag ten zuiden van Delfgauw. Nu loopt de A13 er langs en ligt er een recreatiegebied. Vijf geslachten lang bleven nakomelingen van Pouwel Jacobs Verspeck het beroep van bouwman uitoefenen aan de Zuideindseweg te Ruyven. Ruyven behoorde later tot de gemeente Vrijenban en misschien zelfs (tijdelijk( bij de gemeente Hof van Delft. Pouwel Jacobs was de laatste van zijn geslacht die het schoutambt volledig bekleedde. In de loop van ed 17e eeuw werd daarvoor voortaan een jurist aangezocht. Voor Ruyven werden dat Delftse notarissen. Uit de bron: ORA Pijnacker inv.119 blijkt dat Pouwel Jacobsz op 17 januari 1640 van de erf Op 7 juni 1657 passeert Pouwel Jacobs. een akte (NA. Not. Arch. inv. 1633). Zijn schoonzoon Jacob Arentsz. Oostermeer blijkt een schuld aan hem te hebben van twee duizend vier en dertig gulden. Deze verklaarde "tot sijn groot leetwesen nyet machtich te sijn omme te comen voldoen ende te restitueren ofte betalen". Zijn schoonvader Pouwel dwong al zijn kinderen op "peyne van te verbeuren ende verliesen het effect van de portie hem ofte haer competerende" Jacob niet lastig te vallen en geen rente te berekenen ! | Verspeck (De Loose), Pouwel Jacobsz (I4239)
|
| 800 | Bovenop haar eerste man Jan Jansz in 't Wilt begraven. | van Santen, Johanna Jacobusdsr (I14305)
|
| 801 | Bracht bij haar huwelijk o.a. het blok de Doortoghe onder Naaldwijk en goederen te Monster mee In oudere studies werd als echtgenote van Floris van Brederode opgevoerd een dochter van Jan Persijn van Putten, getrouwd met een dochter van Hugo van Voorne. Deze filiatie was mede gebaseerd op het feit dat Niclaes III van Putten, een vierendeel van Beatrijs van der Doortoghe (kleindochter van Floris van Brederode) wordt vermeld in 1309. Beatrijs’ moeder Ermgaert werd op basis van de tweede vierdeel Willem heer van Naaldwijk zelf ook als een van Naaldwijk beschouwd. Hugo van Voorne, de schoonvader van Jan Persijn was zelf een jongere broer van Floris en Dirk van Voorne. Na overlijden van Floris werd Hugo beleend met de parochie Putten langs de Striene. Hij overleed tijdens zijn deelname aan de Derde Kruistocht in 1189. Zijn geboortedatum kan op 1145 geschat worden. Zijn (onbekende) dochter moet dan omstreeks 1180 geboren zijn, om kort voor 1213 met Jan Persijn in het huwelijk te treden. Een dochter uit dit huwelijk zou dan omstreeks 1215 geboren moeten zijn. Gezien het feit dat het huwelijk van Flo | Gezin: Heer van Doortoghe, Zevenhuizen en Zegwaard Floris van Brederode / Ermengarde van Naaldwijk (F1590224553)
|
| 802 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 119a Datum: 09-08-1815 Bruidegom Arie Bal Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Neeltje van der Harst Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Floris Bal Moeder bruidegom Petronella van den Burg Vader bruid Kornelis van der Harst Moeder bruid Kornelia Taal Nadere informatie Weduwnaar van Chieltje Jol | Gezin: Arie Bal / Neeltje van der Harst (F1590223748)
|
| 803 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 119a Datum: 09-08-1815 Bruidegom Arie Bal Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Neeltje van der Harst Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Floris Bal Moeder bruidegom Petronella van den Burg Vader bruid Kornelis van der Harst Moeder bruid Kornelia Taal Nadere informatie Weduwnaar van Chieltje Jol | Gezin: Arie Bal / Chieltje Jol (F1590223821)
|
| 804 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 124a Datum: 16-08-1815 Bruidegom Daniël van der Harst Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Janna Schaink Leeftijd: 25 Geboorteplaats: Purmerend Vader bruidegom Kornelis van der Harst Moeder bruidegom Kornelia Taal Vader bruid Martinus Schaink Moeder bruid Margareta Cluwen | Gezin: Daniël van der Harst / Janna (Johanna Maria) Schaink (Schenk) (F1590223762)
|
| 805 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 138 Datum: 12-11-1817 Bruidegom Leendert van der Harst Leeftijd: 34 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Alida Agnita Schuttenhelm Leeftijd: 28 Geboorteplaats: Den Haag Vader bruidegom Kornelis van der Harst Moeder bruidegom Kornelia Taal Vader bruid Abram Schuttenhelm Moeder bruid Antonia de Lille Nadere informatie Weduwe van Johannes van Velsen | Gezin: Leendert van der Harst / Alida Angenita Schuttenhelm (F1590223727)
|
| 806 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 163 Datum: 31-12-1817 Bruidegom Jacob Krul Leeftijd: 21 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Johanna van der Harst Leeftijd: 20 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Pieter Krul Moeder bruidegom Annetje Tuit Vader bruid Joseph van der Harst Moeder bruid Jacoba Buis | Gezin: Jacob Krul / Johanna van der Harst (F1590223756)
|
| 807 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 299 Datum: 04-08-1841 Bruidegom Adrianus Bartholomeus Eringaard Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Den Haag Bruid Maria van der Harst Leeftijd: 19 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Jacobus Eringaard Moeder bruidegom Jacoba Hermina van Tekelenburg Vader bruid Leenderd van der Harst Moeder bruid Alida Angnita Schuttenhelm | Gezin: Adrianus Bartholomeus Eringaard / Maria van der Harst (F1590223827)
|
| 808 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 365 Datum: 06-10-1824 Bruidegom Willem van der Harst Leeftijd: 25 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Maria Koning Leeftijd: 24 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Kornelis van der Harst Moeder bruidegom Kornelia Taal Vader bruid Harme Koning Moeder bruid Neeltje van der Toorn Nadere informatie Bij dit huwelijk erkend: Willem Koning. | Gezin: Willem van der Harst / Maria Koning (F1590223761)
|
| 809 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 38 Datum: 11-02-1824 Bruidegom Martinus van der Pol Leeftijd: 22 Geboorteplaats: Den Haag Bruid Jannetje Parlevliet Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Katwijk aan Zee Vader bruidegom NN Moeder bruidegom Martijntje van der Pol Vader bruid Klaas Parlevliet Moeder bruid Neeltje Bloot | Gezin: Martinus (Maarten) van der Pol / Johanna (Jannetje) Parlevliet (F1590223010)
|
| 810 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 76 Datum: 18-04-1827 Bruidegom Job van der Harst Leeftijd: 24 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Ida van der Zwan Leeftijd: 18 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Kornelis van der Harst Moeder bruidegom Kornelia Taal Vader bruid Frank Franke van der Zwan Moeder bruid Kniertje Janse Spaans | Gezin: Job Cornelisse van der Harst / Ida van der Zwan (F1590223720)
|
| 811 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 86 Datum: 12-04-1837 Bruidegom Arie Pronk Leeftijd: 23 Geboorteplaats: Scheveningen Bruid Catharina Roelevelt Leeftijd: 24 Geboorteplaats: Scheveningen Vader bruidegom Arie Pronk Moeder bruidegom Dirkje Pronk Vader bruid Arie Roelevelt Moeder bruid Trijntje Corving | Gezin: Arie Pronk / Catharina Roeleveld (F1590223836)
|
| 812 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Zeeuws Archief Algemeen Toegangnr: 25.74 Gemeente: Middelburg Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 118 Datum: 08-11-1895 Bruidegom Leenderd van der Harst Leeftijd: 35 Geboorteplaats: 's-Gravenhage Bruid Maria Johanna Hooze Leeftijd: 27 Geboorteplaats: Oost- en West-Souburg Vader bruidegom Joseph van der Harst Moeder bruidegom Willemina Dorothea Beckhuizen Vader bruid Levinus Hooze Moeder bruid Wilhelmina Elfink | Gezin: Leenderd van der Harst / Maria Johanna Hooze (F1590223830)
|
| 813 | Bron Burgerlijke stand - Huwelijk Archieflocatie Zeeuws Archief Algemeen Toegangnr: 25.86 Gemeente: Oost-Souburg Soort akte: Huwelijksakte Aktenummer: 7 Datum: 17-07-1817 Bruidegom Franciscus Johannis Sturm Geboortedatum: 18-02-1797 Leeftijd: 20 Geboorteplaats: Middelburg Bruid Jacomina Cornelia van der Harst Geboortedatum: 02-12-1797 Leeftijd: 19 Geboorteplaats: Middelburg Vader bruidegom Johannis Sturm Moeder bruidegom Johanna Maria de Buld Vader bruid Leendert van der Harst Moeder bruid Johanna Le Duck Nadere informatie Huw. door echtscheiding ontb. 11.11.1846. Bij vonnis Arr. rechtb. te Middelburg. | Gezin: Franciscus Johannes Sturm / Jacomina Cornelia van der Harst (F1590223817)
|
| 814 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1043 Aangiftedatum: 29-08-1825 Overledene Huijbertje van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 27-08-1825 Leeftijd: 80 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Anna Zuurmondt Partner Zacharias Hoeks Relatie: Weduwe | van der Harst, Huijbertje (I5277)
|
| 815 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1122 Aangiftedatum: 12-08-1833 Overledene Johannes van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 11-08-1833 Leeftijd: 8 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Aagje Korving | van der Harst, Johannes (I9848)
|
| 816 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1147 Aangiftedatum: 15-08-1833 Overledene Maria van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 14-08-1833 Leeftijd: 4 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Aagje Korving | van der Harst, Maria (I9849)
|
| 817 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1197 Aangiftedatum: 03-09-1838 Overledene Johannes van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 01-09-1838 Leeftijd: 2 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Aagje Korving | van der Harst, Johannes (I9850)
|
| 818 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1247 Aangiftedatum: 27-07-1832 Overledene Maarten van der Pol Geslacht: M Overlijdensdatum: 26-07-1832 Leeftijd: 31 Overlijdensplaats: Den Haag Vader NN Moeder Martijntje van der Pol Partner Jannetje Parlevliet Relatie: Echtgenoot | van der Pol, Martinus (Maarten) (I5304)
|
| 819 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1289 Aangiftedatum: 02-08-1842 Overledene Leentje van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 01-08-1842 Leeftijd: 0 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Dirkje Pronk | van der Harst, Leentje (I5325)
|
| 820 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1305 Aangiftedatum: 24-09-1838 Overledene Leenderd van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 22-09-1838 Leeftijd: 25 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Cornelis van der Harst Moeder Adriana Klok Partner Willempje Plugge Relatie: Echtgenoot | van der Harst, Leenderd (I7820)
|
| 821 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1340 Aangiftedatum: 05-12-1829 Overledene Maria Elisabeth van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 04-12-1829 Leeftijd: 2 Overlijdensplaats: Scheveningen Vader Leendert van der Harst Moeder Dirkje Pronk Partner Nadere informatie Uittreksel uit het overlijdensregister van Scheveningen, datum onbekend | van der Harst, Maria Elisabeth (I1646)
|
| 822 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1422 Aangiftedatum: 25-10-1841 Overledene Bartholomeus van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 24-10-1841 Leeftijd: 1 Overlijdensplaats: Scheveningen Vader Leenderd van der Harst Moeder Dirkje Pronk Partner Nadere informatie Uittreksel uit het overlijdensregister van Scheveningen, datum onbekend | van der Harst, Bartholomeus (I5324)
|
| 823 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1592 Aangiftedatum: 17-08-1832 Overledene Neeltje van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 16-08-1832 Leeftijd: 40 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Cornelis van der Harst Moeder Cornelia Taal Partner Arie Bal Relatie: Echtgenote | van der Harst, Neeltje (I5306)
|
| 824 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 175 Aangiftedatum: 30-01-1813 Overledene Adriana van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 29-01-1813 Leeftijd: 7 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Cornelis van der Harst Moeder Adriana Klok | van der Harst, Adriana (I8955)
|
| 825 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 187 Aangiftedatum: 27-01-1814 Overledene Arie van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 25-01-1814 Leeftijd: 67 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leendert van der Harst Moeder Johanna Zuurmond Partner Fransisca Massa Relatie: Echtgenoot | van der Harst, Arie (I5244)
|
| 826 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 464 Aangiftedatum: 15-04-1830 Overledene Doodgeboren kind van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 13-04-1830 Leeftijd: 0 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Angenita Schuttenhelm | van der Harst (I4071)
|
| 827 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 470 Aangiftedatum: 29-04-1834 Overledene Job van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 28-04-1834 Leeftijd: 32 Overlijdensplaats: Scheveningen Vader Cornelis van der Harst Moeder Cornelia Taal Partner Ida van der Zwan Relatie: Echtgenoot Nadere informatie Uittreksel uit het overlijdensregister van Scheveningen, datum onbekend | van der Harst, Job Cornelisse (I5311)
|
| 828 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 565 Aangiftedatum: 17-06-1815 Overledene Cornelis van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 14-06-1815 Leeftijd: 25 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Cornelis van der Harst Moeder Cornelia Taal | van der Harst, Kornelis (I5251)
|
| 829 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 74 Aangiftedatum: 19-01-1828 Overledene Jacob van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 18-01-1828 Leeftijd: 24 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Cornelis van der Harst Moeder Adriana Klok | van der Harst, Jacob Cornelisz (I8954)
|
| 830 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 761 Aangiftedatum: 23-08-1824 Overledene Cornelia van der Pol Geslacht: V Overlijdensdatum: 20-08-1824 Leeftijd: 0 Overlijdensplaats: Scheveningen Vader Martinus van der Pol Moeder Jannetje Parlevliet Partner Nadere informatie Uittreksel uit het overlijdensregister van Scheveningen, datum onbekend | van der Pol, Cornelia (I5276)
|
| 831 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 840 Aangiftedatum: 31-07-1823 Overledene Maria van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 29-07-1823 Leeftijd: 1 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leenderd van der Harst Moeder Aagje Korving | van der Harst, Maria (I9844)
|
| 832 | Bron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 962 Aangiftedatum: 21-08-1817 Overledene Jacob van der Harst Geslacht: M Overlijdensdatum: 18-08-1817 Leeftijd: 63 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Leendert van der Harst Moeder Johanna Zuurmond Partner Klaartje Veneka Relatie: Weduwnaar | van der Harst, Jacob (I5257)
|
| 833 | Bruid wordt Burgje Gerbrands genoemd | Gezin: Leendert Leendertsz Keus / Burgje Isbrants Braa (F1590224193)
|
| 834 | Bruidegom Bij huwelijk JM van Ter Heijde Bruid bij huwelijk JD wonend te Zandambacht. | Gezin: Bastiaan Jansz van den Bosch / Maria Cornelisse van den Bos (F1590223858)
|
| 835 | Bruidegom is wonende te Honsholredijk | Gezin: Leendert Doesz Bouwman / Anna Cornelisse van der Wegt (Wegh) (F1590224450)
|
| 836 | Bruijn, Cornelis Duijn, Gijsbert van Duijn, Jannetje van Duijn, Maria van Duijn, Pieternella van Twild, Lijsbeth, Jansdr. | 't Wilt, Elisabeth Jansdr (I13644)
|
| 837 | Bü acte van 1 Mei 1695, voor notaris Jacobus Cuperus verleden, werd de volmacht verstrekt, waaraan medewerkten, Cornelis Cuperus, ^bedie- naar des Goddelücken woords, Ruüter Arissen, Jacob Meertsz Pluüm, Simon Cornelisz. en Cornelis Teunissen Turfboer, ouderlingen, Pieter Leenderts ende Jan Pietersz. Tael, Leendert Cornelisz. Keus ende Ary Simonz. Bouff, diaconen in de gemeünte Jesu Cristie tot Scheveningen ende Brs Ary Arisse Tasman, Meerten Meertenz. de Wit, Meerten Willemz. Buijs ende Jan Willemz. Korvbn, kerckmrs op de voorn. Dorpe, Jan Floore Westerdujjn, Arris Cornelissen, Abraham van der Harst ende Flo- ris Meertenz. de Wit, Gasthiujsmrs. | van der Harst, Abraham Jacobsz (I5049)
|
| 838 | Buiten de huwelijksinschrijving niets gevonden over Kommerina. Mogelijk ook door de mogelijke schrijfwijzen van haar achternaam. | van Pijnxsternagel, Kommerina (I2907)
|
| 839 | buitenechtelijk geboren in ong. 1115, mogelijk identiek aan Adewij van Vorensis, vermeld in acte uit 1157, dochter van Floris II de Vette | van Holland, Hadewich Florijsdr. (I3394)
|
| 840 | Burchard was als tweede zoon voorbestemd voor een geestelijk ambt en werd kanunnik van de Sint-Pieter van Laon. Ook werd hij heer van Étrœungt. In 1212 werd hij benoemd tot baljuw van Henegouwen en voogd van Margaretha van Constantinopel. Aangezet door koning Filips II van Frankrijk trouwde Burchard met Margaretha. Het huwelijk was zeer tegen de zin van Margaretha's oudere zuster Johanna van Constantinopel. Door de jonge leeftijd van Margaretha kon het huwelijk niet worden geconsummeerd. Burchard begon een strijd tegen zijn oudere broer Wouter II van Avesnes en tegen Johanna, om de erfdelen van hemzelf en Margaretha te verwerven. Uiteindelijk werd een vrede gesloten waarbij het huwelijk van Burchard en Margaretha werd erkend. In 1214 vocht Burchard mee aan Vlaamse zijde in de slag bij Bouvines. Tegenstanders van Burchard wisten te bereiken dat zijn huwelijk tijdens het Vierde Lateraans Concilie (1215) alsnog ongeldig werd verklaard. In 1216 werden Burchard en Margaretha geëxcommuniceerd. Ze moesten vertrekken uit Henegouwen en verbleven de volgende jaren aan een aantal adellijke en bisschoppelijke hoven in Lotharingen en het noorden van Frankrijk. In 1219 werd Burchard gevangengenomen en gevangengezet in Gent. Toen Margaretha in 1221 toestemde in ontbinding van het huwelijk, werd hij vrij gelaten. Hij trok naar Rome om absolutie te vragen aan de paus. | van Avesnes, Baljuw van Henegouwen Burchard (I4871)
|
| 841 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 842 | Ceawlin was een 6e-eeuwse koning van Wessex, dat was gelegen in het zuidwesten van Engeland. Hoewel het historisch gezien zeer twijfelachtig is, wordt Ceawlin in de Anglo-Saxon Chronicle genoemd als zoon van Cynric en kleinzoon van Cerdic, de legendarische eerste koning van Wessex. Ceawlin regeerde volgens de traditionele chronologie over Wessex van 560 tot 592. In de 5e eeuw waren grote groepen Angelen, Saksen en Juten de Noordzee overgestoken om de kusten van Brittannië te plunderen, hun krijgskunsten aan te bieden aan de verschillende strijdende partijen op het eiland en (later) om zich blijvend te vestigen. Dit ging verre van goedschiks en uiteindelijk begonnen de Angelsaksen aan een grootschalige kolonisatie en invasie van Brittannië. De Angelsaksische invallers slaagden er vrij snel in om gebieden in het zuidoosten van Engeland te veroveren op de Romano-Britten. Uit deze gebieden vormden verschillende hoofdmannen de koninkrijken Kent, Essex en Sussex. Ook de kuststreek van het latere graafschap Hampshire viel in handen van de invallers en hun leider Cerdic stichtte hier het koninkrijk Wessex. Het vroege succes van de Angelsaksische kolonisatie van Brittannië kwam abrupt ten einde toen de Romano-Britten een beslissende overwinning behaalden op de Angelsaksen in de Slag bij Mons Badonicus. Hierna slaagden de Britten erin om de Angelsaksen in zuidoostel Tegen het jaar 550 begonnen de Angelsaksen langzaam weer veroveringstochten te organiseren en Ceawlin van Wessex speelde hierin een sleutelrol. Vanuit zijn machtsbasis in Dorchester-on-Thames trok Ceawlin op tegen de Romano-Britse koninkrijken ten noorden en westen van Wessex. De Anglo-Saxon Chronicle schrijft een hele reeks overwinningen toe aan Ceawlin: in 556 zegevierde hij (toen Cynric nog koning was) bij Beranburh (Barbury), in 568 bij Wibbandun en in 571 wonnen de West-Saksen een slag bij Bedcanford. De belangrijkste slag die Ceawlin won, was de Slag bij Deorham in 577. In dat jaar trok Ceawlin op tegen de Romano-Britse koninkrijken ten oosten van het Kanaal van Bristol en drie Romano-Britse koningen werden bij Deorham verslagen. Hiermee vielen de steden Bath, Cirencester en Gloucester in West-Saksische handen, breidde Wessex zich uit tot aan de Severn en werden de Britten van Devon en Cornwall gescheiden van de Britten van Wales. De status van Ceawlin en de omvang van diens overwinningen waren klaarblijkelijk zo groot dat hij in de Anglo-Saxon Chronicle wordt genoemd als bretwalda en nominale leider van alle Angelsaksische koningen ten zuiden van de Humber, hoewel hij aan einde van zijn regering de titel moest prijsgeven aan koning Ethelbert van Kent. Hoewel macht de titel van bretwalda met zich meebracht in Ceawlins tijd is onzeker, maar Ceawlins macht was zeker geringer dan die van latere bretwalda's zoals Offa van Mercia. In 584 behaalde Ceawlin nog een overwinning bij Fethanleag (Stoke Lyne), maar in 592 verloor hij een veldslag bij een plaats genaamd Woden's Barrow (vermoedelijk het hedendaagse Alton in Wiltshire) en werd Ceawlin afgezet als koning van Wessex. Een jaar later stierf Ceawlin. Wie zijn overweldigers waren is onbekend, maar de Anglo-Saxon Chronicle spreekt van een samenzwering tussen een groep Angelen en de Romano-Britten. Ook zeer waarschijnlijk is dat Ceawlin werd afgezet door zijn opvolger Ceol en dat de interne strijd die volgde leidde tot de verzwakking van Wessex en de opkomst van Ethelbert van Kent. Waar de eerdere koningen Cerdic en Cynric als legendarisch worden beschouwd, nemen historici aan dat Ceawlin echt bestaan heeft. Gedurende zijn regeerperiode breidde Wessex zich sterk uit, al moest het later territorium prijsgeven aan andere Angelsaksische koninkrijken, voornamelijk aan Mercia. | van Wessex, Koning van Wessex Ceawlin (I13852)
|
| 843 | Cerdic (overleden 534 of 554) is volgens de traditie de eerste koning van het latere koningshuis van de West-Saksen (Wessex). Opvallend is dat, hoewel Cerdic naar beweerd een Saksisch koninkrijk stichtte, en als afstammeling van Wodan geldt, de naam waarschijnlijk van Brits-Keltische oorsprong is. Wellicht was hij van gemengd Keltisch-Saksische afstamming, of zelfs een Kelt die een Saksisch leger leidde. Cerdic zou in 495 in Zuid-Engeland zijn geland, en delen van het gebied en (in 530) het eiland Wight op de Britten hebben veroverd. De echte opkomst van Wessex als de dominante macht in de regio kwam echter waarschijnlijk pas met Ceawlin (ca. 560), volgens de traditionele genealogie Cerdics achterkleinzoon. Er zijn meer punten van twijfel in het verhaal van Cerdic. Zo lag de aanvankelijke machtsbasis van Ceawlin en zijn opvolgers niet in het gebied waar Cerdic zijn rijk zou hebben gesticht, maar in het dal van de Theems (Thames), rond Dorchester-on-Thames. Pas later, toen het noordelijke deel van het rijk aan Mercia verloren dreigde te gaan, verplaatste het zwaartepunt zich naar het zuiden (Winchester). Ook waren de eerste Angelsaksen die zich op Wight en het tegenoverliggende vasteland vestigen geen Saksen, maar Juten. Dit laatste wordt wel verklaard door te stellen dat Cerdic verder westelijk landde, er wordt wel een landingsplaats genoemd, maar die is nooit geïdentificeerd. Er zijn inderdaad archeologische aanwijzingen voor een dergelijke dubbele landing. | van Wessex, 1e Koning van Wessex Cerdic (I13857)
|
| 844 | Château de la Douye | van Frankrijk, Lodewijk VI (I14602)
|
| 845 | Check .. | Steeneken, Jan Hendrik (I6189)
|
| 846 | Check doop in Kloosterkerk | Roeleveld, Abraham Jacobse (I5683)
|
| 847 | Check notitie op akte | van der Key, Claas Cornelisse (I8088)
|
| 848 | Check!! | Bakkenes, Teuna (I5906)
|
| 849 | Claas Herwert 1/2 uur beluijd | Herbert, Klaas Lambertsz (I4763)
|
| 850 | Claes Cornelisz. Cornelis Zyeren Cornelisz., Claes Cornelisz., Zyer Guertge Willems Jacob Tijmansz. Langevelt, Claes Corneliss. Langevlet, Cornelis Claesz. Oedsier Zyer Cornelisz. Pals, Adriaen Harmanss. Pals, Jacob Adriaensz. Tijmansdr., Trijntgen Tijmansz., Jacob Trijntgen Tijmansdr. Willems., Guertge Zyeren, Cornelis | Pals, Adriaen Harmensz (I12228)
|
| 851 | Claes Pouwelsz van der Speck huurde een woning en 20 morgen land en 6 morgen bruikwaarland te Pijnacker, Ruijven van Magdalena Oldenburgh en Harper Tromp.[Not.Arch.Delft inv.1969a. fol.15] | Verspeck, Claes Pouwels (I4240)
|
| 852 | Claes verkoopt 3 margen Landts op Ockenburg in 1569: "Claes Pouwelsz wonende in Rijswijker Hoeck verkoopt aan Willem Claesz in Rijswijker Hoeck 3 margen Landts gelegen in den ambagte van Rijswijk op Ockenburch belendt weesende die westzijde Jan vanRenes ende Claes Pouwels voorsz," Evenals bij Loosduinen lag ook bij Rijswijk een buitenplaats met de naam Ockenburg. Bovendien lag er bij deze buitenplaats een boerderij van die naam. Een tweede boerderij droeg de naam Oud-Ockenburg. In 1961 bestonden beide boerderijen nog. Tengevolge van de stadsuitbreiding zijn ze beide verdwenen. Nu is daar een parkje, ten zuiden van de Tubasingel in Rijswijk. Er zijn daar opgraveingen uit de Romeinse tijd te zien. | van der Speck (Verspeck), Claes Pouwelszn (I3581)
|
| 853 | Claes Willemszn van der SPECK, aangezien de geboorte van zijn zoonsCornelis en Pouwels rond 1510 moet liggen, al in 1544 komt Cornelisals zelfstandige voor in het kohier van de 10-de penning, zal hij voor1490 geboren zijn. in 1527 en 1528 wordt hij genoemd als kerkmeesterte Rijswijk. Zoon van Willem Dirkszn van der SPECK en Neeltjen. | van der Speck (Verspeck), Claes Willems (I10330)
|
| 854 | Classe F 3,= | Spaans, Ary Leendertsz (I5768)
|
| 855 | Classe F 3,= | den Heijer, Jacoba (I5773)
|
| 856 | Classe F 3-0-0 | Hogentak, Jannetje Leendertse (I1718)
|
| 857 | Classis 3 gulden. | Kervingh, Lijsbeth Jans (I8072)
|
| 858 | Comp. Adriaen Arentsz. waert van ’s Gravenzande en nu wonende op Delfshaven en bekende verkocht te hebben aan Jasper Jansz. van Alenburch poorter van de stad ’s Gravenzande de nombre van 14 hond eigen land gelegen in het Noorland binnen Zandambacht. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 859 | Comp. Arij Jaspersz. van Alenburch en Pellenaer Jaspersz. van Alenburch voor zich zelf en als schriftelijke last hebbende van Pieter Adriaensz. van der Houve haar zwager, en bekenden getransporteerd te hebben aan Doe Jaspersz. van Alenburch haar comparanten broeder wonende binnen de stad ’s Gravenzande zekere 14? hond vrij eigen teelland gelegen in het Noorland in Zandambacht. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 860 | Comp. Baerent Engelbrechtsz. kleermaker onze inwonende poorter en burger als speciale last hebbende van Coenraed Jansz. van Beckom bakker tot Delft en bekende in die kwaliteit verkocht te hebben aan Doe Jaspersz. van Alenburch koopman mede onze inwonende poorter en burger zeker huis en erf staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande aan de Omloop. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 861 | Comp. Baerent Engelbrechtsz. kleermaker onze inwonende poorter en burger als speciale last hebbende van Coenraed Jansz. van Beckom bakker tot Delft en bekende in die kwaliteit verkocht te hebben aan Doe Jaspersz. van Alenburch koopman mede onze inwonende poorter en burger zeker huis en erf staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande aan de Omloop. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 862 | Comp. Claes Corsz. Bruijser en Claes Harpersz. van der Valck weesmeesters van Zandambacht en oppervoogden van het onmondige kindskind genaamd Cornelis Amssensz. van Hamburch, Daniel Amssensz. van Hamburch voor hem zelf en vervangende en de rato caverende voor Jan Jaspersz. als getrouwd hebbende Neeltie Danielsdr. en Jan Cornelisz. van Rijn als getrouwd hebbende Lijsbeth Danielsdr., alle kinderen en kindskind en erfgenamen van Daniel Amssensz. van Hamburch voor de ene gerechte helft, en Heijltgen Jansdr. weduwe van Daniel Amssensz. van Hamburch geassisteerd met Cornelis Fransz. de Bije als haar gekoren voogd in deze voor de wederhelft, en bekenden in die kwaliteit te transporteren aan Dirck Sijmonsz. Oudendijck wonende in Zandambacht zeker huis, schuur, barg en geboomte staande grondvast aan de binnenberm van de Delflandse Maasdijk in de hoefslag van Wateringen en een partij weijens aan de voorsz. Maasdijk. | van Rijn, Jan Cornelisz (I8673)
|
| 863 | Comp. Cornelis Jansz. moelenaer wonende op Westeheijde en bekende verkocht te hebben aan Jasper Jansz. van Alenburch wonende binnen ’s Gravenzande de resterende verschenen custingen tot 455 gld. ... f. 14 d.d. 22-5-1622: Comp. Jan Willemsz. Keij onze inwoner en bekende schuldig te wezen aan Jasper Jansz. van Alenburch onze inwonende poorter een losrente van 12 gld. ’s jaars. 4-7-1625: koop van een custingbiref van 350 gld. van Dirickgen Jansdr. weduwe Jan Willemsz. Keij wonende binnen de stad ’s Gravenzande 15-7-1625 Zandambacht: koop van custingbrief van 750 gld. van Jan Adriaensz van der Maerel, poorter van 's-Gravenzande 11-3-1629 Zandambacht: leent 200 gld aan Harper Daenielsz (van der Helm) 13-2-1630: Koop van een custingbrief van 43 gld van Comp. Rochus Jacobsz. metselaer wonende in ’s Gravenhage 1630: Koop van een zuivere losrente van 6 gld. 5 st. per jaar van Thonis Cornelisz. Cuerts wonende binnen de stad ’s Gravenzande 9-6-1630: Koop custingbrief van 650 gld van de erfgenamen van Gerridt Huijmansz 16-9-1630: Koop custingbrief van 275 gld. van Pieter Cornelisz. riedt- of stoe decker wonende binnen het dorp van Monster als getrouwd hebbende Aeltgen Jacobsdr. uit de Valck 29-3-1632: Koop jaarlijkse losrente van 6 gld en 5 st. van Maertge Jansdr. weduwe Gerridt Huijbrechtsz. Kidt alhier binnen de stad ’s Gravenzande 6-1-1637: Koop van een custingbrief van Gerridt Maertensz. Verschildt wonende aan de Maasdijk in Zandambacht 1-3-1637: De erfgenamen van Dirck Jansz zijn 80 gld schuldig aan Jasper Jansz van Alenburch | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 864 | Comp. de e. heer Arnoldus Swalmius dienaar des Goddelijken woords in de stad ’s Gravenzande en bekende verkocht te hebben aan Jan Jaspersz. van Alenburch een zeker huis en erf gelegen aan het marktveld van deze stad op de zuidhoek van de Cortestraat tegen het stadhuis over naar het zuideinde toe genaamd de Swerte Leuw, en hem comparant aangekomen bij openbare verkoping van de heer officier Mierop van deze stad, als vervallen geweest zijnde bij confiscatie aan de Hoge Overheid van Holland. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 865 | Comp. de eerbare Jaepje Willemsdr. weduwe van Jasper Jansz. van Alenburgh geassisteerd met Arij Jaspersz. van Alenburgh haar zoon en gekoren voogd in deze, poorter en poorteresse van de stad ’s Gravenzande, te samen hierin vervangende Cornelis Jaspersz. van Alenburgh haar zoon en broeder, en bekenden te samen verkocht te hebben aan Pieter Arendsz. van Spronse timmerman binnen de voorsz. stad zeker huis en erf strekkende van de Voorstraat tot aan de Achterweg. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 866 | Comp. Dirickge Thonisdr. weduwe Jan Willemsz. Dom met Cornelis Ariensz. haar voogde voor de ene helft, Willem Jansz. Dom op Doenisveldt, Jacob Florisz. in het Noordlandt, Jan Jansz. Dom tot Naaldwijk, Thobias Cornelisz. ‘s Gravenzande elk voor hen zelf en te samen vervangende Cornelis Jansz. Dom, Neeltge Jansdr. en het weeskind van zaliger Elisabeth Jansdr. in de echt geprocreerd bij Jasper Jansz. van Alenburch ‘s Gravenzande te samen voor de andere helft en bekenden te samen verkocht te hebben aan Thonis Cornelisz. timmerman tegenwoordich wonende tot Wateringen, zekere huis en erve nagelaten bij de voorn. Jan Willemsz. Dom staande binnen deze stad ‘s Gravenzande aan de Langstraet omntrent het stadhuis. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 867 | Comp. Dirickge Thonisdr. weduwe Jan Willemsz. Dom met Cornelis Ariensz. haar voogde voor de ene helft, Willem Jansz. Dom op Doenisveldt, Jacob Florisz. in het Noordlandt, Jan Jansz. Dom tot Naaldwijk, Thobias Cornelisz. ‘s Gravenzande elk voor hen zelf en te samen vervangende Cornelis Jansz. Dom, Neeltge Jansdr. en het weeskind van zaliger Elisabeth Jansdr. in de echt geprocreerd bij Jasper Jansz. van Alenburch ‘s Gravenzande te samen voor de andere helft en bekenden te samen verkocht te hebben aan Thonis Cornelisz. timmerman tegenwoordich wonende tot Wateringen, zekere huis en erve nagelaten bij de voorn. Jan Willemsz. Dom staande binnen deze stad ‘s Gravenzande aan de Langstraet omntrent het stadhuis. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 868 | Comp. Henderick van der Slange procureur te ’s Gravenzande te kennen gevende dat Fijtje Dircxsdr. weduwe van Gedioen Phijpijpsz. Baeck op 24-2-1654 op hem comparant voor schepenen alhier gepasseerd heeft procuratie om het nabeschreven huis en erve in het openbaar of uit de hand te verkopen en te transporteren, en dat zij Fijtie Dircxsdr. zelf het gemelde huis en erve heeft verkocht aan Jaepje Wilhemsdr. weduwe van Jasper Jansz. van Alenburch, zo is het dat hij comparant in gevolge van de voorsz. procuratie bekende aan de voorn. Jaeptge Wilhemsdr. op te dragen de voorsz. huising en erve staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande aan de Goudtbuurt, zoals zij Fijtje Coppers(!) het huis heeft bezeten en door het overlijden van haar moeder is aanbestorven. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 869 | Comp. Jaepje Wilhemsdr. weduwe van Jasper Jansz. van Alenburch geassisteerd met de secretaris als haar gekoren voogd in deze en bekende verkocht te hebben aan Dou Jaspersz. van Alenburch haar zoon zeker huising en erve staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande staande aan de Langestraat. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 870 | Comp. Jaepje Wilhemsdr. weduwe van Jasper Jansz. van Alenburch geassisteerd met de secretaris als haar gekoren voogd in deze en bekende verkocht te hebben aan Dou Jaspersz. van Alenburch haar zoon zeker huising en erve staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande staande aan de Langestraat. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 871 | Comp. Jaepje Willemsdr. weduwe Jasper Jansz. van Alenburgh geassisteerd met Willem de Jongh haar gekoren voogd in deze en bekende te transporteren aan Jan Jaspersz. van Alenburgh, voor het achterwezen van zijn vaderlijke erfenis en huwelijks goed, zeker haar huising en erve gelegen binnen de stad ’s Gravenzande aan de Ommeloop genaamd de Valck. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 872 | Comp. Jaepje Willemsdr. weduwe Jasper Jansz. van Alenburgh geassisteerd met Willem de Jongh haar gekoren voogd in deze en bekende te transporteren aan Jan Jaspersz. van Alenburgh, voor het achterwezen van zijn vaderlijke erfenis en huwelijks goed, zeker haar huising en erve gelegen binnen de stad ’s Gravenzande aan de Ommeloop genaamd de Valck. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 873 | Comp. Jaeptje Wilhemsdr. weduwe van Jasper Jansz. van Alenburch en bekende in gevolge van de ruiling en mangeling bij haar met Jan Barentsz. Bosch cleermaker gedaan, getransporteerd te hebben aan de voorn. Jan Barentsz. Bosch zeker huis en erve staande en gelegen binnen ’s Gravenzande aan de Goudbuurt, volgens de oude brief daarbij zij verkoopster het verkochte gekocht heeft van Fijtje Dircxsdr. weduwe van Gedioen Phijlijpsz. Baeck. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 874 | Comp. Jan Jaspersz. van Alenburgh als getrouwd hebbende Aechje Krijnen van Aerdenhout, uit dien hoofde oom en voogd van het weeskind van zal. Willem Krijnen van Aerdenhout met name Cors Willemsz. Aerdenhout kindskind van Crijn Willemsz. van Aerdenhout, mitsgaders Crijn Jaspersz. van Velden stiefvader van de voorsz. Cors Willemsz. en Jan Ariensz. van der Marel als testamentaire voogd van dezelve Cors Willemsz. van Aerdenhout, blijkende bij hetzelve testament gepasseerd bij Crijn Willemsz. van Aerdenhout grootvader van de meergenoemde Cors Willemsz. voor mr. Jeremias Lammes notaris binnen Monster d.d. 8-10-1648, en bekende verkocht te hebben aan Hendrick Jacobsz. de Jongh vroedschap van ’s Gravenzande de nombre van 2 morgen leenland gehouden van het huis van Naaldwijk. Idem nog enige bruikwaar. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 875 | Comp. Jan Jaspersz. van Alenburgh als getrouwd hebbende Aechje Krijnen van Aerdenhout, uit dien hoofde oom en voogd van het weeskind van zal. Willem Krijnen van Aerdenhout met name Cors Willemsz. Aerdenhout kindskind van Crijn Willemsz. van Aerdenhout, mitsgaders Crijn Jaspersz. van Velden stiefvader van de voorsz. Cors Willemsz. en Jan Ariensz. van der Marel als testamentaire voogd van dezelve Cors Willemsz. van Aerdenhout, blijkende bij hetzelve testament gepasseerd bij Crijn Willemsz. van Aerdenhout grootvader van de meergenoemde Cors Willemsz. voor mr. Jeremias Lammes notaris binnen Monster d.d. 8-10-1648, en bekende verkocht te hebben aan Hendrick Jacobsz. de Jongh vroedschap van ’s Gravenzande de nombre van 2 morgen leenland gehouden van het huis van Naaldwijk. Idem nog enige bruikwaar. | van Aerdenhout, Cors Willemsz (I14284)
|
| 876 | Comp. Jan Jaspersz. van Alenburgh wonende tot ’s Gravenzande als getrouwd hebbende Aechje Crijnen dochter van zaliger Crijn Willemsz. van Aerdenhout in zijn leven duinmeijer voor de ene helft, en nog dezelve Alenburgh als bloedvoogd en Jan Ariensz. van der Marel als testamentaire voogd wonende mede tot ’s Gravenzande, mitsgaders nog de voorn. [staat er zo, maar wordt niet eerder genoemd!] Crijn Jaspersz. als schoonvader over Cors Willemsz. van Aerdenhout zoon van Willem Crijnen van Aerdenhout voor de andere helft, en zulks te samen erfgenamen van de voorsz. Crijn Willemsz., en bekenden in die kwaliteit verkocht te hebben aan Gerrit Joosten Kuijs wonende binnen de stad Delft zekere woning als huis, bijhuis, schuren, barg en geboomte staande en gelegen in Zandambacht in Deunisveld met 18 morgen 3 hond 50 roeden land en bij de voorsz. Crijn Willemsz. aangekocht in verscheidende partijen. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 877 | Comp. Jan Pietersz. van der Burch onze inwonende poorter en burger en bekende verkocht te hebben aan de eerzame Doe Jaspersz. van Alenburch raad en vroedschap van de stad s Gravenzande zeker stukje erf liggende achter de huising van de voorn. comparant staande en gelegen binnen de stad ’s Gravenzande in de Langestraat groot 22 voeten breedte en 38 voeten lengte. [ in de marge: 18-7-1736 kopie uitgegeven aan Ariaantije Rodenburch weduwe van Jan Pietersz. van der Burch; idem 21-2-1737 aan Hendrick van Alenburch] | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 878 | Comp. Jan Willemsz. Touw van der Burgh bouwman in Vlaardingerambacht als voogd (nevens Gerrit Jansz. Berckel wonende op Ackersdijck, Willem Vrancken van Rijt wonende bij De Lier en Philips Pietersz. Heemskerck) over Isbrant en Lijsbeth Pieters Heemskerck, onmondige kinderen van zal. Neeltie Willemsdr. Touw van der Burch, aan haar verwekt bij Pieter Phillipsz. Heemskerck, beide gewoond hebbende en overleden in het ambacht van Naaldwijk, […] mitsgaders Phillips en Willem Pietersz. Heemskerck, Adriaen Dijcxhoorn (als getr. zijnde met Nelltie Pietersdr. Heemskerck) en Cornelis Cornelisz. van Rijn (als getrouwd zijnde met Pleuntie Pietersdr. Heemskerck), onmondige [mondige?]kinderen van Neeltie Willemsdr. Touw van der Burgh voorn. mede aan haar verwekt bij Pieter Phillipsz. Heemskerck voorn. (procuratie voor not. Abraham van den Velde d.d. 21-4-1667 te Delft) en hebben verkocht aan Sijmon Jansz. Mostert wonende in Vlaardingerambacht een huising met twee boomgaarden patrimoniaal goed, groot omtre | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 879 | Comp. Jasper en Gerrit Jansz. van Alenburch gebroeders wonende binnen ’s Gravenzande en transporteren als erfgenaam van hun vader Jan Jaspersz. cuijper aan Claes Claesz. van Zwieten onze tegenwoordige secretaris zeker huis en erve staande en gelegen binnen deze stad aan de Ommeloop. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 880 | Comp. Jasper Jansz. van Alenburch onze inwonende poorter en bekende nu al enige tijd geleden veraccordeerd te zijn met de voogden van zijn weeskind hetwelk hij comparant in de echt geprocreerd heeft bij zaliger Elisabeth Jan Domsdr. genaamd Jan Jaspersz. oud op St. Jansmis nu in de zomer eerstkomende 11 jaar, en dat ter zake van de uitkoop van het voorsz. weeskinds moederlijke erfenis, zulks hierna volgt […]. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 881 | Comp. Jasper Jansz. van Alenburch onze inwonende poorter en bekende nu al enige tijd geleden veraccordeerd te zijn met de voogden van zijn weeskind hetwelk hij comparant in de echt geprocreerd heeft bij zaliger Elisabeth Jan Domsdr. genaamd Jan Jaspersz. oud op St. Jansmis nu in de zomer eerstkomende 11 jaar, en dat ter zake van de uitkoop van het voorsz. weeskinds moederlijke erfenis, zulks hierna volgt […]. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 882 | Comp. Jasper Jansz. van Alenburch wonende binnen ’s Gravenzande en bekende opgedragen te zijn bij Adriaen Arentsz. waert ’s Gravenzande nu wonende op Delfshaven de nombre van 14 hond eigen land gelegen in het Noorderland van Zandambacht en dat voor de som van 1025 gld. bij hem comparant daarvoor beloofd, te betalen 325 gld. in gereed geld en de andere 700 gld. die hij comparant zou onderhouden zonder rente af te geven totdat de twee weeskinderen van de voorn. Adriaen Arentsz. bij hem in de echt geprocreerd bij zaliger Lijdewij Jacobsdr. mondig en 18 jaar oud zullen zijn, dat is voor het oudste kind 1622 op 21 januari en het jongste anno 1625 op 21 januari. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 883 | Comp. Lijsbeth Jansdr. van Alenburch weduwe van Arij Harpersz. van der Helm geassisteerd met Jan Jaspersz. van Alenburch haar vader beide wonende binnen de stad ’s Gravenzande, mitsgaders de voorsz Jan Jaspersz. van Alenburch als last en authorisatie hebbende van de schout van Zandambacht voor de onmondige weeskinderen van de voorsz. Arij Harpersz., en verklaarden opgedragen te hebben aan Bastiaen Hendricksz. van Boshuijsen zekere woning als huis, bijhuis, bargen, boomgaard en opgaande bomen, staande op 1 morgen eigen land gelegen binnen Zandambacht. Compareerden mede Huijbrecht Jansz. Brebijl en Cornelis Teunisz. Verheul omen en bloedvoogden van de minderjarige weeskinderen van de voorsz. Arij Harpertsz., zowel van Maertge Lauwen van der Does zijn eerste huisvrouw als ook aan de voorsz. Lijsbet Jansdr. van Alenburch verwekt en verklaarden voor zoveel het de voorsz. kinderen vaderlijke of moederlijke bewijs aangaat daarvan volkomen te wezen voldaan. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 884 | Comp. Louweris Adriaensz. van Achterthoff en bekende verkocht te hebben aan Jasper Jansz. van Alenburch en Cornelis Jansz. van Alenburch zeker huis, schuur, barg en geboomte staande en gelegen op eigen grond en erf, strekkende van de Voorstraat af met een slop tot aan de Achterweg toe. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 885 | Comp. Pieter Huijgensz. wonende in het ambacht van Monster voor hem zelf en vervangende Cornelis Dirckxsz. tot Delft als last hebbende vanwege Adriaen Dirckxsz. wonende Overmaas in het land van Den Briel, en bekende getransporteerd te hebben aan Jasper Jansz. van Alenburch, burgemeester van de stad ’s Gravenzande, 13 hond land gelegen in de Hoftiende binnen Zandambacht. 6,5 hond was met tarwe bezaaid op 7-7-1637 | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 886 | Comp. Willem de Jongh gerechtsbode van ’s Gravenzande en verklaarde uit kracht van zeker vonnis bij dit gerecht d.d. 26-2-1663 gewezen op en jegens Jan Jaspersz. van Alenburgh gecondemneerde en geexecuteerde […] verkocht te hebben aan Jacob Bosch secretaris van de weeskamer van ’s Gravenhage als testamentaire voogd over Maria Johanna van Spronsen zekere huising en erve staande en gelegen op de hoek van het marktveld alhier. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 887 | Comp. Willem Thomasz. watermolenaar van de Nieuwelandse molen en bekende getransporteerd te hebben aan Jasper Jansz. van Alenburch te ’s Gravenzande zekere vier koebeesten. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 888 | Comp. [voor schout en schepenen van Zandambacht] Crijn Jaspersz. van Velde man en voogd van Lijsbeth Maertensdr. die te voren eerste weduwe was van Willem Crijnen van Aerdenhout, eigen zoon van Crijn Willemsz. van Aerdenhout geprocreerd bij Ariaentje Corsdr. echtelieden, en de voorn. Crijn Willemsz. was bij testament tot de dood toe blijven bezitten en behouden de volle boedel die met de dood bij de voorsz. Ariaentje nagelaten was en door vooroverlijden van de voorsz. Ariaentje Corsdr. zaliger van Willem Crijnen de voorn. Lijsbeth Maertensdr. mede-erfgenaam geworden is voor een gerecht vierde part in de boedel en goederen van de voorn. Crijn Willemsz. van Aerdenhout en Ariaentje Corsdr. en naderhand door het overlijden van Willem Crijnen van Aerdenhout in het doen van de uitkoop jegens haar kinderen en bij de voogden vandien geaccordeerd dat van het voorsz. gerecht vierde part de helft vandien zou blijven aan haar kinderen, zodat zij dienaangaande nog is blijven behouden een gerecht achtste p | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 889 | Comp. [voor schout en schepenen van Zandambacht] Jaepje Willemsdr. weduwe en boedelhoudster van Jasper Jansz. van Alenburgh en bekende getransporteerd te hebben aan Doe Jaspersz. van Alenburgh haar zoon zeker stuk land van ouds genaamd ’t Scheplant gelegen in Noorland groot 2 morgen 5 hond land. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 890 | Comp. [voor schout en schepenen van Zandambacht] Jaepje Willemsdr. weduwe en boedelhoudster van Jasper Jansz. van Alenburgh en bekende getransporteerd te hebben aan Doe Jaspersz. van Alenburgh haar zoon zeker stuk land van ouds genaamd ’t Scheplant gelegen in Noorland groot 2 morgen 5 hond land. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 891 | Comp. [voor schout en schepenen van Zandambacht] Jaepje Willemsdr. weduwe en boedelhoudster van Jasper Jansz. van Alenburgh geassisteerd met Doe Jaspersz. van Alenburgh haar zoon en gekoren voogd in deze en bekende te transporteren aan Arij Jaspersz. van Alenburgh en Pelnaer Jaspersz. van Alenburgh en Pieter Aldertsz. van [niet ingevuld; moet zijn ‘van der Houve’] als getrouwd hebbende Neeltje Jaspersdr. van Alenburgh, alle zonen en dochter van de comparante, zekere 14 hond patrimoniaal teelland gelegen in het Noorland in Zandambacht, ter zake voor en vanwege haar achterwezen van het beloofde huwelijks goed haar nog competerende. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 892 | Comp. [voor schout en schepenen van Zandambacht] Jaepje Willemsdr. weduwe en boedelhoudster van Jasper Jansz. van Alenburgh geassisteerd met Doe Jaspersz. van Alenburgh haar zoon en gekoren voogd in deze en bekende te transporteren aan Arij Jaspersz. van Alenburgh en Pelnaer Jaspersz. van Alenburgh en Pieter Aldertsz. van [niet ingevuld; moet zijn ‘van der Houve’] als getrouwd hebbende Neeltje Jaspersdr. van Alenburgh, alle zonen en dochter van de comparante, zekere 14 hond patrimoniaal teelland gelegen in het Noorland in Zandambacht, ter zake voor en vanwege haar achterwezen van het beloofde huwelijks goed haar nog competerende. | Luck, Jaepje (Jacoba) Willemsdr (I2275)
|
| 893 | Compareerde Sijmon Pieterszoen en heeft mit hem ghebracht Alijt Jansdr sijn huijs vrou en heeft bewijs ghedaen Marrige Adriaensdr haer kint out xij jare ghewonnen bij Adriaen Bloem haer gheecht man was ende hebben t voornoemde kint bewesen voor sijn vaders erve de some van hondert pont Hollants twelck dat Sijmon Pietersz voorn en sijn huijsvrou onder houde sal daer voer. | Alijt Jansdr (I13485)
|
| 894 | Constance van Arles, bijg. Taillefer, (986 – Melun, 25 juli 1034) was een dochter van Willem I van Provence en van Adelheid van Anjou, dochter van Fulco II van Anjou. Zij trouwde in 1003 met Robert II de Vrome, nadat die verplicht was om te scheiden van Bertha van Bourgondië. De Franse koning leefde immers in overspel met Bertha, nadat de koning zijn echtgenote Suzanna van Italië verstoten had. Bovendien waren Robert en Bertha aan elkaar verwant waardoor hun huwelijk tegen de kerkelijke wetten was. Na het huwelijk met Constance zette Robert echter zijn relatie met Bertha gewoon voort. Hierdoor ontstonden twee vijandige kampen aan het hof. Het huwelijk van Constance en Robert was zo slecht dat hij zou hebben gezegd de dood te verkiezen als een ontsnapping aan zijn huwelijk. Volgens haar tegenstanders was ze een ijdele, intrigante, twistzieke en arrogante vrouw. Volgens de bisschop van Chartres was ze "zeer betrouwbaar als ze dreigementen maakt". Het hof had grote moeite met de andere cultuur en gebruiken van haar hovelingen uit het zuiden. Een bekend voorbeeld hiervan was dat de zuiderlingen zich schoren – iets wat zij een teken van beschaving vonden maar door de hovelingen van Robert als een teken van verwijfdheid werd gezien. In 1007 probeerde paltsgraaf Hugo van Beauvais, een vazal van Bertha's zoon Odo II van Blois, Robert te overtuigen om Constance te verstoten. Constance liet daarop Hugo, in Roberts aanwezigheid, vermoorden door Fulco III van Anjou. In 1017 wist ze te bereiken dat haar zoon Hugo tot medekoning werd gekroond. Toen Hugo in 1025 18 jaar oud werd, en dus al een paar jaar meerderjarig was, steunde ze hem in zijn eis om een werkelijk deel van de macht te krijgen. Na een kort conflict werd Hugo door Robert verslagen en Hugo overleed nog in hetzelfde jaar. Daarna kwam Constance met Robert in conflict over de vraag welke van hun zoons de beste opvolger zou zijn. Robert had een voorkeur voor Hendrik en Constance had een voorkeur voor Robert. In 1027 werd Hendrik tot medekoning gekroond. Enige tijd later zette ze Hendrik en zijn broer Robert samen aan tot een opstand tegen hun vader. Koning Robert gaf toe aan hun belangrijkste eisen voor een groter aandeel in het bestuur, en de vrede werd hersteld. Toen koning Robert kort daarna overleed trok Constance zich terug op haar huwelijksbezit en weigerde het bestuur daarvan aan haar zoons over te dragen. Na een korte militaire actie van Hendrik werd ze gedwongen om dat alsnog te doen. Constance we | d'Arles, Constance (I14612)
|
| 895 | Consul van Wurttemberg te Amsterdam, lid firma Kiderlen & Fuchs, manufacturenhandel te Amsterdam, lid firma Kreglinger & Co., commissionairs te Amsterdam. | von Kiderlen, Wilhelm (I4292)
|
| 896 | Cornelis Adriaens soens huijs bij estimacie op vij £ x S siaers daerome hier als voeren. xv S Noot: Cornelis Adriaensz gebruijct een droechthuijn bij estimacie om iij £ siaers daeromme hier als voeren. iij S | Cornelis Adriaens (I3523)
|
| 897 | Cornelis Claesz Vooijs @ ende sijn ouste soon Lenert Cornelisz @, wonende Ter Heijde, gezond, compareren. Cornelis Claesz Vooijs verklaart dat als hij voor zijn zoon komt te overlijden vermaakt hij hem en bedde met alle sijn toebehoren van peulen en twee cussens ende tcleedekens, een coperen becken, twee tinne plateelen, twee tinne peercannen, een capstock, een tinne waterpoo, twee goude rijnge van sijn moeder sa: gekomen ende twee silveren lepelen. Boven nog een somme van ƒ 200,- in voldoeninge van zijn bruidegoms stuck, mitsgaders bruiloft en vuijtsetten van wollen ende linden als de voorgaende sijne kinderen eerlick vuijtgeset sijn geweest ende dit alles boven sijn moeders erfenis en bewijs seggende dat de voorsz ƒ 200,- zullen komen uit zijn comparants gereetste goederen die hij nalaten zal. Andere kinderen en erfgenamen zullen hier niet tegen mogen protesteren op verbeurtenis van hun erfdeel, uijtgeseijt haer legitieme portie. In de goederen van de opposanten worden de armen van Ter Heijde geplaatst. Welverstaende dat de selve benefijtien hier voren verhaelt sullen hem volgen sonder mindering van sijn voorder porschie van hem comparant neffens zijn ander erfgenamen hem compererend. Ende verklaarde hij Leendert Cornelisz voor eerst deze hare ende benefijtie van sijn vader danckelijcken aen te nemen, mits hem zijn voorsz vader daer tegens weder stellende ende instituerende sijn erfgenaem in soo ver hij comparant sonder blijckende blijvend getroute quame vuijt deser werelt te halen in alle sijn comparants goederen. get.: Arent Gijsen Hoogwerff, schoolmeester in de Poeldijk en Jacobus Lammens, inwoonders alhier. | Vooijs, Cornelis Claesz (I12928)
|
| 898 | Cornelis Cornelis van Rijn, Leendert Gijsen getrouwd met Annitgen Corn.s, Arij Dircxz van der Waert getrouwd met Dirckgen Cornelis ook voor de kinderen van Hendrick Cornelisz van Rijn, samen erfgenamen van Betgen Cornelis die weduwe was van Cornelis Hendricxsz van Rijn. Zij verklaren dat Betgen Cornelis in haar leven aan Phillips Cornelis van Rijn, haar zoon en mede-erfgenaam, op 18-11-1647 had verkocht haar huis, schuit, meubilair en huisraad. Zij dragen voor 2.500 gld. het resterende 4/5 deel aan hem op, te weten huis, bijhuis, bargen, geboomte met schuiten etc. in het dorp van Poeldijck, O de laan van de heer Van Brantwijck, Z de Schuijtsloot, W Pieter Adamsz van Dijck met huis, N 'sHeren wech. Belast met een opstalrente. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 899 | Cornelis Cornelisz van Rhijn, schipper te Loosduinen, verkoopt voor 4.000 car. gld. aan Joris Cornelisz van de Molenwerf het huis en erf genaamd 'De Witte Swaen' te Loosduinen. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 900 | Cornelis Cornelisz van Rijn Maertge Jans sijn vrou | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 901 | Cornelis Cornelisz van Rijn Maertge Jans sijn vrou | van der Beeck, Marijtje Janse (I8676)
|
| 902 | Cornelis Cornelisz. Molewerff onze inwoner bekende schuldig te wezen aan Cornelis Cornelisz. van Rijn de som van 844 car. gld. ter zake van cassatie van twee obligaties de ene d.d. 1-5-1663 inhoudende 500 gld. kapitaal ten laste van hem comparant en ten behoeve van Neeltje Bastiaensdr. Ruijghrock, en de andere van d.d. 16-6-1670 inhoudende mede tot last van hem comparant 300 gld. kapitaal ten behouve van Hillebrant van Wouw. f. 25v d.d. 19-5-1676: Jan Gerritsz. van Wijn wonende op Honselersdijk als principaal, Volckje Leendertsdr. weduwe van Gerrit Jansz. van Wijn wonende te ’s Gravenzande en Willem Gerritsz. van Wijn wonende in het dorp van Maasland als borgen bekenden schuldig te wezen aan Cornelis Cornelisz. van Rijn wonende op Honselersdijk de som van 500 car. gld. ter zake van geleende penningen. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 903 | Cornelis Cornelisz. van Rhijn als procuratie hebbende van mijnheer Lambert d’Overschie d.d. 12-2-1649 bekende verkocht te hebben aan Pieter Willemsz. van der Valck wonende in Naaldwijkerbroek 4 hond roeden weiland leggende gemeen met 8 hond weiland gelegen in Naaldwijkerbroek in de Nieuwe Broekpolder in de ban van Wateringen. Lambert d'Overschie was het familiehoofd van een een zeer rijke Hollandse Brouwersfamilie, waar een adellijk geslacht uit voort is gekomen. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 904 | Cornelis Cornelisz. van Rijn wonende op Honselersdijk bekende verkocht te hebben aan Jan Arentsz. van der Does wonende op Honselersdijk 7 morgen weiland gelegen in het ambacht van Wateringen in de Oude Broekpolder. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 905 | Cornelis Cornelisz. van Rijn, Jan Cornelisz. van Rijn en Henderick Cornelisz. van Rijn alle meerderjarige kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz. van Rijn haar vader zaliger bekenden verkocht te hebben aan Altie Jansdr. Norms weduwe en boedelhoudster van Jacob Corsen van der Beeck wonende aan Blommersdijk een huisje en erf staande binnen Wateringen. N De Pastorie; O het kerkhof en de Pastorie; W Jan Gisberts v.d. Loots; Z de Heerenstraat. | van Rijn, Jan Cornelisz (I8673)
|
| 906 | Cornelis Cornelisz. van Rijn, Jan Cornelisz. van Rijn en Henderick Cornelisz. van Rijn alle meerderjarige kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz. van Rijn haar vader zaliger bekenden verkocht te hebben aan Altie Jansdr. Norms weduwe en boedelhoudster van Jacob Corsen van der Beeck wonende aan Blommersdijk een huisje en erf staande binnen Wateringen. N De Pastorie; O het kerkhof en de Pastorie; W Jan Gisberts v.d. Loots; Z de Heerenstraat | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 907 | Cornelis Droogendijk alias Stedehouder, president-schepen en stedehouder van Hendrik-Ido-Ambacht, jongeman van Rijsoord (1695), lidmaat te Hendrik-Ido -Ambacht met attestatie van Rijsoord 30 juni 1695 (als Cornelis Jacobsz Stedehouder overleden te Hendrik-Ido-Ambacht 19 februari 1723 woonde in Hendrik-Ido-Ambacht tegenover dekerk op de hofstede 'Overkerk', leende op 2augustus 1721 1.600 gulden van Cornelis Jansz Hofland, waarvoor zijn broer Arij Jacobsz Drogendijck zich borg stelde, hij huwde Rijsoord 20 februari 1695 (op attestatie van Giessen-Nieuwkerk omdat de predikant te Giessendam afwezig was) Geertje Jansdr Groenevelt, jonge dochter van Peursum, lidmaat Hendrik-Ido-Ambacht 1696, overleden voor 26 januari 1723. Op 26 januari 1723 stelde Cornelis Jacobsz Stehouder mitsgaders Jaco Teunisz Drogendijk en Jacob Ariens Droegendijk, zijn neven en sloot de weeskamer uit. Bij het overlijden van Cornelis behoorde tot zijn nalatenschap o.a.: "huijs, schuer, keeten, erve en boomgaard, groot 1 mergen, recht tegenover de kerk van Hendrik-Ido -Ambacht" ('Overkerk'), belend door Cornelis Andriesz, meester timmerman aan de ene zijde en het land van de oud-schout Cornelis van Houp aan de andere zijde. Daarnaast nog ca. 9 morgenland in Sandelingen-Ambacht en ca. 3½ morgen land in Hendrik-Ido-Ambacht. De oudste zoon van Cornelis en Geertje, jacob, die toen juist meerderjarig was, legde herhaaldelijk verantwoording af over zijn beheer over de nalatensvhap van zijn ouders ( 24 november 1723, 15 juni 1724, 18/29 juni 1727, 28 november 1728 en 25 maart 1733) Nederlandse Familienamen Databank Stehouwer naamsvermeldingen en literatuurreferenties: • Cornelis Jacobsz Stehouwer (ca. 1670-1723), de eerste naamdrager (vader heette nog Drogendijk) [te Hendrik-Ido-Ambacht]. "De naam Stehouwer is afkomstig van stedehouder van een dorp, dat is de plaatsvervanger van de schout. De stamvader heeft deze functie niet bekleed, maar wel zijn oudoom Cornelis Aert Heijmans, naar wie hij waarschijnlijk is vernoemd." [J.A. van der Giessen e.a., Genealogie van het geslacht Stehouwer, Rotterdam 1994; vgl. Genealogie-CBG 2 (1996), nr 1, p 11; 'Wapenregister', in: Jb. CBG 53 (1999), p 272]. • Adriaen Steedehouder, Barendrecht 1625; zoon van Hendrick Willemsz; stedehouder = plaatsvervangend schout [Slijkerman-1989, p 85, 105]. • [K.J. Slijkerman, 'Aert Heijmansz en de zijnen. Stamvader van het geslacht met de takken Drogendijck en Stehouwer in de contreien van Ridderkerk', in: dNL 113 (1996), p 401-414]. | Stedehouder, Cornelis Jacobsz (I4318)
|
| 908 | Cornelis Gerytsz., van Scheveningen zekerheid verle ent aan de Weesmeesters van Den Haag ten behoeve van de weeskinderen wijlen Jacob Adriaensz. op zijn huis te Scheveningen. | Adriaen Gherijts (I4889)
|
| 909 | Cornelis heeft, net als zijn vader, veel land in gebruik. In 1553-1572 beschikt hij over ca. 58 morgen in Wateringen, gelegen in de Oud-Wateringveldsepolder en de Nieuwe Wippolder. In 1572 heeft hij daarvan ca. 15 morgen in eigen bezit. Hij is ook in het bezit van een eigen huis. Verder heeft hij de tienden in het Laanblok van Wateringen in pacht, plus de smaltienden van Wateringen en Monster. Landgebruik en tiendenpacht door Cornelis Sijmonsz. Cornelis staat vermeld in het kohier voor de 10e Penning van Wateringen in 1553 met 19 M van mr. Jacob de Jonge en Trijntgen Jans Cornelisdr., 3½ M van St. Catharijnen Vrouwen te Warmond, 2½ M van Convent van St. Aachten te Delft, 9 M van Vrouwe van Loosduinen, 1½ M van pastorie van Wateringen en Trijntgen Jan Cornelisdr., 1 M, 3 M en 9½ M van Trijntgen Jan Cornelisdr., 5 M van Broeders te Wateringen, 1 M van St. Nicolaas Gasthuis, 3 M 3½ H in eigen bezit en een eigen huis. Verder pacht hij dan de tienden in het Laanblok. Cornelis wordt ook genoemd in het kohier voor de 10e Penning van Wateringen in 1561. Hij beschikt dan in het Oude Wateringse Veld over 13½ M van Trijntgen (Catha- rina) Dircksdr., weduwe Jacob Cornelisz. te Delft, 9 M van Convent van Loosduinen en 7½ H in eigen bezit, waarvan 7 H in leen. Daarnaast gebruikt hij in de Nieuwe Wip- polder 11 M van Trijntgen Dirksdr., 10½ M van mr Cornelis en Jacob de Jonge namens hun moeder jonkvrouw Clementia Pijnsen, 4½ M van Thomas (Sools) te Utrecht, 5 M van Convent van Wateringen, 5½ H van pastoor van Wateringen, 1 M van St. Nicolaas Gasthuis in Den Haag, 4 M in eigen bezit en een eigen huis. Verder pacht hij dan nog steeds de tienden in het Laanblok, maar daarnaast ook de smaltienden in Wateringen en Monster. In het Kohier voor de 12e Penning van Wateringen in 1572 staat Cornelis vermeld met 16 M 3 H van erfgenamen van Catrijn Vrancken, 9 M van Convent van Loosduinen, 10½ M van mr. Jacob de Jonge, 5 M van Convent van Wateringen, 14 H van Convent van St. Aachten, 5½ H van de pastorie van Wateringen, 8 M, 2 M en 4 M 5 H in eigen bezit en 1 M in erfhuur. Verder wordt Cornelis verschillende keren genoemd in het kohier voor de 100e Penning van Wateringen in 1579. Daarbij gaat het onder andere over 9 M van Convent van Loosduinen en over stukken van 3 M en 6 M die hij in eigen bezit heeft. Op 1 april 1555 krijgt Cornelis 7 hond land in Wateringen in leen na een overdracht door Barthomees Jansz. Dit duurt tot 24 juli 1579, wanneer een overdracht plaats vindt aan zijn stiefoom Jan Jansz. Vercroft. Op 11 maart 1566 is Cornelis als voogd van Pieter Pietersz. betrokken bij de overdracht van een ander leen. Het gaat hierbij om de helft van ruim 4 morgen in Wateringen. Pieter Pietersz. neemt dit leen dan niet over van zijn overleden vader Pieter Huijbrechtsz. die vermoedelijk een zwager van Cornelis is. In plaats daarvan wordt het leen overgedragen aan Adriaan Willemsz. te Wateringen. Het zal hier gaan om Adriaan Willemsz. die later met een dochter van Cornelis trouwt. Op 4 augustus 1561 vertegenwoordigt Cornelis samen met Jan Hendriksz. het convent van Wateringen bij het geven van een hypotheek op 7 morgen land in de polder West-Escamp in Den Haag. Beiden wonen dan in Wateringen. De hypotheek wordt verstrekt door Aachtgen Pietersdr., weduwe van Dirk Dirksz. van Bleijswijk te Delft. Op 12 april 1583 controleert Cornelis als oud-kerkmeester de inkomsten van de kerk van Wateringen. Bij de inkomsten staat hijzelf genoemd vanwege een betaling voor een mis en vanwege betalingen van een landrente door zijn broers Jan Sijmonsz. (IVb) en Sebastiaan Sijmonsz. Op 27 juni 1572 getuigen vier mannen voor de schepenen van Honselersdijk, dat Cornelis van hen een betaling heeft geëist voor het weiden van vee. Tot dan toe is het weiden van vee echter vergund door de rentmeester van de gravin van Arenberg als vrouwe van Honselersdijk. Op verzoek van Claas en Adriaan Huijgens wordt op 4 mei 1575 voor de schepenen van Honselersdijk verklaard, dat Cornelis is gevraagd voor het gerecht van Honselersdijk te compareren. Op 22 december 1575 oordeelt het Hof van Holland, dat Cornelis niet bezwaard is door een vonnis van de schepenen van Honselersdijk inzake een schuld van 114 schellingen. Deze schuld vloeide voort uit de koop van zes zakken tarwe bij Dirk Jansz. te Naaldwijkerbroek en was nog niet voldaan bij Adriaan Huijgens te Naaldwijk, boedelhouder voor de overleden Dirk Jansz. Op 12 januari 1576 doet het Hof van Holland nog twee soortgelijke uitspraken inzake een schuld van ca. 308 gld. die Cornelis nog niet heeft voldaan bij Claas Huijgens te Naaldwijk als voogd van de weeskinderen van Cornelis Cornelisz. te Naaldwijk. Op 18 januari 1578 verklaart Cornelis, dat zijn zwager Aam Huijbrechtsz. borg staat voor een schuld van 300 gld. van hem bij Lenert Cornelisz. in Maasland, alsmede borg voor enkele andere zaken die hun beiden bekend zijn. Vanwege deze borgstelling verklaart Aam Huijbrechtsz. kort daarna, dat hij 425 gld. schuldig is aan Lenert Jansz. Op 31 juli 1578 veroordeelt het Hof van Holland Cornelis tot het betalen van 20 ponden aan Cornelis Vlieland, eerste deurwaarder bij het Hof van Holland. Cornelis die het proces heeft aangespannen, krijgt de mogelijkheid om het bedrag in twee halfjaarlijkse termijnen te betalen. Op 23 maart 1578 krijgt Cornelis van het Hof van Holland uitstel voor het betalen van een aantal crediteuren. Het Hof geeft daarbij aan in welke stappen de betreffende schulden moeten worden afgelost. Op 14 augustus 1579 verklaart Cornelis namens zijn vrouw Catrijn Huijbrechtsdr. voldaan te zijn door zijn schoonmoeder Hillitgen Maartensdr. voor de nalatenschap van Catrijns vader Huijbrecht Aamsz. Cornelis zal zich niet hebben gehouden aan het betalingsregiem dat hem op 23 maart 1578 is geboden. Op 16 mei 1582 komt het Hof van Holland namelijk hierop terug. Het geeft dan aan hoe de opbrengst van de executie van Cornelis verdeeld wordt over de crediteuren. Op 19 juli 1583 nemen Aem Huijbrechtsz. en zijn moeder Hillitgen Maartensdr. een schuld van 207 gld. bij raadsheer Joost de Mennijn over. Deze schuld komt voort uit de lening die Cornelis en zijn zwager Aam Huijbrechtsz. eerder hebben afgesloten. Op 4 december 1563 staat bij het Hof van Holland een zaak op de rol die door Cornelis is aange- spannen, samen met Cornelis Willemsz. Zij doen dit als voogden van Pieter Jansz. De gedaagden zijn Geertgen Joosten, Hillebrant Joosten, Vrank Joosten en Gerrit Adriaansz. als man van Crijntje Joosten. Dit zijn drie ooms en een tante van de echtgenote van Jan Sijmonsz. (IVb), een broer van Cornelis. Cornelis wordt ook voogd voor een weeskind van zijn broer Jan. Op 27 september 1584 transporteert hij uit dien hoofde, samen twee andere voogden, Jans woning met huis, schuur, barg en geboomte. De koper is Sebastiaan Sijmonsz. te Delft, een andere broer van Cornelis. In oktober 1577 is Cornelis aanwezig bij de verkoop van de woning van Pieter Claasz. van der Valk in Rijswijkerhoek. Cornelis treedt hierbij op als voogd van twee weeskinderen van zijn zus Geertgen Sijmonsdr. Deze woning gaat eveneens naar zijn broer Sebastiaan. | Gezin: Cornelis Sijmonsz / Catrijn Huijbrechtsdr (F1590224678)
|
| 910 | Cornelis Jacobsz. Valck wonende in de ban van Wateringen als principaal en Cornelis Cornelisz. van Rijn wonende op Honselersdijk als borg bekenden schuldig te wezen aan Jacob Claesz. Bogaert wonende in Katwijk in de jurisidictie van Pijnacker de som van 400 car. gld. ter zake van geleende penningen. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 911 | Cornelis Jansz. Hensbrouck weduwnaar van Belitge IJsbrandsdr., Annetje IJsbrantsdr. weduwe van Cornelis Fransen, Reijmpje IJsbrantsdr. weduwe van Jan Jansz. Bredervelt, IJsbrant Cornelisz. van der Beeck zoon van Aefje IJsbrantsdr. zich te samen sterk makende voor Cornelis Lambrechtsz. als getrouwd hebbende Maritge IJsbrantsdr., alle erfgenamen van de voorn. Belitge IJsbrantsdr. bekenden, te weten Cornelis Jansz. Hensbrouck voor de ene helft en de voorn. erfgenamen voor de wederhelft, verkocht te hebben aan Cornelis Cornelisz. van Rijn onze inwoner een woning als huis, bijhuis, schuur, bargen en geboomte met omtrent 2 hond land wezende erfpacht daar de voorsz. goederen op zijn staande, alles staande en gelegen op Honselersdijk. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 912 | Cornelis koopt in 1642 een huis in de Keizerstraat te Scheveningen van zijn vader voor f 50 plus een schuldbrief van f 225. Hij het verkoopt het huis in 1653 voor f 650. | Pronck, Cornelis Jobsz (I5437)
|
| 913 | Cornelis Leendertsz van der Harst vischhacker 1 Man 1 Vrouw 2 kinderen booven 10 jaer 2 kinderen beneden 8 tot 4 jaer 2 kinderen beneden 4 jaer | van der Harst, Cornelis Leendertsz De Jonge (I5020)
|
| 914 | Cornelis ontvangt uit handen van de weesmeesteren de somma van F 103-17 inzake de nalatenschap van zijn vader en de helft van het deel van zijn zuster Trijntje, welke is overleden. | van der Harst, Kornelis (I13996)
|
| 915 | Cornelis trouwde voor de tweede keer met Hilletje de Bree, ondertrouwd op 3 juli 1795[dtb.1306-584-063v] te Berkel. Bron: H.Ruitenberg te Amersfoort in O.V. 1957 pag 79 en 119: Cornelis Molenaar, gehuwd met Neeltje van der Spek. Testament 3 juni 1787 (R.A.Bleiswijk 1896 XXX vl. 2e portef; 1794 3e portef no 334) inventaris van de boedel van Cornelis Molenaar en wijlen Neeltje van der Spek. Hilletje (van) Bree is zijn tweede vrouw. | Molenaar, Cornelis (I4151)
|
| 916 | Cornelis van der Harst, Bericht wegens ontginning en bebouwing van 1 Morgen woeste gronden. Ibid, deel 7, St 3, Blz 49 | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 917 | Cornelis van der Harst, Bericht wegens zyn aanlegen bebouwing van woeste duinen. (1784) Ibid. Deel 5, St 1, Blz 73. | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 918 | Cornelis [Cornelisz.?] van Rijn, Jan Cornelisz. en Heijndrick Cornelisz. van Rijn bekenden verkocht te hebben aan Jan Jansz. Breedervelt mede onze inwoner een huis en erf, barg en geboomte met omtrent 2 hond land wezende erfpacht daar de voorn. goederen op zijn staande, alles staande en gelegen op Honselersdijk. f. 36v d.d. 26-4-1679: Jan Jansz. Breedervelt bekende schuldig te wezen aan de kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelisz. van Rijn over rest van koop van een huising en erf op Honselersdijk de som van 660 gld. | van Rijn, Jan Cornelisz (I8673)
|
| 919 | Cornelis [Cornelisz.?] van Rijn, Jan Cornelisz. en Heijndrick Cornelisz. van Rijn bekenden verkocht te hebben aan Jan Jansz. Breedervelt mede onze inwoner een huis en erf, barg en geboomte met omtrent 2 hond land wezende erfpacht daar de voorn. goederen op zijn staande, alles staande en gelegen op Honselersdijk. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 920 | Corstiaan is op zee gebleven, Trijntje krijgt van de rechter toestemming om met Willem van der Kruk te trouwen. | Storm, Trijntje (I4602)
|
| 921 | Cynric (ook Cinric geschreven; ? - 560 of 581[1]) was in de 6e eeuw koning van de Gewissæ,een volksgroep die in de 7e eeuw als "West-Saksen" het Angelsaksische koninkrijk Wessex zou stichten.[ Cynric was afkomstug uit het huis Wessex en wordt beschouwd als de zoon van Cerdic[3] of Creoda.[4] Volgens de Genealogiae regum Anglorum of Anglian Collection was Cynric, een zoon van de verder onbekende[5] Creoda, waarvan de mythische reeks van voorouders over Cerdic, Aluca, Giwis, Brand, Bældæg, Wodan op Frealafing terugging.[6] Bisschop Assers Vita Alfredi voegde tussen Wodan en Frealafing een zekere Frithowald in en voerde de reeks van voorouders terug tot Adam en Eva.[7] Zijn zonen waren volgens de Angelsaksische kroniek Ceawlin,[8] Cutha,[9] Ceolwulf[9] en Celm.[10] Volgens de Angelsaksische kroniek landden Cerdic en zijn zoon Cynric in 495 met vijf schepen bij Cerdicesora en vestigden ze zich aan de kust.[10] In 508 behaalden ze een overwinning bij Natanleaga (Netley Marsh in Hampshire) tegen de Britse koning Natanleod.[11] In 514 landden Cerdics en Cynrics verwanten (nefum: "neven", vaak in het algemeen gebruikt voor "verwanten"[12]) Stuf en Wihtgar in Cerdicesora met drie schepen als versterking.[13] In 519 ontvingen Cerdic en Cynric de koningskroon, waardoor dit jaar wordt beschouwd als het beginjaar van het koninkrijk Wessex. Ze vochten tegen de Britten in Cerdicesford (Charford in Hampshire).[14] Verdere gevechten tegen de Britten volgden in 527 bij Cerdicesleaga (locatie onbekend), waarvan de uitkomst onbekend is.[15] In 530 veroverden Cerdic en Cynric in de slag bij Wihtgarabyrg (Carisbrooke) het Isle of Wight.[16] Op Wight stelden Cerdic en Cynric hun verwanten Stuf en Wihtgar als heersers aan. Cerdic stierf in 534, en Cynric werd zijn opvolger.[17] Cynric dreef de Britten in 552 in een slag bij Searobyrig (Old Sarum) op de vlucht[18] en vocht samen met Ceawlin in 556 bij Beranburh (Barbury Castle) opnieuw tegen de Britten.[19] Cynric werd na zijn dood in 560 op de troon opgevolgd door zijn zoon Ceawlin. Onze bronnen voor Cynrics regering zorgen voor enkele onoplosbare problemen. De Angelsaksische kroniek werd bijna 400 jaar na de feiten geschreven en veel van de daarin vermelde zaken moeten waarschijnlijk als legendarisch worden beschouwd.[21] Een mogelijk historische kern werd in de overlevering vervormd en geeft eerder de voorstelling uit de 9e eeuw over de oorsprong van het koninkrijk weer dan de historische feiten.[22] De chronologie is zeker foutief en sommige gebeurtenissen lijken met een verschil van 19 jaar dubbel te worden vermeld. Zo wordt bijvoorbeeld de landing van Cerdic en Cynric in 495 en de landing van Stuf en Wihtgar in 514 als latere kopieerfouten of misverstanden beschouwd, die op de Paasdagberekening van Dionysius Exiguus teruggaan, die gebeurtenissen in 19-jarige cycli groepeerden.[21] Cerdics regeringsperiode van 519 tot 534 valt samen met de 16-jarige ambtsperiode in de West-Saksische koningslijsten, maar toch duiden afwijkingen tussen de Angelsaksische kroniek en andere koningslijsten erop dat zijn regering te vroeg is gedateerd.[23] Een datering van Cerdic en Cynric "aankomst" rond 532[22] en van Cynrics regeringsperiode van 554 tot 581[24] is daarom voorgesteld. De aankomst van een stichterspaar met allitererende namen en met slechts enkele schepen is vergelijkbaar met andere Angelsaksische stichtingsmythen (bijvoorbeeld die van Hengest en Horsa) en is een bestandsdeel van een Indo-Europese traditie. Een andere topos zijn van personen afgeleide plaatsnamen als Natanleaga (naar koning Natanleod vernoemd), wat waarschijnlijk eerder "nat woud, nat bos" betekent.[21] Het is aannemelijk dat juist het omgekeerde het geval is, namelijk dat deze personen (of personages) naar bestaande plaatsnamen werden vernoemd.[22] De tegenstrijdige gegevens over zijn vader (Cerdic of Creoda) konden door het historische onderzoek niet definitief worden opgeklaard.[1] Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat Cynrics respectievelijk Ceawlins lijn geen Cerdicingas waren, maar later met de stichter van de dynastie Cerdic werden verbonden.[25] Cynric, volgens de Angelsaksische kroniek in 495 al "volwassen" en in 560 gestorven, zou de voor die tijd buitengewone leeftijd van meer dan 80 jaar oud hebben bereikt. Daarom lijken zijn "jonge jaren" tot het rijk der legendes te behoren en schijnt Creoda als zijn vader waarschijnlijker.[26] Opmerkelijk is ook de vermelding dat Cynric sinds 519 samen met Cerdic zou hebben geregeerd, terwijl de telling van zijn 26 of 27 regeringsjaren pas met de dood van Cerdic in 534 begon.[1] De verovering van het Isle of Wight is blijkbaar een latere toevoeging, die de West-Saksische expansie naar het zuiden moest legitimeren.[27] Cynric of een van zijn opvolgers breidde het invloedsgebied waarschijnlijk in de tweede helft van de 6e eeuw tot aan het huidige Wiltshire uit. In deze regio hadden zich sinds de 5e eeuw Angelsaksen gevestigd. De gevechten van het jaar 552 (volgens de Angelsaksische kroniek) bij Searobyrig (Old Sarum) en tezamen met Ceawlin in 556 (volgens de Angelsaksische kroniek) bij Beranburh (Barbury Castle), beide plaatsen met walburchten uit de IJzertijd, werden daarom niet per se tegen de Britten gevoerd.[1] De toeschrijving van archeologische vondsten aan een bepaalde volksgroep is vaak onzeker omdat de Gewissæ amper van andere Saksische groepen uit die tijd zijn te onderscheiden.[5] Na Cynrics dood volgde zijn zoon, Ceawlin, hem op de troon op.[1] | van Wessex, Koning van Gewissae Cynric (I13854)
|
| 922 | Daagt Petrus Faasen de Heer, predikant te Scheveningen. | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 923 | Dat Dirck van Dijck circa 1509/1510 is overl., sluit aan op de leenregistratie van Lek en Polanen. Op 4-6-1510 wordt namelijk Pieter Dircxz. bij dode van zijn vader met de 4 morgen land in Ruiven beleend. | van Dijck, Dirck Jacobsz (I3502)
|
| 924 | Dat hij afstamt uit het Gravenhuis van Holland is zeker. Wie zijn vader was, blijft in het ongewisse. Er is helaas weinig bekend van deze stamvader, Heer van Voorne en leenman van de graaf van Holland. | van Voorne, Heer van Voorne Hugo I (I3384)
|
| 925 | Datum is waarschijnlijk.... | Gezin: Wilhelm von Kiderlen / Maria Georgina Pfeifer (F1590224277)
|
| 926 | Datum onzeker, zie "Praaiberichten" december 2016. | den Heijer, Adrijaan Cornelisse (I10647)
|
| 927 | De 6 januarij bijgezet in de Grafkelder van Pals, op het choor. Graf no. 26, Kerkeregt Fl 6,= 1176 .10 De DTB-gegevens Kouwenhoven zijn in het Haagse archief voor een deel ondergebracht bij de naam Koevenhoven. Alida zou de dochter zijn van Johannes en SUSANNA Gogh. Op 29-11-1747 wordt in de Grote Kerk gedoopt Alida Mansfelt, dr. van Johannes en JOSIJNA van Gogh, getuigen warenGerrit van Gogh en Alida van der Krees (Krans?). Aangezien een dochter: Jozina wordt genoemd enonder de doopgetuigen Jozina van Gogh voorkomt, lijkt de overlijdensaangifte een vergissing. 1. IJsbrant Frederik,ged. Den Haag Nieuwe Kerk 19-2-1775, get. niet vermeld, volgt gezin 1611. 2. Johannes, ged. Den Haag Nieuwe Kerk 8-12-1776, get. Jozina van Gogh en Johannes Mansfelt,volgt gezin 1610. 3. Adriana Pieternella, ged. Den Haag Grote Kerk 9-9-1778, get. Pieter Mansfelt en Adriana van Rijswijk, tr. Abraham Bastiaansz Tuit, volgt gezin 1798. 4. Zie nr. 1 (oud).5. Zie nr. 2 (oud), get. Johannes Mansfelt en Jozina van Gogh. 6. Zie nr. 3 (oud).7. Zie nr. 4 (oud), get. Clazina Pals. 2000.3 | van Kouwenhoven, Frederik (I8781)
|
| 928 | De 7 januyarie is begrave in de kerck Aert Jansz van Driel (van Driell) 24 Fl. 5.-.-. In de aanvullende kerkrekening blijkt Aert Jansz van Driel schuldig te zijn aan de kerk 3 gulden wegens z.g. ‘smalrente of papeprouve’, deze is niet ontvangen omdat zijn boedel insolvent is. | van Driel, Aert Jansz (I12710)
|
| 929 | de achternaam wordt met zoon Arie verandert in Keus Woonde in 1680 als zeeman met 2 kinderen (1 onder de 4 en 1 onder de 8 jaar) in de Toornstraat. Hij is begraven als Leendert Ariens Keusoom. | Kervingh (Keusoom), Leendert Arens (I8601)
|
| 930 | De boden Johan Carel Wilhelm Keck, 40 jr, en Johannes Hemmes, 39 jr getuigen. | Buis, Nicolaas (I5323)
|
| 931 | De boedel wordt gescheiden. Bregie Claes zal de goederen behouden en daartegenover de lasten van de boedel op zich nemen. | Goeijenbier, Claes Ariensz (I3909)
|
| 932 | De bovengemelde dochter Alijt Jansdr zou later trouwen met Pieter Hendricksz Tael. Alle leden van de Scheveningse familie Taal stammen af van dit echtpaar | Nieuwwaerts, Maritge Adriaensdr (I13483)
|
| 933 | De doop of geboorte van Aalbertje is (nog) niet gevonden. Zij is meermalen gevonden als Aalbertje Gijsberts, maar in de recontructie van het doopboek rond haar oudste vier kinderen wordt zij in 1744 Aalbertje Gijsberts Mulders genoemd. Net als bij haar zus Jannetje zal daarmee gedoeld zijn op het beroep van haar vader; 'van de Mulder [=molenaar]. Als molenaar liet in Renswoude Gijsbert Geurts kinderen dopen. Echter is over de logische geboorteperiode van Aalbertje (op basis van haar huwelijk en de leeftijd van haar kinderen is dat ca. 1685-1697) geen doop of geboorte van Aalbertje als dochter van een Gijsbert in Renswoude, Lunteren, Barneveld of Kootwijk gevonden. De naam van de tweede dochter doet vermoeden dat haar moeder een Jannetje geweest moet zijn, wat weer klopt met de naam van de tweede vrouw van deze molenaar Gijsbert Geurts. ---- Andere genealogen gaan uit van de doop van Albertje op 7 februari 1697 als dochter van Willem Gijsbertsz. Deze Willem had - onder andere - ook een dochter Jantje die gedoopt werd op 8 januari 1702. De doop van deze Albertje lijkt qua leeftijd te kunnen kloppen en deze Willem Gijsbertsz was met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de in 1674 gedoopte zoon van Gijsbert Geurts. Het is echter niet waarschijnlijk dat Albertje het patroniem van haar grootvader zou voeren, waarbij ook nog komt dat haar zus Jannetje Gijsberts Mulders dan wel op zeer jonge leeftijd kinderen zou hebben gekregen. Dochter Jantje van Willem Gijsbertsz trouwde in haar eerste van drie huwelijken als 21-jarige op 7 november 1723 met Gerard (Gerrit) Rochusse van de Meer uit Doorn. We vinden haar als Jannigje Willems Barlo. | Mulder (Barlo), Aaltje Gijsberts (I1774)
|
| 934 | De eersame en vrome Pieter Doensz @ van Ockenburgh ende sijn lieve huisvrouw (Pieterken) Gerritgen Cornelisdr @ wonende aen de Nieijen Dijck int baljuwschap van Naaldwijk beide gezond. Ze stellen elkaar wederkerig erfgenaam in alle goederen soo roerende als onroerende, leenlanden, huijsen en bijhuijsen, vrugten te velde staende of in schuuren etc. Op voorwaarde van opvoeden van hun drie kinderen met name: Doen Pieters out omtrent 12 jaar, Geertje Pieters out omtrent 10 jaren en Joris Pieters out omtrent 8 jaren en hen uit te reiken als vaderlijk of moederlijk erfdeel ƒ 5000,- en de goederen ter lijve van de eerstoverledene. Als de kinderen voor de langstlevende minderjarig of kinderloos overlijden komen al deze goederen weer aan de langstlevende en na diens overlijden moeten de families half om half delen. Na overlijden eerststervende moet de langstlevende aan de kerk te Naaldwijk ƒ 200,- uitkeren en aan de groote armen en aan de diaconie tot Naaldwijk elk ƒ 100,-. De langstlevende blijft voogd samen met een door hem of haar gekozen persoon. Uitsluiting weeskamer. get.: Leendert Cornelis Rodenburgh @ en Cornelis Sijmonsz [ T ] inwoonders tot Wateringen | van Ockenburch, Pieter Doensz (I6366)
|
| 935 | De eerste vrouw van Crijn, Leuntje, kreeg haar laatste kind op 42 jarige leeftijd. Zij stierf 9 jaar later in 1771 aan de tering en werd op 27 september begraven. Nog geen maand eerder was dochter Krijntje, bijna 18 jaar, begraven. Dochter Kniertje was al eerder overleden. Crijn bleef achter met 3 minderjarige kinderen: Wouter 20 jaar, Arie 13 jaar en Cornelia 10 jaar. In verband met hun leeftijd werden hun rechten door de weeskamer, te Den Haag, op 27 juli 1772 vastgesteld. Hun grootvader Cornelis Wouterse Pronk trad daarbij op "ten hunner behoeve". Hun aandeel was 9 gulden en 9 stuivers dus ieder 3 gulden en 3 stuivers. Dit geld is bij de weeskamer ingelegd en met rente (samengesteld ongeveer 2%) na hun meerderjarigheid aan hen uitbetaald. Zoon Ary, uit het eerste huwelijk, verongelukte, in 1792, met een visserspink op 32 jarige leeftijd. De vrouw van Ary bleef achter met 3 kinderen. Crijn trad, bij de weeskamer, 'ten hunner behoeve' op bij het waarderen en verdelen van de boedel. Hij was toen 73 jaar. Een maand later stond Crijn weer aan het graf, nu van zijn tweede vrouw Trijntje die 62 jaar werd Begraven als Krijn Woutersz Roeleveld. Voor de begrafenis van Crijn werd volgens "Register van ontvangst wegens verhuur van rouwmantels en doodskleden te Scheveningen over november 1798 - april 1817" een rouwkleed en 20 mantels "voor het lijk van Krijn W. Roeleveld" gehuurd voor ƒ5.10.- In de kerk, middelpand voor de bank die naast de geweezen Gildemeestersbank staat. In het gangpand iets meer na de bank. Kerkeregt 4-0-0 Pro Deo | Roeleveld, Crijn Crijne (I5477)
|
| 936 | De Harstenhoek is gelegen aan de noordzijde van Scheveningen. Het terrein is ongeveer 15-20 ha groot. Tot ongeveer 1900 was het terrein bijna twee keer zo groot; dat deel is ten prooi gevallen aan de stadsuitbreiding van Scheveningen. Het gebruik als landbouwgebied voert terug tot de achttiende eeuw. Aan dit agrarisch verleden dankt het terrein dan ook zijn naam. Leendert van der Harst was degene die de eerste ontginningen verrichte. De akkers en de wallen van deze ontginning zijn nog duidelijk zichtbaar in het terrein. Met het starten van de waterwinning in 1874 zakte het grondwater. Hierdoor werd landbouw niet meer rendabel. Een droge vallei bleef over. Tot ongeveer 1935 deed de vallei dienst als koeienweide. Na beëindiging hiervan is de vallei in gebruikt geraakt voor het drogen en boeten van de vissersnetten. Vandaar de tweede naam: het Nettenboetstersveld. Deze activiteit duurde tot ongeveer 1960. Nederlandse Familienamen Databank Harst, van der verklaring: Duidt de woonplek aan bij een 'harst', klankvariant van 'horst' met de betekenis 'zandige ophoging in vochtige omgeving, meestal met struikgewas begroeid'. | Cornelis Adriaens (I3523)
|
| 937 | De heilige Begga van Herstal, ook Begga van Landen of van Andenne (± 620 - Andenne, 17 december 693) was een Frankische edelvrouw, dochter van hofmeier Pepijn van Landen en de ook heilig verklaarde katholieke kloosterlinge Ida van Nijvel. De Collegiale kerk Sint-Begga te Andenne is aan haar toegewijd. In deze kerk bevindt zich (in de Sint-Beggakapel, links van het koor) een 12de-eeuws funerair monument in zwart marmer dat "Het graf van Begga" genoemd wordt. Daarboven staat de zogenaamde "Tafel van Begga" waar bovennatuurlijke eigenschappen aan zijn toegeschreven. Een relikwie van Begga wordt bewaard in de Sint-Amanduskerk te Wezeren in Vlaams-Brabant. Familie Begga werd omstreeks 620 geboren als dochter, enerzijds van Pepijn van Landen, hofmeier[1] van Austrasië, stamvader van de Pepiniden en katholieke zalige, en anderzijds van diens vrouw Ida, beter bekend als de heilige Ida van Nijvel. Begga was de zuster van Grimoald -die zijn vader opvolgde als hofmeier- en van de heilige Gertrudis. Begga huwde omstreeks 643 met Ansegisel, een hofmeier die 19 jaar later werd vermoord. Deze laatste was een zoon van bisschop Arnulf van Metz en van diens vrouw Doda van Metz. Zowel Arnulf als Doda werden heilig verklaard. Uit het huwelijk tussen Begga en Ansegisus werden verscheidene kinderen geboren. Er heerst echter onzekerheid over sommige mogelijke kinderen. | van Herstal, Begga (I14650)
|
| 938 | De huisvrouw van Jan Brouwer uit Den Haag opt koor. In haar eigen kelder aan de Noordzij. | van der Harst, Leentge Leendertsdr (I2513)
|
| 939 | De kerkmeester van Veenendaal betaalde aan hem een bedrag in 1589/90 voor het leien van het dak van de kerk. (bron: Eigenaren van de graven in de kerk van Veenendaal, blz.29). | Hardeman, Aert (I6023)
|
| 940 | De lezer zij er op gewezen dat er geen overtuigend bewijs bestaat dat Groot Allert (generatie 25) een zoon is van Jan van Egmond, waarmee deze reeks via deze filiatie niet tot een afstamming van Karel de Grote leidt Er is echter geen bewijs voorhanden waaruit zou blijken dat Allert een (bastaard)zoon zou zijn van Jan van Egmond. Deze filiatie wordt weliswaar vermeld in de Genealogie der heren en graven van Egmond van Dr. A.W.E. Dek (uit 1958), doch in de door de inzender van deze reeks vermelde tweede druk van 1970 op p. 104 door de heer Dek herroepen. Deze reeks leidt daardoor via de filiatie niet tot een afstamming van Karel de Grote. Allert Jansz van Egmond ( alias Groot Allert), Vroedschap te Enkhuizen, geboren circa 1483 te Andijk, overleden circa 1534 te Enkhuizen (zie Privilege Semeyns, tabel 7: Groot Allert Jansz van Egmond, geb. Andijk ca. 1483, vroedschap te Enkhuizen, natuurlijke zoon van Jan I, Graaf van Egmond en Josina van Waervershoef; Weeskamer ORA 5028, fol 4: Groet Albert is borch, 30 mei 1530; id. fol 10 verso: Ao 1534, Albert Jansz alias Groete Albert ende Jan Albertsz Goes(?) ontvangen van Arys Willemszeen silveren budel ende nog een tiraley paternoster). Gehuwd circa 1503 met Geerte Wiggertsdr. In de Genealogie van de Heren en Graven van Egmond door Dr. Dek wordt de vrouw van Albert Groot (bastaard) van Egmond genoemd: Geerte Wiggertsdochter. | van Egmond, Allert Jansz (I4272)
|
| 941 | De Magistraat van Den Haag gaf herhaaldelyk blh'k van zyn belang- stelling in het Weeshuis; in 1758 kreeg het uit de Stadskas ƒ 1700 en in 1776 zelfs ƒ 5000 ter leen. De laatste leening werd gesloten in verband met een verbouwing en uit- breiding van het gesticht. Die verbouwing en uitbreiding schy'nt vrij be- langryk geweest te zyn, want het renteloos voorschot van Burgemeesteren van den Haag groot ƒ 5000 was daarvoor niet voldoende. Een jaar later, op den 23en Juni werden door de regenten van het Burgerweeshuis, zynde Bastiaan van der Harst, Willem Zuurmond en Simon Berkenbosch Blok, met toestemming van heeren Schout en Burgemeesteren van 's-Graven- hage aan Mej. Johanna van der Eist te Delft verkocht drié obligatiën ten laste van Holland en West-Vriesland, groot in capitaal respectivelijk ƒ 1700, ƒ 100 en ƒ 200. | van der Harst, Bastiaan Jacobse (I5197)
|
| 942 | De naam 'van Schilperoort' wordt geïntroduceerd door het tweede huwelijk van Jannetje Matheus met Lenert Jacobs van Schilperoort. De kinderen uit Jannetjes eerste huwelijk namende achternaam aan van hun stiefvader. | Jannetje Matheusdr (I3531)
|
| 943 | De namen zijn niet (volledig) ingevuld (register Naaldwijk). NN woonende inde Po(e)ldijck met NN Alberechtse van der Tuijn jongedochter woonende tot Wateringh ten overstaan van Philips Heemskerck en Pieter Adriaense Vallekenisse, schepen van Wateringen | Gezin: Hendrick Cornelisz van Rijn / Marij Alebregts van der Tuijn (F1641106341)
|
| 944 | De opbrengst was ƒ773,- | Roeleveld, Wouter Cryne (I5273)
|
| 945 | De plaats van Machteld Meesen in de genealogie: Authentieke akten, waaruit onomstoten blijkt dat Machteld Meesen een dochter is van Bartholomeus Heynricsz. en Baertgen N.N., zijn niet beschikbaar. De bewijsvoering berust op een aantal feiten: 1. Uit haar huwelijk met Kerstant Jacobsz. heeft Machteld tenminste zes kinderen, W . O . een Baertgen, die vernoemd zou kunnen zijn naar haar grootmoeder van moederszijde, en een Hendrick, die vernoemd zou kunnen zijn naar zijn over- grootvader van moederszijde. Jonge Hendrick Corssen, ook een zoon van Machteld Meesen en Kerstant Jacobsz., heeft een zoon Bartholomeus, die vernoemd kan zijn naar zijn overgrootvader van vaderszijde: Bartholomeus Heynricsz. Bovendien betaalt Baertqen Corssen op 6-2-1572 aan het klooster Sint Agatha t.b.v.Bartelmees Heyndricx een pachtsom (van het jaar 1571) van 10 pond groot i.v.m. 10 morgen land op 't Woudt (98). Baertqen Corssen was gehuwd met Adriaen Claesz. van Adrichem. Bij de doop van hun zoon Claes op 1-4-1538 was onder meer doopgetuige: Jan Willemsz. van Doerp, mijn neef in Den Haag. Bij de doop van Geertruyd op 11-2-1545 was o.m. doopgetuige: Claertqen Corssendr. in 's-Gravenhage, de huisvrouw van Jacop Willemsz. van Doerp (99). Jan en Jacob Willemsz. van Dorp zijn kinderen van Willem Meesz., die als broer van Machteld Meesen voornoemd in een familierelatie met de Delftse Van Adrichems staat. Baertqen Corssen had uit haar huwelijk met Adriaen Claesz. van Adrichem ook een zoon Christiaen. In de nalatenschap van deze Christiaen, die op 20-6-1585 te Keulen is overleden, bevond zich een register dat nagenoeg alleen zijn ouderlijk erfdeel behandelt. In dat register komen een tweetal brieven voor, die afkomstig zijn van Bertolomees Henrycksz. te Naaldwijk, die niet anders kan zijn dan zijn overgrootvader (42). | van Dorpe (Dorpius), Machteld Bartholomeusdr (Meesen) (I4654)
|
| 946 | De Ridderschap etc doen te weten dat wy op t vertooch ons gedaen by Jan Jaspersz van Alenburch woonende binnen de Stadt van sGravensande jongste (sic! oudste) zoon van wylen Jasper Jansz van Alenburch daer by hy ons te kennen gaf hoe dat Hendrick Cornelisz van Alenburch door doode en overlyden van Dieuwertgen Gerritsdr des suppliants out meuye mitsgaders Jan en Cornelis Jaspersz zyn vader en oom was geworden patroon en collateur van sekere vicarye gefundeert by wylen Arent Willemsz en Catharina Schrevels op St Huybrechts aultair in de nyeuwe kercke der Stadt Delft, en dewyle de vicarye vacerende was het sulcx dat de voorsegde Hendrick Cornelisz van Alenburch de vicarie absolutelycken op hem geconfereert hadde als bleecke by de acte Notariael in date den 10den April. | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 947 | De Ridderschap etc doen te weten dat wy op t vertooch ons gedaen by Jan Jaspersz van Alenburch woonende binnen de Stadt van sGravensande jongste (sic! oudste) zoon van wylen Jasper Jansz van Alenburch daer by hy ons te kennen gaf hoe dat Hendrick Cornelisz van Alenburch door doode en overlyden van Dieuwertgen Gerritsdr des suppliants out meuye mitsgaders Jan en Cornelis Jaspersz zyn vader en oom was geworden patroon en collateur van sekere vicarye gefundeert by wylen Arent Willemsz en Catharina Schrevels op St Huybrechts aultair in de nyeuwe kercke der Stadt Delft, en dewyle de vicarye vacerende was het sulcx dat de voorsegde Hendrick Cornelisz van Alenburch de vicarie absolutelycken op hem geconfereert hadde als bleecke by de acte Notariael in date den 10den April. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 948 | DE ROFFELAAR EN HET GESLACHT VAN DROFFELAAR (West Europese Adel) Op de grens van Gelders Scherpenzeel, doch nog gelegen op Utrechts grondgebied, nl. te Woudenberg, vindt men sedert ongeveer drie eeuwen de hofstede, genaamd "de Roffelaar". Alleen de naam al heeft talloze veranderingen ondergaan en dan spreke men nog niet eens over de wijzigingen die in de loop der jaren aan de hoeve zelf hebben plaatsgevonden. Wanneer de boerderij gebouwd werd is niet bekend. De eerste vermelding van de hofstede komt voor in het doop/trouwboek van Scherpenzeel (Gld.) ,,gedoopt Scherpenzeel 26 nov. 1671: Gerrit, zoon van Jan Hendriksen op Druffeler en Met Gerritsen van Langelaar". De Roffeluw te Woudenberg zoals due cr VUOT 1945 uitzag. Reeds genoemd in 1671. In de 18e eeuw vindt men naast elkaar ,,Van Droffelaar" en ,,Van de Roffelaar". Het verband is duidelijk: in de volksmond werd ,,van de Roffelaar" samengetrokkentot ,,van d'Roffelaar", waaruit gemakkelijk ,,Van Droffelaar" ontstond. Deze laatste naam werd de familienaam, die thans gedragen wordt door twee geslachten, die niets met elkaar hebben uit te staan, als de boerderij, waarop beide enige tijd gewoondhebben. Wat de naam betreft dient het volgende te worden vastgesteld. In het gebied om en bij de Roffelaar vond men in vroeger jaren veel hei. Op de heidevelden werden schapen gehouden en dientengevolge kwamen - en komen nog - een groot aantal schaapskooien in deze om Deze hokken stonden op de naakte grond en om de vloeren wat te bekleden - o.a. om het vuil gemakkelijk te kunnen verwijderen - bestrooide men die met heideplaggen. Welnu, zo'n heideplag noemde men ,,een rof". De roffen sneed men d.m.v. een rofzichtevan de grond los. Enkele rofzichten hebben tot de brand van 1945 (zie hierna) tot de inboedel van de hofstede behoord. De man, die de rofzichte hanteerde was ,,de roffelaar". In feite zijn we over de bewoning van de Roffelaar slechts oppervlakkig ingelicht. Het zijn de jaren 1688 (zie genealogie 1), 1722 tot 1730 (zie fragm. gen. 11) en een losse vermelding, die tot 1800 bekend is. Onder de losse vermelding versta men, dat op 26 juni 1705 Rijckje Jansen van Druffeler, j.d. van Scherpenzeel met attestatie te Amersfoort huwde. Haar vader trad als getuige op: Jan Hendricksen. Op 13 sept. 1800 werd de boerderij in eigendom overgedragen aan Mr Petrus Johannes van Naamen van Scherpenzeel. Door huwelijk en vererving kwam de hoeve, die 44 ha 3 a en 40 ca groot was, in 1907 aan Vrouwe Agatha Johanna van Naamen van Eemnes, diegehuwd was met Jonkheer Schelto van Citters. De dochter van dit echtpaar is thans eigenaresse. Op 26 april 1945 werd de Roffelaar, die dichtbij de Grebbelinie gelegen is - men vindt daar ook de uit 1745 daterende Roffelaarschans, de Roffelaarkade en de Roffelaarsluis - door de Duitsers in brand gestoken. De bewoners, sinds 1862 de familie Haanschoten, zaten tot 1951 in een noodwoning achter de boerderij. Op 18 oktober 1951 was de herbouwde hofstede gereed. Ter gelegenheid van het feit, dat in 1962 de familie Haanschoten 100 jaar lang de boerderij pachtte, bood freule Van Citters op 22 febr. van genoemd jaar de familie Haanschoten een gedenkalbum aan. Hierin bevindt zich o.a. het huurcontract van 6 aug. 1861, dat vermeldt, dat de Heer Mr. Albertus van Naamen van Eemnes verhuurt aan Hendrik Haanschoten ,,het tiendvrije erf en goed, genaamd Droffelaar met huis en hof, schuur, schaaphok, twee korenbergen en verdere getimmerte, met alle daaraan aanhoorige landerijen, gelegen onder Woudenberg, provincie Utrecht", enz. Thans volgen de genealogie Van Droffelaar 1, welke vrijwel uitsluitend betrekking heeft op de leden van het geslacht Van Droffelaar, die te Renswoude woonden en de fragment-genealogie Van Droffelaar 11, waarbij slechts oppervlakkig de nakomelingen vermeld zijn van de in 1722 op de hoeve wonende familie. Tenslotte zij nog vermeld, dat ten noorden van Woudenberg, op de grens van de gemeente Leusden eveneens een hoeve te vinden is met de naam ,,Roffelaar". GENEALOGIE 1 1. Huijbert Gerritsen van Ginckel, verm. omstr. 1660 geboren; woonde op ,,Druffeler" te Scherpenzeel (Gld.), geh. Scherpenzeel N.H. kerk 13 jan. 1688 met Ceeltje (of Zelia) Jansen, jongedochter op Snidler (= Sniddelaar). Omstreeks 1690 ging dit echtpaar te Renswoude wonen op Nieburg; ze komen dan tevens voor in de lidmatenlijst van de Ned. Herv. Kerk te Renswoude. Kinderen: a. Jan, ged. Scherpenzeel 5 mei 1689; zie IIa. b. Gerrit, ged. Renswoude 10 jan. 1692. c. Thijs, ged. Renswoude 17 mrt. 1695; zie IIb. IIa. Jan Huijbertsz., ged. Scherpenzeel 5 mei 1689, geh.(waar en wanneer is niet bekend) met Kornelia Barten van de Blauuwedraat. Kinderen: a. Lijsbeth, ged. Renswoude dec. 1719, geh. met Evert Peterse; zij testeerden te Renswoude 28 jan. 1775 (R. A. Renswoude 1215). b. Bart, ged. Renswoude nov. 1721; zie IIIa. c. Zelia, ged. Renswoude 2 jan. 1729, geh. Renswoude 25 jan. 1765 met Jan Hendrikze van Ginkel, geb. Renswoude. d. Huibert, ged. Renswoude 18 mei 1732. IIIa. Bart Jansze van Droffelaar, ged. Renswoude nov. 1721, begr. Renswoude 14 april 1786 in graf 65 binnen de pilaren; geh. 1 Renswoude 20 dec. 1744 met Japikje Jans Overvest, jongedochter van Maarsbergen; geh. 2 11 Renswoude 9 nov. 1770 met Geertruy Mensburgh, geboren te Utrecht. Kinderen: a. Anna, ged. Renswoude 21 mrt 1745. b. Kornelia, ged. Renswoude 2 april 1747, geh. Renswoude 14 nov. 1769 met Antonie Johannese Vink, geb. in 't Reenseveen. c. Jannetje, ged. Renswoude 22 juni 1749, winkelierster, overl. Renswoude 17 mei 1814, geh. met Gerrit van Ginkel, dagloner. d. Willemijntje, ged. Renswoude 23 okt. 1751. e. Huibert, ged. Renswoude 27 okt. 1754; zie IVa. f. Cornelia, ged. Renswoude 22 mei 1757. g. Janna, ged. Renswoude 25 mei 1760, overl. Renswoude 22 mrt 1814. h. Jan, ged. Renswoude 4 mrt 1763. i. Jaappikje, ged. Renswoude 30 aug. 1771. j. Jannigje, ged. Renswoude 5 apr. 1767. | van Droffelaar, Jan Huibertsz (I4832)
|
| 949 | De verloskundige doet aangifte | Steeneken, Jan Hendrik (I6189)
|
| 950 | De voorjaarsstorm van 1860 Op de 27e mei van 1860 - het was op de eerste pinksterdag- stormde het behoorlijk. De dag erna groeide de storm uit tot een orkaan. Het Haagse Bos en de Scheveningseweg verloren meer bomen dan menigeen zich kon herinneren. "Het Voorhout, nog voor weinige uren een lusthof, is als een ruïne herschapen; er zijn aldaar meer boomen omgewaaid dan misschien bij eenigen storm te voren" meldde een krantenbericht van destijds. Langs het strand van Scheveningen leden het Stedelijk Badhuis, Hotel Garni,de "muziektempel" van de Vereeniging, Zeerust en enkele villa's veel schade. Voor het dorp strandde het Britse stoomschip Theresia waarvan de bemanning kon worden gered. Gedurende de storm waren er van Scheveningen nog ruim vijftig visserspinken in zee. Enkele pinken die terugkeerden brachten de tijding dat er op de kust tal van omgeslagen vrachtschepen, groot en klein, als wrakken langs de kust dreven. Na het bedaren van de storm kwam van tijd tot tijd een pink in het zicht van de wal. Bezorgde families spoedden | Pronk, Dirk (I7075)
|
| 951 | de voorkinderen van wijlen haar man, genaamd: Jan Jaspers en Cornelis Jaspers, 10 ponden | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I2276)
|
| 952 | de voorkinderen van wijlen haar man, genaamd: Jan Jaspers en Cornelis Jaspers, 10 ponden | van Alenburgh, Mr. Cornelis Jaspersz (I14263)
|
| 953 | De vroedvrouw doet aangifte | Donders, Apolonia Pieternella (I6192)
|
| 954 | de vrou van Jan Corn:sz van Rijn een out graff f 4.0.0, voor het dootkleet f 2-10-0 | van Hamburch, Lijsbeth Daniëls (I8674)
|
| 955 | De vrouwe van de Poel, nl. Clemense, de vrouw van Gherijt van den Poel, schenkt een jaarrente van 12 schellingen, verzekerd op 1,5 morqen geestland te Naaldwijk voor de woning van Bartolomees Tyemansz., waarop vroeger Gherijt Boen woonde (ongedateerd) (6). | van Dorp, Bertelmeus Tymansz (I3473)
|
| 956 | De Waker ? Pro Deo | Taal, Ghijsbrecht Hendriksz (I8848)
|
| 957 | De Westlandse Thoenen en Buysen (althans de hieronder genoemde) behoren tot hetzelfde geslacht als het Middeleeuwse geslacht Van Bronckhorst. Tot in de zeventiende eeuw oefenden nakomelingen nog steeds het welgeborenschap uit en noemden zich op dat moment Thoen van Bronc(k)horst. Ook bezaten zij nog de rechten, die alleen aan welgeborenen en riddermatigen waren toegestaan, waaronder vrijstelling van het betalen van schot onder het ambacht van Maasland. Zie voor een verhandeling over zijn Bronckhorst-afkomst Thoentertijd nr. 28, blz. 2 t/m 11 en nr. 29, blz. 4 t/m 8 Op 9-5-1446 door de baljuw en de vierschaar van Delfland als welgeboren man van Delfland erkend. Dit gebeurde aan de hand van een open brief van heer Otto van Bronchorst. Op 9-4-1446 verklaart Heer Otto dat: zowel Jacob Jacobs zoon, als Philips Willems zoon en Derick Claes zoon zijn magen zijn. Zij stammen in mannelijke lijn van Bronckhorst, en hij bekrachtigt dit door middel van zijn zegel. Deze erkenning is bevestigd door Philips de Goede, hertog van Bourgondië in 1458. De attestatie uit 1446 en de bevestiging uit 1458 worden aangehaald in een sententie van het Hof van Holland van 17-12-1468, waarin bij de uitspraak van het Hof bovengenoemde Dirck Claesz. als welgeboren man uit het geslacht van Bronckhorst erkend wordt. | van Bronckhorst, Dirck Claesz (I1583)
|
| 958 | De zalige Adela van Mesen, geschiedkundig bekend als Adela (Adelheid) van Frankrijk, (1009 of 1014 - Mesen, 8 januari 1079) was een dochter van koning Robert II van Frankrijk en van Constance van Arles. Levensloop Adela was eerst verloofd met Richard III van Normandië maar trouwde na diens overlijden met graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Haar bruidsschat was Corbie. Hun kinderen waren: Boudewijn VI van Vlaanderen Mathilde van Vlaanderen Robrecht I van Vlaanderen Adela speelde een belangrijke rol in de hervorming van de kerkelijke instellingen van het graafschap. Ook was ze betrokken bij de stichting van de kapittels van Ariën (1049), Rijsel (1050) en Harelbeke (1064) en de abdijen van Mesen (1057) en Ename (1063). Na Boudewijns (V) overlijden in 1067 trok zij naar Rome en kreeg uit de handen van de paus de sluier van een non, en trok zich terug in de abdij van Mesen. Desondanks probeerde ze in 1071 nog steun te vinden voor haar kleinzoon Arnulf III van Vlaanderen tegen haar zoon Robrecht. Zij is begraven in de abdij van Mesen | van Frankrijk, Gravin van Vlaanderen Adela (I14655)
|
| 959 | Deed Belijdenis met haar man 13-4-1659. Ambacht Monster. Test. 6/4 1658 | van der Beeck, Marijtje Janse (I8676)
|
| 960 | den 10 April [1677] Maerten Engelen j.m. van Noordwijk op Zee met Neeltie Cornelisd j.d. van Katwijk op Zee | Gezin: Maerten Engelen de Reus / Neeltie Jacobs (F1640167107)
|
| 961 | Den 11 dito is begraven Doen Jansz Hoogewerf op het koer Fl. 9.-.-. Noch ontfangen van Doen Jansz Hoogwerff over coop van een eijgen gemeselt graff op het hooge kour in de kercke alhier de somme van 1c f. | van Driel (Hoogwerf), Doen Jansz (I12743)
|
| 962 | Den 22e maert is begraven Jacobus van Driel opt koer Fl. 9.-.-. | van Driel, Jacobus Aarts (I12754)
|
| 963 | Den VI maert 1666 is in de kerck begraven de zoon van Aert Jansz van Driel daer van ontfangen | van Driel, Henricus Aartsz (I12756)
|
| 964 | Den volgenden dag werd voor denzelfden notaris eenzelfde verklaring afgelegd door de vischverkoopers en vischverkoopsters van 's-Gravenhage zijnde: Jacob Leend. van der Harst, deecken van 't Sint Pietersgilde, Neel-tie Willems, huijsvrouw van Maerten Dircxc de Crae, Maertien Willems, huijsvrouw van Pieter Cornelisse Overzh'1, Betie Claes, Aeghie Jacobs en Maertie Walicx de Witt. | van der Harst, Jacob Leenderts (de jonge) (I5446)
|
| 965 | Deze man is met het overboord zetten van het anker mee over boord gevallen en verdronken. | Pronk, Klaar Dirksz (I7957)
|
| 966 | Die turfstouwster | Crijntje Maartens (I5510)
|
| 967 | Dieuwertgen Gerritsdr gebrekkelijk van lichaam maar haar verstand naar haar ouderdom wel gebruikend, verklaart dat zij op 4-8-1589 een testamentaire dispositie heeft gedaan. In plaats van haar in het testament genoemde vrienden maakt zij nu tot erfgenaam van de goederen haar neef Dirck Vincentsz, brouwer. Zijn dochter Claertgen Dircx krijgt een legaat van 12 car. gulden. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I2276)
|
| 968 | Dieuwertgen Gerritsdr gebrekkelijk van lichaam maar haar verstand naar haar ouderdom wel gebruikend, verklaart dat zij op 4-8-1589 een testamentaire dispositie heeft gedaan. In plaats van haar in het testament genoemde vrienden maakt zij nu tot erfgenaam van de goederen haar neef Dirck Vincentsz, brouwer. Zijn dochter Claertgen Dircx krijgt een legaat van 12 car. gulden. | van Alenburgh, Dieuwertgen Gerrits (I14269)
|
| 969 | Dijkhuijsen, Cornelis Cornelisse Dijkhuijsen, Gerritje Dijkhuijsen, Kniertje Dijkhuijsen, Pieter Cornelisse Hogenraad, Huijbertje Arijsse | Dijkhuijzen, Cornelis Cornelisse (I13669)
|
| 970 | Dijkhuijsen, Pieter Dikhuijsen, Kniertje Harst, Clasina van der Twilt, Cornells | Dijkhuizen, Pieter (I5143)
|
| 971 | Dirck Cornelisz en Trijntje Arends worden in het hoofdgeld van de beide Katwijken en 't Sant anno 1623 niet genoemd als echtpaar. Het mag dus worden aangenomen dat zij tussen 1623 en 1630 in het huwelijk treden, of dit in Katwijk plaatsvond of ergens anders is niet bekend, | Gezin: Cornelis Dircksz Haasnoot (Haseneut) / Marijtje Dirkx Verdoes (F1590224143)
|
| 972 | Dirck Geryts weigerde in 1536 voor de Weeskamer te verschijnen (W.K.. 120 fol93 van 15/7/1536). Wel kwam zijn schoonmoeder, in de aktie genaamd "huysvrouwen/moeder". Besloten werd dat Pieter, toen 10 jaar oud, door haar verzorgd zou gaan worden. Tegelijkertijd werd zijn erfdeel bepaald op 20 ponden benevens een schuldbrief van 2 pond "opzittende op Cornelis Vredericks, die een paar jaar later deze brief afloste (WK akte d.d. 22/11/1537).. In 1536 verscheen ook zijn behuwd oom Cornelis Jans, die aan de oostzijde van het gasthuis woonde, de plaats waar thans de Raiffeisenbank staat. Hij was gehuwd met Claer Pieters, de zus van.. (Hij had bezittingen in het Westambacht van ‘s-Gravenhage Agniete Pieters. Cornelis Jans wordt in de akte ook wel Cornelis den Haenof ‘t Haenken genoemd (TR 5.6.1601 Cornelis Jans ‘t Haenken weduwe (?)).. In 1540 overlijdt Marijtge Claes en neemt Dirck Geryts de opvoeding van zijn zoon Pieter op zich (WK akte d.d. 27.11.1540) Dit geeft een veronderstelling dat hij een tweede huwelijk is aangegaan.. Een Marijtge Dircxs wonende in Agniete Klooster te Delft was in de periode 1500/1560 niet aan andere Scheveningense families te koppelen.. Vandaar dat als vraagteken een tweede kind bij Dirck Geryts is gevoegd.. In de rekeningen van de kerkmeesters van het jaar 1563 staat "Pieter Dircs weesmrs.huys ende droochtuyn ende Dirck Gertys huys VII ¹." (GA ‘s-Grav. KSnr. 1 archieven van de kerkmeesters, waaruit blijkt dat Dirck Gerrytse Clooten (Cloosterwoning) inWestambacht van Den Haag bezittingen had. Dit gegeven slaat tevens op de hypotheekakte t.b.v. Jacob Claes Does).. De Dirck Geeryts, stierman, die op 6/8/1521 51 tonnen haring heeft verkocht te Rotterdam en aldaar woonachtig was voerde een huismerk dat later in de "Mossentak" wordt gebruikt (Schuldboeken Rotterdam, GA R’dam nr.767 archief van Schepenen). | Dirck Geryts (I3532)
|
| 973 | Dirck Jansz. Hensbrouck voor hem zelf, Cornelis Pietersz. Timmers en Dirck Pietersz. Persoon als testamentaire voogden van Jannetie Pietersdr Timmers in echt verwekt door Annetie Jansdr. Hensbrouck, erfgenamen van Aghtie Roelen van der Maerel in haar leven geweest huisvrouw van Arij Gerritsz. Kleij bekenden te transporteren aan Henderick Cornelisz. van Rijn wonende binnen Wateringen een woning gelegen in het oosteinde van Wateringen, te weten huis, bijhuis, schuur, barg en geboomte met de grond daar de voorsz. opstalling op zijn staande groot omtrent 3 hond. | van Rijn, Hendrick Cornelisz (I12804)
|
| 974 | Dirck Philips de Crae, Schepen te Scheveningen, procuratie hebbende van Divertie Arents, weduwe van wijlen Ary Cornelisz Toet, een huis en een erf aan de Weststraat te Scheveningen aan Fop Gerritsz van Scheenhaer. Belendingen: Z.O. het huis van Ary Hendrikse Stouthart, N.W. Claer Cornelisz Kae, Z.W. de Wildernis. Divertie Arents geeft dit huis, welk is getaxeerd op F 60,- ten geschenke aan Fop Gerritsz van Scheenhaer. | van Schenaert, Foppe Gerritsen (I5532)
|
| 975 | Direct na de bevalling overleden. | Groenendijks, Jannetjen Flooren (I5956)
|
| 976 | Dirk III's vrouw was Othelhilde (ca. 985 - Quedlinburg, 9 maart 1043/44). Over haar afkomst bestaat geen zekerheid. Als zij een dochter van hertog Bernhard I van Saksen was, dan trouwde haar zoon Floris met zijn volle nicht. Als vader wordt ook wel Bernard I van Brandenburg, de markgraaf van de Noordmark, genoemd. | van Saksen Billung, Othilde (I4829)
|
| 977 | Dit echtpaar wordt, op blz. 37, beschreven in het boek Schevenings bezit van Nel Noordervliet-Jol. ISBN 90-77032-29-0. | Gezin: Gerbrand Walichsz de Wit / Maertie Chielsdr Tasman (F1644909398)
|
| 978 | Dit huwelijk bracht flinke aanzien binnen het geslacht van Arkel en de graaf van Holland noemde hem Zijne lieve neve. | Gezin: Heer van Arkel Jan IV van Arkel / Irmengarde van Kleef (F1590224487)
|
| 979 | Diverse keren. | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 980 | dochter van Willem van Lynden en Christina van Brederode. | van Lynden, Christina (I2388)
|
| 981 | Doe Arentsz. Luck met Willem Adriaensz. Luck beiden te ’s-Gravenzande ooms en voogden van Pellenaer Lenertsz. nagelaten weeskind van wijlen Jannetgen Ariaensdr. in haar leven huisvrouw van zaliger Jan Meesz. Rechtop in zijn leven wonende te Monster, heb- ben ten overstaan van Teuntgen Tonisdr. grootmoeder van het weeskind voor de ene helft, Jo- ris Meesz., Philips en Maerten Meesz. gebroeders en erfgenamen van dezelfde Jan Meesz. voor de andere helft, verkocht aan Jan Pietersz. Rechtop timmerman geassisteerd met Adriaen Adriaensz. schout van Wateringen, zeker huis en erf in Monster waar de voorn. Jan Meesz. in gewoond heeft. | Luck, Jannetgen Adriaensdr (I3618)
|
| 982 | Doe Adriaensz. Luck bekende schuldig te wezen aan Jan Herpersz. voor hem zelf, Adriaen en Jacob Doeszonen met Willem Ariaensz. glasmaker, Jan Jansz. en Thonis Jansz. molenaar hun voogden, kinderen en erfgenamen van wijlen Marritgen Jansdr. comparants overleden huisvrouw, de som van 3000 car. gld. uit zaak van hun moederlijke erfenis mitsgaders het huis, huisraad, levende have en alles tot de bouwerij toebehorende met eigen landen en bruikwaar. Verder zal hij zijn twee zonen verwekt bij wijlen Marritgen Jansdr. zijn overleden huisvrouw, namelijk Ariaen en Jacob Doeszonen, elk betalen de som van 1000 car. gld. in termijnen. | Luck, Lucq, Doe Adriaensz (I4667)
|
| 983 | Doe Adriaensz. Luck eertijds schepen van de stad ’s-Gravenzande tegenwoordig wonende tot Naaldwijk oud 51 jaar, legt een verklaring af. | Luck, Lucq, Doe Adriaensz (I4667)
|
| 984 | Doe Adriaensz. Luck wonende tegenwoordig te Naaldwijk getrouwd met Trijngen Cornelisdr. weduwe eertijds van Jan Willem Corssen bekende hoe dat door dezelfde Trijngen Cornelisdr. toen zij weduwe was, uit moederlijke affectie zekere gift of donatie onder de leven- den gedaan is voor het aangaan van het huwelijk tussen haar en hem comparant, ten behoeve van Machteld en Maritgen Jansdochters haar dochters in de echt gewonnen bij Jan Willemsz. voorsz. wezende hetzelve door Joris Cornelisz. in die tijd getrouwd met Machteld Jansdr. voor de ene helft en Jan Thouw Arendsz. van der Burch als oom en voogd van Maritgen Jansdr. voor de andere helft voor schout en gerecht van Naaldwijk geaccepteerd, t.w. eerst 6 morgen land gelegen binnen Naaldwijk, nog 3½ morgen land mede gelegen binnen Naaldwijk, en bovendien de kwijtschelding van al het recht als haar donatrice competerende was op Joris Cornelisz. voorsz. ter zake van lijftocht van boter, kaas, vlees, spek etc. zoals zij jaarlijks van dezelfde Joris Cornelisz. ontvangt en door haar bedongen bij het verkopen van de woning en landen door hem eertijds van haar gekocht. | Luck, Lucq, Doe Adriaensz (I4667)
|
| 985 | Doe Adriaensz. Lucq getrouwd met Annetgen Jansdr. wonende in het dorp van Naald- wijk, Claes Claesz. Zwieten secretaris van ’s-Gravenzande en Zandambacht getrouwd met Wil- lemtgen Jansdr. tezamen ook vervangende Gerrit Jan Coninxz. te Vlissingen hun respectieve- lijke huisvrouwen broeder, Antonis Adriaensz. van Adrichem wonende in Naaldwijkerbroek getrouwd met Neeltgen Vranckendr. vervangende ook Jacob Jansz. en Gerrit Woutersz. beiden te Leiderdorp zijn zwagers, de weeskinderen van Claes Vranckensz. in zijn leven getrouwd ge- weest met [naam niet ingevuld] mede te Leiderdorp, allen naaste bloedvrienden van Maritgen Claesdr. weduwe van meester Niclaes van Oostrum in zijn leven rector van de Latijnse school in Naaldwijk, ‘hairen sinnen onmachtich’, voor de ene helft en Jacob Dassegnij notaris te Delft met procuratie van Alexandrina Alexandersdr. van Oostrum jonge dochter wonende te Keulen voor de wederhelft bekenden verkocht te hebben aan Floris Pietersz. Bloem wonende binnen het dorp van Naaldwijk een huizing en erf met zekere boomgaard gelegen annex de voorsz. huizing in het dorp van Naaldwijk achter de kerk zoals laatst door de voorsz. Maria Claesdr. be- woond en bezeten is geweest voor haar helft en voors. Alexandrina van Oostum voor de wederhelft toebehoord hebbende als erfgenaam van voorsz. mr. Niclaes van Oostrum hun oom voor hen zelf of van hun tantes Cristina en Judichgen Andriesdochter van Oostrum aangekomen | Luck, Lucq, Doe Adriaensz (I4667)
|
| 986 | Doedijn vestigde zijn memorie op 2 gemet land in Vernellenhouck, te versterven op zijn zoon Beije Doensz. Hij behoorde tot een vooraanstaande familie in de omgeving van Poortugaal en Pernis en bezat flinke stukken grond. In Poortugaal is er zelfs een Doen Beijenszlaan. | Doedijn Beijensz (I14085)
|
| 987 | Dogterje van Niklaas Pals, genaamt Maria Magdalena in zijns vaders kelder opt hoge koor. | Pals, Maria Magdalena (I12734)
|
| 988 | doodgedrukt onder een visserspinkje | Knoester, Wouter Evertse (I5139)
|
| 989 | Doop door Ds. van Staveren | Mansveld, Alida (I8782)
|
| 990 | Doop niet gevonden | van der Harst, Cornelis Leendertsz De Jonge (I5020)
|
| 991 | Doopakte afkomstig uit het doopboek van de Scheveningse kerk. Geeft als geboorteplaats Den Haag | de Niet, Sier Janse (I8441)
|
| 992 | Doopakte geeft als vader: Dirk Kornelis Hazenoot... | Haasnoot (Haseneut), Aagje Dirks (I10535)
|
| 993 | Doopakte geeft Dirck van Engelen als vader Op de huwelijksakte heet hij Engel Dirks Tuijt, wat een verschrijving moet zijn | Hoogendijk, Engel Dirkse (I8317)
|
| 994 | Doopgetuige te De Lier, 27-11-1672 en 13-11-1678. | van Santen, Maartje Willemsdr (I3860)
|
| 995 | doopgetuige was grootvader Ary Jansz. | Kervingh, Dirk (I8604)
|
| 996 | doopgetuigen Arijen Arijensz, Barber Aelbertsdr de vader Willem Jacobsz, de moeder Anna Jansdr | Kal, Jan Willemsz (I12895)
|
| 997 | Door de baljuw en de vierschaar van Delfland als welgeboren man van Delfland erkend. Dit gebeurde aan de hand van een open brief van heer Otto van Bronchorst. | van Bronckhorst, Dirck Claesz (I1583)
|
| 998 | Door de Engelsen gevangen genomen, nam daarna dienst op een Groenlands vaartuig op welke hij is overleden. | van der Zwan, Gysbert Korvings (I4799)
|
| 999 | Door den moeder zelve ten doop geheven. | Bakkenes, Teunis (I5871)
|
| 1000 | Door den mopeder ten doop gehouden. | van Duinen, Aaltje Gerritsdr (I5878)
|
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.