Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
Treffers 501 t/m 750 van 2,532
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 501 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I286)
|
| 502 | 0853 .07 Trijntie Pieters de Moij [alias Trijntie Pannekoek alias Trijntie Fontijn] is een kleindochter van Simon Cornelisz Fonteijn en zij is een dochter van Geurtie Fonteijn. Zie NA 2312 dd. 30-1-1730.Zij is bovendien een dochter van Adriaen/Arie Pannekoek. Zie NA 1799 dd. 15-1-1725. Geurtie enAdriaen otr./tr. Den Haag Hoog-Duitsche kerk op 27-11/11-12-1712. Geurtie is ook nog getrouwd 29geweest met ene Jan Jansse, zie NA 2218 dd. 8-2-1729. Deze trouw-inschrijving heb ik niet kunnenvinden, de doopinschrijving van Trijntie evenmin. Blijkbaar is Trijntie geen dochter van Pieter de Moij!Wie zei ook alweer: "What's in a name"? Van een eventuele stiefvader Pieter de Moij geen spoor.1998.1 Waarom heet Trijntje dan 'Pieterse'? | de Moij (alias: Pannekoek, alias: Fonteijn), Trijntje Pieterse (I8768)
|
| 503 | 1 dag na echtgenoot overleden. | Roeleveld, Willemina (I5300)
|
| 504 | 1 uur beluid | van Wijn, Adrianus (I8789)
|
| 505 | 1 uur beluijd Impost F 4 | Bouwman, Leendert Doesz (I4721)
|
| 506 | 1 uur geluid voor Lambert Herbert | Herbert, Lambert Lambertsz (I4713)
|
| 507 | 1 uur geluijt. | Verkoorn, Jacobus Lucasz (I4712)
|
| 508 | 1 Voorstel den 3 Nov: 2 Voorstel den 10 Nov: 3 Voorstel den 17 Nov. | Gezin: Cornelis Aalbertsen Hooftman / Cornelia Jansdr van Heek (F1590224411)
|
| 509 | 1-10-0 | Franck (I4661)
|
| 510 | 1. Op 8-9-1719 Jobje Dirx van der Kruijk 2. Op 25-3-1721 Jobje Dirx van der Kruik 3. Op 3-1-1725 Jobje Dirx | van der Kruijk, Jobje Dirx (I14234)
|
| 511 | 1176 .10 De DTB-gegevens Kouwenhoven zijn in het Haagse archief voor een deel ondergebracht bij de naam Koevenhoven. Alida zou de dochter zijn van Johannes en SUSANNA Gogh. Op 29-11-1747 wordt in de Grote Kerk gedoopt Alida Mansfelt, dr. van Johannes en JOSIJNA van Gogh, getuigen waren Gerrit van Gogh en Alida van der Krees (Krans?). Aangezien een dochter: Jozina wordt genoemd en onder de doopgetuigen Jozina van Gogh voorkomt, lijkt de overlijdensaangifte een vergissing. 1. IJsbrant Frederik, ged. Den Haag Nieuwe Kerk 19-2-1775, get. niet vermeld, volgt gezin 1611. 2. Johannes, ged. Den Haag Nieuwe Kerk 8-12-1776, get. Jozina van Gogh en Johannes Mansfelt,volgt gezin 1610. 3. Adriana Pieternella, ged. Den Haag Grote Kerk 9-9-1778, get. Pieter Mansfelt en Adriana vanRijswijk, tr. Abraham Bastiaansz Tuit, volgt gezin 1798. 4. Zie nr. 1 (oud).5. Zie nr. 2 (oud), get. Johannes Mansfelt en Jozina van Gogh.6. Zie nr. 3 (oud).7. Zie nr. 4 (oud), get. Clazina Pals.2000.3 | van Kouwenhoven, Johannes (I8162)
|
| 512 | 13-11-1678 doopgetuige in De Lier | van Santen, Maartje Willemsdr (I3860)
|
| 513 | 13:00 uur Ouders bruidegom aanwezig. Ouders bruid aanwezig. | Gezin: Leenderd van der Harst / Willemina Plugge (F1640165982)
|
| 514 | 1494. Neeltje Verheij (Verheijde), gedoopt op zondag 24 december 1769 te Scheveningen, overleden op maandag 15 december 1845 aldaar op 75-jarige leeftijd, kind van Cornelis Verheij (zie 1066) en Neeltje (Nelletje, Pieternelletje) Tuit. Relatie op 21-jarige leeftijd op zondag 1 mei 1791 te Scheveningen met Pieter de Niet, 21 jaar oud, koopman, gedoopt op zondag 25 februari 1770 te Scheveningen, overleden op maandag 19 maart 1821 aldaar op 51-jarige leeftijd, kind van Cornelis de Niet en Adriana Oosterbaan. Uit de 1e relatie: 1. Arie de Niet, Visscher, voschverkoper en reder, geboren op vrijdag 13 april 1792 te Scheveningen, gedoopt op zondag 15 april 1792 aldaar. Relatie op 29-jarige leeftijd op woensdag 16 mei 1821 aldaar met Elisabeth den Dulk, 20 jaar oud, geboren op donderdag 15 januari 1801 te Scheveningen, overleden op donderdag 5 oktober 1848 aldaar op 47-jarige leeftijd, kind van Arie den Dulk en Jannetje Houtman. 2. Johannes de Niet, geboren op dinsdag 4 november 1794 te Scheveningen, gedoopt op zondag 9 november 1794 aldaar, overleden op zaterdag 25 augustus 1849 aldaar op 54-jarige leeftijd. Relatie op 25-jarige leeftijd op woensdag 20 september 1820 te Den Haag met Adriana den Dulk, 23 jaar oud, Naaister en vischverkoopter, geboren op vrijdag 4 augustus 1797 te Scheveningen, gedoopt op zondag 6 augustus 1797 aldaar, overleden op zaterdag 13 november 1869 aldaar op 72-jarige leeftijd, kind van Arie den Dulk en Jannetje Houtman. 3. Kornelis de Niet, geboren op zaterdag 20 mei 1797 te Scheveningen, gedoopt op zondag 21 mei 1797 aldaar, overleden voor 1801 aldaar. 4. Kornelis de Niet, geboren op woensdag 5 november 1800 te Scheveningen, gedoopt op zondag 9 november 1800 aldaar, overleden op woensdag 10 oktober 1827 aldaar op 26-jarige leeftijd. 5. Adriana de Niet, geboren op maandag 28 maart 1803 te Scheveningen, gedoopt op maandag 6 juni 1803 aldaar, overleden op maandag 6 juni 1803 aldaar, 70 dagen oud. 6. Adriana de Niet, geboren op dinsdag 20 november 1804 te Scheveningen, gedoopt op zondag 2 december 1804 aldaar. Relatie met Klaas Keus, geboren op donderdag 24 mei 1810 te Scheveningen, kind van Klaas Keus en Trijntje Jol. 7. Neeltje de Niet, geboren op woensdag 23 juli 1806 te Scheveningen, gedoopt op zondag 27 juli 1806 aldaar, overleden op maandag 4 augustus 1873 aldaar op 67-jarige leeftijd. Relatie op 22-jarige leeftijd op woensdag 1 juli 1829 te Scheveninngen met Huibert den Dulk, 22 jaar oud, geboren op maandag 7 juli 1806 te Scheveningen, overleden op maandag 20 augustus 1849 aldaar op 43-jarige leeftijd, kind van Wouter den Dulk en Jannetje Boon. | Verheij, Neeltje Cornelisse (I8107)
|
| 515 | 14:00 | Gezin: Johannes Zier van der Harst / Johanna Helena Pronk (F1590222464)
|
| 516 | 1533: Volwassen en wonend te De Lier | Ysbrandt Symonsz (I989)
|
| 517 | 1539, 1544, 1562, 1564, 1565, 1569 en 1570 | Thoen van Bronckhorst, Willem Jan Claes Dircksz (I4225)
|
| 518 | 1544-1553-1557-1561-1562 | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 519 | 1572-1583 | Luck, Lucq, Doe Adriaensz (I4667)
|
| 520 | 16-6-1726 Ter Heijde? | Joncker, Olivier Arijsz. (I3952)
|
| 521 | 1625 Schipper in de Poeldijck. Vanaf 1609 Waard v.d. Herberg" In den Hollantschen Tuijn" | van Rijn, Cornelis Heijndricksz (I8677)
|
| 522 | 17-44 | Knoester, Catharina Everts (I5091)
|
| 523 | 1738: Welgeboren man van Monster | van der Noll, Jacob (I906)
|
| 524 | 1e kind, Woonachtig te Drongrijp, Boer, Wijnaldum als bouboer | Tolsma, Dirk Jakles (I6564)
|
| 525 | 2 voorkinderen | Gezin: Gerrit van der Kruk / Trijntje Storm (F1590222574)
|
| 526 | 2-8-1669: [Bron: Not. Archief Delfshaven 3846-95/382] Jannetgen Jochems van Hardenbergh, vrouw van Buyser Jacobs stierman legateert 50 gld. aan Cornelis Jochems van Hardenbergh, wonend in s Gravenhage, haar broer; en vermaakt haar kleding aan Pietertjen Maertens de With, vrouw van Adriaen Gerrits Cocxhoorn;Jaepjen Benjamijns van der Brugge, vrouw van Pieter Maertens de With en Geertjen Abrahams Walingh, vrouw van Floris Maertens de With en benoemt tot haar erfgen. haar man | de Wit, Pieter Maertensz (I10007)
|
| 527 | 2-8-1669: [Bron: Not. Archief Delfshaven 3846-95/382] Jannetgen Jochems van Hardenbergh, vrouw van Buyser Jacobs stierman legateert 50 gld. aan Cornelis Jochems van Hardenbergh, wonend in s Gravenhage, haar broer; en vermaakt haar kleding aan Pietertjen Maertens de With, vrouw van Adriaen Gerrits Cocxhoorn;Jaepjen Benjamijns van der Brugge, vrouw van Pieter Maertens de With en Geertjen Abrahams Walingh, vrouw van Floris Maertens de With en benoemt tot haar erfgen. haar man. Gezien de leeftijd van de verschillende kinderen van Maerten Claesz genoemd in de bovenvermelde not. Akten moet Jannetje Jochums dus hun stiefmoeder zijn. Wederom terug naar Scheveningen, de plaats waar Jannetje Jochums voor het eerst in het huwelijk trad. In de weeskamer van Den Haag [Bron: Weeskamer Den Haag 402-1550] vinden we op 18-4-1650 "Maerte Claes stierman als vader eenre ende Cornelis Joppe Pronck, Arent Arents Koock en Arijen Doens als ooms en voogden van het nagelate weeskind van za. Lijsbet Pieters met name Pieter en Floris Maertens, alle woonachtig op de dorpe van Scheveninge alsdat sij Maerte Claes zal bij de weeskamer te s gravenhage soodanig somme van hondert gulden gecomen van Arijen Jans Knijn halve broeder van voors kinderen." 2-8-1669: [Bron: Not. Archief Delfshaven 3846-95/382] Jannetgen Jochems van Hardenbergh, vrouw van Buyser Jacobs stierman legateert 50 gld. aan Cornelis Jochems van Hardenbergh, wonend in s Gravenhage, haar broer; en vermaakt haar kleding aan Pietertjen Maertens de With, vrouw van Adriaen Gerrits Cocxhoorn;Jaepjen Benjamijns van der Brugge, vrouw van Pieter Maertens de With en Geertjen Abrahams Walingh, vrouw van Floris Maertens de With en benoemt tot haar erfgen. haar man. 11-5-1657: [Bron Not. Archief Rotterdam 142 339/510] Jannetge Jochems 58 jaar weduwe van Maerten Claesz wonende te Delffshaven en haar drie zonen Cornelis Maertensz 25 jaar, Pieter Maertensz 18 jaar, Floris Maertensz 16 jaar verklaren op verzoek van Pieter Huchtenbrouck coopman dat voornoemde Maertenin opdracht van requirant 10 halve zakken hop naar Hul in Engeland gebracht heeft. De hop is daar verkocht aan Timothij Lunnen. | Jannetje Jochums (I10010)
|
| 528 | 20-05-1605: Timmerman te Monster | Zijtregtop, Jan Pz (I153)
|
| 529 | 20-2-1610 en 15-10-1614: Arbiter te 's-Gravenzande in kwesties over nalatenschappen 12-6-1615: Heijnrick Cornelisz. Meerhoudt geseijdt Alenburch vervangende Pieter Cornelisz. zijn broeder en mede geassisteerd met Jasper Jansz. van Alenburch, alle wonende binnen de stad ’s Gravenzande ‘haere neeve ende agendt’... Ook vermeld op 5-12-1616 8-3-1613: Zandambacht - Arbiter bij nalatenschap Thomas Adriaensz duinmeijer 31-3-1621 ORA Zandambacht: voogd van Brechgen Huijbrechtsdr weduwe van Claes Jacobsz de Jonge 14-8-1619: Naaldwijk: voogd van de twee onmondige weeskinderen van Adriaen Doesen Lucq Op 5-11-1622 is Jasper Jansz. van Alenburch, inwonende poorter van de stad ’s Gravenzande, procuratiehouder voor de erfgenamen van Willem Adriaensz van Leeuwen 8-7-1625 Zandambacht: arbiter bij afhandeling nalatenschap van Maerten Louwen die gehuwd was met Trijntge Pietersdr 27-5-1631: Voogd van Anna Claesdr. weduwe Mathijs Pietersz. tegenwoordig wonende in ’s Gravenhage 8-3-1632: Voogd van . Maertge Woutersdr. weduwe Dirick Aertsz. Passer alhier tot ’s Gravenzande 6-10-1632: Verkoopt een huisje en erfje namens Claes Loedewijcxsz. glaesmaecker eertijds alhier tot ’s Gravenzande 17-4-1645: Voogd van Elisabeth Jan Copperts 12-3-1636: Samen met Jan Gerridtsz van Rijn voogd van de twee onmondige weeskinderen van wijlen Dirick Adriaensz. Backer in zijn leven vrachtschipper en van Maertge Dirickxsdr zaliger | van Alenburgh, Jasper Jansz (I1570)
|
| 530 | 21-12-1724 ontfangen wegens het lijk van Huijg Pietersz te Catwijk aan Zee f 3,-- | van Duijne, Huijg Pieters (I10530)
|
| 531 | 24-12-1787? | Turfboer, Jan Janse (I9010)
|
| 532 | 25 gulden | Hazenoot, Bregje (I5333)
|
| 533 | 25-08-1741 het lijk van Jacob Flore pro deo aangegeven | de Reus, Jacob Florisz (I10524)
|
| 534 | 2:5:0 | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 535 | 3-3 27-77 | Gezin: Leendert Arens Kervingh (Keusoom) / Kniertje Dircx Kaa (F1640166234)
|
| 536 | 31-1-1613: Hebben Harmen Ariensz., Jacop Ariensz., Cornelis Lenertsz. als getrouwd hebbende Maritgen Ariensdr., Cornelis Pietersz. als getrouwd hebbende Lijsbet Ariensdr., Lenert Ariensz. als getrouwd hebbende Aeltgen Ariensdr., Pouwels Jacopsz. de Loese als getrouwd hebbende Jacobgen Ariensdr. en Dirck Dircxsz. als getrouwd hebbene Neeltgen Ariensdr.,alle als erfgenamen van Arien Harmensz. Overgaeuw gift gewonnen van de helft van 19 morgen 3 hond land, zo groot enklein hetzelve lest bij Adriaen Harmensz. verzworen is. | van Overgauw, Adriaan Harmenszoon (I1992)
|
| 537 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 538 | 354 Cornelis Leenderts van der Harst scheeptimmerman 1 Man 3 kinderen booven 10 jaer 1 suster in de kost | van der Harst, Cornelis Leendertsz De Oude (I4944)
|
| 539 | 5 Willem Hofman, soldaat. Willem Hofman was bij zijn huwelijk "soldaat onder de compagnie van den Heeren R: G. Gravi van Rechteren. Na het overlijden van zijn vrouw verlaat Willem Hofman in 1791 zijn kinderen "zonder orde op zaken te stellen", zijn dochter Cornelia verklaarde dit bij akte op 28 maart 1812 voor de vrederechter van het canton Naaldwijk vanwege haar voorgenomen huwelijk met Pieter Kardolus. Hij is getrouwd te Ter Heijde op 27 april 1783 met Neeltje Willemsdr van der Heijde, gedoopt te Ter Heijde op 31 januari 1762(doopget. Grietje Willems Looij), overleden te Monster op 27september 1789, dochter van Willem Leendertsz van der Heijde en Trijntje Leendertse Storm gesegd van Leeuwen. Uit dit huwelijk: 1 Cornelia Hofman, geboren te Ter Heijde op 3 mei 1784, gedoopt aldaar op 31 oktober 1784, zie 6. 2 Trijntje Hofman, gedoopt te Ter Heijde op 9 juli 1786 (doopget. Trijntje Leendertsdr Storm). 3 Willem Hofman, gedoopt te Ter Heijde op 8 juni 1788 (doopget. Antje Dirksdr Dijkhuizen). | Hooftman (Hoofman, Hofman), Willem (I830)
|
| 540 | 5-1-1719 vond een zeldzame gebeurtenis plaats, nl. de bevalling van een vijfling!; de vijf voldragen meisjes leefden nauwelijks een dag, maar de gebeurtenis baarde groot opzien en de toeloop tot het geboortehuis was zo enorm dat men besloot de vijfling zolang mogelijk boven de aarde te houden, terwijl de van heinde en verre toegestroomde nieuwsgierigen de ouders betaalden die zo vriendelijk warenhun huis open te stellen. Op 18-2-1719 werd de vijfling begraven in de Oude Kerk van Scheveningen (Graf 9, ca. 79 x 79 cm., met als opschrift "HIER RUSTEN ONDER/DESE STEEN/VYF KINDEREN AL VOLMAAKT/VAN LEEN/TE EENDER DRAGT OOK TSAAM/GEBOREN/UYT KNIERTJE GERBRANDS/KAN MEN HOREN/ANNO 1719 2/18/ | de Wit, Kniertje Gerbrants (I13674)
|
| 541 | 6 Cornelia Hofman, geboren te Ter Heijde op 3 mei 1784, gedoopt aldaar op 31 oktober 1784, dochter van Willem Hofman (soldaat) en Neeltje Willemsdr van der Heijde (5). Cornelia Hofman verklaart bij akte dd. 28 maart 1812 voor de vrederechter van het canton Naaldwijk geassisteerd met de griffier van 's-Gravenzande dat zij voornemens is te trouwen met Pieter Cardolus. Ofschoon zij 26 jaar oud is, is volgens de wet toestemming vereist aangezien haar moeder Neeltje van der Heijde overleden is en haar vader Willem Hofman, laatst gewoond hebbende te Ter Heijde, 21 jaar geleden vandaar is vertrokken. Hij heeft zijn kinderen verlaten zonder orde op zaken te stellen. Het is niet bekend waar hij verblijft, zo hij nog leeft. | Hofman, Cornelia (I5868)
|
| 542 | 7 Febr. 1780. Jacob Zuurmond, Willem Zuurmond en Giele den Heyer verkoopen voor ƒ 276.— aan Bastiaan van der Harst, schout, drie achtste parten in een bomschuit, genaamd „de Juffrouw Geertruy' van der Harst" | van der Harst, Bastiaan Jacobse (I5197)
|
| 543 | 8 dagen na haar man en schoonmoeder begraven. | van der Ende, Maria (I8169)
|
| 544 | 9 mnd en 8 dgn na huwelijk. | van der Harst (I1660)
|
| 545 | daerom geroijeert en over 14 jaren verlopen interest sedert juni 1675 tot juni 1689 49-0-0 | van Alenburgh, Jan Doe (I3950)
|
| 546 | Aan den Tooren | Bal, Cornelis Arijens (I5438)
|
| 547 | Aan Leendert (welke) van der Harst | van der Key, Haasjen Jacobs (I5473)
|
| 548 | Aan Leendert (welke) van der Harst? Gezien de handtekening zal het de echtgenoot van dochter Neeltje zijn. Leendert Cornelisz van der Harst 1724-1812 dus. | de Niet, Joost Janse (I5474)
|
| 549 | Aang. voor de gaarder 3e klasse, impost 6 gld. 22-10-1767 | van der Helm, Arie Crijnsz (I4527)
|
| 550 | Aart Jansz. is van beroep landbouwer. Uit een taxatie van zijn bezittingen, opgemaakt in het jaar 1679, vernemen wij, dat hij bezat ,,een seer groote bouwerii, wel van acht paarden werck!” Tevens wordt gezegd, dat hii aan zijn zes kinderen uitkering heeft gedaan van hun erfportie. Verder is hij eigenaar van 25 morgen land, ,,een seer groote huijsinge, wel voorsien van meubelen en huiisraet”. Dit alles, met landbouwinventaris en gewassen, wordt getaxeerd op f 28980. (Certificaatboek 583-28, G. A. Schiedam]. Maar er zijn ook schulden, o.a. op 8 december 1648 f 3000 en op 19 juli 1650 f 1200. (N. A. Rotterdam, inv. nr. 336, fol. 867 en nr. 338, fol. 5691. Zijn einde vernemen wij uit een post van de rekening van de kerk: ,,den sevenden Januarii 1679 is in de kercke van Poortugaal begraven Aert Jansz. van Drie1 en daer van ontvangen 112de somme van V E”. Verder komt in dezelfde rekening nog voor, dat Aert Jansz. van Drie1 schuldig is aan de kerk drie pond en 8 penningen wegens z.g. smalrente of papeprouve; deze is niet ontvangen omdat zijn boedel insolvent is. Financieel gezien een droevig einde. | van Driel, Aert Jansz (I12710)
|
| 551 | AartnJansz. wordt bij zijn huwelijksaangifte met Neeltje Claes Spruijt, 8 juni 1625, en bij de doop van zijn eerste twee kinderen alleen vermeld met zijn patroniem, bij het derde met de naam Hooqwerf, en bii de viif anderen als van Aart Jansz. van Driel. Er schijnt hem veel aan te zijn gelegen een geslachtsnaam te dragen en het is hem niet voldoende, dat hij zichzelf Van Driel gaat noemen. Het gehele geslacht moest deze naam aangemeten worden, het verhaal van de voorname afstamming doet het dan des te beter! | van Driel, Aert Jansz (I12710)
|
| 552 | Achter het choor | de Wit, Leendert Florisz (I8720)
|
| 553 | Adalbero (-Italië, 19 april 988), 984 benoemd tot bisschop van Verdun door zijn oom Adalbero van Reims die daarover in conflict kwam met koning Lotharius die niet om toestemming was gevraagd. Adalbero is begraven in de kathedraal van Verdun. Frederik (±970- Verdun, 6 januari 1022), graaf van Verdun Herman van Ename (- 28 mei 1029), graaf van Brabant en graaf van Verdun Godfried de Kinderloze (- 26 september 1023), hertog van Neder-Lotharingen Gozelo (-1044), hertog van Neder- en Opper-Lotharingen Adela, gehuwd met graaf Godizo van Aspelt en Heimbach, graaf van de Luikgouw Ermgard van Verdun (-1042), gehuwd met Otto I van Zutphen (Hammerstein) Ermentrudis, gehuwd met heer Aarnoud van Florennes-Rumigny mogelijk Regelinde, gehuwd met Arnold van Wels en Lambach mogelijk Gerberga, gehuwd met graaf Folmar IV van Metz Daarnaast is bekend dat Rudolf, abt van Saint-Germain de Montfaucon te Cernay-en-Dormois, een neef van Adalbero was. Dit suggereert de mogelijkheid van nog een zoon of dochter van Godfried en Mathilde. | Gezin: Godfried van Verdun / Gravin van Vlaanderen Mathilde van Saksen Billung (F1730890665)
|
| 554 | Adalolf I van Boulogne (ca. 880 - 13 december 933), ook Æthelwulf, was de tweede zoon van graaf Boudewijn II van Vlaanderen en van Ælfthryth van Wessex. Hij volgde zijn vader in 918 op als graaf van Saint-Pol, Boulogne en Terwaan. Tevens werd hij lekenabt van de Abdij van Sint-Bertinus. Hij onderhandelde in 924 voor Hugo de Grote diens huwelijk met Edith, halfzuster van koning Æthelstan. Adalolf nam deel aan een veldslag bijFalkenberge waarbij een leger Vikingen werd verslagen. Volgens de overlevering is Adalolf door zijn eigen zwijnenhoeder gedood. Adalolf is begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent). Na de dood van Adalolf annexeerde zijn broer Arnulf I van Vlaanderen zijn gebieden en ging daarbij voorbij aan de aanspraken van de vermoedelijk nog jonge zoons van Adalolf. Dertig jaar later konden zij door een opstand hun gebieden terugwinnen. | van Boulogne, Lekenabt van de Abdij van Sint-Bertinus Adalolf (I4296)
|
| 555 | Adam Beukel, JM van 's Gravenzande wonend te Sandambagt & Antje Luk, JD van Sandambagt wonend te Monster | Gezin: Adam Claasz van den Beukel / Anna Rokusse Luck (F1590223354)
|
| 556 | Adela had in haar jeugd een goede opleiding gehad: ze beheerste Latijn en had een brede interesse. In de periode 1095-1098 was ze regentes van het grote feodale bezit van haar man, toen die deelnam aan de Eerste Kruistocht. Omdat Stefanus dekruistocht voortijdig had verlaten, zette Adela hem ertoe aan om deel te nemen aan de kruisvaart van 1101. Adela werd opnieuw regentes en Stefanus sneuvelde in het Heilige Land; Adela bleef tot 1107 regentes. Als regentes stuurde ze in 1101 honderd ridders om Filips I van Frankrijk te helpen bij het beleg van Montmorency (Val-d’Oise). In 1105 bemiddelde ze in een conflict tussen paus Paschalis IIen haar broer Hendrik I van Engeland en in 1107 ontving ze de paus te Chartres. Ze onterfde haarzoon Willem omdat die onbekwaam was, en benoemde haar volgende zoon Theobald tot opvolger van zijn vader. Ook na haar aftreden als regentes bleef ze zich met intensief met het bestuur bemoeien. In 1113 en 1118 bemiddelde ze nog in conflicten tussen Hendrik en Theobald e Adela maakte een cultureel centrum van Chartres. Ze correspondeerde met Ivo van Chartres,Anselmus van Canterbury, Hildebert van Laverdin en Hugo van Fleury. De dichter Baudri van Bourgueil was een van haar bestuurders. Volgens zijn beschrijving hadhaar ontvangstkamer wandtapijten met scènes uit Genesis, de Griekse mythologie en een kleinere versie van het tapijt van Bayeux, was het plafond beschilderd met sterren en tekens van de dierenriem en was op de vloer een wereldkaart weergegeven. Zij betoonde zich zeer edelmoedig voor abdijen en kerken. | van Engeland, Adela (I4480)
|
| 557 | Adelheid van Tours (ook Adelais, Aelis; gestorven na 866) was een dochter van de graaf Hugo van Tours (gestorven 837) uit het huis van de Etichonen en Ava van Morvois (gestorven 839). Door haar twee huwelijken neemt zij een centrale plaats in de genealogieën van zowel de Welfen, de Konradijnen alsook de Robertijnen of meer bepaaldelijk de Capetingen. Haar zuster Ermengarde trad in oktober 821 in het huwelijk met keizer Lotharius I, waardoor haar familie in het centrum van de macht van de Karolingische wereld kwam te staan. Zelf sloot zij haar eerste huwelijk met de Welf Koenraad I van Auxerre, wiens zusters keizerin Judith (de tweede vrouw van Lodewijk de Vrome) en koningin Imma (de echtgenote van Lodewijk de Duitser) waren. Wanneer haar huwelijk met Koenraad I plaatsvond is niet precies bekend. | van Tours, Adelheid (I14625)
|
| 558 | Adriaen Adriaensz Lucq was de laatstgeboren zoon van Adriaen Jansz Lucq en Gooltgen Jorisdr. Hij was nog heel jong toen zijn vader stierf. Men krijgt de indruk, dat hij levenslang een bescheiden bestaan gehad heeft. Slechts zo nu en dan vernemen we iets over hem. Op 23 februari 1655 compareerden voor schepenen van Naaldwijk de stokoude Gooltge Joris, laatst weduwe van Vranck Cornelissen, en Adriaen Jansen van Lucq haeren soon" (dit moet zijn Adriaen Adriaensz Lucq). Zij verklaarde haar huis in de Koningstraat aan haar zoon verkocht te hebben voor de som van 140 carolus guldens. Deze Adriaen Adriaensz verkreeg van "De Diakenen der Christelijke kercke tot Naeldwijck" op zijn pas gekochte huis een hypotheek van 125 gulden (138). In dit huis heeft hij een rij van jaren gewoond tot hij op zijn oude dag in het oudemannenhuis te Naaldwijk een veilig plekje vond. Zijn huis in de koningstraat kon hij toen missen. Hij verkocht het daarom op 23 mei 1672 aan Willem Pietersen van Verdegael wonende in Santambacht voor het bedrag, dat hij zelf zeventien jaar vroeger er voor betaalde. De koper nam de hypotheek van 125 gulden over. De verkoper ontving 2O carolus guldens in gereeden gelde (139). Deze Adriaen Adriaensz heeft zijn gehele leven te Naaldwijk doorgebracht. Hij kende het dorp en zijn bewoners door en door. Geen wonder dus, dat hij een paar malen als getuige in netelige zaken geroepen werd. Zo op 22 februari 1662 in een burenruzie tussen Antoni van Houve en Claes Huijgen Arckestein over de afscheiding tussen hun erven. Hij en drie andere dorpsgenoten gaven een bepaalde verklaring af, "Gevende voor reden van wetenschap dat zij lang jaren binnen deze Heerlijckheijt hebben gewoont en tgunt bij haer is verklaart verscheijde reijsen gesien hebben" (140). Nog in hetzelfde jaar, op 19 november 1662, werd hij voor de tweede maal voor het gerecht geroepen, nu om een verklaring af te leggen over een erfeniskwestie. Zijn verklaring bevestigde hij "bij solemneelen eede hem gestaeft ende afgenomen (141). Adriaen Adriaensz Lucq, gedoopt te Naaldwijk 10 september 1606 en na 23 mei 1672 in het oudemannenhuis te Naaldwijk gestorven, is tweemaal getrouwd geweest, de eerste keer met een zekere Geertje en de tweede keer met Heijltgen Roochus. Waar en wanneer deze huwelijken gesloten werden, is niet bekend. | Luck, Adriaen Az (I947)
|
| 559 | Adriaen Corstensz. te Poeldijk wordt 21 maart 1569 beleend met 4 morgen land op de Zouteveen, na overdracht door Cornelis Cornelisz. Verzijde te Poeldijk. Zijn zoon Pouwels Adriaensz. van Dijck draag op 22 mei 1589 dit leen over aan zijn grootvader, Cors Thonisz. van Dijck | van Dijck, Adriaen Corsz (I3584)
|
| 560 | Adriaen Harmansz kocht op 1-10-1567 de boerderij met 12 morgen weiland gelegen Hoefslag Kortenhoef op den Overgaeu van de erfgenamen Dirk Jans Oem. ook bezat hij nog 5 morgen land in de Hoefslag Oude Laen. | van Overgauw, Adriaan Harmenszoon (I1992)
|
| 561 | Adriaen Hendricksz Bloem: Eerder zagen we in de weesakte van 1514 dat Adriaen Bloem de vader was van Maritge Adriaensdr Nieuwwaerts. Omdat dochter Maritge, het enige (overlevende) kind, rond 1501 geboren is, zal deze Adriaen Bloem vermoedelijk rond 1500 gehuwd zijn met zijn vrouw Alijt Jansdr. Beide ouders geef ik dan een geschat geboortejaar van rond 1475. Het patroniem Hendricksz van deze Adriaen Bloem blijkt uit een akte welke ik dankzij de publicatie van Ronald van der Spiegel op het spoor kwam. In het archief van de Heilige Geest van Scheveningen staat op 31 maart 1507 de volgende akte: Landschepenen van ’s-Gravenzande oorkonden dat Heynrich Adriaensz Bloom heeft verkocht aan de gildemeesters van het Onze Lieve Vrouwengilde te Scheveningen een eeuwig durende rente van 2 pond Hollands per jaar, gaande uit zijn woning met 8 hond land in het ambacht van ’s-Gravenzande in het pachtland, welke woning slechts is belast met een rente van 43 stuivers 1 oortje. Borg staat zijn zoon Adriaen Heijnricxz Bloom, wonende ten dage van heden tot Scheveningen. Adriaen Hendricksz Bloem te Scheveningen treedt hier dus op als borg voor zijn vader Hendrick Adriaensz Bloem te ‘s- Gravenzande. Dat het hier om dezelfde Adriaen Bloem gaat als de vader van Maritge Adriaensdr ligt zeer voor hand. Mij zijn geen andere leden van de familie Bloem bekend op Scheveningen in de eerste helft van de 16e eeuw, laat staan met dezelfde voornaam. | Bloem, Adriaen Hendricksz (I13484)
|
| 562 | Adriaen Jansz Lucq was de zoon van Jan Dirksz Luck . "Van sgravesant ghekomen" trouwde hij op 17 februari 1587 te Naaldwijk met Gooltgen Jorisdr "van naeltwijck". Hun zeven kinderen werden te Naaldwijk geboren en gedoopt. Van dit zevental stierven Joris, Jaepje, en Jan op jeugdige leeftijd. De vader stierf circa 1608. Toen zijn weduwe op het punt stond een tweede huwelijk te sluiten, waren van de zeven kinderen nog in leven Lauris, Jannetje, Willem en Adriaen (74). Van Jannetje en Willem vernemen we later niets meer. Gooltgen Jorisdr hertrouwde tweemaal; Op 1 maart 1609 met Govert Jansz die nog hetzelfde jaar kwam te overlijden; op 12 mei 1613 met Vranck Cornelisz aen de Cruijswech (75), Haar derde man heeft zij vele jaren overleefd. Verschillende handelingen uit het leven van Adriaen Jansz kunnen we volgen: Ruim een jaar na zijn huwelijkssluiting, op 9 juni 1588, kocht hij zijn eerste huis te Naaldwijk. Daartoe leende hij van "Lenaard Corn cleermaecker tot sgravesande" 37 pond. Zijn ooms Pieter Adriaensz Lucq en Willem Adriaensz Backer bleven borg voor hem (76). Twee jaar daarna op 12 mei 1590, leende Adriaen Jansz, "wonende op de houck van de kercklaan" opnieuw een bedrag, ditmaal 5 pond van Pouwels en Pieter Roelensz van der Marel, ooms van zijn vrouw, wonende te Wateringen (77). Op 7 maart 1591 leende Jacob de Gruijter Engbertsz 4 pond aan Adriaen Jansz en bleef voor 8 pond borg voor hem bij de weeskamer van Naaldwijk en kreeg daarvoor een hypotheek op de helft van een schip en schuit en op het huis en erf van Adriaen Jansz. Rente de penning sestien (78). Op 17 februari 1600 verkochten Adriaen Jansz scipper en zijn zwager Joost Jorisz erfgenamen van Pieter Adriaensz Zwaerveld een huis aan het Zuider-Oost-einde van Naaldwijk (79). Op 17 januari 1601 verkocht Adriaen Jansz scipper een huis te Naaldwijk aan Maertje antoniesdr (80). Men krijgt de indruk, dat het Adriaen Jansz financièeel goed ging in deze jaren. We zien hem ten minste op 3 mei 1600 te Naaldwijk een huis kopen voor 1000 gulden. Hierop stond als vaste last 27 st. 1 blanc � s jaars, 15 st. hiervan kwamen toe aan de heilige geest te Naaldwijk, de rest aan t Capittel. Contant betaalde hij 200 gulden, verder zou hij jaarlijks 40 gulden betalen. Een der beide borgen was in dit geval zijn oom Doe Adriaensz Luck (81). Toen de vader circa 1608 overleed, kwam er een plotseling einde aan de voorspoed van het gezin. De moeder stond voor velerlei moeilijkheden met haar vier kinderen, van wie de oudste, Laurens, pas 16 jaar was en de jongste, Adriaen, pas twee jaar. Ze sloot een tweede huwelijk, met Govert Jansz, de opvolger in de zaak van haar overleden eerste man. Voor het sluiten van dit huwelijk trof zij voor het gerecht van Naaldwijk een financièele regeling ten behoeve van haar vier onmondige kinderen. Ieder van hen zou ontvangen als vaderlijke erfenis 36 ponden, bij huwelijk zouden de kinderen daarenboven 9 ponden ontvangen "tot een Bruijdegoms ofte bruijtstuk", bij hun eventueel overlijden zou de moeder voor dit laatste geld "deselve eerlijck doen begraven". De voogden Pieter Adriaensz Lucq oom en Dirck Janssen, Jan Janssen en Willem Clasen "mede oomen van svaders sijde" zagen er op toe, dat de vaderloze kinderen niet te kort gedaan werd. Tot nakoming van haar verplichtingen nam Gooltje Jorisdr een hypotheek o Het derde gedeelte van de koopsom, te weten 666 gulden 13 stuivers 5 penningen was het deel van Gooltgen Jorisdr (85). Op 17 maart 1630 verkochten Gooltgen Jorisdr en haar stiefkinderen aan Mr Hertooch de Haen "den besegelden custingbrieff bij Joris Jorisz van der Meer voor schout en schepenen van Naaldwijk verleden in date den 27sten Decembris anno 1626" (86). Langzamerhand zien we de weduwe verarmen. Ze leende van bovengenoemde Mr Hertooch de Haen op 1 maart 1633 106 carolus 5 stuivers en gaf als onderpand "een gerecht derdepaert van seecker huijs ende erve staende ende gelegen binnen den dorpe van Naaldwijk naest het Ambachtshuis (87). Een jaar later, op 23 april 1634 verkocht ze aan de baljuw Simon van Catshuijsen een derde van het huis van haar laatste man en ontving toen 187 gulden 5 stuivers 8 penningen (88). Op 12 oktober 1637 kocht ze een huis en erf in de Coningxstraat te Naaldwijk voor de som van negentig gulden. Dertig gulden betaalde ze contant (89). Op de lidmatenlijst die Ds Vlietharpiu | Luck, Adriaen Jz (I3656)
|
| 563 | Adriaen Walravens Bastiaen Walravens Bastiaensdr., Gerritgen Gerritgen Bastiaensdr. Hermansz., Walraven Jan Walravens Maritgen Walravens Walraven Hermansz. Walravens, Adriaen Walravens, Bastiaen Walravens, Jan Walravens, Maritgen | Walraven Harmansz (I1381)
|
| 564 | Adriaen woonde in 1647 op de Leede in Pijnacker. | van Overgauw, Adriaan Harmenszoon (I1992)
|
| 565 | Adriana overlijdt 3 dagen na de geboorte van Adrianus Pro Deo | Koppers, Adriana (I866)
|
| 566 | Adrianus woon tot zijn huwelijk met Antje bij zijn grootouders van vaders kant. Hij blijkt niet naar zijn moeder, Adriana, doch naar zijn grootvader van vaders kant; Adrianus te zijn vernoemd... | van der Houwen, Adrianus (I5896)
|
| 567 | Aechtien Thijssen Bastiaen Thijssen Cagenaer Bastiaens., Claertge Cagenaer, Bastiaen Thijssen Claertge Bastiaens Gerritge Jacobs. Gerritsz., Jacob Houck Vermeer, Michiel Teunisse Jacob Gerritss. Jacob Michielsz. Jacobge Jacobsdr. Jacobs, Gerritge Jacobsdr., Jacobge Jacobsdr., Neeltge Maertge Walravens Michiel Teunisse Michielsz., Jacob Neeltge Jacobsdr. Swan, Ary Cornelisz. van der Swan, Cornelis Arysz. van der Swan, Walraven Arysz. van der Thijssen, Aechtien Vermeer, Michiel Teunisse Houck Walravens, Maertge | Maritgen Walraven (I3786)
|
| 568 | Aegien Cornelis van Rhoeijens, huisvrouw van Anthonis Corsz van Vliet te Monster testeert; ze is ziek. Haar man wordt verplicht ƒ 1000,- uit te reiken aan al haar kinderen bij trouwen of volwassen worden. Zij stelt haar man als erfgenaam. get.: Samuel Everardus, predikant en ?Arien Harmens ? | Roeyen, Aeltge Cdr van (I3723)
|
| 569 | Aeltgen Arijens, wedue van Jan Willemsz Kal, moeder van 1 kind, en Jacob Willemsz Kal, oom en bloetvoochd. merk van Aeltgen Aryens : merk van Jacob Willemsz Kal: | Kal, Jan Willemsz (I12895)
|
| 570 | Aeltgen Aryensdr. Geboren circa 1520, overleden voor november 1576.Zijis omstreeks 1570 hertrouwd. Haar nieuwe echtgenoot, Oelsier Aryenszn. compareert dan voor de gezworenen van Rijswijk waarbij hijverklaart A eltje Ariensdr. gehuwd te hebben, de weduwe van OuwePouwels Claeszn Vers peck.Hij neemt de verplichtingen van Ouwe PouwelsClaeszn., uit de akte van 12 januari 1564, over, in dier voege, dathij op zich neemt aan de kinder en 800 Karolus Guldens te betalen indiverse termijnen.Sier Aryenszn. en Aeltje, zijn huisvrouw, treden inal hetgeen Ouwe Pouwe ls Claeszn. bezeten heeft, huis, schuur,stallen, hooiberg, geboomte, voo rts koeien, paarden varkens, schapen,kalveren, wagens, ploegen, eydens, stoppen, mouwen, nietsuitgezonderd. | Aryaenge Dircksdr (I4852)
|
| 571 | Aeltje Centen (ook wel Vincents) heette eigenlijk Sommers, zoals blijkt uit een testamentaire beschikking d.d. 2808-1662 van Barbara Blaris Jansdr., waarbij zij enkele legaten maakt aan haar zoon Berent Centen Sommers en aan de met name genoemde kinderen van Gerrit van Gogh (prot. not. J. Beeckman, no: 457, f.30). Aeltje Centen was toen blijkbaar ook al overleden. | Aeltje Centen (I13884)
|
| 572 | Aen suijtsijde | Tuijt, Dirk Teunisse (I5489)
|
| 573 | aen suijtsijde opt kerckhoff | NN, Ballings (I6504)
|
| 574 | aengenomen met belijdenis | van Rijn, Hendrick Cornelisz (I12804)
|
| 575 | Aert Heijmansz, wrs. heemraad Ridderkerk 1576, en wrs schout Hendrik-Ido-Ambacht 1578, woonde aan de Drogendijk onder Ridderkerk, overleden vóór 18 mei 1609, hij huwde N.N., overleden na 18 mei 1609. Hij heeft mogelijk in 1562 10 1/2 morgen land in Hendrik-Ido-Ambacht verhuurd aan Anthonis Cornelis (Lodewijcxs) | Aert Heijmansz (I3647)
|
| 576 | Aert Jans, J.M. en Neeltgen Claes, beijde uijt Poortugaal, sijn alhier na drij sondaegsche geboden sonder verhindering getrout op 8 junij. | Gezin: Aert Jansz van Driel / Leijghie Leendertsdr (F1728205165)
|
| 577 | Aert van Driel, dijkgraaf van Albrandswaard, wonende te Poortugaal, en Cornelia Spruijt, echtelieden, legateren aan Cornelis, Jacobus, Magdalena, Henricus en Petrus van Driel (of bij voor overlijden aan hun kinderen) twee huizen en erven, gelegen in het dorp Poortugaal, alsmede de helft van het havelijk goed en alles, wat bij de bouwerije behoort. Voorts erven ze elk een deel weilanden, gelegen in de Ban van Hoogvliet, genaamd Het Oude Waterschep. Hun dochter Magdalena van Driel erft de helft van de inboedel. Nicolaes, Johannes en Magdalena van Driel, alsmede de broers Cornelis, Jacobus, Henricus en Petrus erven nog enkele landerijen. | van Driel, Aert Jansz (I12710)
|
| 578 | Afhandeling van de boedel van zal. Maertien Bastianen Ruijchrock door de erfgenamen: Joost, Jacob, Jan en Ghijsbrecht Jansz van Olsthoorn; Doe Jaspers van Alenburgh getrouwd met Annetien Jans van Olshoorn, Jan Cornelis Swanevelt getrouwd met Engeltien Jans van Olsthoorn, Willem Dircx van Buijtenen getrouwd met Crijntien Jans van Olsthoorn en Pieter Pietersz van Olsthoorn. De ontvangsten en uitgaven op de boedel beginnen op 26-12-1669. Iedere erfgenaam ontvangt 2.278 gld 7 st en een halve penn. | van Alenburgh, Doe Jaspersz (I2273)
|
| 579 | Afkomstig uit Kethel, wonende te Maasland. | Patijn, Neeltje (I2041)
|
| 580 | Afkomstig uit Voorschoten, woonde tot 1572 op een hofstede die tijdens de troebelen rond Delft werd afgebroken. Apolonia ARENDSDR. behoorde tot een aanzienlijk, zeer gegoede boerenfamilie, waaraan oude geslachten als VEEN en FIJCK van der HOVE geparenteerd waren. Zie Rechtelijk Archief Monster CXV-22, folio. 155, d.d. 25-03-1615 | Pols, Apolonia Arentsdr (I5937)
|
| 581 | Afkomstig van Mechelen | Lalleman, Lambrecht (I5805)
|
| 582 | Afkondiging van het huwelijk vindt ook te Monster plaats op 14-1-1922 | Gezin: Cornelis Marinus van der Kruijk / Josina van der Houwen (F1590222462)
|
| 583 | Akkerbouwer en tuinman Jacob Arysz van Veelen was bij zijn huwelijk j.m. van Veele en Veele is een gehucht dat linksboven Vlagtwedde en rechtsboven Onstwedde ligt in het deel van Groningen dat Westerwolde wordt genoemd. Volgens zijn overlijdensakte Is Jacob van Veelen geboren te "Westwolgerland Provincie Groningen op 1 mei 1730 als zoon van Arie van Veelen en Yda Witkop, bouwlieden van beroep, beide geboren in Westwolgerland Provincie Groningen en aldaar overledenzonder dat men weet op welke tijd." ('s-Gravenzande overl. akte no. 9 dd. 9 april 1821). Westwolgerland is een verbastering van Westerwolde. In de Registre Civique van Zandambacht wordt Jacob van Veelen, akkerbouwer, met als geboortedatum 06 april 1730 vermeld. Jacob heeft een jongere broer, geboren in 1732, met dezelfde voornaam. Het was echter niet ongebruikelijk om bij twee grootvaders met dezelfde voornaam, in dit geval resp. Jacob Aijkes Warmeringh en Jacob Wijcherts, beide te vernoemen. Op 7 augustus 1756 verkoopt Jacob Aijkes tot Veele aan Jan Rotgers en Geesjen Beerens tot Wessinghuizen voor de koopsom van 330 Car. gld.: "Verkopers behuisinge en tuin tot Veele (exempt een eikeboom in de tuin staande, die van verkoper reets waar verkogt). alsmede twee akkeren bouwlandt; alles zoals door de verkoper is angekogt." Het is niet duidelijk welke Jacob achter deze verkoop zit, de oudste of de jongste. Het is ook mogelijk dat de Jacob van 1730 zijn oom Berent achterna ging naar het westen en later het huis heeft verkocht en dat de Jacob van 1732 jong is overleden. Misschien is hij na zijn huwelijk tijdelijk in Veele blijven wonen en pas na de verkoop van het huis definitief naar 's-Gravenzande vertrokken. Er zijn geen bronnen gevonden waardoor er meer duidelijkheid komt in deze zaak. | van Veelen (Warmeringh), Jacob Aijcke (I5850)
|
| 584 | Akte in het Frans, met fouten. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 585 | Akte niet gevonden Scheepsnaam: Neeltje de Jong Scheepstype: Pink Datum toedracht: 2/3 december 1863 Stuurman: Hendrik Korving Reder/Rederij: Albert Pronk Betrokkenen, leeftijd en naam 67 Zier Dijkhuizen 24 Cornelis den Dulk 12 Cornelis Harteveld 28 Hendrik Korving 43 Pieter de Ruijter 45 Cornelis Verheij 14 Arie Verheij Toedracht Op 17 november was te pink Neeltje de Jong ter haringvisserij uitgezeild. Echter op 5 december werd de pink ondersteboven op het strand van Noordwijk gevonden. De pink was op de terugreis van de haringvisserij door de storm van 2 en 3 december overvallen. Hij is overleden rond 2 december 1863 in Noordzee thv. Scheveningen. | de Ruijter, Pieter (I13120)
|
| 586 | Akte niet gevonden 19 dec? | van Bleijerveen, Blijderveen, Aeltijn Ghijsberts (I2471)
|
| 587 | Akte niet gevonden GB geeft 1726 | Gezin: Gerrit Pietersz Korpershoek (Corpershouck) / Marija Leendertsdr Swaanswijk (F1590223058)
|
| 588 | Akte niet gevonden Mogelijk DTB Scheveningen Begraven 1710 - 1759, akte 2053, 23-10-1726. Doch dit betreft Theunis de Ruijter... | Buijs, Theunis Jacobse (I5613)
|
| 589 | Akte niet gevonden Mogelijk overleden / begraven te Monster / Ter Heijde | Hogenraad, Lijsbeth Cornelis (I4013)
|
| 590 | Akte niet gevonden of 4-10-1805 Monster | Nol, Ary van der (I4061)
|
| 591 | Akte niet gevonden | Gezin: Joost Jacobsz Myndert / Geertruid Wdr Hoogerwerf (F1590222582)
|
| 592 | Akte niet gevonden | Gezin: Teunis Dirksz Tuijt / Machteld Jacobs de Jager (F1590223271)
|
| 593 | Akte niet gevonden | Gezin: Huybert Maertensz Heyn / Maartie Cornelis Banen (F1590223318)
|
| 594 | Akte niet gevonden | Gezin: Joris Dirkse Buitenhek / Marija Arends van der Zwan (F1590223368)
|
| 595 | Akte niet gevonden | Gezin: Floris Baarthouts van der Meulen / Aaltge Sijmons Fontijn (F1590223407)
|
| 596 | Akte niet gevonden | Gezin: Gerrit Willemszn van Duinen / Aaltje Decemers (F1590223965)
|
| 597 | Akte niet gevonden | Gezin: Johannes Geurtzen / Maria Geurts (F1590223980)
|
| 598 | Akte niet gevonden | Gezin: Cornelis Wouters Pronk / Arijaentge Arijens Korving (F1590224215)
|
| 599 | Akte niet gevonden | Gezin: Korvingh Maertense van der Toorn / Leuntje Claesdr Coninck (F1590224380)
|
| 600 | Akte niet gevonden | Gezin: Livinus van Hees / Geertruida van Weevers (F1597140716)
|
| 601 | Akte niet gevonden | Gezin: Ghijsbrecht Hendriksz Taal / Maritge Wouters Pronck (F1640166363)
|
| 602 | Akte niet gevonden | Gezin: Cornelis Spaans / Martijntje den Heijer (F1644042713)
|
| 603 | Akte niet gevonden | Gezin: Gerrit van Zaanen / Jannetje Taal (F1644812822)
|
| 604 | Akte niet gevonden | Gezin: Joannis Willemse Korving / Maria Arendse Kulk (F1644987547)
|
| 605 | Akte niet gevonden, mogelijk in 1780 geboren... | (de) Koning, Dirk (I4748)
|
| 606 | Akte niet gevonden, wel een Jacob van 15-11-1699 Ook een Joannis Willemsz, van 15-11-1705, welke matcht met de Dek tabel... | Turfboer, Jan Janse (I9010)
|
| 607 | Akte niet gevonden. Graf No 1927 Zie begr akte van zijn zoon Sijmon. | Fontijn, Cornelis Sijmons (I5425)
|
| 608 | Akte niet gevonden. Uit gasthuis in de kerck voor de rollaag naast of bezuiden tgraf daar Cornelis Taal zijn vrouw in legt. | Braa, Cornelis Jacobse (I5095)
|
| 609 | Akte niet gevonden. | Steehouwer, Bastiaantje Cornelisdr (I5967)
|
| 610 | Akte slecht leesbaar. Getuige Jacob Pals | Pals, Niklaas Hermansz (I12225)
|
| 611 | Akte vermeldt: Was voor de werf van een kaper dood geschoten. | den Heijer, Maerten Cornelisse (I4975)
|
| 612 | Albrecht van Voorne was de zoon en opvolger van Hendrik van Voorne, burggraaf van Zeeland, ridder, overleden ca. 1260-1261 en Catharina van Cysoing. Hij was een hoveling van Floris V van Holland en vergezelde hem in 1268 naar Brugge. Albrecht werd begraven in de abdij van Loosduinen. Albrecht van Voorne als maecenas Albrecht van Voorne heeft zich postuum onsterfelijk gemaakt door het inhuren van een jonge en veelbelovende Belgische auteur, die zich in zijn oudst bewaard gebleven werk Alexanders geesten (De daden van Alexander [de Grote]) Jacob noemt, maar dat na zijn aanstelling op het eiland Oostvoorne - geheel in overeenstemming met de toen geldende conventies - veranderde in "Jacob de coster van Merlant". Dat wil zeggen dat Jacob de bewaarder werd van de boekenkist in de kerk van Merlant, de haven van Oostvoorne, die later opging in het huidige Brielle. Jacob De coster Van Merlant vertaalde voor Albrecht - gezien zijn schamperend commentaar over de waarheidsgetrouwheid van zijn Franstalige bron vermoedelijk erg tegen zijn zin - een proza-bewerking van de versroman van Robert de Boron: Estoire dou Graal ou Joseph d’Arimathie als Die Historie vanden Grale, zoals Jacob in de proloog verantwoordde in het enig bewaard gebleven handschrift: Alle de gene de desse tale Horen willen vanden grale Wannen dat he eirsten quam Als ick inden walsche vernam So zal ickt dichten in duesche woert Jck en zalt nicht laten dorch er voert De benyden mijn gedichte Wante doch alle quade wichte To der doghet tragen altoes nijt Hijr omme so wil ich in aller tijt Dat doen dat se mij benyden Dus solen se vele de myn verbliden Alze se van mij dan horen tale Desse historie van den grale Dichte ick to eren hern alabrechte Den heer van vorne wal myt rechte Want hoege lude myt hoger historie Manichfolden zulen er glorie Vnde korten dar mede er tijt Jck wille dat gij des zeker zijt Dat ick de historie vele valsch Gevonden hebbe in dat walsch Dar ze van gode onsen heren sprak Dat ene dat volck van rome wrack Dar vmbe merket desse zake Eyn dichte van onses heren wrake Lestmen dat is wijde bekannt Vnde makede eyn pape in vlanderlant Dat saget dat boeck in zijn beginne Mer ick wene in mynen sinne Dat pape dat nicht en dichte Want men mochte nicht gescriiien lichte We vullich dat gelogen zij Vnde dat zal ick iv prorien waer bij Jn der historie de komet hijr naer Vnde nv biddick iv dat is waer Jacob de coster van merlant Den gij to voren hebbet bekant Jn des koninges Allexanders Jeesten Dat gij bidden dat he volleesten Moete dat he heuet begonnen Vnde he den ghenen moete onnen Jn des ere he dit began Dat he moete werden alzulck ein man Dat des al dat volck vnde onse heer Moete hebben loff vnde eer Vnde wij myt em moeten komen Jn de ere de men genomen Noch gescrillen nicht en mach Daert sonder nacht is altoes dach [Editie Sodmann 1980, p. 115-116.] De Estoire dou Graal is het eerste deel van een trilogie, en wordt gevolgd door Merlin en afgesloten met Perceval. Jacob vertaalde de Merlin als Boek van Merline, maar liet het daarbij. Pas in 1326 zou Lodewijc van Velthem, mogelijk voor Albrechts zoon Gheraert van Voorne, voor wie hij eerder een Vijfde Partie aan de Spiegel historiael gedicht had, nadat hij eerst de door Jacob van Ma(e)rlant onvoltooide Vierde Partie van een slot had voorzien. Maar in plaats van Robert de Borons Perceval tevertalen, vervolgde Lodewijc met de vertaling van de Suite-Vulgate du Merlin. Door deze redactionele 'gijp' boog hij de inmiddels in vergetelheid geraakte trilogie van Robert de Boron om richting de Lancelot en prose, een roman die Lodewijc vertaalde, bewerkte, inkortte en aanvulde tot twee boekdelen, waarvan het eerste deel verloren ging en het tweede deel bewaard bleef als de Lanceloet-compilatie (KB Den haag, 129 A 10). In deze Lanceloet-compilatie nam Lodewijc een roman van Jacob op die hij hoogstwaarschijnlijk tijdens zijn verblijf op Oost-Voorne voor Albrecht geschreven heeft: Torec (hoogstwaarschijnlijk een anagram van (H)ector). In deze opmerkelijke niet-historische Arturroman - waarin iedereen vals speelt - staan concrete aanwijzingen naar de natuurlijke gesteldheid van het eiland, en knipogen naar bestaande individuen: "Cleas vanden Briele" zal wel Claes geheten hebben (al weten wij niet wie deze bonte hond was), maar nóg sprekender is de doopnaam van de joncvrouwe van Montesclare: Mabilie. De "Joncvrouwe van Montesclare" is een goede bekende in de Arturliteratuur, maar nergens wordt haar voornaam genoemd. En laat nou Albrechts dochter (ook) Mabilie geheten hebben. Of zij het net zo hoog in haar bol had als de Joncvrouwe van Montesclare in de Torec is onbekend, wel weten wij dat zij non werd in een Zuid-Hollands klooster voor adellijke vrouwen. | van Voorne, Burggraaf van Zeeland Albrecht (I4437)
|
| 613 | Aleid (overleden op 12 februari 1218) was door haar huwelijk met Willem I gravin van Holland. Aleid was de oudste dochter van graaf Otto I van Gelre en Ricardis, een dochter van Otto I van Beieren. | van Gelre, Gravin van Holland Aleid (I4845)
|
| 614 | Alfred staat bekend voor zijn verdediging van de Angelsaksische koninkrijken van Zuid-Engeland tegen de Denen, waardoor aan hem het epitheton "de Grote" wordt toegekend. Alfred was de eerste koning van Wessex die zichzelf de "koning van de Angelsaksen" noemde. Details van zijn leven worden beschreven in een werk van de 10e-eeuwse Welshe geleerde en bisschop Asser. Alfred was een geleerd man, hij moedigde onderwijs aan, en hij verbeterde het rechtssysteem en de militaire structuur van zijn koninkrijk. Hij wordt beschouwd als een heilige door sommige katholieken, maar werd nooit officieel heilig verklaard. De Anglicaanse Gemeenschap vereert hem als een christelijke held, met een feestdag op 26 oktober. Hij kan vaak gevonden worden in gebrandschilderd glas in parochiekerken van de Anglicaanse Kerk. Jeugd Alfred werd geboren in een tijd dat Engeland verdeeld was in meerdere Angelsaksische koninkrijken. De Denen waren in grote delen van het oosten en midden van Engeland (de 'Danelaw') aan de macht en de Noren waren aanwezig in het noordwesten van hetland. Als jongste zoon was Alfred voorbestemd om geestelijke te worden. Dat was vermoedelijk de reden van zijn goede opleiding, die zijn bijzondere belangstelling voor geloof en literatuur stimuleerde. In 854 reisde Alfred met zijn vader Æthelwulf naar Rome en bezocht met hem, op de terugweg, het hof van de Franse koning Karel de Kale. Maar bij terugkomst weigerden zijn oudere broers, die als regent hadden opgetreden tijdens hun afwezigheid, de macht terug te geven en in 856 werd Æthelwulf afgezet als koning. Onderkoning onder Æthelred 19e-eeuwse afbeelding van Alfred de Grote 19e-eeuwse afbeelding van Alfred de Grote Tijdens de korte regeerperioden van zijn twee oudste broers, Æthelbald van Wessex en Æthelberht van Wessex, werd Alfred niet genoemd. Zijn openbare leven begon pas toen zijn derde broer, Æthelred I van Wessex, in 866 de troon van het Koninkrijk Wessex besteeg. Het is gedurende deze periode dat bisschop Asser hem met de unieke titel "secundarius" aanduidt, een positie die verwant kan zijn aan die van de Keltische tanist, een erkende opvolger die nauw verbonden is aan de regerende monarch. Hetis mogelijk dat deze regeling door de vader van Alfred, of door de Witan werd gesanctioneerd om te waken tegen het gevaar van een omstreden opvolging mocht Æthelred in de strijd vallen. De regeling om een opvolger als koninklijk prins en militair bevelhebber te kronen is ook bekend onder andere Germaanse stammen, zoals de Zweden en Franken, stammen aan wie de Angelsaksen nauw waren verwant. Strijd tegen de Denen In 868 vochten de broers een vergeefse strijd om de Denen uit het aangrenzende Koninkrijk Mercia te weren. Daarna bleef Wessex vervolgens bijna twee jaar lang van aanvallen gespaard, omdat Alfred de Vikingen een schatting betaalde om het koninkrijkWessex met rust te laten. De Denen concentreerden zich in deze periode op de verovering van het koninkrijk East Anglia, een doel dat zij in 870 wisten te verwezenlijken. Met de komst van het Grote zomerleger onder leiding van de Deense koning Bagsecg was het echter met de relatieve rust in Mercia en Wessex gedaan. Bacsegc voegde zich met zijn troepen bij het Grote heidense leger dat in 865 onder leiding van Ivar de Beenderloze en Halfdan Ragnarsson aan de Engelse oostkust was geland. Vanaf 31 december 870 begon een half jaar van heftige strijd met de Denen. Voor het koninkrijk Wessex was het nu erop of eronder: 31 december 870: Æthelred en Alfred versloegen de Denen in Berkshire. 4 januari 871: Æthelred en Alfred vielen de Denen aan bij Reading. Ze werden daar echter teruggedreven waarbij aan beide zijden grote verliezen worden geleden. 8 januari 871: de slag bij de niet meer bekende plaats Ashdown in Berkshire. Volgens de overlevering hadden de Angelsaksische troepen een gunstige positie maar besloot Æthelred om voor de slag nog een mis bij te wonen. Alfred besloot om niet ophem te wachten omdat hij bang was dat de Denen hun positie zouden verbeteren. Alfred viel aan en toen op een cruciaal moment Æthelred alsnog verscheen, wonnen de Angelsaksen de slag. Aan beide zijden vielen veel slachtoffers, waaronder de Deense koning, Bagsecg en vijf van diens jarls. 22 januari 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Basing in het noorden van Hampshire 22 maart 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Merton (het is niet bekend waar deze plaats ligt). Hier werd Æthelred gedood en Alfred de nieuwe koning. Tijdens de begrafenis versloegen de Denen de Angelsaksen nog een keer mei 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Wilton in Wiltshire waarbij ook Alfred aanwezig was. Koning Strijd met de Denen Na de campagne van 871 begreep Alfred dat zijn militaire situatie niet kansrijk was en sloot in ruil voor een groot geldbedrag een vrede voor 5 jaar. Na het verstrijken van deze periode vallen de Denen prompt weer aan en trekken om het Engelse leger heen, naar Dorset. In 877 stelden de Denen onderhandelingen voor maar veroverden ondertussen wel Exeter. Alfred belegerde ze daar en een Deense vloot werd door een storm overvallen. De Denen moesten zich daarna terugtrekken naar Mercia. In januari 878 veroverden de Denen Chippenham, een residentie van Alfred die met een kleine groep strijders ternauwernood wist te ontsnappen. Alfred vestigde zich na Pasen op Athelney, een droog gebied tussen grote kustmoerassen, en bestreed de Denen daarvandaan met een strijdmacht die hij vormde uit lokale milities. In deze periode speelt de populaire legende dat Alfred incognito onderdak krijgt van boeren en op het brood moet letten dat de boerin aan het bakken is. Alfred laat in gedachten verzonken het brood verbranden e In 884 viel een Deense vloot (uit Denemarken) aan in Kent. De Engelse Denen sloten zich bij hen aan. Alfred ging in de tegenaanval en heroverde in 886 Londen. Er werd een nieuw vredesverdrag gesloten, waarbij Alfred Kent en Londen behield. Ook werden uitgebreide afspraken gemaakt om het vreedzaam naast elkaar leven van Denen en Angelsaksen te waarborgen, zoals: regelingen voor weergeld bij moord, verbod om elkaars bevolking te dwingen om dienst te nemen in het leger, afspraken over rechtszaken, verbod om vee of slaven te kopen zonder dat betrouwbare getuigen borg stonden voor de herkomst daarvan, en het recht om over en weer contact te hebben en handel te drijven. In 893 vielen twee vloten uit Denemarken met strijders en kolonisten (met vrouwen en kinderen) opnieuw Kent aan. In 894-895 werd een van deze legers verslagen door Alfreds zoon Edward. Alfred zelf trok naar Exeter dat door de Engelse Denen werd belegerd, en ontzette de stad. Het tweede Deense leger trok langs de Thames landinwaarts maar werd bij de grens met Wales verslagen door een leger onder leiding van lokale Saksische edelen. De Denen trokken zich uiteindelijk terug in Chester. Een jaarlater dwongen voedseltekorten de Denen om zich terug te trekken naar Essex. Daarna trokken de Denen met hun schepen de Lea (een zijrivier van de Thames) op en bouwden een fort, 30 km ten noorden van Londen. Aanvallen op het nieuwe Deense fort mislukten maar Alfred wist wel de rivier te blokkeren zodat de Denen opgesloten waren met hun schepen. Uiteindelijk trokken de Denen zich terug. In 897 had Alfred de controle over bijna geheel Engeland. De Denen hadden alleen nog de macht in East Anglia en de kuststreken rond Gedurende zijn regering waren de Welshe aanvoerders zijn bondgenoten tegen de Denen. Alfred zou ook goede contacten met Ierland hebben gehad. Bestuur Alfreds succes tegen de Denen is vooral te danken aan zijn organisatievermogen. Zo creëerde hij een staand leger door een soort roterende dienstplicht in te voeren, waarbij dus altijd een deel van de weerbare bevolking onder de wapenen was. Dit waseen hele verbetering ten opzichte van de oude situatie waarbij het leger pas werd geformeerd als er een concrete dreiging of zelfs aanval was, en waarbij het ook gebruikelijk was om versterkingen niet te bemannen. Het systeem had wel kinderziektenzoals bleek toen in 893 het leger dat aan het einde van zijn termijn was, abrupt stopte met de belegering van een stad en naar huis ging, voordat Alfreds aflossing was aangekomen. Ook begint Alfred met georganiseerde zeestrijdkrachten, echter nog zonder veel succes. Wel wordt Alfred daardoor beschouwd als de grondlegger van de Britse marine. Alfred sticht een aantal burchten die ook zijn bedoeld als kern van stedelijke ontwikkeling. Het is niet zo dat Alfred het districtenstelsel (shires) heeft uitgevonden maar hij Culturele betekenis Alfred had goede contacten met de paus, correspondeerde met de patriarch van Jeruzalem en had contact met de kalief van Bagdad. Alfred had een goede ontwikkeling en intellectuele ambities en leerde op latere leeftijd zelfs Latijn. De oorlogen met de Denen hadden echter een zware slag toegebracht aan de kloosters en aan de wetenschap. Alfred stichtte daarom enkele kloosters en een hofschool, waarvoor hij talentvolle leraren uit het buitenland liet overkomen. Hij liet een aantal belangrijke Latijnse teksten vertalen, en heeft daar zelf ook een belangrijke bijdrage aan geleverd: Dialogen van Gregorius, Cura pastoralis (Herdelijke zorg) door Gregorius de Grote Historiae Adversus Paganos Libri Septem (Algemene geschiedenis) door Orosius Confessiones van Augustinus Historia ecclesiastica gentis Anglorum volk door Beda, in een verkorte versie De consolatione philosophiae door Boethius –vrij bewerkt Daarnaast heeft Alfred vermoedelijk opdracht gegeven, en misschien meegewerkt aan, de Angelsaksische Kroniek, een beschrijving van Saksische martelaren en een vertaling van de eerste 50 psalmen. Dood en begrafenis Alfred stierf op 26 oktober van het jaar 899 in Wantage en werd begraven in de Old Minster in Winchester. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Eduard de Oudere. Het lichaam van Alfred werd later overgebracht naar de New Minster. Op de plaats van de New Minster is later nog de Kathedraal van Winchester gebouwd. Alfreds graf is verloren gegaan en er zijn bij archeologisch onderzoek wel stoffelijke resten gevonden die aan Alfred worden toegeschreven, maar dat is zeer twijfelachtig. Alfred wordt als heilige vereerd in de Anglicaanse en de Oosters-orthodoxe Kerk. Huwelijk en kinderen Alfred trouwde in 868 te Winchester met Ealhswith van de Gaini (overleden te Winchester, 5 of 8 december 905). Ealhswith stichtte de Maria-abdij in Winchester en werd daar na de dood van haar man non. Zij is daar begraven en later herbegraven in dekathedraal van Winchester. Zij was dochter van Æthelred Mucil, ealdorman van Gainis in Mercia, en Eadburga uit het koningsgeslacht van Mercia. | de Grote, Koning van Engeland Alfred I (I6046)
|
| 615 | Algemeen Begraafregister Renswoude: 'den 23 dito [november] 1805. Is begraven Ot Jacobsen op het kerkhof'. Voor wat betreft de persoonlijke registraties van Ot is de naam Bakkenes alleen bij in inschrijving in het trouwboek te vinden. Ook niet bij de doop van zijn kinderen. Pas na zijn overlijden komt in akten van de burgerlijke stand de naam Bakkenes terug. | Bakkenes, Oth Jacobsz (I4839)
|
| 616 | Algemeen De familienaam Van Droffelaar staat hier niet in het trouwboek. Waarschijnlijk zijn de meeste kinderen van Ot Jacobse Bakkenes en Anna Barten van Droffelaar jong overleden. Van de Nederduits Gereformeerde Gemeente van Renswoude is pas vanaf 9 juni 1784 een begraafboek te raadplegen. Van het kerkhof is de registratie vanaf 8 februari 1786 in te zien. | Gezin: Oth Jacobsz Bakkenes / Anna Barthe van Droffelaar (F1590223900)
|
| 617 | Alias Goutappel | Goutappel, Jan Cornelisz (I6077)
|
| 618 | Alias Spaans, moet een verschrijving zijn | van der Toorn, Leuntje Arense (I5591)
|
| 619 | Alias van Ockenburg | Thoen (van Ockenburg), Jan Wz (I4453)
|
| 620 | Alias: "van der Bilt" De Sijmonszstraat in Scheveningen is naar hem vernoemd, omdat hij het eerst bekende Scheveningse lid van de Haagse schepenbank is. Hij werkte nauw samen met Adriaen Koenen van Schilperoort, de schrijver van het 'Vischbook'. | Schilperoort, Jacob Sijmonsz (I5426)
|
| 621 | Alias: Catharina Steutzer | Gezin: Johannes Hans Küderlin / Catharina Steitzer (F1590224293)
|
| 622 | Alias: den Doks | Bom, Ary Jansz (I5526)
|
| 623 | Alias: den Vijl? | van der Swan, Job Jacobsz (Overklift) (I5554)
|
| 624 | Alias: Elsje Parmesant | Parmesant, Elsien (I4113)
|
| 625 | Alias: Gerrit Canneman | Parmesant, Gerrit (I2198)
|
| 626 | Alias: Jacop Jan Beuckelsz. alias Jan Mathijsz | Jacop Jan Marinusz (I2623)
|
| 627 | Alias: Jan Groot Allerts "Jan Alberts Groot voorn. was presiderende burgermeester Ao 1537 doen de Geldersche meende Enchuijsen te overvallen, Denatus Ao.1544. Denata Ao. 1546" - Jan Albertsz Groot, geboren een der eerste jaren der 16de eeuw; in de "Regentenlijst" over 1537niet vermeld (van de 4 burgermeesteren "Jan Groote Albertsz" wel vermeld 1539 en '41; voorts Ao. 1542 burgemr. "Jan Albertsz". Gehuwd circa 1520 te Enkhuizen. Brandt, Hist. Enkhuizen Dl. I, blz. 81 e.v.: meldt over de "Aenslag van de Gelderschen" dat 22 juni 1537 "seker borger genaamt Erik in de Bok".. naar het huis ging van "Jan Groot Albert; deze was toen oudt burgermeester en hadt sijn dochter aen Erikssoon ten huwlijk gegeven". Dit dan het huwelijk van zijn dochter Dieuw met Jacob Eriksz en zou burgemeester Jan Groot - wiens vader plm. 1483 geboren werd- omstreeks 1520 gehuwd zijn met Griet Fredriks. Echtgenote is Griet Fredricks, overleden circa 1546 (zie Parenteel Jan Albertsz Groot (van Egmond) - zij wordt in 1544 vermeld als Ghrijt (vrou van) Jan Gro | Jan Allertsz Groot (I4273)
|
| 628 | Alias: Johannes Kiderle | Kiderlen, Johannes (I5995)
|
| 629 | Alias: Johannes Kiderlin | Kiderlen, Johannes (I5993)
|
| 630 | Alias: Meerdink | Meerding, Joost (I2193)
|
| 631 | Alias: Toe Ameschot | Platvoet, Gerritje (I2199)
|
| 632 | Alias: Toebakje | van der Meulen, Jan Baerthoutsz (I5009)
|
| 633 | Allard huwde met een vrouw uit het geslacht van Henegouwen. Met haar kreeg hij minstens twee zonen: Wouter van Egmont (1145 - 1208) Allard van Egmont (1150 - 12??), hij werd heer van Buren. | Gezin: Heer van Egmond Allard van Egmont / Antonia van Henegouwen (F1590224514)
|
| 634 | Allard van Egmont (Slot op den Hoef, Egmond aan den Hoef, 1130 - Schoorl, 1168), ook bekend als Alebrecht, Albrecht, Alard, Allert en Adalard van Rinneghem, was ridder en heer van Egmont.[1][2] Allard kwam uit het huis Egmont. Zijn vader Berwout was rentmeester van de Abdij van Egmond en begon met de bouw van een kasteel, Slot op den Hoef, ook Kasteel Egmond genoemd. Na zijn vaders dood bouwde Allard verder aan het slot.[3] In 1168 trok Allard samen met andere Hollandse edelen ten strijde in een strafexpeditie tegen de West-Friezen, in naam van Graaf Floris III van Holland. Hij verbrandde het kasteel van Schagen[4]. Bij Schoorl werden de Hollanders in een hinderlaag gelokt door de West-Friezen. Negen ridders, waaronder Allard, sneuvelden. | van Egmont, Heer van Egmond Allard (I3396)
|
| 635 | Alleen op de huwelijksakte heet ze Christina. Bij doop en begraven heet ze Korsje | Gezin: Harmanus Pals / Christina Taal (F1640167762)
|
| 636 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 637 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I805)
|
| 638 | Als Barend, geb Alpen (Cleefsland) | Willemse, Bernardus (I5851)
|
| 639 | Als Blasius met Gritegen trouwt doet hij zijn boerderij op 't Woud over aan zijn zoon Arent en trekt bij zijn vrouw in het huis 'De Witte Ram'. Na het overlijden van Blasius vindt 1642/1643 de boedelscheiding plaats tussen zijn weduwe en voorkinderen. Als weduwe maakt Grietgen maar liefst 13 testamenten met wisselende inhoud. Grietgen had bij haar overlijden 30.000 gld. | Gezin: Blasius Pietersz Dijkshoorn / Margaretha Lenaerdsdr van der Hoeve (F1590224464)
|
| 640 | Als de gemeenschappelijke boedel "op de Pijnackerse kermis in den jaere 1682" door Annetje voor de helft metter dood ontruimd is, volgt liquidatie van de boedel door Schout en Schepenen van Ruyven (1683). De staat van Scheidinge en Liquidatie van de boedel is van 1685/1686. [bron 37]. Jacob Pouwels was een boer van aanzien. Bij het overlijden van zijn moeder in 1669 bedroeg de waarde van de boedel ƒ 35.633,10 ! In eigendom... Jacob Pouwels was een boer van aanzien. Als lasten va de boedel worden opgevoerd pachten aan diverse eigenaren over 37 morgen land. In eigendom heeft hij het gebruikelijke "huys, schuren, bargen en geboomte" en bovendien nog "seve mergen twee hondert vijftig roeden weyland, te leen gehouden wordende van de Graffelijkheit van Holland, gelegen te Ruyven, belent ten zuyden de Molensloot". Het zijn waarschijnlijk dezelfde gronden als die van zijn kleinzoon Abraham Paulus. Jacob werd blijkbaar niet voor niets "Capitalist" genoemd. Niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen uit zijn gezin konden schrijven ! Dit blijkt uit een rekening van 16 stuivers van meester Huybert Lely wegens schoolgeld van een dochter Maartje Jacobs (waarschijnlijk uit het eerste huwelijk van zijn tweede vrouw). Hij was schepen van Ruyven en tekende met verSpeck. Dat hij een lastig man was blijkt uit de processen die buren tegen hem voerden wegens aan hem gedane leveranties die niet betaald werden. | Verspeck, Jacob Pouwels (I4221)
|
| 641 | Als huijsvrouw van Pleun Cornelisse Noordam In de kerk, graf No 8, eens beluijd. F 0-12-0 | van Rijn, Jannetje Dirx (I6296)
|
| 642 | Als loteling dienende bij de zeventiende Afdeling Infanterie. | Pronk, Dirk (I7075)
|
| 643 | Als moeder wordt Leuntje de Braa gegeven... | Plugge, Cornelis Cornelisse (I8572)
|
| 644 | Als Ridder vermeld op 6-12-1224 en 26-4-1244. In 1236 Heer van Strijen, genaamd in de omgeving van Floris IV en Willem II. In 1236 kreeg hij als Hollandse Leen een jaargeld van 6 pond uit de tol van Geervliet. In 1244 bevestigt hij, samen met zijn broers Hendrik en Hugo, de schenking van zijn ouders aan de Abdij Ter Does. | van Strijen, Heer van Strijen en Zevenbergen Willem I (I3418)
|
| 645 | Als Scheveningse visser krijgsgevangen op het Engelse prisonerschip "Sandwisch" bij Chattam. Hij is vrijgekomen op voorspraak van stadhouder Willem V. Hij dankt zij bijnaam 'de Rab' (Rabbi) aan het fijt dat hij tijdens zijn gevangschap zijn baard had laten staan. Na zijn dood was het de Koning's (Lodewijk Napoleon) uitdrukkelijk verlangen, dat in de nood der weduwen zou worden voorzien. | Roeleveld, Cornelis (I6439)
|
| 646 | Als vader: Cornelis van Middelburg | van Middelburg, Arij Gerritse (I4537)
|
| 647 | Alwaar hij een "boe en droochtuijn" bezat | Schilperoort, Jacob Sijmonsz (I5426)
|
| 648 | Amb won Duyfhuys | Duyfhuys, Mr Gilles Pz (I4498)
|
| 649 | Ambachtsbewaarder van Kralingen. | Bregman, Thonis Pz (I3553)
|
| 650 | Amersfoort | Tolsma, Johannes Dominicus (I6520)
|
| 651 | Angnitje is dochter van Marijtge | Kervingh, Jan Willemsz (I5467)
|
| 652 | Anna van Kiev (Oekraïens: Анна Ярославна, Anna Jaroslavna) (Kiev, 1036 - 5 september 1075/1078) was een dochter van de vorst van Kiev, Jaroslav de Wijze, en Ingegred van Zweden. Na de dood van zijn eerste echtgenote Mathilde van Friesland in 1044, zocht Hendrik I van Frankrijk in de Europese vorstenhuizen een nieuwe echtgenote, maar hij vond niemand die niet nauw met hem verwant was. Ten slotte vond hij een nieuwe echtgenote in het afgelegen Kiev en huwde met Anna in 1051 in Reims. Zij werd de moeder van: Filips I van Frankrijk (23 mei 1052 - 30 juli 1108) Hugo I van Vermandois (1057 - 1102) Robert (ca. 1055 - ca. 1060) Emma. Anna introduceerde de Griekse naam Filips (philippos, 'paardenliefhebber') in West-Europa. Zij bracht een missaal mee naar Frankrijk dat sindsdien in de kathedraal van Reims werd gebruikt om nieuwe koningen en koninginnen in te zweren. Het missaal was in Oudkerkslavisch en kon in 1771 nog door Peter de Grote worden gelezen. Na de dood van Hendrik in 1060, was Anna (samen met Boudewijn V van Vlaanderen) regentes over haar zoon Filips I. Anna was een geletterde vrouw - hoogst uitzonderlijk voor die tijd - maar toch riep zij enige tegenstand op wegens haar onvoldoende kennis van het Frans. In 1062 hertrouwde zij met Rudolf van Valois, die voor Anna zijn vrouw Eleonora verstootte. Rudolf werd daarop door paus Alexander II geëxcommuniceerd wegens overspel. Anna moest daardoor haar positie aan het hof opgeven. In 1065 stichtte ze een kerk en abdij te Senlis (Oise). Haar zoon Filips I huwde in 1071 met Bertha van Holland. Na het overlijden van Rudolf in 1074 keerde ze terug aan het hof. Ze is begraven in de abdij van La Ferté-Alais. | van Kiev, Koningin-Gemalin van Frankrijk Anna (I14606)
|
| 653 | Annetje Wouters Tael, weduwe van Adolf Arentse, viskoopster te Scheveningen, geassisteerd met haar voogd Job Taal enerzijds, en Markus Arentse, viskoper te Scheveningen en oom paternel van haar kinderen, m.n.: Arij, Wouter, Cornelis, Maartenen Job anderzijds. | Taal, Annetje Wouters (I8549)
|
| 654 | Annitgen Jans weduwe van Doe Adriaensz. Lucq wonende in het dorp van Naald- wijk bekende dat zij op 4 december 1618, toen weduwe van de voorn. Lucq en tegenwoordig huisvrouw van Jacob Engelsz. haar man en voogd in deze voor de ene helft, Jacob Doesen Lucq wonende binnen der stede ’s-Gravenzande voor hemzelf, en de voorn. Lucq met Jan Herpersz. te Monster en Jaspar Jansz. van Alenburch te ’s-Gravenzande tezamen als voogden van de twee onmondige weeskinderen van Adriaen Doesen Lucq tezamen voor de wederhelft, in het open- baar verkocht hadden aan Jacob Jansz. Coman vettewarier in ’s-Gravenhage zekere 11 hond 85 roeden patrimoniaal land gelegen achter de boomgaard van Vreugdenhil in Naaldwijk hen aangekomen door het overlijden van voorn. Doe Adriaensz. Lucq. | Annetgen Jansdr (I3712)
|
| 655 | Ansegisus (verlatijnst, oorspronkelijk Ansegisel) (ca. 610 - 662) was een Frankische hofmeier. Hij was een zoon van Arnulf van Metz en zijn vrouw Doda. In 633 werd de toen drie jaar oude Sigibert III koning van Austrasië. Een jaar later werd Ansegisus benoemd tot een van zijn opvoeders en waarschijnlijk kreeg hij toen ook het ambt van hofmeier, dat Pepijn van Landen moest neerleggen. Hij onderdrukte samen met Pepijn, Kunibert van Keulen, Bubo van Auvergne en Leuthar van Allemanië een opstand van de edelen Radulf en Fara. In 662 nam hij deel aan de mislukte staatsgreep van zijn zwager Grimoald I en werd daarbij gedood door Gundewin. | Ansegisus (Ansegisel) (I14649)
|
| 656 | Anseric Willem I (1130-1161) Andreas, bisschop van Châlons-en-Champagne Milo, bisschop van Châlons-en-Champagne Gwijde, bisschop van Châlons-en-Champagne Helvida, gehuwd met Godfried IV van Joinville Agnes, gehuwd met Narjot II van Toucy. | Gezin: Burggraaf Van Troys Gwijde I van Dampierre / Helvida van Baudémont (F1730708831)
|
| 657 | Anthonis Pietersz. van Egmont timmerman eertijds weduwnaar van Marijtgen Jansdr., die een dochter was van Jan Dircxsz. en Jaepgen Lourisdr. echtelieden, wonende binnen Leiden ter eenre, en Gerritgen Jansdr. volle zuster van vaderlijke en moederlijke zijde van voorsz. Maritgen Jansdr. in deze gelast zijnde door haar man Lenert Adriaensz. voerman binnen ’s-Gravenhage geholpen met Paulus Stock oud-secretaris mede wonende binnen Leiden als haar voogd in deze, idem Louris Adriaensz. [tekent: Louweris Adrij- aensz. Luck] wonende te Naaldwijk zoon van Adriaen Jansz. die ook een volle broeder was van de voorsz. Maritgen Jansdr. van vaderlijke en moederlijke zijde voor hem zelf en voorts voor zijn broeders en zuster, nog Jan Jansz. wonende te ’s-Gravenzande halve broe- der van vaderlijke zijde voor hem zelf en voorts als oom voor de kinderen van Dirck Jansz. ook zijn broeder die mede een halve broeder was van vaderlijke zijde, voorts Jaspar Jansz. [tekent: Jasper Jansz. van Alenburch] bakker te ’s-Gravenzande getrouwd met Jaepgen Willemsdr. die een dochter was van Willem Adriaensz. Locq zijnde een zoon van Jaepgen Lourisdr. bovengenoemd van moederlijke zijde, voorts gezamenlijk voor de kinderen van Pieter Adriaensz. Lock die ook een zoon was van Jaepgen Lourisdr. en zulks ook mede van moederlijke zijde, allen vrienden en erfgenamen van de voorsz. Maritgen Jansdr., in die kwaliteit gezamenlijk ter andere zijde, zijn geaccordeerd [...] | van Egmont, Anthonis Pietersz (I4416)
|
| 658 | Arbeider | van der Harst, Dirk (I7359)
|
| 659 | Arbeider | van der Harst, Leendert (I7816)
|
| 660 | Arbeider en Tuinier en Koopman | van Veelen, Arie Jacob (I4608)
|
| 661 | Arbeider. Op 01-11-1872 verhuizen ze naar Monster, alwaar Neeltje wordt geboren. | van der Kruk, Martinus (I5393)
|
| 662 | Archief Verpondingen 27-03-1675, hij koopt het goed Swetselaar, groot 13 ft 8dm, hij betaald 10-07-1675 6 gld 133 st 8 penn. hij koopt het van zijjn vader na diens overlijden. Geboren ±1630. Pachtte in 1647 het goed "Sweetselaar". Zwetselaar, boerderij met een -laar-naam te Ede. Laar wijst op een open plek in het bos, die door de mens vrij intensief werd gebruikt, onder meer voor het weiden van vee. Soms waren hier ook drenkplassen voor het vee. Deze laren werden met name in hellende terreinen aangetroffen, vaak in de buurt van beken" [J. Kroes, 'De middeleeuwse kampontginningen in de Gelderse Vallei', in: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre 89 (1998), p 34, 42, > 47]. | Bakkenes van Sweetselaar, Cornelis Hendriksz (I1787)
|
| 663 | Arend heer van Egmond, Heer van Egmond en IJsselstein, geboren circa 1340, overleden op 09-04-1409, begraven in Klooster IJsselstein, raadsheer van Albrecht van Beieren vanaf 1372, aanhanger der Kabeljauwen, verwierf 11 augustus 1398 de heerlijkheden van Ameland en het Bilt in leen (zie van Mieris, III, 686), voerde in 1400 het bevel over de Hollandse troepen die naar Friesland togen, doch stond bij de Hoekse Graaf Willem VI niet in de gunst. Gehuwd met Jolanda gravin van Leiningen, overleden op 24-04-1434, begraven te Domin.klooster Den Haag, dochter van Frederik en Johanna van Gulik. | van Egmont, Heer van Egmont en IJsselstein Arend (I4350)
|
| 664 | Arent Arentsz van Dijckhuijsen schoemaecker 1 Man 1 Vrouw 2 kinderen booven de 10 jaer | (van) Dijckhuijsen, Arent Arens (I5536)
|
| 665 | Ariaentjen Ariensdr, weduwe van Pieter Samuelsz van Breen komt met de overige erfgenamen ab intestato de verdeling van de nalatenschap van wijlen haar man overeen. Zij zal 1.520 gulden aan hen uitkeren, in ruil waarvoor ze alle goederen van Pieter verkrijgt. Christiaen Backers namens Christiaen Mathijs Jansz van Luyck, zoon van Mathijs van Luyck, broer van Pieter Jansz van Luyck, vader geweest van Maritje Pieters, moeder geweest van Pieter Samuelsz van Breen: erven van moeders-vaderszijde. Crijn Willemsz Aardenhout namens de kinderen van wijlen zijn zoon Willem Krijnen, en namens dochter Aechje Krijnen, echtgenote van Jan Jaspersz van Aldenburch. Aechje en Willem waren kinderen van Ariaentje Corssen, dochter van Soetje Jans en zus van de moeder van Maertje Pietersdr, moeder van Pieter Samuelsz van Breen: erven van moeders moederszijde. NB: Christiaen tekent als Corstiaen Jacobsz Backe..; Crijn als Crijn Wijllemzoon. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I1559)
|
| 666 | Arij Ariense van Dijckhuijse zeeman 1 Man 1 Vrouw 1 kindt boven 8 tot 10 jaer 2 kinderen beneden 8 tot 4 jaer 1 kindt beneden 4 jaer | (van) Dijckhuijsen, Arijen Arentse (de jonge) (I5534)
|
| 667 | Arij Jansen Bom schoenmaecker 1 Man 1 Vrouw 2 kinderen beneeden de 4 jaeren 1 moeder in de kost uijt compassie | Bom, Ary Jansz (I5526)
|
| 668 | Arijen Pietersz. Luck bekende getransporteerd te hebben aan Lodewijck van der Binck- horst schout van ’s-Gravenzande een huis en erf volgens de aangehechte brief. | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 669 | Arijen Rokussen Vois wonend te Monster met Pietertje Cornelis Hoogerboort wonend te Monster Wonend te Monster (Vois ipv Luck?) Vader Roker Arents 'Tot Monster' Moeder Trijntje Arens | Gezin: Arie Rochusz Luck / Pietertje Cdr Ho(o)gerboort(d) (F1590222528)
|
| 670 | Arnoud van Amstel soms ook Arent genoemd (overleden vóór 12 mei 1291) was heer van Benschop, Polsbroek en IJsselstein. Hij wordt ook gezien als de stamvader van het geslacht IJsselstein. Hij was een zoon van Gijsbrecht III van Amstel en zijn mogelijke moeder was Bertha van Oestgeest of Aleidis van Cuijk[1]. Hij wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1267 waar hij van het kapittel van Sint-Marie te Utrecht een pacht kreeg over Achtersloot. Zijn broer Gijsbrecht IV van Amstel getuigde hierbij. Tussen 1268 en 1275 stichtte hij een kasteel bij IJsselstein, waaruit hij in 1279 werd verdreven door graaf Floris V van Holland. Hij vluchtte toen naar kasteel Vreeland, een bezit van zijn broer Gijsbrecht, maar moet dit ook overgeven aan Floris V in 1280. Hij werd daarna gevangengenomen en naar Zeeland overgebracht. Op 27 oktober 1285 werd hij met zijn broer weer vrijgelaten na een verzoening met de graaf. In 1290 komt Arnoud nog voor in oorkondes, maar met enige zekerheid kan worden aangenomen dat hij voor 12 mei 1291 overleden is[2]. Hij was getrouwd met ene Johanna of Janne van wie hij zeker twee zoons had: Gijsbrecht van IJsselstein Arnold of Arnoud (II) van Benschop | van Amstel, Heer van Benschop, Polsbroek en IJsselstein. Arnoud (I3432)
|
| 671 | Arnulf (Gandensis), geb. Gent omstr. 951, graaf van Holland 988-993, vergezelde keizer Otto II van Duitsland naar Rome 983, breidt zijn gebied uit naar het zuiden, overl. (gesneuveld) 18 sept. 993 (vermoedelijk aan de mond van de Maas), begr. Egmond (abdijkerk), later als heilige vereerd, tr. mei/aug. 980 Liutgard van Luxemburg (dochter van Siegfried van Verdun, graaf van Luxemburg 963-998, en van Hadewig (van Lotharingen), schenkt het bezit Rugge aan de St.Pieterskerk van Gent voor het zieleheil van haar gemaal 20 sept. 993, verzoende zich met de opstandige West-Friezen juni 1005, overl. 13 mei (na 1005), begr. Egmond (abdijkerk). In 983 vergezelde Arnulf de Duitse koning Otto II en diens zoon Otto III op hun reis naar Verona en Rome. Omstreeks 988 volgt hij zijn vader op als graaf en erft diens bezittingen. Als graaf slaagde hij er zijn grondgebied verder naar het zuiden uit te breiden. In West-Frisia kreeg hij te maken te maken met opstanden van de Friese bevolking. De bewoners kwamen in opstand tegen zijn grafelijk gezag vanwege de ingrijpende maatregelen die hij doorvoerde.[1] Hij was niet alleen een van de machtigste leenheren van het Ottoonse huis in het gebied tussen de Rijn en de Schelde, hij had ook goederen van de Franse kroon in leen. Omdat hij evenals zijn vader een aanhanger van de Ottonen was, kwam hij in conflict met de Franse koning Hugo Capet. Deze verwoestte Arnulfs gebied en ontnam hem zijn Franse bezittingen. Graaf Arnulf probeerde zijn gezag ook naar het noorden verder uit te breiden, in het gebied van de West-Friezen tussen de Rekere en het Vlie. Hij viel met zijn leger in 993 dit gebied binnen. Bij Winkel werd hij verslagen en sneuvelde hij op 18 september in de strijd. Zijn vrouw Liutgard (ook gespeld: Luitgardis) kon daarop alleen met hulp van koning Otto III het graafschap voor haar zoontje bewaren. Arnulf is met diverse andere familieleden begraven in de toenmalige Abdij van Egmond en werdlater heilig verklaard. | van Holland, Graaf van West Frisia Arnulf (I4491)
|
| 672 | Arnulf I (de Grote), graaf van Vlaanderen, na de dood van zijn vader graaf van Noord-Vlaanderen en na de dood van zijn broer Adalofi heer van Boulogne 933, veroverde het graafschap Ponthieu, bevorderde de kloosterhervormingen van Gerard van Brogne, deed grote schenkingen aan de St.Pieter te Gent, trof regelingen met de Westfrankische Koning Lotharius ter bescherming van diens jeugdige kleinzoon als opvolger in 962, overl. 27 maart. 965, begr. St.Pieter te Gent, tr. 933 of 934 Adela van Vermandois, geb. 910/15 (dochter van Heribert II, graaf van Vermandois 907-943) en Adela (of Liegarde) van Neustrie), werd uitgehuwelijkt om de vrede tussen het huis Vlaanderen en de Heribertiner graven te bestendigen 933, gravin van Vlaanderen, overl. tussen 958 en 960, begr. Gent. | van Vlaanderen, Graaf van Vlaanderen Arnulf I (I4298)
|
| 673 | Arnulf II (ca. 960 – Gent, 30 maart 988), zoon van Boudewijn III en Mathilde van Saksen-Billung, was graaf van Vlaanderen van 965 tot aan zijn dood. Zijn vader werd in 958 door graaf Arnulf I tot mederegent aangesteld, maar overleed reeds in 962. Bij de dood van graaf Arnulf I was zijn kleinzoon, de jonge Arnulf II, vier jaar. Arnulf volgde dus in 965 zijn grootvader op, aanvankelijk onder de voogdij van de koning van Frankrijk, Lotharius, die vóór de dood van Arnulf I had beloofd dat hij ervoor zou zorgen dat de Vlaamse edelen de jonge graaf niet zouden manipuleren voor hun eigen belang, een belofte waaraan hij zich inderdaad ook zou houden. De graven Boudewijn van Kamerijk en Dirk II van Holland traden op als regenten en wisten te voorkomen dat Vlaanderen als “onbezet” leen terugviel aan de kroon. Arnulf verloor Boulogne, Saint-Pol en Guînes aan Frankrijk, Gent en het Waasland aan Dirk II van Holland, maar keizer Otto I van het Heilige Roomse Rijk kwam tussenbeide en stopte verdere Franse veroveringen. Otto richtte de markgraafschappen Antwerpen, Ename en Valencijn op om de Franse expansie te beteugelen. Rond 976 liet koning Lotharius de regering aan Arnulf over, maar onthield hem het gezag over de door diens grootvader veroverde gebieden Oosterbant, Artesië, Ponthieu en Amiens. Arnulf weigerde in 987 Hugo Capet, zoon van Hugo de Grote, als koning te accepteren omdat hij als afstammeling van Karel de Grote een voorkeur had voor de karolinger Karel van Neder-Lotharingen, die ook van Karel de Grote afstamde. Nadat Hugo echter Vlaanderen aangevallen had, erkende Arnulf hem toch nog als koning. | van Vlaanderen, Graaf van Saint Pol Arnulf II (I14659)
|
| 674 | Arnulf II was de zoon van graaf Adalolf van Boulogne en diens onbekend gebleven echtgenote. Na de dood van zijn vader in 933 werd de erfenis van Arnulf II en zijn broer, op dat moment wellicht nog minderjarigen, ingepalmd door hun oom, graaf Arnulf I van Vlaanderen. In 962 kwamen ze tegen hem in opstand, waarbij Arnulfs broer om het leven kwam. Uiteindelijk kon hij in 965 Boulogne innemen, waarschijnlijk profiterend van de dood van Arnulf I van Vlaanderen en de minderjarigheid van diens opvolger. Mogelijk was hij ook een broer van Hugo I, graaf van Saint-Pol. Arnulf overleed in 971 en werd bijgezet in de Abdij van Samer. | van Boulogne, Graaf van Boulogne Arnulf II (I3368)
|
| 675 | Arnulf II was in 968 gehuwd met Rosela van Ivrea (945 - Gent, 26 januari 1003, dochter van Berengarius II van Italië, koning van 950 tot 963, en van Willa van Toscane. Arnulf en Rosela kregen de volgende kinderen: Mathilde (? - 995) Boudewijn IV (ca. 980 - 1035) | Gezin: Graaf van Saint Pol Arnulf II van Vlaanderen / Gravin Gemalin van Vlaanderen Suzanna van Italië (F1730882003)
|
| 676 | Arnulf III was de zoon van graaf Arnulf II van Boulogne en diens onbekend gebleven echtgenote. Hij volgde zijn vader in 971 op als graaf van Boulogne. Over zijn regering is weinig bekend, aangezien hij vaak verward wordt met zijn gelijknamige vader. Wel is bekend dat hij in 972 het charter onderschreef dat graaf Arnulf II van Vlaanderen had gesloten met de Sint-Pietersabdij van Gent. Arnulf III van Boulogne stierf in 990. Zijn domeinen werden verdeeld tussen zijn drie zonen die hij met zijn onbekend gebleven echtgenote had: Boudewijn II (overleden in 1033), erfde het graafschap Boulogne Arnulf IV (overleden voor 1019), verwierf Ternaasland een andere zoon ontving Thérouanne | van Boulogne, Graaf van Boulogne, Ternaasland (in engere zin) en Terwaan. Arnulf III (I3370)
|
| 677 | Arnulf van Metz (Lay-Saint-Christophe (bij Nancy), ca. 582 - bij Remiremont, 16 augustus 640) was een Frankische edelman en later bisschop van Metz. Hij was een van de belangrijkste Frankische politici van zijn tijd en is na zijn dood heilig verklaard. Leven Arnulf was een zoon van Bodogisel en Chrodoara[bron?], beter bekend als Oda van Amay. Zijn moeder stamde uit de familie van de Chrodoijnen, een machtige Merovingische familie met bezittingen in het Rijn- en Maasland en rond Trier. Hij diende aan het Austrasische hof onder Theudebert II (595-612) en was beheerder van de koninklijke domeinen en graaf aan de Schelde. In 613 leidde hij, met Pepijn van Landen en hofmeier Warnachar II van Bourgondië, de aristocratische opstand tegen de nieuwe minderjarige koning van Austrasië en Bourgondië, Sigebert II, en de koningin-overgrootmoeder Brunhilde van Austrasië die de feitelijke macht bezat - wat de oorzaak was van het conflict. De opstandelingen sloten een bondgenootschap met Chlotarius II van Neustrië. Tezamen versloegen ze de troepen van Sigebert en Brunhilde bij de Aisne, waarna Sigebert en Brunhilde werden gedood. In Andernach werd een verdrag gesloten waarin de autonomie van Austrasië en de leidende rol van de Austrasische adel werden vastgelegd. In 614 gaf Arnulf te kennen dat hij in een klooster wilde treden, maar in plaats daarvan benoemde Chlotarius hem tot bisschop van Metz, wat een ook politiek belangrijke functie was. In 623 werd hij voogd van Dagobert I, die door zijn vader tot koning van Austrasië was benoemd (wat een erkenning was van de Austrasische autonomie). Een jaar later onderdrukte hij samen met Pepijn een opstand in Thüringen. In 625 bemiddelde hij bij de totstandkoming van een overeenkomst tussen Chlotarius en Dagobert. In 629 trad hij in het klooster van Remiremont. De overlevering vertelt dat hij zorg droeg voor zieken en leprozen en dat hij de rest van zijn leven als kluizenaar leefde. Heilige Arnulf wordt vaak de beschermheilige van de brouwers genoemd, maar dat lijkt een verwarring te zijn met St. Arnold van Soissons. Zijn naamdagen vallen op 18 juli en 14 augustus. (zie Heiligenkalender) Volgens de legende werd Arnulf gekweld door wroeging over zijn vroegere daden en gooide hij zijn bisschopsring in een rivier, zeggende dat hij pas zou weten dat God zijn zonden vergaf, als hij de ring terug zou zien. Korte tijd later werd de ring teruggevonden in een vis. In 717 zijn zijn relieken overgebracht naar een Benediktijner abdij van de Heilige Apostelen bij Metz. Deze abdij werd nadien naar hem vernoemd en werd ten tijde van Karel de Grote een prominente plaats voor de begrafenis van de Karolingen; o.a. Lodewijk de Vrome en zijn moeder Hildegard (derde vrouw van Karel de Grote) zijn er begraven. Door verbouwingen, oorlogsgeweld en door vernielingen tijdens de Franse Revolutie zijn de abdij en de keizerlijke grafkelders verloren gegaan. Familie Van de voorouders van Arnulf is volgens alle bronnen niets met zekerheid bekend. Ze worden alleen genoemd in latere genealogieën, die vooral tot doel lijken te hebben de Karolingen te verbinden met de Merovingen en met Romeinse voorouders. De Vita van Arnulf vermeldt alleen dat hij uit een rijke adellijke familie komt. Zijn familie had vermoedelijk bezittingen bij Metz en Verdun. | van Metz, Arnulf (I14651)
|
| 678 | aroslav I de Wijze (Oekraïens: Ярослав Мудрий; Russisch: Ярослав Мудрый) (Kiev, ca. 978 - Vysjhorod, 20 februari 1054) was een van de vele zonen van Vladimir van Kiev en uiteindelijk alleenheerser van het rijk van Kiev. Als jonge man werd Jaroslav door zijn vader benoemd tot bestuurder van Rostov. In 1010 kreeg hij het bestuur over Novgorod; in die periode stichtte hij ook de stad Jaroslavl aan de Wolga. In 1014 kreeg hij een conflict met zijn vader over belastingen. Vladimir dreigde met oorlog maar dat werd voorkomen door zijn dood in 1015. Jaroslav werd zelfstandig vorst van Novgorod. Als de oudste van de dynastie probeerde Svjatopolk van Toerov de macht over het gehele Kievse Rijk te verwerven. Jaroslav wist Svjatopolk te verslaan, die zijn toevlucht zocht bij zijn schoonvader Bolesław I van Polen. Bolesław en Svjatopolk versloegen Jaroslav in 1018 en Jaroslav moest Kiev en zijn koninklijke schat prijsgeven. In 1019 kon Jaroslav, met steun van keizer Hendrik II de Heilige, Kiev weer heroveren en Svjatopolk verdrijven. In deze periode van conflicten werden de meeste van de broers en halfbroers van Jaroslav onder onduidelijke omstandigheden vermoord, onder wie Boris en Gleb die heilig werden verklaard. Jaroslavs broer Soedislav werd levenslang opgesloten. Jaroslav vaardigde ook het eerste Slavische wetboek uit. Hij gaf bijzondere voorrechten aan Novgorod, wat het begin markeerde van de Republiek Novgorod. In 1024 kwam het tot een conflict met zijn broer Mstislav. Toen Mstislav Jaroslav had verslagen deelden zij het Kievse Rijk langs de Dnjepr, waarbij Jaroslav de stad Kiev en het westelijke deel van het rijk kreeg; Mstislav vestigde zich oostelijk in het vorstendom Tsjernigov (huidig Tsjernihiv). Keizer Koenraad II de Saliër sloot een bondgenootschap met Jaroslav tegen Mieszko II Lambert van Polen, die zichzelf tot koning had gekroond. In een gezamenlijke oorlog verwierf Jaroslav het vorstendom Wolhynië. Met Casimir I van Polen had hij een goede relatie, die werd bezegeld met een dubbel huwelijk. Hij onderwierp de regio rond Tartu en bouwde daar een kasteel. Vervolgens moest Jaroslav terugkeren naar Kiev dat werd belegerd door de Petsjenegen. Nadat Mstislav in 1036 was overleden kon Jaroslav het rijk herenigen en wist hij de Petsjenegen definitief te verslaan. In datzelfde jaar bouwde hij de Sint-Sofiakathedraal in Kiev, ook stichtte hij de Sofiakathedraal in Novgorod. Een aanval over zee op Constantinopel in 1043 liep uit op een mislukking maar Jaroslav wist wel een gunstig vredesverdrag te sluiten met het Byzantijnse Rijk. Hij verfraaide Kiev naar het voorbeeld van Constantinopel (hij liet o.a. een Gouden Poort bouwen) en maakte de kerk onafhankelijker van Byzantium. Zonder het medeweten van Byzantium gaf hij Russische priesters belangrijke taken in de kerk in Novgorod en Kiev. Hij breidde de handelscontacten met andere landen uit. Ook bepaalde Jaroslav dat de Russische kerk niet door een aartsbisschop maar door een metropoliet moest worden geleid. De eerste was Theopempt, een Byzantijn - de metropolieten van Kiev kwamen aanvankelijk uit Constantinopel - maar de taal van de liturgie was vanaf het begin Slavisch en niet Grieks. In Oekraïne is in 1995 de Orde van Vorst Jaroslav de Wijze ingesteld die naar hem vernoemd is. | van Kiev, Jaroslav de Wijze (I14609)
|
| 679 | Arris | Arris (I2089)
|
| 680 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I736)
|
| 681 | Asch, Pietertje van der Heijer, Cornelis den Heijer, Cornelis Minnekusz. den Heijer, Jan den Heijer, Jannetje den Heijer, Klaas den Heijer, Kniertje den Heijer, Minnekus den Pronk, Jannetje Jansdr. Pronk, Kniertje Pronk, Lijsbetje | Pronk, Jannetje Janse (I13668)
|
| 682 | Ate niet beschikbaar op 'Alle Friezen' | Boersma, Johanna Regina (I6553)
|
| 683 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I736)
|
| 684 | Baak, Adriaantje Theunisdr. Kuijper, Ariaentje Kuijper, Giel Willemsz. Kuijper, Jaapje Kuijper, Marijtge Kuijper, Willem Rog, Pieter Franke Ruijter Jr., Arij de Ruijter Sr., Arij de Ruijter, Arlaantje de Ruijter, Corstina de Ruijter, Jaapje de Ruijter, Jacob de Ruijter, Leuntje de Ruijter, Teunis de Taal, Anna | Baeck, Aryaentje Teunisdr (I13252)
|
| 685 | Baak, Klaas Baak, Maarten Haan, Klaartje den Mooyman, Ary Pronk, Jan Jansz. Ruijter, Ary de Ruijter, Gerritje de Ruyter, Ary Arysz. de Spaans, Ary Spaans, Dirk Spaans, Jaapje Spaans, Jan Dirksze Spaans, Pieternelletje Spaans, Trijntje Verhey, Francijntje | de Ruijter, Gerritje Arense (I13215)
|
| 686 | Baarthout moet een verschrijving zijn | van der Meulen, Baartje Claasse (I5713)
|
| 687 | Bakhuijze, Jochem Bos, Immetje Jongejan, Philippus Roeleveld, Arij Roeleveld, Arij Krijne Roeleveld, Krijn Roeleveld, Leuntje | Roeleveld, Arij Crijne (I6434)
|
| 688 | Bakker en welgeboren man van Monster | Sonderwijck, Andries Philips (I956)
|
| 689 | Bal, Cornelis Bruin, Maarten Graaf, Immetje de Graaf, Jasper de Graaf, Leuntje de Graaf, Simon de Graaf, Trijntje de Taal, Hendrik Joppe Tuit, Kaatje | Tuijt, Klaartje Jaspers (I13376)
|
| 690 | Baljuw van Noordwijk en rentmeester van Teijlingen (vermeld 17 februari 1428). Moest na aanvankelijke weigering toch bijdragen in de bede met de welgeborenen van Lisse (uitspraak van het Hof van Holland van 26 okt. 1435). Had onenigheid met Jan van den Bergen betreffende het klerkambt van de houtvesterij van de Haarlemmerhout (18 en 25 jan. 1436, aard van het conflict onbekend). Jacob werd 26 jan 1457 Leids poorter, met Jan van Leyden als borg. Maakte deel uit van de ridderschap en edelen door wie Karel de Stoute 21 juli 1468 werd ingehuldigd. Overleden voor 18 juni l477 Gehuwd met Kerstyne Willemsdr. van OEGSTGEEST, die hij 10 juni 1476 de helft van zijn leengoederen in lijftocht gaf. [LRK.118c.Zd.Holland.fo.28v] (zij tr.(2) voor 26 juni 1478 Daniel van Alphen Roelofsz.). Jacob werd 22 okt. 1410 beleend met "die Volghelegge" (3 morgen land) aan de Papenweg onder Voorschoten, na opdracht door Heynric Bokel (opnieuw beleend 17 februari 1421, 24 november 1429 en 10 april 1439 door resp. Jan van Beieren, Jacoba van Beieren en Philips de Goede). [bron: J.C.Kort.Grafelijke lenen in Rijnland. 1222-1650 in O.V. 401 (1990) p 122; LRK 53 fo.63v; 56.fo.19; 62.fo.20; 62.fo.109; 114.fo.118v.] Beleend met die Specken c.a. 13 juni 1430; huurde van het klooster Leeuwenhorst m.i.v. 1435 een half hond geestland te Lisse, gedurende tien jaar. Jacob kreeg 26 jan.1462 grafelijke toestemming om in een stuk weiland bij zijn woonhuis te Lisse (ongeveer 6 morgen) konijnen te houden, ter proviandering van zijn keuken, behoudens het grafelijk recht op de konijnenvangst. Onder Rijswijk bezat Ja Ridder of Welgeboren bron: Janse, Antheun. Ridderschap in Holland, Verloren Hilversum (2001) In de vijftiende eeuw moest het Hof van Holland meer dan eens uitspraak doen in een conflict tussen een welgeborene die meende tot de ridderschap te behoren en zijn dorpsgenoten die dat ontkenden. Het ging daarbij uiteraard steeds om edelen die zich met hun levensstijl in de ´gevarenzone´ bevonden. De heren van Egmond en Brederode hoefden hun adellijke levenstijl niet voor het Hof aan te tonen; die was voor iedereen duidelijk. Er waren echter genoeg edelen die maar net voldeden aan de vereisten en bij de minste of geringste gelegenheid door hun dorpsgenoten werden aangeklaagd. De stukken die we over deze zaken in het archief van het Hof van Holland aantreffen, bieden belangrijke informatie over de vraag naar de ondergrens van de ridderschap. Helaas was voor tijdgenoten zoveel vanzelfsprekend dat maar zelen expliciet over de bijzonderheden van de levensstijl werd uitgeweid. We moeten het dan doen met een ´kale´ uitspraak, zonder details over overwegingen en argumenten. Ook in die gevallen kunnen we Een voorbeeld is de zaak van Jacob van der Spek uit Lisse. Zijn voorgeslacht stamde waarschijnlijk uit de heren van Teilingen. Jacob bewoonde het huis Ter Specke in Lisse. Zijn overgrootvader was actief geweest in het Haarlemse stadsbestuur, zijn grootvader Dirk (1394-1413) vervulde diverse bestuursfuncties in Leiden. In 1435 verschenen vijf welgeboren mannen uit Lisse voor de Hollandse raad met een klacht over Jacob. Aanvankelijk had Jacob er geen punt van gemaakt in de bede mee te betalen met de welgeborenen. Sterker nog, volgens een verklaring van het vijftal was Jacob in 1428 naar de welgeborenen gegaan met het verzoek met hen mee te mogen betalen, zoals hij ook eerder in twee of drie veldtochten de dienst met hen had afgekocht. Inderdaad hadden Jacob en zijn vader Jonge Dirk in 1424 meebetaald in de bede van de honderdste penning van hun goederen, samen met de overige welgeborenen, hoewel Dirk tijdens de onderhandelingen over de bede nadrukkelijk van de welgeborenen was uitgezonderd [samen met Di Jacob van der Spek was een grensgeval. Misschien was de uitspraak anders geweest als Jacob in 1424 en 1428 niet zo slim had willen zijn door zich als welgeborene te laten aanslaan. In 1457 kreeg hij in Lisse een voorstelijke bode op bezoek met de oproep voor de dagvaart van ridderschap en steden en in 1468 was hij van de partij toen Karel de Stoute werd ingehuldigd. Dat zijn aanwijzingen dat hij in ieder geval met de ridderschap werd geassocieerd. Over zijn levenswijze weten we verder niets.Misschien mogen we uit het feit dat hij in 1462 toestemming kreeg in een stuk weiland bij zijn woonhuis te Lisse konijnen te houden, ter proviandering van zijn keuken, afleiden dat hij wel pogingen deed zijn stand op te houden door te zorgen voor kleinwild op tafel. In 1475 blijkt hij echter in Rijswijk te wonen, op een huis en hofstede van twaalf morgen groot. Of hij daarmee net weer onder de kritieke grens was gekomen, weten we niet. (met dank aan Ruud Poortier, archivaris Oude Kerk Rijswijk) | van der Specke, Jacob Dircksz (I3491)
|
| 691 | Bartelmeus Heynricxz. wordt op 14-2-1477 beleend met 5 hond land in de Noordinge te Naaldwijk, na overdracht door zijn broer, heer Dirck Heynricxz. priester (leen 3) (32). Ook is niet uitgesloten dat Bartholomeus Heynricxz. nog is beleend met 5f hond land, ten westen belend met een banwatering van Naaldwijk. Dat leen is in het begin van de zestiende eeuw in handen van Willem Meesz. na zijn broer Meester Maertijn (leen 12) (33). | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 692 | Bartholomees Hendriksz. koopt 1-7-1497 van Claas Claasz. een rente van 1 pond verzekerd op een huis, erf en boomgaard gelegen in Naaldwijk. Deze rente verkoopt hij 8-4-1499 aan het Kapittel te Naaldwijk (41). | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 693 | Bastaarddochter | van Avesnes, Maria (I4347)
|
| 694 | Bastaarddochter van Joost Gerritsz Vos | Vos, Joosken Joostendr (I14153)
|
| 695 | Bastiaan van der Harst verkoopt aan zijn zoon Jacob van der Harst drie vischschuiten genaamd „Apolonia Bastiane van der Harst", „Juffrouw Geertruid Ponse", en „Apolonia Bastiana Mijn- lief" voor ƒ 2200.—. | van der Harst, Bastiaan Jacobse (I5197)
|
| 696 | Bastiaan van der Harst verkoopt aan zijn zoon Jacob van der Harst drie vischschuiten genaamd „Apolonia Bastiane van der Harst", „Juffrouw Geertruid Ponse", en „Apolonia Bastiana Mijnlief" voor ƒ 2200.— | van der Harst, Jacob Bastiaans (I1612)
|
| 697 | Bataljon Infanterie Nationale Militie No 15 | van der Harst, Leendert (I7816)
|
| 698 | Beerwout had een belofte aan de abt Stephanus van Gendt, hoeder van de abdij van Egmond gedaan om met de Eerste Kruistocht mee te gaan, om zo de zonde van zichzelf en zijn voorvaderen te doen vergeten. Bij terugkomst had de abt zijn pacht van zes tienden tot heerlijkheid laten verklaren en tevens de erfrechten schriftelijk vast laten leggen. | van Egmont, Heer van Egmond Beerwout I (I3383)
|
| 699 | Beerwout zette het werk van zijn vader Beerwout I van Egmont voort door de eerste Donjon te bouwen bij het slot aan de Hoeven. Hij mag dan ook als eerste bewoner genoemd worden van het slot. Beerwout lag diverse keren in conflict met de naburige abdij over betalingswijzen, om het dispuut te doorbreken werd Beerwout zelf tot rentmeester benoemd van de abdij. | van Egmont, Heer van Egmond Beerwout II (I3395)
|
| 700 | begr. Egmond onder één steen met graaf Dirk II | van Vlaanderen, Gravin van Holland Hildegard (I4260)
|
| 701 | Begrafenis mogelijk 22-6-1799 te Monster? Akte niet gevonden | Kuijvenhoven, Aaltje (I4530)
|
| 702 | Begraven 'Op 't kerckhoff achter school' | Ballings, Arent (I5480)
|
| 703 | begraven 12 januari 1644 op het koor van de kerk te Scheveningen | Bom, Marijtge Wouters (I5431)
|
| 704 | Begraven als 'Neeltie Ares de vrou van Kees Sijmense' | Neeltge Arisdr (I10593)
|
| 705 | Begraven als 'Neeltie Ares de vrou van Kees Sijmense' | Neeltge Arisdr (I10593)
|
| 706 | Begraven als huisvrouw van Dikke Teun? Dat impliceert nog een echtgenoot .. | Aeltie Willems (I5521)
|
| 707 | begraven als Klaartje Gijse Tuit 86 jr | Tuijt (Lap), Claartje Gijse (I5180)
|
| 708 | Begraven als Korsje Ariens Taal in de grafkelder van Pals. In de kerk op 't hoge choor in de kelder van Pals. Kerkegeregt F6-0-0 3gl Noordzij open. | Taal, Christina (I12693)
|
| 709 | Begraven als Volgertje Joris Pro Deo | Buitenhek, Volkje Jorisse (I5735)
|
| 710 | Begraven in Blauwhuis RK | Tolsma, Johannes (I6552)
|
| 711 | Begraven in de kerk | van den Ende, Joost Cz (I4449)
|
| 712 | Begraven in de kerk zuidpand langs de buitenmuur bij de voorkoepeldeur circa een kistlengte van de deur af. N: 921 | Westerduin, Arie Cornelisse (I13139)
|
| 713 | Begraven in de kerk, op haar man, middelpant Kerkeregt 4-0-0 Impost F 3,= | Zeeman, Geertje Teunis (I5464)
|
| 714 | Begraven in de kerk. de gemeene banken langs de plankieren die tussen de 2 pilaaren leggen aan welks eene den armbuisch staat bij den ingang | Hoogendijk, Maria Dirkse (I13140)
|
| 715 | Begraven in NK te Delft | van der Kooij, Pleun Michelsz (I4227)
|
| 716 | Begraven in Workum RK | Tolsma, Dominicus (I6555)
|
| 717 | Begraven met haar kind.. | van der Gaauw, Jannetje Arents (I14677)
|
| 718 | Begraven op het koor | Pronck, Cornelis Jobsz (I5437)
|
| 719 | Begraven vanuit het gasthuis in het koor van de kerk. | de Jonge de Jagher (Backer), Maertje Cornelis (I5436)
|
| 720 | Beide op de Zuiddijk | Gezin: Jan Pieterse Scharp / Trijntje Ldr Pons (F1590223509)
|
| 721 | Beide ouders bruidegom aanwezig. Beide ouders bruid aanwezig. | Gezin: Jan Zier de Niet / Antje (Joanna) Roeleveld (F1640165467)
|
| 722 | Beide ouders bruidegom overleden ten tijde van het huwelijk. Moeder van de bruid ten tijde van het huwelijk overleden. | Gezin: Arie Pronk / Trijntje Buis (F1590222477)
|
| 723 | Beide ouders bruidegom ten tijde van huwelijk overleden. | de Niet, Johannis Zier (I8037)
|
| 724 | Beide wonende onder de parochie van 's-Gravenzande | Gezin: Claas Jacobsz Smient / Annetje Gerritsdr Dijkshoorn (F1590224454)
|
| 725 | Beide wonende tot Monster | Gezin: Gerrit Pz van Westmase / Arentje Andriesdr (van der) Loy (Delon) (F1590222702)
|
| 726 | Beiden 3 gulden | Gezin: Leendert Pz Schilperoort / Marijtje Cdr van Gelderen (F1590223513)
|
| 727 | Beiden afkomstig van het voormalige eiland Blankenburg, na 1960 Botlek. | Gezin: Cornelis Pleunen Noordam / Maartje Gielen Swaanswijk (F1590223486)
|
| 728 | Beiden uit de Oranjepolder. | Gezin: Pieter Cz (van den Enden) van den Ende / Magteld Fransse van den Bos (F1590222583)
|
| 729 | Beiden van 's-Gravenhage | Gezin: Lucas Alderts Hellendoorn / Elisabeth Frederikse Fieret (F1590224226)
|
| 730 | Beiden woonachtig tot Rotterdam. | Gezin: Gijsbert Gerritsz Blok / Maertie Willems de Wit (F1590223378)
|
| 731 | Beleend met "die Specken" en twee morgen daarbij op 8 mei 1418.Hij was Leids poorter, was aan Kabeljauwse zijde in 1419 betrokken bij ongeregeldheden in die stad. Maakte als man van Jan van Beieren metandere edelen op 11 september 1420 deel uit van de vierschaar van Kennermerland die te Haarlem vonniste. In 1424 vermeld onder de"welgeborenen" te Lisse, die hun krijgsdienst afkochten. Hij verkocht op 16 maart 1413 een huis en erf aan de Breestraat in Leiden aan Jonge Heinric Harmanszn. voor een jaarlijkse rente van 10Sch. met de houde. | van der Specke, Dirck (De Jonge) (I10302)
|
| 732 | benoemd door Koning Wilhem I van Wurttemberg | von Kiderlen, Wilhelm (I4292)
|
| 733 | Beroep: diaken, rentmeester weeshuis in 1698, vierboetmeester van 1684-1686. | Keusoom, Leendert Cornelisz (I5629)
|
| 734 | Beroep: Drapenier (lakenwever / verkoper van lakens), Poorter te Leiden. | Drapenier, Bartholomees Jacobsz (I14477)
|
| 735 | Beroep: Drapenier (lakenwever / verkoper van lakens). | Drapenier, Jacob Jansz (I14479)
|
| 736 | Beroep: Duynmeyer op Staalduinen | Ariaensz, Thomas (I3677)
|
| 737 | Beroep: Herbergier in 'Het wapen van Rotterdam' in Ter Heijde ca 1648 | Hogenraad (Hogenraet), Cornelis Corsz (I6900)
|
| 738 | Beroep: in Bezitter Van Ter Specke, Op 4-7-1378 Leids Poorter Met Gheret Heermanals Borg, Schout Van Lisse 12 Jan.-29 Nov. 1394, Schepen Van Leiden 1394-95, 1395-96, Burgemeester 1398-99, Kerkmeester Van De St. Pieterskerk 1400-1401, Boter-en Kaaskoper In De Friese Oorlog 1398, Rentmeester Van Kennemerland en Westfriesland In De Plaats Van Bertelmeeus Van Raephorst en Zolang Het Deze Goeddunkte, Veehandelaar/. | van der Specke, Dirck Dircksz (I10304)
|
| 739 | Beroep: in Poorter Van Leiden (1419). Leenman Van Holland (1418). Lid Van Devierschaar Te Kennemerland (1420). Welgeborene Van Lisse (1424)/. | van der Specke, Dirck (De Jonge) (I10302)
|
| 740 | Bertelmees Henricsz. vermaakt aan het Kapittel te Naaldwijk ten behoeve van het Onze Lieve Vrouwenlof in de parochiekerk van Naaldwijk 53 schellingen Hollands per jaar, waarvan 8 schel- lingen op een huis en erf gelegen in Naaldwijk toebehorende aan Jacob Aerntsz. en 45 schellingen op twee huizen, erven en geboomten toebehorende aan Gerijt Michiels Snijder en Geertruyt Cronqerts, ook gelegen in Naaldwijk. | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 741 | Bertha van Heukelom (? - 25 februari 1322) was een dochter van Otto I van Arkel, heer van Heukelom (1254-1283). Zij was gehuwd met Gijsbrecht van IJsselstein. Uit dit huwelijk werden 5 zoons en 2 dochters geboren. Bertha van Heukelom is bekend geworden als aanvoerder van de verdediging van kasteel IJsselstein in de strijd tussen de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht. Zij werd bijgezet in de door haar kleindochter Guyote van IJsselstein opgerichte graftombe van de heren van IJsselstein in de Sint-Nicolaaskerk. Haar geschiedenis werd opgetekend door Melis Stoke in diens Rijmkroniek. In 1892 verwerkte C. Joh. Kieviet het gegeven in het jeugdboek Fulco de minstreel. | van Heukelom, Bertha (I4346)
|
| 742 | Bertolmees Henrycksz. te Naaldwijk koopt op 1-3-1501 van Mr. Claes Jacobsz. en Barbara Jacobsdr. een rente van 4 pond Hollands uit 2 morgen land in het Honterland. Op 7-5-1501 koopt hij van hen 3 morgen land in het Honterland. De brieven van eigendom staan vermeld in een register, dat toebehoorde aan een pater van het klooster Sint Barbara: de beroemde Christiaan Adriaansz. van Adrichom alias Cruys van Delft. Het register behandelt - op een enkele uitzondering na - zijn ouderlijk erfdeel (42). | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 743 | Bertrada van Laon, ook wel bekend als Bertha met de Grote Voet[1] (mei 720 – 12 juli 783) was een Frankische koningin. Ze was een dochter van Charibert van Laon.[2] Volgens een legende was zij echter de dochter van Floris ende Blancefloer.[3] Bertrada van Laon dankt haar bijnaam aan het lied Li Romans de Berte aux grands pieds van de Franse troubadour Adenes Le Roi.[3] Ze kreeg deze bijnaam vermoedelijk omdat ze een klompvoet had. In 740 trouwde ze met Pepijn de Korte, als zijn tweede vrouw. Door te nauwe verwantschap waren er jaren nodig voordat de kerk het huwelijk erkende. In 762 wilde Pepijn haar verstoten, maar dat mislukte door verzet van de paus. Bertrada was een belangrijke adviseur van haar man en volgde hem op zijn veldtochten. Na zijn dood verloor Bertrada haar titel van koningin en woonde zij aanvankelijk een tijd bij haar zoon Karel. Arrangementen Ze probeerde de vrede tussen haar zoons Karel en Karloman te bewaren. Zo arrangeerde ze in 770 het tweede huwelijk van Karel met de dochter van koning Desiderius der Longobarden, veelal Desiderata genaamd, en dit als onderdeel van een politiek evenwicht dat ze trachtte te scheppen tussen de broers, de Longobarden, Beieren en de paus. In haar pro-Longobardische politiek kon Bertrada op de steun rekenen van een deel van de Frankische adel. Die zagen in Bertrada's demarches voor een "rustige" zuidgrens van het Frankenrijk een beveiliging[4]. In dat kader werd ook haar dochter verloofd met een Longobardische prins, maar dat huwelijk ging niet door. Uiteindelijk vestigde Bertrada zich in het klooster van Choisy-au-Bac, waar zij stierf. | van Laon, Koningin-Gemalin van Frankrijk Bertrada (I6468)
|
| 744 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 745 | Betaald voor uitvaart dd 07-01-1665 | Suimeringh, Albert Reints (I3813)
|
| 746 | betaalt een rente van 6 schellingen uit land voor Burgersdijk aan de St. Joriskerk van De Lier | Heyman Boudijnsz (I3514)
|
| 747 | Betaalt ruim vóór 1520 erfhuur voor 4 morgen land in Schieveen | van Dijck, Jacob Dirxsz (I3507)
|
| 748 | Betgen Cornelis, weduwe van Cornelis Heijnricksz van Rijn, wonend in Poeldijk, bepaalt dat haar zoon Philps Cornelisz uit de boedel een bedrag van 500 gulden krijgt uitgekeerd, wegens langdurige trouwe dienst van ca. 18 jaar. Zij noemt twee zonen: Corn. Corn. & Philps Corn. | Betgen Cornelisdr (I12808)
|
| 749 | Betreft de legitieme portie van de nagelaten kinderen en kindskinderen. | van der Harst, Maria Cornelisse (I5653)
|
| 750 | bevestigd Aix-la-Chapelle 22.1.870 | Gezin: Koning van West- Francie Karel II Keizer / een Bosonide vrouw (F1590224356)
|
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.