Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
Treffers 2,501 t/m 2,532 van 2,532
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 2501 | Zou toen al vier kinderen hebben. | van der Harst, Leendert (I4486)
|
| 2502 | Zou volgens de akte van overlijden 85 jaar zijn. Dit klopt niet met de huwelijksakte van 1822 waarin wordt gesteld dat hij 40 jaar oud is... | Roeleveld, Wouter (I7377)
|
| 2503 | [9459] f. 14v d.d. 7-7-1655: Pieter Doensz. van Ockenburgh onze mede broeder in officio bekende overgegeven te hebben aan Doe Pietersz. zijn zoon, eerst 11 hond land gelegen in het ambacht van Wateringen, en nog 3 morgen 60 roeden patrimoniaal land gelegen in voorsz. ambacht, welke voorsz. landen Doe Pietersz. verklaarde aangenomen te hebben in mindering van zijn moeders bewijs voor de som van 3000 car. gld. zijnde hetzelfde bewijs in het geheel de som van 7000 gld. volgens de uitkoopbrief voor schepenen alhier gepasseerd d.d. 10-8-1641. | van Ockenburch, Pieter Doensz (I6366)
|
| 2504 | [9515] f. 68v d.d. 20-6-1658: Pieter Doensz. Ockenburgh onze mede broeder in officio bekende verkocht te hebben aan de heren meesters Johan van Duijnen burgemeester, Jacob van der Does oud schepen en Nicolaes van Rijn schepen van ’s Gravenhage, regenten van het weeshuis aldaar, omtrent 22 morgen zowel wei- als teelland daarvan 9 morgen zijn patrimoniaal en 13 morgen kloosterland, gelegen gemeen in het ambacht van Wateringen, bij meting groot bevonden 21 morgen 5 hond 43 roeden gemeten rondom ter halver sloot. | van Ockenburch, Pieter Doensz (I6366)
|
| 2505 | [bron: ORA Pijnacker: Corstijaen Pouwelsz koopt van de erfgenamen van Anthonis Barentsz de Hooch en Trijntgen Jacobsdr, woning, schuur etc. grond te samen 13 morgen, 3 hond en 10 roeden.(9396 f 199v; 9397 f 201] | Verspeck, Corstiaan Pouwels (I3829)
|
| 2506 | [bron: Waterreus, http://members.ziggo.nl/jjw] | Maritjen Lourisdr (I3699)
|
| 2507 | [fol. 166v] #1418. Jacob Pietersz Touw inde Poeldycks 7 weeskinderen gewonnen bij Trijntgen Maertensdr van der Gaech. #1419. Op huijden den 24-9-1624 heeft Jacob Pietersz Touw als weduwenaer van Trijntgen Maertensdr van der Gaech wtcoope gedaen jegens zijne 3 voor- ende 4 naekinderen volgende de brieven hier nae volgende. #1420. Wij Joris Cornelisz van de Molenwerff ende Cornelis Willemsz Coucx schepenen der heerlicheijt ende ambachte van Monster oirconden dat voor ons gecomen ende verscheenen es Jacob Pietersz Touw als weduwenaer van Trijntgen Maertensdr van der Gaech, zijn overleden huijsvrouwe. Verclarende ende te kennen gevende hoe dat hij opten 28-9-1624 voorleden geassisteert mit Adriaen Maertsz van der Voort, Jacob Lenertsz Rodenburch, Adriaen Claesz van Duijnen ende Doe Vranckensz van der Houff secretaris tot Wateringen van zijnder zijde, wtcoope gedaen heeft jegens Dirck ende Joris Maertensz zoonen van der Gaech als oomen ende bloetvoochden van Trijntgen Cornelisdr jegenwoordich out meij toecomende 20 jaren, Huijch out meij 18 jaren ende Maerten Cornelisz zoonen, out bamis 15 jaren, voor weeskinderen van za: Cornelis Huijgensz gewonnen bijde voorn Trijntgen Maertensdr heurluijder zuster, mitsgaders jegens dezelve Dirck ende Joris Maertsz inder voorsz qualité mede als voochden over ouwe Marritgen out meij voorleden 11 jaren, (-Jacob-) “Pieter” out lichtmis toecomende 10 jaren, jonge Marritgen meij toecomende 7 jaren ende Willemtgen meij toecomende 5 jaren, zijne comparants kinderen gewonnen bij de voorn Trijntgen Maertens zijne overleden huijsvrouwe, geassisteert mit Jan Joostensz Buijs, Jan Cornelisz, Arent Doezen, Willem Jansz Buijs ende Cornelis Jansz, mitsgaders baljuw ende weesmannen deses ambachts van Monster als oppervoochden van alle onmondige ende andere persoonen toesicht behouvende op conditien hier nae verclaert. Als dat hij comparant zal weesen ende blijven boelhouder, ende zulcx behouden, besitten ende gebruijcken alle de goederen, zoe roerende als onroerende, levende haeff, huijsraet ende inboel, mitsgaders ’t coorn inde bargen ende de incomende schulden, breder inden inventaris daer van gemaect ende aende voorsz voochden overgelevert, gespecificeert, ende die noch naemaels zouden mogen opcenbaren. Dat hij comparant oock jegens alledien tsijnen laste nemen zal, gelijck hij oock doet bij desen, alle de schulden ende lasten van de boel, alrede mede inden voorsz inventaris gespecificeert ende die noch vorders zouden mogen opcomen Dat hij comparant verder de voorn weeskinderen zal laeten volgen hare moeders clederen van linnen, wollen ende anders, mitsgaers de ringen, riem ende ander zilverwerck mitte banck daer de zelve in zijn, omme tot behouff ende profijte van de voorsz weeskinderen vercoft ende her vrije wille daer mede gedaen te werden. Dat hij comparant vorder alle de voorsz weeskinderen tharen mondige (: dat God verhoedt :) eenich gebreck zoude mogen vallen, dat de voorsz voochden zullen vermogen de zelve kinderen naer hen te nemen ende te doen onderhouden ende zulcx der selver kinderen moederlicke erffenisse (: hier nae wtgedruct :) van hem comparant te eijsschen om wte selve penningen te onderhouden die hij comparant in zulcken gevalle gehouden zal wesen op te leggen, gelijck zij oomen ende voochden oock zullen vermogen te doen bij overlijden van hem comparant. Dat vorder hij comparant de voorn kinderen tot een bruijt ofte breugomstuck tharen huwelicken staet comende ende anders niet wtreijcken ende betalen zal elcx de somme van ƒ 100,-. Welverstaende dat hij comparant zijne vier kinderen in plaetse van haer bruijt off breugomstukc van de voorsz ƒ 100,- huwelicke zal vermogen de zelve der vooren te cleden, reeden ende eerlick van hem setten, ofte mitte ƒ 100,- te mogen volstaen tsijnen believen. Ende ten lesten dat hij comparant de voorn weeskinderen tharen voorsz mondige daegen ofte huwelicken staet gecomen wesende elcx van de zelve [fol. 167r] zal wtreijcken ende betalen de somme van ƒ 1250,- munte voorsz, welverstaende dat hij comparant de betalinge altoos zal mogen doen binnen ’t half jaer nae elcx mondicheijt sonder betalinge van eenige interest, mer zulcx langer verbeijden dat hij comparant altoos betalen “zal” interest nae beloop van de p16. ter voller betaling toe. Ende dit alles vrijs gelt ende zonder eenige cortingen hoe die genamet ofte bij wien die oock geconsenteert ende opgestelt zoude mogen werden, niet tegenstaende oock eenige placcaten, ordonnantien off resolutien alrede gepubliceert ofte alsnoch te publiceren souden mogen toelaeten cortingh te mogen doen. Van alle de welcke ende elcke vandien hij comparant voornoemt gerenunchieert heeft, gelijck hij doet bij desen. Belovende bij eere, trouwe ende vromicheijt hem mitte selve nochte geene van dien niet te behelpen, ofte gedogen beholpen te werden als bekennende dat ten regarde vandien ten minderen prijse den wtcoop daer op es gemaect ende aengegaen. Ende zulcx de zelve voordeel der cortingen daer aen al genoten te hebben. Ende willende mitsdesen hij comparant de voorn weeskinderen voor alle t gunt voorsz es ende elck poinct vandien wel verseeckeren. Soe heeft hij comparant der vooren verbonden, gelijck hoij verbindt bij desen: - Eerst specialijck zijne wooninge als huijs, bijhuijs, schuijr, bargen ende geboomte staende ende gelegen omtrent den dorpe van den Poeldijck, mitsgaders omtrent 12m. lants, daervan de 6m. eijgen ende de ander 6m. leen zijn ende te leene gehouden werden van de heere van Brederoede, belent tN Ghijsbrecht Jacobsz erffgenamen ende de volgende 15m., tO de Molesloot, tZ de heer van Rijhoven ende de weduwe van Henrick van Buijren, ende tW ’s herenwech - Noch 15m.2h. lants, eertijts gecomen van ’t convent ofte Abdije van Loosduijnen, mede gelegen alsboven, belent tN de heere van Rijhoven voorsz ende ’t weeskint van Sparwoude, tO Wennetgens Sloot, tZ de voorsz weduwe van Henrick van Buijren ende de voorsz 12m. ende tW de voorsz Ghijsbrecht Jacobsz erffgenamen. - Ende voorts generalicken alle sijne comparants andere goederen, roerende ende onroerende, jegenwoordige ende toecomende, geen vandien wtgesondert ofte buijten gehouden, stellende alle de zelve de vruchten ende keure vandien mitsdesen subject niet alleen ’t verbant ende bedwang van allen ’s heeren rechten ende rechteren, mer oock van de gerechte deses ambachts, ten behouve van de voorsz weeskinderen voochden. Alles zonder bedroch des ten oirconden hebben wij schepenen voornt desen wtcoopbrieff mit ons gemeen schepenen zegel wthangende bezegelt ende beneffens den heere Olivier Schoutens onsen schout ende den ambachtssecretaris onder de plijckt ende int weesbouck geteijckent opten 6-11-1624. #1421. Op huijden den 26-11-1624 zijn ten huijse van Adriaen Cornelisz van den Berch bode bij de voochden present den voorn boelhouder vercoft alle de clederen van de voorn Trijntgen Maertensdr ende es tsaemen beschout te betalen meije daege toecomende anno 1625 de somme van ƒ 177-17-0. Actum uts: #1422. Den 3-5-1623 dese boelceel te collecteren besteet Jan Sijmonsz voor ƒ 10,- te betalen Alreheijligen toecomende. #1423. Den 3-1-1626 es de affreeckening van de boelcedulle gemaect ende affgetrocken alle oncosten, blijft voor de 5 jongste kinderen (-ƒ 131-2-0-) ƒ 117-10-0. Dese ƒ 117,- bij Jan Sijmonsz getelt aende Schout den 9-12-1626. | Touw (Hofstede), Jacob Pietersz (I6378)
|
| 2508 | [fol. 167v] #1426. Op huijden den 16-5-1626 compareerde voor baljuw en weesmannen van Monster Jan Jansz Vos als getrout hebbende Trijntgen Cornelisdr ende bekende (-wt handen-) van de selve baljuw en weesmannen ontfangen te hebben wt handen van Jacob Pietersz Touw niet alleen de ƒ 1250,- over haer moederlicke erffenisse, mitsgaders oock ’t bruijtstuck haer bij wtcoope belooft. Ende bedancke daeromme baljuw en weesmannen van de zorge ende opsicht van wegen de weeskinderen gedaen ende gehadt. Belovende hemluijden daeromme niet meer te moeijen off aen te spreecken. Onder verbant van alle zijne goederen, roerende ende onroerende, geen wtgesondert, tot bedwang van allen rechten ende rechteren. Actum uts: #1427. Van dese Trijntgens ende Huijch portie van de clederen es meer betaelt | Arkesteijn, Arckesteijn, Arckensteyn, Trijntje Cornelisdr (I6367)
|
| 2509 | [fol. 230r] #671. Wij hier ondergesz Cornelis Cornelisz van der Lelij mitsgaders Arijaentien Cornelis getrout met Leenert Henricksz den Draeck beijde kinderen van sa: Cornelis Cornelisz van der Lelij in echten verweckt aen Jaepien Antonisdr tot Monster overleden, geassisteert met Pouwels Pietersz van der Polder ende Joris Cornelisz van der Touw onse omen ende tot noch toe geweest onse bloetvoochden. Bekennen mits desen vuijt handen van de heeren bailliou ende weesmeesters van en ambachte van Monster ten vollen ontfangen te hebben onse capitaele somme van penningen met allen den vervallen intrest tot desen daege vervallen als mede hebben naer ons genomen alle de documenten ende pampieren tot desen dage toe ter weescamer berust hebbende, gene vuijtbesondert. Bedancken wij de voorsz heren bailliou ende weesmeesters voor hare trouwe voorsorge in het administreren van onse goederen gehadt ende gedaen. Beloven de voorsz heren nochte hare naervolgers inden dienst niet meer ter oorsaecke van dien moijlicken te vallen in rechten noch daer buijten. Onder verbant van onse personen ende goederen, de selve mits desen onderwerpende het verbant van allen hoven ende gerechten. In oirconden der waerheijt hebben wij desen nevens onde gewesen voogden geteijckent opden 3-6-1662. Mij present A:v:Meer 1662 | van der Lely (Lelij), Cornelis Cz (I4245)
|
| 2510 | [fol. 230r] #671. Wij hier ondergesz Cornelis Cornelisz van der Lelij mitsgaders Arijaentien Cornelis getrout met Leenert Henricksz den Draeck beijde kinderen van sa: Cornelis Cornelisz van der Lelij in echten verweckt aen Jaepien Antonisdr tot Monster overleden, geassisteert met Pouwels Pietersz van der Polder ende Joris Cornelisz van der Touw onse omen ende tot noch toe geweest onse bloetvoochden. Bekennen mits desen vuijt handen van de heeren bailliou ende weesmeesters van en ambachte van Monster ten vollen ontfangen te hebben onse capitaele somme van penningen met allen den vervallen intrest tot desen daege vervallen als mede hebben naer ons genomen alle de documenten ende pampieren tot desen dage toe ter weescamer berust hebbende, gene vuijtbesondert. Bedancken wij de voorsz heren bailliou ende weesmeesters voor hare trouwe voorsorge in het administreren van onse goederen gehadt ende gedaen. Beloven de voorsz heren nochte hare naervolgers inden dienst niet meer ter oorsaecke van dien moijlicken te vallen in rechten noch daer buijten. Onder verbant van onse personen ende goederen, de selve mits desen onderwerpende het verbant van allen hoven ende gerechten. In oirconden der waerheijt hebben wij desen nevens onde gewesen voogden geteijckent opden 3-6-1662. Mij present A:v:Meer 1662 | van der Lely (Lelij), Arijaentien Cornelis (I14509)
|
| 2511 | [fol. 24] #20. Weeskinderen van zal Cornelis Cornelisz van der Lelij in echte gewonnen bij mede zaliger Jaepgie Teunisdr in haer leven gewoont hebbende in de herberge van de Spaensche Vloot binnen Monster. Op huijden den 18e december 1642 nae dat bij de broeders ende swagers versocht was omme goederen van de voorsz Cornelis Cornelisz ten deele te inventariseren soo es zulcx gedaen en het principaele goet gebracht in de beneden camer ende de deur van die toe gezegelt met het schepen zegel ende gevonden aen gelt volgens de specie opten inventaris 69-128 twelck Adriaen Cornelisz van der Lelij bij hem genomen heeft omme de dootschulden van de voorn zijne nedergeslagen broeder soo verre ’t zelve gelt mochte strecken te betalen aen thuis Ten Deill. noch bevonden int huis ten Deil bijden zelven zijn nedergeslagen broeder aen gelt 5-16-10 dus hier samen 75-9-2 Den 20e dito Zijnde verdere goederen van de voorsz boedel pertijnentlijk geinventariseert ten overstaan van Cornelis Vrancken van der Houff en Ozijer Huijgen weesmeesters van Monster op t’angeven an alle de bloetvoochden van de voorsz twee naergelaten weeskinderen blijckende bijde geteikende inventaris in dato als voren. Ten zelven dage es bij de bloetvoogden ten overstaen [fol. 24v] van de voorsz weesmeesters het soontgen van de voorn van der Lelij ende zijne huisvrouw naemtlijck Cornelis Cornelisz van der Lelij voor een jaer besteet te onderhouden ingaende den 1-1-1643 en expijeren saal den lesten december daer eerst aenvolgende aen Pouwels Pijetersz om 25 gulden. Idem het dochtertje van de zelve mede besteet voor gelijcken tijt beginnende ende eindegende als voorn besteet te onderhouden aen Pijeter Cornelisz vander Lelij om 16 gld. Alles volgens ’t contract bij de voorsz weesmeesters en alle de bloetvoogden van de zelve kinderen ondertekent in date als boven. Ten zelven dage es aen Baljuw en weesmeesters door alle de bloedvoogden verzocht om alle de goederen en h+e te verkopen in het openbaar op 2 en 3 januari toekomende. Op 2-1-1643 is het h+e openbaar verkocht in aanwezigheid van Cornelis Vrancken van der Houff aan Willem Jansz van der Elst gereed om 2275,- Ten rantsoen ten profijtte van de boedel opte gulden 12 penningen bedraegt 85 5-0 Bij de overleden Cornelis Cornelisz van der Lelij is vercocht aen Mr. Cornelis Minne ’t gebruijck van ’t slop gelegen ten westen de voorsz huijsinge om 25 gulden. Ten voorsz dage op boelhuisrecht zijn alle de meubile goederen verkocht t.w.v. 1464-0-0 Ten rantsoen van den boel vandien ter navenante 8 penning op ijder gulden 35-12-8 [fol. 25r] Ende es de administratie van de geheelen boedel bij Baljuw en weesmeesters bevolen Arijen Cornelisz van der Lelij woonende op Maessluijs mist stellende voor zijne administratie suffisante cautie subject de vierschaar van Monster. Actum 4-1-1643 | van der Lely (Lelij), Cornelis Cornelisz (I4215)
|
| 2512 | [fol. 333v] #984. Compareerde ter weescamer van Monster Leendert Gerritsz Cruijck in huijwelijck gehadt hebbende Maertjen Pietersdr wonende aen Quintsheul inden ambachte van Monster, dewelcke verclaerde met weesmeesteren van voorsz ambachte nopende sijn kinderen bijde voorn Maertjen Pieters verweckt moederlijck goederen overeen gecomen ende geaccordeert te sijn. Te weten dat hij Leendert Gerritsz in vrijen eijgendom sal hebben ende behouden alle de goederen soo roerende als onroerende, egene uijtgesondert bij sijn voorn huijsvrou tesamen in gemeenschap beseten ende gepossideert ende bij haer mitter doot ontruijmt ende nagelaten volgens den inventaris daer van op huijden gemaeckt. Daer tegen bij Leendert Gerritsz wederom tot sijnen particulieren laste is nemende alle de schulden ende lasten daer mede sijn voorn boedel is belast mede geen uijtgesondert. Daer en boven neemt hij Leendert Gerritsz aen sijn drie kinderen met namen Gerrit out 8 jaren, Pieter out 7 jaren en Cornelis out [fol. 334r] 2 jaer 6 maenden te alimenteren ende onderhouden in eten, drincken, cleden ende reden, havenis ende gemack te doen soo wel in sieckten als gesontheijt, deselve te doen leren lesen ende schrijven, mitsgaders een hantwerck om haer in dese werelt te connen erneren. Ende dat ter tijt ende wijle toe sijn voorsz kinderen sullen gecomen sijn tot haren mondigen dage ofte huijwelicken state. Ende alsdan boven dien aen sijn voorsz kinderen uijt te keren “tsamen” een somme van ƒ 9-9-0. Tot nacoming ende voldoening van ’t gene voorsz staet verbint hij Leendert Gerritsz Cruijck der voor sijn persoon ende alle sijne goederen, egene uijtgesondert deselve onderwerpende ten verbande ende bedwange van allen heren regten ende regeteren ende specialijck den Ed: Hove van Hollant. Ten oirconden desen geteeckent opden 4-4-1693. Dit merck [ + ] is bij Leendert Gerritsz Cruijck voornt gestelt. In mijn presentie als getuijge | van der Kruck, Leendert Gerritsz (I3927)
|
| 2513 | [fol. 334v] #985. Compareerde ter weescamer van Monster Jan Doe van Alenburgh in huijwelijck gehadt hebbende Jannetje Hendricx Sterrevelt ende verclaerden nu ten vollen van weesmeestere der voorsz weescamer voldaen ende betaelt te sijn van all t’gene van wegen mijn voorn huijsvrouw zaliger bij weesmeesteren voorsz is ontfangen,ofte ten voorsz weescamer berustende is geweest, sonder dienaengaende iets te reserveren. Bedanckende de voorn weesmeesterrs voor de goede administratie en voorsorge die si voor de goederen van mijn gemelte huijsvrou hebben gedragen. Actum desen 2-5-1693. | van Alenburgh, Jan Doe (I3950)
|
| 2514 | [fol. 352r] #1029. De kinderen van Willem Cornelisz Looij zaliger verweckt bij Ariaantie Oliviers Joncker Ter Heij #1030. W: Robbert van Epenhuijsen en Teeuwis Claese Rodenburgh Weesmeesters namens de 6 naergelaten minderjarige kinderen van Willem Cornelisz Looij verweckt aen Ariaantie Oliviers Joncker met namen Jozijntie Willems out 10 jaer, Grietie oud 8 jaer, Cornelis out 6 jaer, Neeltien out 3 jaer, Maertie oud 2 jaer en Willem Willemsz Looij out 10 weecken ter eenre ende de voorn Ariaentie Oliviers Joncker ten desen geassistert met Olivier Joncker haer vader ter andere zijde. Uitkoop van het vaderlijk goed van de weeskinderen. De uitkoop is volgens de inventaris die ter weeskamer berust. Ze behoudt de boedel en belooft haar kinderen op te brengen. [fol. 352v] Bij volwassenheid of huwelijk ontvangt ieder van de kinderen 6 stuivers. Als minderjarigen komen te overlijden dan zal ze ze inplaats van deze somme uit te keren ze doen begraven. Aldus gedaan en gepasseerd ter weeskamer binnen Monster den 5-2-1707. Dit merck is bij Ariaentie Oliviers Joncker gestelt | Looij, Willem Cornelisz (I4522)
|
| 2515 | [fol. 352r] #1029. De kinderen van Willem Cornelisz Looij zaliger verweckt bij Ariaantie Oliviers Joncker Ter Heij: #1030. W: Robbert van Epenhuijsen en Teeuwis Claese Rodenburgh Weesmeesters namens de 6 naergelaten minderjarige kinderen van Willem Cornelisz Looij verweckt aen Ariaantie Oliviers Joncker met namen Jozijntie Willems out 10 jaer, Grietie oud 8 jaer, Cornelis out 6 jaer, Neeltien out 3 jaer, Maertie oud 2 jaer en Willem Willemsz Looij out 10 weecken ter eenre ende de voorn Ariaentie Oliviers Joncker ten desen geassistert met Olivier Joncker haer vader ter andere zijde. Uitkoop van het vaderlijk goed van de weeskinderen. De uitkoop is volgens de inventaris die ter weeskamer berust. Ze behoudt de boedel en belooft haar kinderen op te brengen. [fol. 352v] Bij volwassenheid of huwelijk ontvangt ieder van de kinderen 6 stuivers. Als minderjarigen komen te overlijden dan zal ze ze inplaats van deze somme uit te keren ze doen begraven. Aldus gedaan en gepasseerd ter weeskamer binnen Monster den 5-2-1707. Dit merck is bij Ariaentie Oliviers Joncker gestelt | Jonker, Ariaantje Oliviers (I3998)
|
| 2516 | [fol. 357r] #1040. De kinderen van Vranck Oliviersz Joncker Ter Heij verweckt bij Pleuntje Jacobs #1041. W: Mr. Dirck de Cocq van Nerijnen, Pieter Dijckshoorn, Dirck Joosten Zijtregtop en Hendrick Claesz Storm Weesmeesters namens de 3 naergelate minderjarige kinderen van Vranck Oliviersz Joncker verweckt aen Pleuntje Jacobs met name Josijntje Vrancken out ontrent 7 jaer, Annetje Vrancken oudt ontrent 4 jaar en Vranckje Vrancken out 1¼ jaer ter eenre ende de voorn Pleuntje Jacobs weduwe van de voorn Vranck Oliviersz Joncker ter andere zijde. Uitkoop van de vaderlijke goederen van het weeskind. Zij behoudt de boedel en zal haar kinderen opbrengen. [fol. 357v] Ze zal ze bij volwassenheid of huwelijk ƒ 12,- voldoen. Gedaan ter weeskamer binnen Monster op 5-11-1712 Mij present secretaris P:d:Vroom | van der Velde, Pleuntje Jacobse (I621)
|
| 2517 | [fol. 358r] #1042. De kinderen van Leendert Cornelisz Joncker verweckt aen Arijaentge Fredriks Schipper Ter Heij #1043. W: Mr. Dirck de Cocq van Nerijnen, Pieter Dijckshoorn, Dirck Joosten Zijtregtop en Hendrik Claesze Storm Weesmeesters namens de 4 nagelaten minderjarige kinderen van Leendert Cornelisz Joncker verweckt aen Arijaentge Fredriks Schiper met namen Huijgh Leendertsz Joncker out ontrent 23 jaren, Pietertje Leenderts oud ontrent 19 jaeren, Trijntje Leenderts out ontrent 14 jaren en – ter eenre en de voorn Arijaantje Fredriks Jonckerter andere zijde. Uitkoop van de vaderlijke goederen van de kinderen. De boedel is volgens de inventaris niet zo veel waard, als de schulden der sever boedel importeren. Ze zal haar kinderen soo langh alimenteren. [fol. 358v] totdat ze hun eigen kost kunnen verdienen. Bij volwassenheid ontvangt ieder kind ƒ 1-10-0. Gedaan ter weeskamer binnen Monster op 2-4-1712. Dit merck is bij Ariaentge Fredricks Schipper selfs gestelt | Schipper, Ariaantje Frederikse (I11037)
|
| 2518 | [fol. 369r] #1072. De drie naergelate kinderen van wijlen Cornelis Arentse Jonker verweckt bij Lijsbeth Cornelis Hogenraet Ter Heij #1073. W: Mr. Dirck de Cocq van Nerijnen, Pieter Dijckshoorn en Dirck Joosten Zijtregtop Weesmeesters namens de 3 minderjarige naergelate kinderen van Cornelis Arentse Joncker verweckt bij Lijsbeth Cornelis Hogenraet met namen Maertie Cornelis Joncker, out 5 jaeren, Vranck Cornelisz Joncker out 4 jaer en 7 maenden en Cornelis Cornelisz Joncker oud 8 maenden ter eenre ende de voorn Lijsbeth Cornelis Hogenraet ter andere zijde. Uitkoop van het vaderlijk goed van de weeskinderen. Zij behoudt de boedel en zal haar kinderen opvoeden. [fol. 369v] Bij volwassenheid ontvangen ze te samen ƒ 100,-. Ze verbindt haar persoon en alle goederen. Gedaan ter weeskamer van Monster op 11-10-1727. Dit merk [ + ] is bij Lijsbet Cornelis Hogenraet voornt selfs gestelt | Hogenraad, Lijsbeth Cornelis (I4013)
|
| 2519 | [fol. 36r] #245. Cornelis Hugensz inde Poeldijcx drie weeskinderen S: Pieter Bonefaesz van der Beeck ende Jacob Lenertsz Rodenburch Trijntgen Maertens weduwe van wijlen Cornelis Huijgensz wonende inde Poeldijck geassisteert met Jacob Pietersz Touw haren jegenwoordigen man ende voocht in desen, verclarende ende te kennen gevende dat tusschen haer comparante geassisteert wesende met Dirck Maertensz van der Gaech, Joris ende Doe Maertensz haer broeders, Arent Doesz ende Pieter Allertsz ter eenre ende Jan Joostens Buijs, Cornelis Dircx Coen, Vincent Gerritsz ende Engel ende Jacob Pietersz zoonen ter andere zijde, opden 3-8 voorleden gemaect ende aengegaen es seecker contract van wtcoop ende bewijs van haer comparantes drie onmondige weeskinderen gewonnen bij den voorn Cornelis Huijgensz haer overleden man met naemen Trijntgen out omtrent 5 jaren, Huijch nu meij voorleden drie jaeren ende Maerten out ontrent drie vierendeels jaers ende dat deur tussenspreken ende ter presentie van Pieter Michielsz ende Dirck Lenertsz als weesmannen, Claes Pietersz van Dijck, Blasius Pietersz, Jan Harmensz ende Jacob Andriesz secretaris als minnelijcke arbiters in manieren navolgende. Te weten dat sij comparante sal blijven boelhoudster van alle goederen volgens de inventaris die aan de voogden is overgeleverd. Ze zal alle schulden betalen etc. De drie kinderen krijgen de kleren van haar man. Ze zal haar kinderen onderhouden en opvoeden. Mocht er gebreck zijn dan hebben de voogden het recht om de kinderen van haer te nemen en elders te besteden tot haer comparantens kosten tot mondigen dagen te weten 18 jaren of huwelijk. Als bruidsstuk krijgt ieder kind ƒ 150,- [fol. 36v] Mochten de kinderen voor mondigheid of huwelijk overlijden dan is ze ontlast van de betaling van bruidstuk en kleren. Als de comparante nog in leven is als haar kinderen trouwen dan is ze vrij om ze uit te zetten naar haar wil in plaetse van dit bruidsstuk. Bij trouwen of huwelijk krijgt ieder kind ƒ 1000,- Onder verband van haar woning, huis, bijhuis, schuur, berg ende geboomte met ontrent 12m. land gelegen in onsen ambachte van Monster in de Poeldijck, daervan 6m. eigen ende de andere 6 leens zijn die te leen gehouden worden van de Heer van Brederode, belend tN Ghijsbrecht Jacobi ende volgende 15m., tO de molesloot, tZ de heer van Rijhoven en de kinderen van Daem IJsaacx ende tW s’heerenweg. Noch 15m.2h. lants gecomen van ’t Convent van Loosduinen mede gelegen in onsen ambachte, belend tN de heere van Rijhoven ende Dirck Dircksz Veens weduwe, tO de Wennetges sloot, tZ de kinderen van Daem IJsaacx ende de voorsz 12m. ende tW de voors Ghijsbrecht Jacobsz. Ende voorts al haar andere goederen. Gedaen 21-1-1611. #246. Opten 21-9-1610 es ten huijse van de bode boelhuijs gehouden van de clederen van de voorn Cornelis Huijgensz ten behoeve van de weeskinderen vercoft op meijdag anno 1611 ende es in als daer van beschout ƒ 1050 de welcke verschenen ende innegaert zijnde ten behoeve van de voorsz kinderen zullen werden beleijt. Den 9-1-1627 over gegeven upten bode huijden Huijch Cornelisz van 81-11-0 voor zijn helpen | van der Gaagh, Gaegh, Trijntje Maertens (I6374)
|
| 2520 | [fol. 60r] #56. Compareerden ter weeskamer binnen Monster Jeromias Lammens notaris tot Monster ende leverde over zeecker codicillaire dispositie in datm den 5-3-1646 gemaect bij Jacob Pijetersz Touw ende Maertgen Vrancken sijne huisvrouwe daer bij dat baljuw ende weesmeesters werden gesecludeert, ’t welck aengenomen is pro forma. Actum desen 1-7-1651 | Touw (Hofstede), Jacob Pietersz (I6378)
|
| 2521 | [L.v.d.Spek] Is waarschijnlijk eerst bij zijn vader en later bij zijn moeder op de boerderij gebleven, in 1563 draagt zijn moeder haar woning en nering over. | van der Speck (Verspeck), Dirck Jansz (I10366)
|
| 2522 | [Pag 90] 199 L. van der Harst te Scheveningen, de Gouden Medaille, voor het bebouwen van een zeer groote quantiteit Duinen, en het aanleggen van eene Boerderij aldaar. Prijsvr. 1 1. Resol. I 568. https://storage.lib.uchicago.edu/pres/2014/pres2014-0389.pdf | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2523 | ^ ca.1595 op de boerderij van z'n schoonvader Cornelis Pieterszn. Groen, gegoed te Westerbeek.(ten Westen van de Haagse Beek, en bij de kruising van de la Reijweg en Loosduinseweg.) Ingeland van Oestecamp Op 9-10-1573 wordt hijmede genoemd als vervanger voor de ambachtsbewaarders en de buren van Zegbrouck. Ook z'n neef Cornelis Panceasz wordt daarin genoemd. | van Rijn, Heijndrick Adriaensz (I8678)
|
| 2524 | ^ Den Haag Eikenduinen. Heyndrick was, als "oude vader" in 1533 bij de Weeskamer in Den Haag voor de 2 kinderen van z'n zoon Cornelis t.w. Erken toen 8 jaar, en Jannegen, toen 6 jaar oud. Omdat hij in stukken uit die tijd steeds zonder patroniem wordt genoemd, moet worden aangenomen, dat hij een belangrijk of een algemeen bekend persoon in Den Haag geweest zou kunnen zijn. In het Weeskamerarchief van Den Haag (nr. 120 fol 146) wordt hij in 1536 nog genoemd als belendend aan land van Willem Cornelisz. van Rijn, gepacht van de kerk van Eikenduinen, en in gebruik bij "HEIJN" van` Rijn, en wel aan de zuidzijde daarvan in Escamp. Er is nog een aanwijzing in de "Blafferd" van 1510 van Loosduinen, waarin wordt gezegd, dat ene Heyndrick Adriaenszn.een henneptuin in pacht had van de Abdij van Loosduinen. Maar of dat deze Heyndrick betreft is nog zeer onzeker. Het bewijs daarvoor is in ieder geval onvoldoende. Zijn vrouw was mogelijk een dochter van Anthonis, zoon van Lange Jaap. Heyndrick verscheen in In 1531/2 pacht hij samen met Ysbrandt- en Willem Cornelisz, 30 morgen Hofland bij den Hage. | van Rijn, Heijnrick (I3519)
|
| 2525 | Ælfthryth van Wessex (ook Elftrude of Elfrida) (Wessex, 868 - Gent, 7 juni 929) was een dochter van koning Alfred de Grote en van Aelhswyth van de Gaini. Ze was getrouwd met de Vlaamse graaf Boudewijn de Kale. Leven De kroniekschrijver Asser schreef hoe Ælfthryth en haar broer aan het koninklijk hof van Wessex werden opgevoed. Ælfthryth bestudeerde de Psalmen en Angelsaksische boeken en vooral de Angelsaksische liederen, waar haar vader erg van hield. In 884 trad zij in het huwelijk met graaf Boudewijn II van Vlaanderen en werd de moeder van: Arnulf I de Grote, graaf van Vlaanderen Adalolf (of Adelulf, Aethelwulf) (ca. 895 - 13 november 933), graaf van Boulogne en van Thérouanne, lekenabt van Sint-Bertinus Ealswid Ermentrude[1] Na de dood van haar vader in 899 erfde zij Chippenham en twee andere landgoederen in Wiltshire. In 912 gaf zij Lewisham met de daaraan verbonden plaatsen Greenwich en Woolwich (alle drie deze plaatsen liggen nu in Zuid-Londen) aan de Sint-Pietersabdij in Gent. Ze overleefde haar echtgenoot Boudewijn en werd na haar eigen dood bij hem begraven in de Sint-Pietersabdij. Ælfthryth was de oudgrootmoeder (over-over-over-overgrootmoeder) van Mathilde van Vlaanderen, die getrouwd was met Willem de Veroveraar, de eerste koning van Engeland uit het huis Normandië. Dit betekent dat na de Normandische verovering van Engeland en de dood van Willem I alle vorsten van Engeland afstammelingen waren van het huis Wessex. Ælfthryth was dus degene die de vorsten uit het koninkrijk Wessex verbond met de Engelse koningen van na de Normandische verovering. | van Wessex, Gravin van Vlaanderen Aelfthryth (I4295)
|
| 2526 | Æthelwulf overleed in Londen maar werd begraven in Steyning (Sussex). In de kerk daar is zijn vermoedelijke grafsteen nog te zien. Het graf werd echter verplaatst naar de Old Minster in Winchester en toen die werd afgebroken, werden zijn resten verplaatst naar de huidige kathedraal van Winchester. | Koning van Kent, Essex en Sussex. Aethelwulf (I2227)
|
| 2527 | Æthelwulf, ook Ethelwulf of Edelwolv (ca. 800 - Londen, 13 januari 858) was koning van Wessex (839 - 856) en van Kent (825 - 856), Essex en Sussex. Hij was zoon van Egbert van Wessex en Redburga. In 825 veroverde hij Kent voor Wessex, en werd daar koning onder het oppergezag van zijn vader. In 839 volgde hij zijn vader op als koning van Wessex, dat in die tijd het gehele zuidelijke kustgebied van Engeland omvatte: van Cornwall tot Essex. Hij werd gekroond in Kingston upon Thames. Al snel gaf hij het bestuur over het oostelijk deel van zijn rijk aan zijn oudste zoon Æthelstan en huwde zijn nog erg jonge dochter Æthelswith met Burgred van Mercia. Æthelwulf bereikt in 850 een akkoord over een grensgeschil met Mercia. Daarna wordt hij geconfronteerd met een inval van de Vikingen onder Rorik van Dorestad, die Canterbury en Londen wisten te veroveren en daarna Mercia versloegen. Æthelwulf versloeg de Vikingen in 851 bij Oakly of Ockly. Hij moest wel toestaan dat East Anglia onder controle van de Vikingen bleef. Ook versloeg hij in 853, samen met Mercia, Cyngen ap Cadell van het koninkrijk Powys. In 853 stuurde hij zijn jongste zoon Alfred, die zes jaar oud was en vermoedelijk was voorbestemd voor een geestelijk ambt, naar Rome. In 855 (vermoedelijk na het overlijden van zijn vrouw) ging hij ook zelf naar Rome en deed kostbare schenkingen aan de kerk, o.a. gouden kelken en vergulde zilveren kandelaars aan de St. Pieter en erkende ook de opperheerschappij van de paus. Na zijn terugkeer in 856 werd hij geconfronteerd door zijn zoons die tijdens zijn afwezigheid hadden geregeerd en steun hadden van de adel en de geestelijkheid. Æthelwulf koos voor onderhandelingen en er werd een compromis bereikt waarbij de macht werd gedeeld. Begin 858 overleed hij in Londen. | Koning van Kent, Essex en Sussex. Aethelwulf (I2227)
|
| 2528 | ‘huis Olivier Adriaens wed., pauper' | Marijcken Vranckendr (I3560)
|
| 2529 | ’s Ochtends was het een drukte van belang voor het huis van de Haagse baljuwVan Banchem. Wanneer substituut-schout Harman Pals zich bij zijn chef ver-voegde, trof hij meestal een menigte prostituées voor diens woning aan, die‘tot in’t getal van 30: 40: 50: en meer ’t sijnen huijse quamen [...], ja dat hetgebeurt is dat wel 60 hem tegemoet gecomen sijn aff en aen gaende aen en van’t huijs vanden bailliu, even als offmen daer te biecht ginck’.1In zekere zin wasdat laatste ook het geval. De vrouwen deden Van Banchem verslag van over-spel, met hen door getrouwde of joodse mannen gepleegd, en kregen voor dieinformatie betaald.2Soms kregen ze ook opdracht van de baljuw om dergelijkemannen erin te laten lopen. Dit overkwam bijvoorbeeld Jochanan de Lion, eenjoodse juwelier uit Amsterdam. In juni 1674, zo getuigde deze koopman latervoor het Hof van Holland, werd hem gevraagd diamanten te verkopen aan eenzekere gravin op de Turfmarkt. Reeds onderweg werd hij bevangen door arg-waan: de dame Dat had De Lion goed gezien. Vlak nadat hij zijn diamanten had getoond, vertrok de ‘contesse’ en stormden de baljuw en substituut-schout Van Winden de kamer binnen met hun degens in de hand. De baljuw greep de diamanten, terwijl Van Winden de koopman in de arm stak. Ze beschuldigden De Lion ervan met getrouwde vrouwen te ‘bouleren’, en nog wel met de echtgenote van de substituut-schout! Vervolgens dwongen beide heren de koopman met zijn ‘contesse’ in een karos te gaan zitten, die voor de deur klaar stond, reden hem naar het huis van de baljuw en pakten hem zijn juwelen af. De bedoeling was dat De Lion ook nog een obligatie van 6.000 gulden zou tekenen, maar dat weigerde de koopman, hoe hard de baljuw hem ook bij de keel greep. Tenslotte liet die het slachtoffer dus maar gaan, dat meteen zijn beklag deed bij Johan Ruijsch, procureur-generaal voor het Hof van Holland. Hij had ook gehoord, zou De Lion nog aan zijn getuigenverklaring toevoegen, dat Van Banchem met hoeren omging en in Amsterdam | Pals, Harmanus Adrianus (I12226)
|
| 2530 | „Op huiden den 19en Februari 1769 compareerden voor my Boudewyn de Witt, openbaar Notaris bij den Ed. Hove van Holland geadmitteerdt, op den dorpe Schevening resideerende, en voor de nagenoemde getuy'gen: den Weled. Heer Mr. Cornelis van Heemskerck, woonende in 's Hage, dog zynde thans alhier, mij Notaris bekend. „Dewelke bekende gekogt te hebben van Martinus de Witt, Bastiaan van der Harst en Pieter Franken, kerkmeesteren op Schevening voors: Drie grafsteeden annex den anderen, te samen ter breette van tien voeten en ter lengte van dertien voeten, geleegen tegen 't Westejjnde, aan de Zujjdzjjde van het orgel in de Kerk van Schevening voors ende zulks voor de somme van-Een Hondert en twintig guldens, mitsgaders om de voors. Grafsteeden op zijn Heer Comp.ts e ijge kosten te doen maken; en tegen de muur ten Westen van de voors. Kerk en wel boven de voors. Grafstee- den te doen stellen een marmer Urna, en 't zelve met een ijzer Hek, af- sluijten, soo als den Heer Comp.t sal koomen goed te vinden, onder deze conditie dat de voors. Grafsteeden nog Lyken, welke daarin bijgezet zullen werden, nimmer meer sullen mogen werden gestoort in haare rusten als geduurende het Leven, en met approbatie van den Heer Comp t, zullende den Heer Com.t alles voor zyn Rekening wel en ordentelijk laten onder- houden en na zyn Heer Compts overlijden door de respectieve Erfgenaam of Erfgenaamen van den Heer Compt aan de voorm. kerkmeesteren ofte hunne successeuren in hun gem. qualiteit moeten werden uytgekeert en betaald een somme van Een duijzend guldens, voor welke penningen ten behoeve van gem. Kerk aanstonds sal moeten werden aangekogt een obli- gatie van gelijke somme van Een duijzend guldens ten laste van 't ge- meene land van Holland en West-Vriesland ofte Generaliteit, omme uit de intressen van 't voors. Capitaal te vinden alle kosten hoegenaamt, welke tot de voors. Grafsteeden behoort en onder directie van Kerkmeesteren van Schevening voors. gedaan zal moeten werden. „Wijders is de begeerte van den Heer Compt, dat de Erfgenaam ofte Erfgenaamen, ofte diegeen, die het bewind over zijn Heer Compts na- latenschap zullen hebben, de Transporteering of bijzetting van Zyn Ed. L y k in de voors. Grafsteede zullen doen verrigten in de volgende order: Eerstelyk dat zes dagen na zyn Heer Comparants overlyden het L y k eetransnorteerd of gedragen zal werden door de Buurt, daar het sterfhuis is gelegen, tot aan het Scheveningse Tolhek; dat die dragers aldaar alsdan zullen werden afgedankt en yder voor een belooning genieten een halve goude Rijder, en vervolgens diegeene die gehooren tot Transpor- teering van 't Lijk tot Scheveninge, 't zn' Bedienaar van begraaf nis ofte andere bedienden van de voors. Buurt, zullen daarvoor genieten dubbeld salaris. Kerkmeesteren van Schevening zullen behoorlijk wérden geadverteert op welke dag en uur de voors. Transporteering zal geschieden, en versogt werden om zorg te dragen dat bb,' het voors. Tolhek alsdan gereed staan zooveel mannen als zy noodig zullen oordeelen, in haar beste gewaad of Sondagsche kleederen, welke de transporteering zullen doen tot in de voors. Kerk tot in 't Graf, zullende yder daarvoor genieten meede een halve goude Rijder. | van der Harst, Bastiaan Jacobse (I5197)
|
| 2531 | „Op huyden den 29sten Decemb. 1676 compareerde voor mh' Paulus van Roon, openbaer Notaris bh' den Hove van Hollandt geadmitteert, in 's Gra-venhage residerende, enz. en de getuh'gen naergenoemt, Dirck Flipsz. de Crae Schepen tot Scheveningen, Cornelis Symonsz, oud kerckmeester, nu Gasthuijsmeester, Aelbert Jansse Overduyn Gasthuismr., Pieter Maersse, Gasthuijsmr., Jacob Leendersse van Hars, oud kerckmeester, nu Gast-huy'smr., Jan Bastiaensz., Gijs ende Ary Jansse van Rhh'n, Cornelis Evertsz Buh'tenheck, Cornelis ende Joris Cornelisse Buh'tenheck, dewelcke verclaeren ende ten versoecke van de Stuh'rluh'den van groote schuyten, van de dorpen de Heide, Scheveningen, Catwijck, Noortwjjck, Santvoort, Wh'ck op Zee, ende Egmont op Zee waer ende waerachtich te wesen, dat men in ouden tijden ende boven memorie van menschen nh'et anders en heeft gevischt dan met behoorlijk scholwant ende dat nu omtrent XIIII a dickwils bij veel loot en swaerte van steenen, waerdoor de gront wort omgeploegt ende bedorven soodanich is, ende noch dagelycx wort bedorven, dat bij continuatie van 't selve geschapen is, deselve f eenemael te runne-ren ; Synde notoy'r dat mettet voors. visschen met schrobnetten nyet alleen de gront om geroert, de jonge vis gedoot, het aes geruy'neert, maer oock alle de voors. Dorpen t'eenemaal met soo veele jngesetenen worden bedor-ven, jae soo verre, dat geduijrende 't gebruy'ck van voors. schrobnetten geene bequame schol om te droogen sy'n gevangen, tot merckelijcke schade van voors. ingesetenen. Gevende sij attestanten voor redenen van weten-schap bereyt sijnde alle 't selve nader te verstercken. Aldus gedaen ende gepasseert ter presentie van Jan Corn. Buh'tenheck ende Jacobs Pais, ge-tuijgen van geloove ten dese versocht." | van der Harst, Jacob Leenderts (de Oude) (I5443)
|
| 2532 | „Wij ondergeteekenden Boudewijn de Witt, Martinus de Witt, Bastiaan van de Harst en Pieter Vranken, Kerkmeesteren op den dorpe van Sche- veningen bekennen door deze wel en deugdelijk schuldig te wezen aan de Ed. Achtbare Heeren Burgemeésteren van 's-Gravenhage de somma van zes en twintig duizend guldens, spruitende ter zake van geleend geld en welke voors. penningen geëmployeerd zijn tot betaling van de nieuw ge- bouwde Pastorie en School, staande en gelegen in de Keizerstraat te Sche- veningen voors., beloovende gemelde somma te zullen restitueeren met drie honderd guldens in 't jaar, wel meerder, maar met met minder. Tot na- kominge dezes verbinden wij ondergeteekenden in voorschr. qualiteit alle goederen en inkomsten van de kerk voors. als na regten. Actum, den 4e November 1776." | van der Harst, Bastiaan Jacobse (I5197)
|
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.