Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
Treffers 2,251 t/m 2,500 van 2,532
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 2251 | Vader des bruids Willem onvindbaar ten tijde van het huwelijk. Opvallend dat geen van de echtelieden tekent... | Gezin: Jacobus van der Kruk / Trijntje Hofman (F1590222489)
|
| 2252 | Vader Leendert is kort tevoren overleden. | van der Heijde, Leendert Leendertsz (I843)
|
| 2253 | van 10 morgen op de Schie in de periode voor 1465/66 en in 1470/71 | van Dijck, Jacob Dirxsz (I3507)
|
| 2254 | Van 1564 tot 1573 komt Dirck Thonisz. van Dijck voor in de rekeningen van het Oude Gasthuis als pachter van 12 morgen in Maasland. | van Dijck, Dirck Thonisz (I3599)
|
| 2255 | Van de Nederduitsche Hervormde kerk, te Scheveningen. | Roeleveld, Wouter Cryne (I5273)
|
| 2256 | Van den armen. | Hofland, Arij Cornelisz (I1425)
|
| 2257 | Van der Spek (ook: Van der Speck(e), Verspecke) is een geslacht dat zijn oorsprong vindt in de omgeving Lisse. De naam Van der Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. Uit het Middelnederlands komt het woord spijc: brug van boomstammen, knuppeldam, in een moerassig gebied. Volgens het Middelnederlands Handwoordenboek van Verdam heeft specke, spicke of spick de betekenis van een uit rijshout, zand, zoden en dergelijke opgeworpen dam, brug of weg in een moerassige streek. Van zulke dammetjes zullen er vroeger heel wat zijn geweest en deze zullen op een aantal plaatsen ook gediend hebben om uniek naar iemand te verwijzen. Het geslacht Van der Specke heeft zich vernoemd naar haar bezit: 't Huis ter Specke. Het huis lag in de nabijheid van een belangrijke verkeersader die het noorden van het Graafschap Holland met het zuiden verbond. In de middeleeuwen was er een tamelijk groot aantal adellijke behuizingen te vinden, zoals de aanzienlijke kastelen Egmond, Brederode, Teijlingen en Dever. Ook kleine edelmanswoningen waren hier te vinden, zonder veel allures en waarschijnlijk slechts eenvoudige stenen huizen. 't Huis ter Specke onder Lisse zal een dergelijke woning zijn geweest. Het huis ontleende zijn naam aan "die Specken", het met wilgen overdekte drassige land dat het huis omringd. 't Huis ter Specke wordt voor het eerst vermeld in 1343 De eerdergenoemde Dirck (Willemsz) van der Specke (ook Verspecke) zegelde als schepen en schout te Haarlem met een wapen gelijk aan de familie Van Teylingen, dat gebaseerd was op het wapen van de Graven van Holland maar dan voorzien van een barensteel. Dit duidt op afkomst via bastaardij van de graven van Holland. Ook het feit dat Dirck en zijn gelijknamige zoon Dirck de hoge functie van schout vervulden kan een aanwijzing zijn. Voorts is de stamvader Willem, soms met zijn zoon Dirck, vermeld van 1329-1343 in diverse belenings- en overdrachtsakten. GENEALOGIE VAN HET MIDDELEEUWSE WELGEBOREN GESLACHT VAN DER SPECK Door DRS. F.J.W. VAN KAN Op de vruchtbare geestgrond aan de rand van de duinen, in de nabijheid van de belangrijke verkeersader die het noorden van het graafschap Holland met het zuiden verbond, was in de middeleeuwen een tamelijk groot aantal adellijke behuizingen te vinden, zoals de aanzienlijke kastelen Egmond, Brederode, Teijlingen en Dever. Niet alleen kastelen zoals we ze tegenwoordig nog kennen, gerestaureerd dan wel als ruïne, ook kleine edelmanswoningen waren hier te vinden, zonder veel allures en waarschijnlijk slechts eenvoudige stenen huizen. Een daarvan zal Ter Specke onder Lisse zijn geweest, dat zijn naam ontleende aan "die Specken", het omringende met wilgen overdekte drassige land. Het huis Ter Specke wordt voor het eerst vermeld in 1343. Het geslacht Van der Specke, dat zich naar zijn bezit noemde, komt in de bronnen voor vanaf 1325. Afgaande op het wapen dat de familie voerde - een rode leeuw op een veld van goud met Hij verkocht met grafelijke toestemming op 19-10-1325 6 morgenleenland in het ambacht Alkemade ten vrij eigen aan Jan van Polanen,droeg t.b.v. zijn zoon Dirk 2 morgen land te Lisse op aan de graaf(13-5-1329), vermeld als belender te Oegstgeest 24-6-1331, hield landin lijfhuur van de graaf te Abdissenbroek onder Lisse 1343/4, mogelijkverwant aan Femmense van der Specken te Lisse en huurster van gras vande grafelijkheid 1342/3 Woont te Lisse, met zijn zoon Dirk 1333/4 beboet wegens vechten. | van der Specke (Verspecke), Willem Dircks (I10309)
|
| 2258 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 2259 | Van het grote en kleine Hof van Delft | Dijkshoorn, Arnoud Blasiusz (I5939)
|
| 2260 | Van het St. Anthonisgilde te Scheveningen. | Schilperoort, Jacob Sijmonsz (I5426)
|
| 2261 | Van Luijck | Luck, Rokus Arentsz (I4523)
|
| 2262 | Van Nicolaes Verloo te Voorburg koopt Jannitgen Jans weduwe wijlen Pouwels Adriaensz. van Dijck, wonende in Naaldwijk, op 12 mei 1634 zes morgen weiland, 5 stukjes teelland samen ongeveer twee morgen en nog drie hond teelland, alles bij elkaar voor 8500 car. gld | Touw van der Burgh, Jannetgen Jansdr (I4444)
|
| 2263 | Van Teylingen was de naam van een (hoog)adellijk geslacht uit Holland, dat in de middeleeuwen een grote rol speelde in de omgeving van de graven van Holland. De oudst bekende, bewezen stamvader van het geslacht is Willem van Teylingen (1198-1244). Hij zou afstammen van de graven van Holland. Gezien het Hollandse wapen met de barensteel is dat zeker aannemelijk. Op een gouden achtergrond staat een rode leeuw (gelijk aan het schild van de graven van Holland) met daarop een barensteel. Dit laatste betekent een jongere tak; bij bastaardij staat er namelijk een schuine balk op. Er bestaat de zogenaamde Sicco-legende; Sicco of Siegfried van Holland (zoon van graaf Arnulf van Holland en Liutgard van Luxemburg) zou de eerste heer en stamvader van Teylingen zijn. Echter hier is geen enkel bewijs van. Stamvader Willem van Teylingen is degene die het stamslot van de familie liet optrekken: kasteel Teylingen bij Sassenheim. Het oudste gedeelte van het kasteel, de ringmuur, werd gebouwd kort na 1200. Van Brederode was een (hoog)adellijk geslacht uit Holland, die in de Late Middeleeuwen en kort daarna een grote rol in de Nederlandse geschiedenis heeft gespeeld. Zij is sinds 1679 in wettelijke lijn uitgestorven. De Brederodes stammen af van de heren Van Teylingen (via Dirk van Teylingen (1205-1231)) en hebben zich in de tweede helft van de 13e eeuw naar het nieuwe Kasteel Brederode bij Santpoort (gemeente Velsen) genoemd, dat werd gebouwd tussen 1282 en ca. 1292 in opdracht van Willem I van Brederode. Ze speelden in de Hoekse en Kabeljauwse twisten een grote rol als veldheer aan de Hoekse kant. In 1351 werd het kasteel daarbij veroverd door de Kabeljauwse Gijsbrecht II van Nijenrode na een belegering waarbij het grootste deel van het fort werd verwoest. Het kasteel werd gesloopt en midden 14e eeuw weer opgebouwd, om (waarschijnlijk) in 1426 opnieuw te worden verwoest en in 1461 gedeeltelijk te worden hersteld, waarna het in 1573 door Spaanse soldaten werd geplunderd en in brand gestoken. Sindsdien is het een ruïne. | van Teylingen, Heer van Teylingen en Brederode Willem (I3417)
|
| 2264 | Van Willem is één bot bewaard gebleven. Op basis daarvan wordt geschat dat Willem ongeveer 1,75 m groot en sterk gespierd was. Daarmee was hij vrij lang voor zijn tijd maar zijn gespierde bouw was niet zo bijzonder: middeleeuwse ridders moesten heel sterk zijn om met succes in hun zware wapenrusting met hun zware wapens te kunnen vechten. Bekend is dat Willem vanaf zijn paard de boog kon hanteren en dat hij zijn hele leven een goede gezondheid had. Wel werd hij op latere leeftijd erg dik, zodat hij volgens de Franse koning wel op een zwangere vrouw leek. In de zomer van 1087 viel Willem van zijn paard tijdens het beleg van Mantes en liep door de klap tegen zijn zadelknop inwendige verwondingen in zijn buik op. Na vijf weken van grote pijn bezweek hij. Op zijn doodsbed heeft hij zijn meeste tegenstanders begenadigd. Willems lichaam werd naar Caen vervoerd voor de begrafenis in de Abbaye aux Hommes. Maar hij was behoorlijk dik en zijn lichaam was door de warmte bovendien opgezet. Bisschoppen probeerden zijn lichaam in de voor hem bestemde sarcofaag te proppen maar daarbij barstte zijn buik open en werd de kerk met een ondraaglijke stank vervuld. Bij Willems begrafenis bleek dat het land van het graf nog niet was betaald en de eigenaar eiste betaling van 60 schellingen voordat de begrafenis door kon gaan. Het bedrag werd ter plekke door zijn zonen voldaan. | van Engeland, Hertog van Normandië Willem I (I4168)
|
| 2265 | Vanaf 1390 sloot hij zich aan bij de hofraad van de graaf van Holland Albrecht van Beieren en kreeg er functies als muntmeester en Stadhouder van Holland, Zeeland en West - Friesland | van Arkel, Heer van Arkel, Bar-Pierrepont en Mechelen Jan V (I4409)
|
| 2266 | Verdronken bij Pieter Pieterse van Duijne | Jol, Cornelis Janse (I4789)
|
| 2267 | Verdronken in tankval bij Arensduin | van der Kruk, Bertus (I5910)
|
| 2268 | Verdronken tesamen met anderen bij Willem Jacobse (Kuijper) Pro Deo | den Heijer, Cornelis Cornelisse (I10684)
|
| 2269 | Verklaring ten verzoek van Arijen Luck als voogd van zijn zuster Maritgen Pietersdr. weduwe Arijen Jansz. over de verkoop van een stuk erfhuur in het Noordland. | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 2270 | Verklaring door Cornelis, Jan en Hendrick Cornelissen van Rijn tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelissen van Rijn en Marijtje Jans van (der) Beeck, hun vader en moeder zaliger, in hun leven gewoond hebbend te Honsholredijck en daar overleden. De erfgenamen hebben uit de nalatenschap de roerende goederen, als meubels, linnen, wol, goud, zilver, levende have etc. al kort na het overlijden gedeeld. Nu scheiden zij de onroerende goederen, rentebrief en obligatie. Cornelis Cornelisse van Rijn is aanbedeeld ca. 8,5 mergen weiland gelegen op Honsholredijk, O Corn. Corn. van Vliet, Z de Broekweg, W de kinderen van de heer Anthonij Pieterszone en N de Naeltwijsche Vaert. Nog een kustingbrief van 500 gld. verzekerd op het huis en erf van Jan Cornelis Bredervelt en nog een obligatie van 500 gld. tot last van Jan Gerrits van Wijn op Honsholredijck. Jan en Hendrick Cornelisse van Rijn zijn aanbedeeld een woning, huis, schuur, bargen en geboomte en 38 mergen weide- als teelland daar achter gelegen, te Honsholredijck, eerst gebruikt door de ouders, nu in gebruik door P.r Joosten Olsthoorn e.a. Nog een huis en ca. 5 hond bogaard te Poeldijk, waar Jan Cornelisse van Rijn tegenwoordig woont. O Uitpad van de woning van de raadsheer Kinschot, Z de Gantel, W en N de Vlotsloot van het dorp van Poeldijk. En nog 5 mergen tuin of weiland gelegen aan den dorpe van Poeldijk en gebruikt door Jan van Rijn, O een laantje of uitpad van de woning en landerijen, Z de Gantel, W Corn. Dircksz Groenewegen met zijn tuin, N het dorp Poeldijk. Jan en Hendrik nemen de lasten van de boedel voor hun rekening. | van Rijn, Jan Cornelisz (I8673)
|
| 2271 | Verklaring door Cornelis, Jan en Hendrick Cornelissen van Rijn tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelissen van Rijn en Marijtje Jans van (der) Beeck, hun vader en moeder zaliger, in hun leven gewoond hebbend te Honsholredijck en daar overleden. De erfgenamen hebben uit de nalatenschap de roerende goederen, als meubels, linnen, wol, goud, zilver, levende have etc. al kort na het overlijden gedeeld. Nu scheiden zij de onroerende goederen, rentebrief en obligatie. Cornelis Cornelisse van Rijn is aanbedeeld ca. 8,5 mergen weiland gelegen op Honsholredijk, O Corn. Corn. van Vliet, Z de Broekweg, W de kinderen van de heer Anthonij Pieterszone en N de Naeltwijsche Vaert. Nog een kustingbrief van 500 gld. verzekerd op het huis en erf van Jan Cornelis Bredervelt en nog een obligatie van 500 gld. tot last van Jan Gerrits van Wijn op Honsholredijck. Jan en Hendrick Cornelisse van Rijn zijn aanbedeeld een woning, huis, schuur, bargen en geboomte en 38 mergen weide- als teelland daar achter gelegen, te Honsholredijck, eerst gebruikt door de ouders, nu in gebruik door P.r Joosten Olsthoorn e.a. Nog een huis en ca. 5 hond bogaard te Poeldijk, waar Jan Cornelisse van Rijn tegenwoordig woont. O Uitpad van de woning van de raadsheer Kinschot, Z de Gantel, W en N de Vlotsloot van het dorp van Poeldijk. En nog 5 mergen tuin of weiland gelegen aan den dorpe van Poeldijk en gebruikt door Jan van Rijn, O een laantje of uitpad van de woning en landerijen, Z de Gantel, W Corn. Dircksz Groenewegen met zijn tuin, N het dorp Poeldijk. Jan en Hendrik nemen de lasten van de boedel voor hun rekening. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 2272 | verkoopt Cors Janszoen van der Beeck, timmerman te Wateringen, zoon van de overleden Jan Pietersz van der Beeck, voor 800 gld. 1/4 deel van het huis en erf te Loosduinen | van der Beeck, Cors Janszoen (I12809)
|
| 2273 | Verkoopt f. 331,00 een huis met 3 'tuinen' te Veele alsmede een stuk land,voor de helft gelegen in heideland, aan Wilcke Jacobs Hesse. | Warmeringh, Aijcke Jacobs (I6022)
|
| 2274 | Verkreeg hiervoor van de Magistraat toestemming | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2275 | Verkreeg op 26-6-1769 wederom 12 morgen land in eeuwig durende erfpacht. Het terrein met een oppervlakte van zo'n 20 ha. zou later de naam Harstenhoek dragen. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2276 | Verkreeg op 7-9-1768 12 morgen land in eeuwig durende erfpacht. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2277 | Verleend door de Koning van Wurttemberg | von Kiderlen, Emil (I4329)
|
| 2278 | Vermeld 13-12-1390 als degene op wie het leen Hontshol zal versterven (4) | van Dorp, Lijsbette Bertelmeesdr (I14486)
|
| 2279 | vermeld 14-2-1477 als hij 5 hond leenland in de Noordinge te Naaldwijk overdraagt aan zijn broer Bartelmeeus Heynricxz. (leen 3 Hontshol) (18). Van hem is verder niets bekend (19). | van Dorp, Dirck Heynricxz (I14489)
|
| 2280 | Vermeld bij het opmaken van de boedel van Trijntje en Aalbert en bij de afwikkeling van de erfenis van Bastiaan. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2281 | Vermeld in 1572, toen hij als meebetaler aan een geforceerde lening aan de Prins van Oranje werd genoemd. (dus twee weken voor het begin van het beleg van Haarlem). Een geforceerde Geldleening. Anno 1572. In het M.S. (manuscript) van K. van Alkemade en P. van der Schelling 'Handvesten, Vrijdommen en andere wigtige bewijsen aangaande s Graaven-Haage', berustend in de Bibliotheek der gemeente 's-Gravenhage (no. 3205, Deel II Catalogus, 1894), vond ik eenige jaren geleden, een door den Prins van Oranje in 1572 gehomologeerde, door de Staten van Holland uitgeschreven bijzondere geldleening, welk besluit niet in de Resolutien is te vinden. Deze, we mogen wel zeggen geforceerde leening, zal menigeen niet hebben aangestaan, daar de taxatie ook toen, evenals heden zeer zeker wel eens gefaald zal hebben. De aangename ? tijding voor de inwoners van den Haag, Scheveningen en Wassenaar luidde als volgt: Alsoo de Staten binnen den Lande van Holland verscheyde ommeslagen gestelt hebben, belopende tot groote merckelyke somme van penningen, genoegsaam niet alleen om te mogen betalen de ruyters ende knechten, voor desen tyd gediend hebben(de), maer ookom eenige nieuwe vendels te lichten ende richten, welcke oomeslagh nochtans zoe haest niet in beurte koomen, ende geinnet mogen werden, als deur middel van welke inning de knechten onder ........... discipline brengen, alle verder overlast der costen ende deselve goets moets jegens den vijand marschieren. Soo es deur toestaen ende bewilliginge van mijn genadigen Furst ende heere myn heere den Prince van Orangien by de voors(egde) Staten geresol(eer)t ende geordonneert dat men opt crediet van gemeene land in alle steeden ende vlecken soo veel gereed gelts zal lichten bij forme van Leeninge (te restitueeren ter eerste gelegentheyd) als sekere heure commissarissen deur middel van particuliere taux, die sij luyden sullen mogen opleggen, ende alsdan eijschen den besten geschaden, ende sulx overwegende, bekoomen van wedden, ende dienvolgende is by Jonckhr. Arent van Dorp als een van de commissarissen geprocedeert int stuk van de voorsz. tauxatie as ingesetenen van (den) hove. Zoe hier nae volgd: (Volgen twee pagina's achter elkaar doorgeschreven namen en bedragen, gevolgd door een schrijven van Willem van Oranje.) – Wij Willem bijde Gratie Godes prince van Orange, Grave van Nassau, ende Stadhouder ende Capteyn Generael van Holland, Zeeland, Vriesland ende Utrecht, oversien hebben(de) t' gebesoigneerde opt Stuck van Leeninge over de Ingesetenen van(den) hage hier booven, tzelve accorderende ende toestaende hebben geordonn(eert) ende ordonneren mits desen Jacob Andriesz. gecommitteerde ter collectatie van(de) voorsz(egde) Leninge met alre vlyt ende naerstigheyd in t' welck te vermelden, ende dezelve te innen, procederen(de) ende doen procederen jegens den gebrekenden off dilayanten bijden middel van bedwange, dien instructie daerop gedepescheert, is gewagende ende zal van zyn ontfangh geven behoorlyk recipisse de welke by den Staete overgenoomen zal werden by wisselinge jegens heure obligatien ten contentementen van(de) geenen eenige penn(ingen) Silvere of Sacken geleent hebben(de). Gedaen onder onsen name binnen de Stede Delff den 26 Novemb. 1572. (get.) GILLE DE NASSAU. Of de inning werkelijk heeft plaats gehad, en of er tijd voor is geweest? De homologatie van den prins werd in 't eind van 't jaar 1572 geteekend. We weten hoe kort daarop de Hofstad zoo goed als verlaaten werd door hen, die den Koning en Kerk nietgetrouw wenschten te blijven. Toch is het getal der aangeslagenen uiterst gering te noemen, en moeten we op dat tijdstip als te 's-Gravenhage aanwezige richards tellen: De raadsheer van der Laen, de familie Stalpert, Jacob Persyn, de vrou van Helmont, Dirk van Alckemade, en de Heer van Cabau. Den Haag, M.G. Wildeman. | Harsen, Cornelis Cornelisz (I1207)
|
| 2282 | vermelding in begraafboek: op 18 april 1742 is Huijbert Janse met al sijn volk omgekomen op zee | Knoester, Huijbert Janse (I4792)
|
| 2283 | Vermelding op graf schoonvader | Dieuwertgen Cornelisdr (I4666)
|
| 2284 | Vermeldingen | Adriaen Gherijts (I4889)
|
| 2285 | Vermeldingen invoeren | Jacob Adriaensz (I4888)
|
| 2286 | Vermeldingen kinderen invoeren. | van Schilperoort, Gerrit Cornelisz (I5432)
|
| 2287 | Vermoedelijk de weduwe van Sijmon Pietersz. | NN (I2625)
|
| 2288 | Vermoedelijk de weduwe van Sijmon Pietersz. | NN (I11754)
|
| 2289 | Vermoedelijk gedoopt als Joannes Naaldwijk | van Mechelen, Jeremias (Johannes) Romboutsz (I3917)
|
| 2290 | Vermoedelijk Trijntje Jans Blooten | NN (Blooten), Trijntje Jans (I2736)
|
| 2291 | Vermoord op een tournooi te Corbie 19 juli 1234 door de graaf van Clairmont, die had ontdekt dat Floris IV verliefd was geworden op zijn echtgenote (die een paar dagen later is gestorven) en begraven Rijnsburg. | van Holland, Graaf van Holland Floris IV (I4172)
|
| 2292 | Vernummering | Tolsma, Dominicus (I6551)
|
| 2293 | Vernummering | Zijlstra, Sybrigje (I7379)
|
| 2294 | Verongelukt bij Arij Tasman | Harteveld, Crijn Cornelisse (I10714)
|
| 2295 | Versijden, 't Hert, 't Haert | 't Hart, Pieter Jcz (I4179)
|
| 2296 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 2297 | Vischverkoopster | Korvink, Aagje (I7817)
|
| 2298 | Visser | Pronk, Arie (I1028)
|
| 2299 | Visser | Pronk, Cornelis (I1030)
|
| 2300 | Visser | van der Harst, Leenderd (I7820)
|
| 2301 | VissersNamenMonument Scheveningen (http://www.vissersnamenmonumentscheveningen.nl) Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. in 1918 op de Julia IJM 63 Samenvatting: Oorzaak : Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. (1918) Scheepsnaam : Julia Scheepstype : Stalen zeillogger Datum toedracht : Na 12 februari 1918 Stuurman : Onbekend Reder/Rederij : Onbekend Overledene: Cornelis van der Harst, 45 jaar (geb. ca 1873) Johannes Zier van der Harst, 18 jaar (geb. ca 1900) Dirk Kuijt, 46 jaar (geb. ca 1872) Pieter Kuijt, 41 jaar (geb. ca 1877) Willem Kuijt, 17 jaar (geb. ca 1901) Simon de Mos, 16 jaar (geb. ca 1902) Pieter Turfboer, 45 jaar (geb. ca 1873) Nadere informatie: Cornelis- en Johannes Zier van der Harst zijn vader en zoon. Dirk- en Pieter Kuijt zijn broers. Pieter- en Willem Kuijt zijn vader en zoon. Simon de Mos: zijn vader Simon- kwam in oktober 1917 om op de SCH 183 'Arend Korporaal.' | van der Harst, Cornelis (I7366)
|
| 2302 | VissersNamenMonument Scheveningen (http://www.vissersnamenmonumentscheveningen.nl) Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. in 1918 op de Julia IJM 63 Samenvatting: Oorzaak : Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. (1918) Scheepsnaam : Julia Scheepstype : Stalen zeillogger Datum toedracht : Na 12 februari 1918 Stuurman : Onbekend Reder/Rederij : Onbekend Overledene: Cornelis van der Harst, 45 jaar (geb. ca 1873) Johannes Zier van der Harst, 18 jaar (geb. ca 1900) Dirk Kuijt, 46 jaar (geb. ca 1872) Pieter Kuijt, 41 jaar (geb. ca 1877) Willem Kuijt, 17 jaar (geb. ca 1901) Simon de Mos, 16 jaar (geb. ca 1902) Pieter Turfboer, 45 jaar (geb. ca 1873) Nadere informatie: Cornelis- en Johannes Zier van der Harst zijn vader en zoon. Dirk- en Pieter Kuijt zijn broers. Pieter- en Willem Kuijt zijn vader en zoon. Simon de Mos: zijn vader Simon- kwam in oktober 1917 om op de SCH 183 'Arend Korporaal.' | van der Harst, Johannes Zier (I13898)
|
| 2303 | vlgs Prometheus - Kwrtrst Noordam overleden tussen 07-05-1659 en 25-02-1666 | Beuckel, Arien Dirckzn (I12869)
|
| 2304 | Voerman | van der Harst, Lenaert Jacobs (I5486)
|
| 2305 | voerman. Cornelis Aartsen Hardeman vervoerde turf en estriketten (plavuizen). In 1625 was hij eigenaar van een huis met hofstede gelegen in Achterberg | Hardeman, Cornelis Aertsz (I6024)
|
| 2306 | Voert de naam Anthonis Hendricksz Buijs en is waarschijnlijk naar zijn grootvader van moederszijde vernoemd; Vermeld in Onze Voorouders V NGV Leiden afdeling rijnland pagina 189, nr. 16958. Een en ander in de kw.st. Van Eendenburg - Petrejus. Nakomelingen van Thonis Buijs trouwen in de zevende of negende generatie met nakomelingen van Adriaen Heynrickz van Rijn. Adriaen is een broer van Thonis. (bron JG van Rijn) | Buijs, Anthonis Hz (I3573)
|
| 2307 | Volgens akte van overlijden dochter van Clasina Turfboer (!) | Vrolijk, Jannetje (Jantje) Janse (I8105)
|
| 2308 | Volgens akte van overlijden zoon van Marijtje Mijndert? | Pronk, Jan Joppe (I8141)
|
| 2309 | Volgens andere bron op 17-09-1779 te 's-Gravenzande G 6-7; G 7-7; G 9-30; G 19-261 | van den Ende, Dirk Pz (I5839)
|
| 2310 | Volgens de akte 60 jaar ouid, dus mogelijk eerder geboren... | (de) Koning, Dirk (I4748)
|
| 2311 | Volgens de akte is van de moeder (Dina) de familienaam niet bekend (!) | (van der) Klok, Adriana (Arijaantje) (I7078)
|
| 2312 | Volgens de akte van overlijden is de moeder Marijtje Spaans? | Hogendijk, Arendje (I8316)
|
| 2313 | Volgens de Akte van overlijden zou getuige Cornelis van der Harst (broer) in 1776 geboren moeten zijn. Onbekend... | van der Harst, Petronella (I9747)
|
| 2314 | Volgens de begraafinschrijving ongehuwd. Overleeden in de vierde classis F 6-0-0 | van den Ende, Gerrit Pietersz (I9778)
|
| 2315 | Volgens de Geschiedenis van Scheveninge van J.C. Vermaas, blz. 46, blijkt uit een notariele akte van 16 april 1695 dat "Willem Jansz. Korvijn out 70 jaeren" in 1672 schutter was bij de schutterij te Scheveningen. | Kervingh, Willem Jansz (I5452)
|
| 2316 | Volgens de huwelijksakte is Neeltje afkomstig uit Enkhuizen. | Gezin: Leendert Pz Scharp / Neeltje Jcdr van Leeuwen (F1590222492)
|
| 2317 | Volgens de overlevering heeft hertog Hendrik I in 1185 de stad 's-Hertogenbosch gesticht. Hij wordt ook Hendrik de Krijgshaftige genoemd. Onrust In 1192 verleende Hendrik als hertog van Brabant een vrijheidskeure aan de stad Vilvoorde om zich te verzekeren van de steun van de bewoners in de conflicten met het machtige graafschap Vlaanderen. Wanneer zijn broer in datzelfde jaar vermoord wordt, hield Hendrik de Duitse keizer Hendrik VI verantwoordelijk en werd hij een van de leiders van de opstanden tegen de keizer. Er volgde een periode van onrust en lokale conflicten, en nog in 1199 wist Hendrik de kroning van de volgende Duitse koning (Filips van Zwaben, broer van de overleden koning) te Aken te voorkomen. Hendrik sloot in 1204 vrede met Filips van Zwaben en werd beloond met de voogdij over de abdij van Nijvel en het kapittel van Sint-Servaas, het medebestuur over Maastricht en het recht zijn hertogdom aan een vrouwelijke erfgenaam na te laten (Hendrik had in 1204 alleen nog dochters). Koning Filips II van Frankrijk wilde Hendrik in 1208 steunen om zelf koning van Duitsland te worden, maar Hendrik koos ervoor om de kandidatuur van Otto van Brunswijk te steunen. In 1212 kwam Hendrik in conflict met de bisschop van Luik over de opvolging van het graafschap Moha. Hendrik verwoestte de stad Luik in 1212 maar werd in 1213 verslagen in Steps. In 1214 was Hendrik verplicht om mee te vechten in de Slag bij Bouvines tegen zijn persoonlijke vriend Filips II van Frankrijk. Direct na de slag verzoende hij zich weer met Filips. Dood In 1229 kreeg Brussel stadsrechten van Hendrik I. Onder zijn toezien werd gestart met de bouw van de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele. In hetzelfde jaar gaf hij zijn aanspraken op Moha op. Keizer Frederik II van Hohenstaufen gaf Hendrik in 1235 de eervolle opdracht om naar Engeland te reizen en zijn verloofde Isabella Plantagenet op te halen, maar Hendrik werd ziek en overleed in Keulen. Volgens de overlevering heeft hertog Hendrik I in 1185 de stad 's-Hertogenbosch gesticht. Zijn praalgraf is te vinden in de Leuvense Sint-Pieterskerk, alsook dat van Mathilde van Boulogne en zijn dochter Maria van Brabant. Kinderen met Mathilde: Maria van Brabant (-1260), gehuwd met keizer Otto IV en daarna met Willem I van Holland Margaretha van Brabant (ovl. 1231), begraven in de abdij van Roermond, gehuwd met Gerard III van Gelre Adelheid van Brabant Machteld Hendrik II van Brabant Godfried van Leuven-Gaasbeek | van Brabant, Graaf van Brussel Hendrik I (I4403)
|
| 2318 | Volgens de rekening, die de weduwe van Willem Moens, in zijn leven rentmeester van het Capittel van St. Marie op het Hof te ’s-Gravenhage, overleverde aan de rentmeester Joost van Leeuwen was Vranck Oliviers, in plaats van Joris Willemsz. over het jaar 1572 van de pacht van 5 morgen buitendijks nog 16 pond verschuldigd, welk bedrag reeds bleek te zijn voldaan. | Vranck Oliviers (I2707)
|
| 2319 | Volgens de Trouwakte hoogzwanger. | Gezin: Huijbrecht Kuijvenhoven / Trijntje Jdr Schoonbroot (F1590222522)
|
| 2320 | volgens Dek waren er 6 zonen. Echter later in de correcties op Dek gecorrigeerd | van der Swan, Arijen Cornelis (I4784)
|
| 2321 | Volgens een aantekening op blz.25 van het boek `De Oude Kerk` (G. `t Hart) | Bom, Wouter Jansz (I5427)
|
| 2322 | Volgens een sage zou net nadat Willem neergestoken was, Jacoba van Beieren vanuit haar kasteel naar hem toegesneld zijn. Mogelijk om hem te zien sterven, maar mogelijk ook om een verbond te sluiten. Jacoba was naar verluidt namelijk geenszins ongenegen Arkel haar hand te schenken. Als mogelijke erfgenaam van de hertog van Gelre zou Willem van Arkel zeker niet beneden haar stand geweest zijn. Ook de Hoekse veldheer Walraven I van Brederode sneuvelde in de Strijd om Gorinchem. Willem had geen nazaten, afgezien van vier bastaarddochters. | van Arkel, Willem Otto (I4300)
|
| 2323 | Volgens het erfhuurboek van 's-Gravenhage en Haagambacht van 31-12-1512 heeft Bertelmees Heynryckzoen twee percelen in eigen- dom, gelegen tussen de Jan Hendrikstraat en de Kerkstraat (de latere Schoolstraat), waarvoor hij elk één denarie erfhuur betaalt (48). | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 2324 | Volgens Huwelijksakte 253 van dochter Maria | Wijnands (Wijmans), Gerrit (I7814)
|
| 2325 | Volgens Huwelijksakte 253 van zoon Cornelis | Vrolijk, Arie (I7812)
|
| 2326 | Volgens huwelijksakte van dochter Antje. | Roeleveld, Wouter (I7377)
|
| 2327 | Volgens J.D. Lock, Genealogie Lock, blz. 14 is haar achternaam Van Alenburch, maar hiervan heb ik geen bewijs gezien of gevonden. Ik denk dat dit niet klopt. | Maritgen Jansdr (I3607)
|
| 2328 | volgens mevr. Josina Koenen Bakkenes, had Jacob Bakkenens en Josina Immerzeel 22 kinderen. | Bakkenes, Jacob (I5907)
|
| 2329 | Volgens overlijdensakte dochter van Jacob Kunst en Trijntje Kleijn... Akte geeft 84 jaren... | Kunst, Adriaantje Baarthout (I8131)
|
| 2330 | Volgens Ovl akte 63 jaren oud, en zoon van Matje Wijnands, zijn vaders tweede vrouw? Dat moet een verschrijving zijn. | Broekman, Henricus (I5790)
|
| 2331 | Volgens Pauli Rauch zijn de voorouders afkomstig uit Zwitserland (Huursoldaat) | Rauch, Paulina Christina (I6521)
|
| 2332 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I7795)
|
| 2333 | Volgens persoonskaart vader op 1-9-1936 afgevoerd naar Winterswijk. | Tolsma, Frans (I7802)
|
| 2334 | Volgens persoonskaart vader op 10-8-1928 afgevoerd naar Amsterdam. | Tolsma, Sietske (I7803)
|
| 2335 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I7800)
|
| 2336 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I7792)
|
| 2337 | Volgens persoonskaart vader op 15-9-1928 afgevoerd naar Sneek. | Tolsma, Hendrik (I7804)
|
| 2338 | Volgens persoonskaart vader op 21-8-1933 afgevoerd naar Amsterdam. | Tolsma, Waltje (I7806)
|
| 2339 | Volgens persoonskaart vader op 3-7-1934 afgevoerd naar Sneek. | Tolsma, Petrus (I7807)
|
| 2340 | Volgens persoonskaart vader op 7-9-1940? afgevoerd naar Amsterdam. | Tolsma, Sjoerd (I7808)
|
| 2341 | Volgens persoonskaart vader op 8-8-1929 afgevoerd naar Amsterdam. | Tolsma, Hielkje (I6554)
|
| 2342 | Volgens sommige volksvertellingen zou Beerwout onderweg naar het Heilige Land al zijn overleden in 1096, en werd zijn grondgebied in Egmond alsnog als heerlijkheid uitgeroepen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Beerwout II van Egmont. | van Egmont, Heer van Egmond Beerwout I (I3383)
|
| 2343 | Vonnis der arr. rechtbank te Rotterdam 25-02-1929 | Gezin: Jacobus van der Houwen / Lijdia Catharina Warmond (F1670829345)
|
| 2344 | Voor 't heckje | Schilperoort, Claertgen Gerritsdr (I5441)
|
| 2345 | Voor 't openen en 1 uur beluijden: F 5-0-0 | Bouwman, Doe Leendertsz (I4714)
|
| 2346 | Voor de Hollandse Bronckhorsten | van Bronckhorst, Jan Claes Dircksz (I4440)
|
| 2347 | Voor de opgegeven datum geboren | Goeijenbier, Arien Clz (I948)
|
| 2348 | Voor de opgegeven datum overleden | Langelaen, Maertge Cdr (I3851)
|
| 2349 | Voor de opgegeven datum overleden | Jongh, Jacob de (I4452)
|
| 2350 | Voor december 1715 geboren, coffevaerder en koemelker. Volgens het quotisatiecohier van de grietenij Doniawerstal ban 14-02-1749 wordt het gezin van Sytse Pieters, bestaande uit 2 personen boven en 6 personen onder de 12 jaar, aangeslagen voor 24 guldens en 6 stuivers. | Pieters, Sijtse (I4247)
|
| 2351 | Voor deze datum overleden | Hogenraad (Hogenraet), Cornelis Corsz (I6900)
|
| 2352 | Voor hem en zijn vrouw Maria werd rond 4 maart in de St. Joriskerk van De Lier een memorie gehouden. Ons Voorgeslacht jrg. 34 (1979), blz. 352 | Heyman Boudijnsz (I3514)
|
| 2353 | Voor het vrugtbaar maken van 2,5 morgen woeste duingrond. | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 2354 | Voor het vrugtbaar maken van 4 morgen woeste duingrond. | van der Harst, Joseph Leendertsz (I5350)
|
| 2355 | Voor hij bisschop werd, was hij getrouwd met Doda (geboren ca. 590). Na zijn benoeming tot bisschop zou zij zijn ingetreden in een klooster in Trier. Van Doda is verder eigenlijk niets bekend; de stelling dat zij een dochter van Arnoald was, lijkt alleen gebaseerd te zijn op het gegeven dat zowel Arnoald als Arnulf graaf was aan de Schelde, welke functie dan via Doda zou zijn doorgegeven. Arnulf en Doda hadden twee zoons: Ansegisel (607-voor 679), gehuwd met de H. Begga, overgrootvader van Karel de Grote. Arnulf wordt dan ook gezien als de stamvader van de Arnulfingen en de daaruit komende Karolingen. Chlodulf, bisschop van Metz | Gezin: Arnulf van Metz / Doda (F1730794302)
|
| 2356 | voor Jan werd prodeo een half uur met de klok geluid door de kerk van Loosduinen. | Roeleveld, Jan Abrahamsz (I4017)
|
| 2357 | Voordat hij zijn vader opvolgde nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen.Hij volgde in 1304 zijn vader, graaf Jan II van Avesnes, op als graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland en zette de strijd met de Vlaamse erfvijanden met wisselende hevigheid voort tot de Vrede van Parijs (6 maart 1323), waarbij de graaf van Vlaanderen van alle leenheerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde afzag. Inmiddels had hij zich weten op te werpen tot de feitelijke meester in het Sticht Utrecht, terwijl hij verderging met zijn macht over Friesland uit te breiden.Willem was legeraanvoerder van het Franse leger tijdens de Slag bij Kassel in 1328. Het Franse leger versloeg de Vlamingen onder Nicolaas Zannekin toen zij rebelleerden tegen hun graaf Lodewijk I van Nevers.Onder de vorsten van de Nederlanden gold Willem als de invloedrijkste bondgenoot, door huwelijksallianties of op andere wijze. Zo wordt hij wel de schoonvader vanEuropa genoemd. Lodewi Willem huwde op 19 mei 1305 met Johanna van Valois, dochter van Karel van Valois (Zie Capetingers nr. 18) en een zuster van koning Filips VI van Frankrijk. Na Willems dood trad Johanna in het klooster te Fontenelle, waar zij in 1342 overleed. | van Holland, Graaf van Henegouwen Willem III (I6017)
|
| 2358 | Vranck Oliviers is Marijcken op 19-5-1564 32 pond schuldig wegens koop van haar huis en erf in het dorp van Naaldwijk, oost: ’s Herenweg, zuid: Lenaert Adrianesz., west: heer Jan van Eyndhoven, noord:Marijcken Herpersdr. Alsmede boomgaard. | Vranck Oliviers (I2707)
|
| 2359 | Vreemde Krijgsdienst & Verlies van het Nederlanderschap: STEENEKEN, Jan Hendrik, 22 Februari 1889, Rotterdam. Won. 's-Gravenhage. | Steeneken, Jan Hendrik (I6189)
|
| 2360 | Vrouw van Arien Janse, Cagenaer wonende in den Haege, in de kerk. | Aechtie Jacobs (I6172)
|
| 2361 | Vuurboetmeester | Reyne, Bastiaan Leenderts (I1396)
|
| 2362 | Waarbij opgenomen de toestemming van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage (5-5-1854) voor Trijntje Storm een ander huwelijk aan te gaan. Blijkbaar was ze tot op de huwelijksdag getrouwd met Corstiaan Dijkhuijzen. | Gezin: Willem van der Kruk / Trijntje Storm (F1590222845)
|
| 2363 | Waarschijnlijk broer en zus. | van der Vliet, Kerstant Jacobs (Cors) (I4653)
|
| 2364 | Waarschijnlijk een dochter uit het tweede huwelijk, want op 14 augustus 1672 laten Jannitgen en Pieter een dochter Marijtjen dopen, overleden voor 26 december 1678 met als getuige: Maertje Pouwels (van Adrichem). Jannitgen treedt als doopgetuige op op 5 april 1676 [dtb Pijnacker]. Op 26 december 1678 laten zij een dochter Marijtgen dopen, overleden voor 18 juni 1684. Getuige Cornelis Adriaensz Pijnacker en Marijtgen Francken Berckel. Jannitgen Cors wordt genoemd als doopgetuige op 26november 1679 en 24 maart 1680. Zij laten op 13 juli 1681 een zoon Dirck dopen. Getuigen Claes Adriaensz Pijnacker en Marijtgen Joppen. [dtb Pijnacker].Zij laten op 16 mei 1683 een zoon Jan dopen. Getuigen Jannetje Jans. Zij laten op 18 juni 1684een dochter Marijtgen dopen. Getuigen Cornelis Pijnacker en Neeltje Pleunen Pijnacker. | Verspeck, Jannitgen Cors (I2000)
|
| 2365 | Waarschijnlijk huwde hij met Maria van Saint-Just, dochter van Walram van Saint-Just, die de heerlijkheid Saint-Just aan zijn domeinen toevoegde. Wouter en zijn echtgenote Maria kregen minstens twee zonen: Hugo (overleden rond 1080), bisschop van Troyes Theobald (1050-1107), heer van Dampierre | Gezin: Heer van Dampierre Wouter van Moëslains / Maria van Saint Just (F1730708833)
|
| 2366 | Waarschijnlijk op de derde hoeve. | 't Hart, Hendrick Pz (I5820)
|
| 2367 | Walingh Gerbrantsz de Wit out zeeman 1 Man 2 kinderen booven 10 jaer | de Wit, Walich Garbrantsz (I8588)
|
| 2368 | WAPEN : In rood een gouden lelie vergezeld van drie gouden jachthoorns. Helmteken : De jachthoorn uit het schild tussen een rood zilveren vlucht. Dekkleden : Zilver en rood. | op Dijkshoorn (Dijcxhoren), Pieter Cornelisz (I5936)
|
| 2369 | Wapen: een gouden slang in een blauw veld | van Dijck, Jacob Dirxsz (I3507)
|
| 2370 | Was 21/9 1633 60 jaar oud. Welgeboren man van Monsterambacht. Was waard "Witte Zwaan" te Loosduinen. Verkoopt 13/4 1636 de helft hiervan aan z'n schoonzoon Cornelis Cornelisz. van Rhijn. | van der Beeck, Jan Pietersz (I3737)
|
| 2371 | Wat betekende dat hij waarschijnlijk geen visser was, maar opvarende van een oorlogs- of koopvaardijschip. | Kervingh, Willem Jansz (I5452)
|
| 2372 | Watermolenaar van de Nieuwlandse polder onder Zandambacht | Staelduijnen, Willem Thomasz van (I3761)
|
| 2373 | Wed op het Duyfhuys | Trijn Maartensdr (I3676)
|
| 2374 | wed:r uijt de Poeldijck; BD wonende aldaar | Gezin: Jan Cornelisz van Rijn / Maertje Leenderts van der Voort (F1641106339)
|
| 2375 | Wederik vestigde zich in Grand-Fayt en liet er een kasteel bouwen. Rond 1066 liet hij ook een vesting bouwen in Avesnes-sur-Helpe en verwierf daartoe ook een aantal bezittingen van de abdij van Liessies. Hierover was een hooglopend conflict tussen Wederik en de monniken. De monniken openden zelfs de tombe van Hiltrude, dochter van de stichter, en nemen haar in lood verpakte testament daaruit om hun rechten te kunnen bewijzen. Wederik pakte het testament van de monniken af en werpt het in het vuur. Later kreeg hij echter berouw en werd uiteindelijk zelfs in de abdij van Liessies begraven. | van Avesnes, Wederik II (I14585)
|
| 2376 | Weduwe in de Kralingerpolder | Breghman, Maartje Pieters (I3935)
|
| 2377 | Weduwe van Klaar Pronk? | Blok, Ariaantje Maartens (I13753)
|
| 2378 | weduwe van Wouter Jansz. Bom? | Catharina Dircxsdr (I2773)
|
| 2379 | Weduwnaar van Maasland | Jz, Rochus (I163)
|
| 2380 | Weduwnaar van Trijntje Cornelis | Gezin: Fop Cornelisz Bal / Cniertje Ariens (F1590223466)
|
| 2381 | Weduwnaar, wonend te Monster | van der Kruck, (Kruijk), Gerrit Teunisz (I1900)
|
| 2382 | Weeskamerdossier 1109: ================= Op 24-12-1771 overlijdt de eerste echtgenote van Aalbert (Trijntje Eeuwitsdr), een paar dagen daarvoor op 20-12-1771 wordt de "Staat van den Boedel' opgemaakt. Ten behoeve van hun enig kind Bastiaan van der Harst. Baten: ==== Het huis en erf, gelegen aan de westzijde van de Weststraat te Scheveningen. Belend ten NW Bastiaan Aalbertsz van der Harst de Oude. Ten NO de Heerenweg, ten ZO Simon van de Watering en ten ZW de wildernis. Het huijs en erve: F 700,= Meubelen en kleederen: F 330,= De pretentieën ten laste van particuliere bedragen tesamen F 70,= Totaal: F 1100,= Lasten: ===== Aan Bastiaan Aelbertsz van der Harst de Oude (zijn vader) een obligatie van F 400,= Tevens nog een somma van F 85,= Waarschijnlijk als onderpand op het huis en erf. In totaal komen de lasten op F 290:17-8. Daar gaat F 130 vanaf voor de begrafenis van Trijntje. "De zuijveren helft des boedels van de overledene bedraagt F 160:17:8 Deze bevindingen worden op 23-11-1772 overgedragen aan de weeskamer: Hierbij draagt Aalbert de somma van F 200,= over aan de weesmeesteren, dit zal renderen tot de mondige leeftijd van zoon Bastiaan. Leendert Cornelisz van der Harst geeft, als oudoom van Bastiaan aan de verstorven zijde, goedkeuring. Het bedrag zou nog aangroeien to F 258,= Echtscheiding op 1-5-1787: ================== Aan Maria komt na scheiding toe: Het huijs, getaxeert op F 1500,= en de kinderen Trijntje en Adriana. Aan Aalbert komt toe: Het huijs, getaxeert op F 550,= en de kinderen Maria en Cornelis. Aalbert woont na zijn scheiding bij zijn moeder Marijtje in en zou daar overlijden. Weeskamer 1107: ============ Korte staat van boedel: F 796,13 Weeskamernotitie 27-1-1792: =================== Rouwgeld voor de drie nog levende kinderen, Adriana is al overleden. F 12,= 3-2-1792: Notaris B. de Witt zegt het huis publiekelijk te willen verkopen. 20-2-1792: Notaris B. de Witt rapporteert dat het huis verkocht is voor F 400,= 18-5-1792: Notaris B. de Witt verzoekt de rekening op te maken. Idem 27-8-1792 3-9-1792: 'De voorn. rekening is opgenomen en gesloten en voor de drie minderjarige kinderen en erfgenamen per saldo ontvangen F 163-6 | van der Harst, Albertus, Aalbert Bastiaansz (I13984)
|
| 2383 | Weeskinderen van wijlen Cornelis Cornelisz van der Lelij - een rentebrief tot laste van Joris Cornelisz van der Thou ƒ 600-0-0 capitael en interest de p20. gerekend sinds 12-6-1642 210-0-0 - nog een obligatie tot laste van Sijmon Cornelisz van der Lelij en zijn borgen 360-0-0 en interest p20. sedert 1-6-1646 45-0-0 - nog een obligatie tot laste van de kerk tot Monster 1197-10-0 en interest p20. sinds 5-12-1643, daerop betaelt 4 jaar interest bedragende ƒ 239-5-0, sulcks nog resteert op de voorsz 6 jaar interest 319-15-0 - nog een obligatie tot lasten van Pouwels Arentsz wijelmaecker inde Poeldijk 171-2-8 en interest p20. sedert 20-1-1646 | van der Lely (Lelij), Cornelis Cz (I4245)
|
| 2384 | Weeskinderen van wijlen Cornelis Cornelisz van der Lelij - een rentebrief tot laste van Joris Cornelisz van der Thou ƒ 600-0-0 capitael en interest de p20. gerekend sinds 12-6-1642 210-0-0 - nog een obligatie tot laste van Sijmon Cornelisz van der Lelij en zijn borgen 360-0-0 en interest p20. sedert 1-6-1646 45-0-0 - nog een obligatie tot laste van de kerk tot Monster 1197-10-0 en interest p20. sinds 5-12-1643, daerop betaelt 4 jaar interest bedragende ƒ 239-5-0, sulcks nog resteert op de voorsz 6 jaar interest 319-15-0 - nog een obligatie tot lasten van Pouwels Arentsz wijelmaecker inde Poeldijk 171-2-8 en interest p20. sedert 20-1-1646 | van der Lely (Lelij), Arijaentien Cornelis (I14509)
|
| 2385 | Welbekend is Dirk van Holland, bastaardzoon van Willem II en half-broer van Floris V. Hij maakte vanaf 1287 carrière als commandeur van Utrecht, was van 1297 tot 1304 tevens commandeur van Koblenz en trad vanaf I303 tot aan zijn overlijden kort na ca 13 17 op als meester van de Nederlanden. Hij zal vermoedelijk in de jaren zestig of zeventig in Utrecht opgenomen zijn. De kroniek van Utrecht weet te melden dat men voor zijn intrede om dispensatie had gevraagd omdat hij een bastaard was. Dirck bastaardzoon van Willem II. DIRK van Holland, waarschijnlijk een bastaardzoon van graaf Willem II of van een van diens broeders. Hij wordt van 1287 tot 1307 meermalen gemeld als landcommandeur van de Duitsche Orde te Utrecht en was in 1303 tegelijkertijd commandeur te Coblentz. Men schrijft aan zijn verwantschap met het gravenhuis de vele gunstbrieven van Floris V en Willem III ten bate der Orde toe. Zijn portret, dat wel weinig bewijs van gelijkenis kan vertoonen, hangt in het Duitsche Huis te Utrecht en werd gegraveerd door Boland voor het te vermelden werk van de Geer (Moes, Iconographia Batava, no. 2005). Zie: de Geer, Archieven der ridderlijke Duitsche orde (Utr. 1871) lxxvii en de oorkonden nos. 274, 296, 552, 553 en 601, waarbij te voegen is een stuk in v. Mieris, Charterboek II, 50-51. Vraag: Kan deze Dirck de vader van Willem van der Speck (Verspecke) zijn? De nazaten van Willem worden als welgeborenen gezien. Waarom voeren zij het zelfde wapen als de Van Teijlingens en de Brederodes? Een rode leeuw op een veld van goud met een barensteel over het geheel!! Willem II heeft een bastaardzoon, zie: Genealogie van de graven van Holland, t.a.p., bronnen : «v. Mieris II, p. 35; Berkelbach v.d. Spr. nr. 56, p. 21; Nieuw Ned. Biogr. Woordenboek II, 396. Zijn sterfjaar bij v.d. Bergh I, Geslachtstafel van de Graven van Holland, doch zonder enige bewijs.». http://www.genealogieonline.nl/stamboom-familie-kuipers/I30298.php Bronnen: 1.Hertogen van Brabant, NGV 2.Afstammingsreeksen van de Hertogen van Brabant, NGV http://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-robert-alexander-van-de-graaf/I346.php http://home.kpn.nl/janpaulvanderspek/ | van Holland, Dirck (I10310)
|
| 2386 | Welf werd in 819 graaf van de Argengau, hij was toen al een oude man. Welf was vader van Koenraad I van Auxerre, Judith en Imma en daardoor schoonvader van zowel Lodewijk de Vrome als van Lodewijk de Duitser. | van Altdorf, Graaf van de Argengau Welf (I13764)
|
| 2387 | Welgeboren man van Delfland. In 1632 woonachtig aan de Nieuwe weg in de Duifpolder <41> te Maasland | Thoen, Willem Jz (I3830)
|
| 2388 | Welgeboren man van Monster | van Vliet, Anthonis Corsz (I3741)
|
| 2389 | welk als perceel 29 in 1606 terug is te vinden. | van Schilperoort, Maritge Cornelisdr (I2768)
|
| 2390 | Welke vermist was geweest | van Schenaert, Arijen Cornelis Foppen (I5607)
|
| 2391 | Werd 22 Nov. 1357 Door De Graaf Aangesteld Tot Schout Van Haarlem | van der Specke, Dirck Willemsz (I10306)
|
| 2392 | Werd beleend door zijn neef Hendrik van Hontsole en goederen onder Monster, De Lier, Maasland en bij de kapel van Wateringen. Vier jaar later koopt hij het. Ridder; Erfmaarschalk van Holland. Op 22-8-1257 vermeld als ridder. Verkocht 30-5-1253 aan zijn vriend Willem uten Hage het bos Schoonhoven onder Velzen. Hij verkocht tussen 1248 en 1263 de heerlijkheid Velsen en Zwartewaal en vestigde zich definitief in Naaldwijk Hij is de bezitter van het ambacht Velsen (en mag dit verkopen aan Willem van Brederode op 29 apr. 1255). Hij werd door zijn neef Hendrik, heer van Voorne, op 6-4-1257 beleend met Huntsele en de goederen onder Monster, de Lier, met landen beneden de Maas en de Kapelle (Cappellanije) van Wateringen en kocht deze van diens erfgenamen voor 800 pond Hollands 1261. Getuige hierbij was ondermeer Mechteld, Gravin-weduwe van Holland Zegelde met een klimmende leeuw in een driehoekig schild met randschrift. vermeld 1248-1263 | van Naeldwick, Erfmaarschalk van Holland Hugo II (I3424)
|
| 2393 | Werd op Scheveningen wel de "Lange Heijenaar" genoemd. | van der Kruk, Martinus (I5393)
|
| 2394 | westzijde van 's-Gravenhage. (Noordeinde) | Clickert, Jan Jacobs (I2750)
|
| 2395 | Wijk 6 | Steeneken, Theodorus Leonardus (I6191)
|
| 2396 | Wijk 6 | Donders, Apolonia Pieternella (I6192)
|
| 2397 | Wijk G, 65 | van der Pol, Martinus (Maarten) (I5304)
|
| 2398 | Willem heer van Egmond, Heer van Egmond en IJsselstein, geboren op 26-01-1412, overleden op 17-01-1483 te Grave op 70-jarige leeftijd, begraven op 25-01-1483 te Grave, (zie Bloys en Belonje - Kerken NB Deel I blz. 214. Zie ook "De nationale positie van het huis van Egmond in de 15de en 16de eeuw" in het jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 1960 - blz. 33 – 39). Hij verwierf ingevolge deling met zijn broeder Hertog Arnoud: Egmond, Leerdam, Schoonderwoerd en Haastrecht en erfde 1451IJsselstein van zijn vaders broeder, steunde zijn broeder tot diens dood toe, trad na 1473 op als stadhouder van Gelre namens Karel de Stoute, die hem later Ridder in de Orde van het Gulden Vlies maakte. Gehuwd op 24-jarige leeftijd op 22-01-1437 met Walburga van Meurs, Vrouwe van Baer en Lathum, overleden op 08-05-1459, begraven te Renkum, dochter van Frederik Walraven, graaf van Meurs en Engelberta van Kleef. Willem was een zoon van Jan II van Egmont en een jongere broer van Arnold van Egmont, hertog van Gelre. Willem die in 1444 van zijn broeder de heerlijkheid Mechelen had gekregen, moest deze in 1459, nadat er een twist was ontstaan over de rechtmatigheid van het bezit, overlaten aan de maarschalk van Brabant, Jan heer van Wesemael, die Mechelen bij zijn dood (1462) aan Karel de Stoute naliet. Hij ging met zijn broers samen met een groot gevolg naar het Heilige land(1458-1464) en werd op deze reis te Rome door paus Pius II plechtig ontvangen. Hoewel hij in 1452 tot raadsheer bij het Hof van Holland was benoemd, verbleef hij meestal in Gelre, waar hij zijn broer steunde in zijn conflicten met diens zoon Adolf van Egmont. Nadat Adolf zijnvader had opgesloten, voerde Willem de pro-Bourgondische partij aan.Toen de Bourgondische hertog Karel de Stoute in 1473 de macht in Gelre verwierf, benoemde hij Willem tot stadhouder. Deze voelde zich echter te oud voor het ambt. Later zou zijn gelijknamige zoon eveneens | van Egmont, Heer van Egmont Willem (I4307)
|
| 2399 | Willem hertrouwde in 1220 met Maria, een dochter van Hendrik I van Brabant en de weduwe van keizer Otto IV. Kort voor zijn dood in 1222 zette Willem een enorm bedrag van 100 Hollandse ponden opzij om een altaar in Rijnsburg op te richtten, waar zielmissen gelezen moesten worden voor hem, zijn voorouders en zijn eerst vrouw Aleid. De grafsteen van Willem en Aleid werd bij een onderzoek in de ruïnes van Rijnsburg in 1613 teruggevonden. De steen is ingemetseld in de muur van het koor van de Grote kerk in Rijnsburg. Dit huwelijk is kinderloos gebleven. | Gezin: Graaf van Holland en Zeeland Willem I van Holland / Maria van Brabant (F1730708836)
|
| 2400 | Willem Hoofman is bij zijn huwelijk "j:m: gebooren in 't Rinseveen, soldaat onder de compagnie van den Heeren R: C. Grave van Rechteren". Rinseveen is een verbastering van Rhenenseveen, een oude benaming voor Veenendaal. Na het overlijden van zijn vrouw verlaat Willem Hofman in 1791 zijn kinderen "zonder orde op zaken te stellen". Zowel zijn dochters Cornelia en Trijntje als zijn zoon Willem verklaren dit voor de vrederechter van het canton Naaldwijk bij hun huwelijk. | Gezin: Willem Hooftman (Hoofman, Hofman) / Neeltje Willemsdr van der Heijde (F1590222494)
|
| 2401 | Willem II van Dampierre (1196 — 3 september 1231), was een zoon van Gwijde II van Dampierre, connétable (opperbevelhebber) van Champagne, en van Mathilde I van Bourbon. Terwijl zijn oudere broer Gwijde Archimbald heer van Bourbon werd, erfde Willem de heerlijkheid Dampierre en Saint-Dizier en het ambt van connétable van het graafschap Champagne. Hij was van plan om te trouwen met Alice von Zypern, wat hem een aanspraak zou opgeleverd hebben op het graafschap Champagne, maar de paus verleende geen dispensatie voor de te nauwe familieband. Hij trouwde dan maar in 1223 met een andere nicht, Margaretha van Constantinopel (1202-1280), gravin van Vlaanderen en Henegouwen, die gescheiden was van Burchard van Avesnes (1182-1244). Het huwelijk werd kerkrechtelijk niet erkend en pas in 1230, na de geboorte van het derde kind, verkreeg het paar dispensatie en konden hun kinderen gelegitimeerd worden. Die kinderen waren: Johanna (-1246), gehuwd met Hugo III van Rethel (-1243) en met Theobald II van Bar (-1291) Willem III van Dampierre (1225-1251) Gwijde III van Dampierre (1226-1305), graaf van Vlaanderen Jan I van Dampierre (1230-1258) De kinderen van Willem II golden als rechtmatige erfgenamen. Ook de kinderen uit het eerste huwelijk van zijn echtgenote maakten later aanspraak op haar erfenis, zodat een hevige opvolgingsstrijd losbrak. Willem overleed nog voordat zijn vrouw in 1244 de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen in handen kreeg. Hij werd begraven in de Cisterciënzerabdij van Orchies en in 1257 overgebracht naar de Cistercijnzerabdij van Flines. Behoudens de weinig waarschijnlijke maar toch altijd mogelijke coïncidentie van eenzelfde voornaam en eenzelfde overlijdensjaar, is hij het die in 1208 (hij was pas twaalf jaar) proost van Sint-Donaas en kanselier van Vlaanderen werd, een functie die hij uitoefende tot aan zijn dood. Hij was niet de enige die een ambt toebedeeld kreeg waarvoor hij noch de leeftijd noch de intellectuele bagage had, maar zo ging het nu eenmaal wanneer een telg uit een aristocratische familie, vooral uit het regerende vorstenhuis, moest geplaatst worden. Tijdens de ambtsperiode van Willem laaiden sommige ruzies hoog op. Zo gebeurde het in 1225 dat de bisschop van Doornik het interdict uitsprak over de kanunniken van Sint-Donaas en de deken zelfs in de ban van de kerk sloeg. Maar op het gezag van de abten van de Sint-Andriesabdij en de Eekhoutte-abdij, herriep de proost eigenmachtig deze sancties, buiten medeweten van de bisschop. In juli 1231 moeten er klachten zijn geweest over de proost. Paus Gregorius IX belastte de proost en de deken van het kapittel van Saint-Omer en de proost van het kapittel van Ariën met de opdracht Willem aan te zetten tot ontslag of minstens een coadjutor te benoemen. De oorkonde vermeldde dat de paus dit deed op verzoek van personen uit de omgeving van de gravin van Vlaanderen (de schoonzus dus van Willem), omdat hij vanwege zijn ouderdom (hij was 34!) niet meer in staat was als proost en als kanselier te functioneren. Veel inspanningen hoefden er niet te worden geleverd, want een paar maanden later overleed Willem. | van Dampierre, Heer van Dampierre Willem II (I13808)
|
| 2402 | Willem II van Gulik (ca. 1327 – 13 december 1393) was de tweede Hertog van Gulik en de zevende Willem uit het huis Gulik. Hij was een zoon van Willem VI van Gulik en Johanna van Holland-Henegouwen. Willem’s vader regeerde eerst als graaf Willem VI en later als hertog Willem I van Gulik. Vanaf 1343 voerden zij samen de hertogelijke titel. Hij lag vaak overhoop met zijn vader en sloot hem zelfs op in gevangenschap tussen 1349-1351. Willem eistevele jaren de graafschappen Holland en Zeeland op, maar faalde in deze strijd tegenover het huis Wittelsbach. Willem volgde zijn vader in 1361 op, zijn oudere broer Gerard was in 1360 tussentijds overleden. Willem participeerde in de Gelderse Broederstrijd (1351-1360) tussen zijn zwagers Reinoud en Eduard voor de controle over hethertogdom Gelre, hierbij steunde hij Eduard. Hij nam deel aan de Slag bij Baesweiler in 1371, waar zijn zwager Eduard dodelijk gewond raakte en hij Wenceslaus I van Luxemburg gevangen nam. Zijn andere zwager Reinoud III overleed ook hetzelfde jaar zonder erfgenamen, waarna de Eerste Gelderse Successieoorlog ontstond tussen Willem met zijn vrouw Maria (zij was de jongste zus van Reinoud III en Eduard) en Maria’s zuster Mechteld v Bij de belening van zijn minderjarige zoon in 1372 als hertog van Gelre en graaf van Zutphen werd hij benoemd als voogd. Hij zou dat blijven tot de herbelening in 1377 van de inmiddels meerderjarige, veertienjarige, Willem I/III. Tijdens diverse gevechten verloor hij onder meer Kaiserswerth en Zülpich, maar won Monschau (Montjoie), Randerath en Linnich. Hij verkocht in 1358 Zichem aan Reinoud I van Schoonvorst voor 70.000 goudmunten. Op Willem II is een ererede opgenomen in de reeks van het wapenboek Gelre. Ereredes zijn korte gedichten waarin de heraut een overzicht geeft van de eervolle wapenfeiten van tijdens het leven van een ridder met afbeelding van zijn wapen. | van Gulik, Hertog van Gulik Willem II (I3471)
|
| 2403 | Willem II voerde verschillende oorlogen tegen de Westfriezen. Tijdens de veldtocht tegen de Westfriezen zakte hij op 28 januari 1256 bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer. De Westfriezen vonden hem in machteloze positie en doodden hem. Toen ze doorhadden dat ze de koning hadden gedood, werd Willem begraven onder de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud. Pas in 1282 wist zijn zoon, graaf Floris V, zijn stoffelijk overschot terug te vinden, maar niet zonder slag of stoot: Hoogwoud werd geplunderd en de bevolking werd voor een groot deel uitgemoord door de Hollanders. Willem II werd begraven in de Abdij van Middelburg. | van Holland, Willem II (I4340)
|
| 2404 | Willem II voerde verschillende oorlogen tegen de Westfriezen. Tijdens de veldtocht tegen de Westfriezen zakte hij op 28 januari 1256 bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer. De Westfriezen vonden hem in machteloze positie en doodden hem. Toen ze doorhadden dat ze de koning hadden gedood, werd Willem begraven onder de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud. Pas in 1282 wist zijn zoon, graaf Floris V, zijn stoffelijk overschot terug te vinden, maar niet zonder slag of stoot: Hoogwoud werd geplunderd en de bevolking werd voor een groot deel uitgemoord door de Hollanders. Willem II werd begraven in de abdij te Middelburg. Willem II (februari 1228 (?) - Hoogwoud, 28 januari 1256) was graaf van Holland en Zeeland (1234-1256) en koning van het Heilige Roomse Rijk (1248-1256). Als graaf van Holland vormde hij een sterk bondgenootschap met Brabant tegen Vlaanderen. Willem II was de zoon van Floris IV en Machteld van Brabant. Op zevenjarige leeftijd volgde hij zijn vader op, toen deze in 1234 bij een toernooi in Frankrijk om het leven kwam. Een broer van zijn vader, eveneens Willem geheten, en later Otto, de bisschop van Utrecht (ook een broer van zijn vader), werden regent. In navolging van Brabantse steden gaf hij Delft (1246), Haarlem (1245), 's-Gravenzande (1246) en Alkmaar (1254) stadsrechten. Alleen 's-Gravenzande is later niet uitgegroeid tot een grote stad. In 1247 verpandde hij Nijmegen aan de graaf van Gelre. Dit is een Gelderse stad gebleven omdat het pand nooit is ingelost. Hij nam het besluit om zijn hoeve in 'Haga' om te bouwen tot een kasteel van waaruit hij efficiënt zijn gebieden kon besturen. Hiermee begon de functie van Den Haag als bestuurscentrum. Omdat hij de paus in diens conflict met Frederik II militair steunde, kroonde de aartsbisschop van Keulen hem als dank in 1248 te Aken tot Rooms koning, waarmee hij kandidaat werd voor keizer van het Heilige Roomse Rijk (Rooms koning was een titel die tussen 1125 en 1508 gebruikt werd voor een gekozen koning van het Heilige Roomse Rijk). Pas in 1252 werd hij, vooral dankzij zijn huwelijk met de Welfische Elisabeth van Brunswijk, dochter van hertog Otto I van Brunswijk, door de vorsten van zijn rijk als heerser geaccepteerd. Zijn secretaris en kapelaan, Willem van Ryckel (? 1272), begunstigde van de Mariakerk te Aken en abt van de St-Trudo-abdij in Sint-Truiden, stichtte het begijnhof St-Agnes aldaar. In 1986 werden op de pastorijzolder van de dekenij Sint-Truiden verschillende relieken van de 11.000 Heilige Maagden teruggevonden, gewikkeld in middeleeuwse stoffen. Hij was een bloedverwant van de heilige Elisabeth van Spalbeek die de stigmata droeg. Gedurende zijn bewind voerde hij verschillende oorlogen tegen de Westfriezen. Tijdens een van de tochten tegen deze Westfriezen zakte hij bij Hoogwoud door het ijs van het Berkmeer. De Westfriezen vonden hem in machteloze positie en doodden hem, aldus de Hollandse legende. Om ontdekking van deze -volgens de Hollanders gepleegde- koningsmoord te voorkomen, werd Willem begraven onder de haardplaat van een boerderij in Hoogwoud. Pas in 1282 wist zijn zoon, Floris V, zijn stoffelijk overschot terugte vinden, wat niet zonder slag of stoot was gegaan, Hoogwoud werd geplunderd en de bevolking werd voor een groot deel uitgemoord door de Hollanders. Hij werd toen begraven in de Abdij te Middelburg. | van Holland, Willem II (I4340)
|
| 2405 | Willem III van Dampierre (1225 – 6 juni 1251) was vanaf 1246 mederegent – met zijn moeder – over het graafschap Vlaanderen. Hij is ook bekend als Willem II van Vlaanderen; in het huis Dampierre is hij (in het Frans) beter gekend als Guillaume III, heer van Dampierre. Willem was eerste zoon uit het huwelijk van Willem II van Dampierre, heer van Dampierre, en Margaretha van Constantinopel. Tijdens de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog werd hij in juli 1246 door een scheidsrechterlijke uitspraak van Lodewijk IX van Frankrijk en bisschop Odo van Tusculum, de jure erkend als erfgerechtigde in Vlaanderen, terwijl Henegouwen werd toegewezen aan Jan van Avesnes, de oudste zoon uit Margaretha's eerste huwelijk. Willems eigen huwelijk in 1247 met Beatrix, dochter van Hendrik II van Brabant en weduwe van Hendrik Raspe, bleef kinderloos. Van 1248 tot 1250 nam Willem, aan de zijde van Lodewijk IX, deel aan de Zevende Kruistocht | van Dampierre, Heer van Dampierre Willem III (I14631)
|
| 2406 | Willem III van Gulik Overleden Damiette, 1218) was een zoon van Everhard van Hengenbach en Judith van Gulik, dochter en erfgename van graaf Willem I van Gulik. Willem werd door zijn oom Willem II van Gulik aangeduid als erfgenaam en volgde hem als graaf op in 1207. In 1214 zette hij hertog Lodewijk I van Beieren gevangen, toen die tegen Gulik ten strijde wilde trekken. Hij nam deel aan de Vijfde Kruistocht tegen Egypte, maar sneuvelde in Damiette. Willem was getrouwd met Mathilde, dochter van hertog Walram III van Limburg, en was vader van: Willem IV van Gulik (-1278) (Volgt 10). Walram, heer van Broich en Bergheim, gehuwd met Mechtildis van Molenark, dochter van graaf Koenraad van Molenark Diederik | van Gulik, Willem III (I4173)
|
| 2407 | Willem is reeds weduwnaar | Gezin: Willem Janse Korving / Aagje Jacobs van der Meulen (F1590223185)
|
| 2408 | Willem Jansz Kervingh zeeman 1 Man 1 Vrouw 4 kinderen boven 10 jaer 1 kindt booven 8 tot 10 jaer | Kervingh, Willem Jansz (I5452)
|
| 2409 | Willem Jorisz. Hoijkaes, Isack Heijndricxz. Overgaech, Cornelis Claesz. van Duijn, allen wonende Honselersdijk en (Jan) Andries Corenbloem. Cornelis Arendsz. van der Waert en Dirck Arendsz. van der Waert en Mr. Pieter Valckenis, beiden chirurgijnen wonende Wateringen, verklaren t.v.v. Cornelis Cornelisz. van Rijn vader en voogd van Pieter Cornelisz. van Rijn, dat zij deposanten op dinsdag 8 dagen geleden (05-09-1673) opgetrokken waren naar Willis omtrent de Uithooren en dat zij hebben gezien dat de voorn. Pieter Cornelisz. van Rijn met zijn roer op de aarde schoot en per ongeluk trof Philips Cornelisz. van der Moot in zijn been. Gedaan te Honselersdijk en Wateringnen ter presentie van Jan Cornelisz. van Rijn, Maerten Arendsz. van der Smede en Jan Gijsz. van der Loos. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 2410 | Willem Pieters Coux, Ter Heijde, ziek, verklaart dat hij bij zekere uiterste wil opgemaakt bij Heijndrick van Slichtenhorst, notaris publijc, gelegateert heeft aan zijn dochters kinderen, geprocureert bij Harmen Jans Crijsman, nu sijnde ofte in leven sijnde weesende, mede wonende op Ter Heij, seker 10 honts lant gelegen omtrent de Monsterse molen, belast met ƒ 400,- tegen de penninck 16, toecomende in den Hage de H. Geestarmen, ende alsoo bij’t selve legaet de kinderen van de selve Fijtge Willems beswaert waren met de selve ƒ 400,- ... Hij wenst dat de kinderen niet bezwaard zullen zijn met deze ƒ 400,-, die dan uit de gemeenen boel dienen te komen. Het vruchtgebruik zal genooten werden bij de voorn dochter en haren man zo lang zij leven. Naar haar eventuele overlijden blijft het bij haren man Harmen Jansz, zo lang deze ongetrouwd blijft. De dochter krijgt al het koperwerk, timmerwerk etc. en ƒ 175,- ivm een wederzijdse rekening. Al zijn cleederen gaan naar Trijntje Jans, suster van de voorsz Harmen Jans Crijsman ivm de zonderlinge goede diensten van haar ontvangen en nog te mogen ontvangen. Voor de verdere goederen institueert hij zijne twee kinderen, elx voor een geregte helft. get.: Sijmen Barthoutsz @ en Pieter Jansz [ ] wonende op de Heij voor Willem Pietersz zet Fijtje Willems een merk omdat hij zijn merk niet zelf kan zetten. | Coucx (van Maerlevelt), Willem Pietersz (I4499)
|
| 2411 | Willem stierf echter reeds in het voorjaar van 1156 op driejarige leeftijd en werd in de abdij van Reading begraven aan de voeten van zijn grootvader Hendrik I van Engeland.[6] | van Poitiers, Willem (I14442)
|
| 2412 | Willem van Poitiers (Frans: Guillaume de Poitiers, Engels: William of Poitiers; vermoedelijk Angers, 17 augustus 1153[1] - Berkshire, juni 1156) was een prins uit het Huis Plantagenet en in 1154 de beoogde troonopvolger van zijn vader Hendrik II van Engeland. Als oudste zoon (primogentius) van de koning Hendrik II van Engeland en hertogin Eleonora van Aquitanië was hij bij het aantreden van zijn vader als koning de beoogde erfgenaam van de Engelse troon en het uitgebreide conglomeraat van gebieden van zijn familie in Frankrijk (zie: Angevijnse Rijk). Zijn geboorteplaats wordt nergens expliciet vermeld, maar men gaat ervan uit dat hij in Angers werd geboren omdat Eleonora daar kort na zijn geboorte in afwezigheid van haar man een hofdag hield.[2] Daarbij willigde ze onder andere "voor het succes van haar man Hendrik [in Engeland]" en "het welbevinden van haar zoon Willem" een petitie van de abt van La Trinité-de-Vendôme in, wat Willems eerst vermelding in een oorkonde was.[3] Willem werd - in het bijzonder in de oudere historische onderzoek - verkeerdelijk ook als "graaf van Poitiers" aangeduid, in feite was hij omwille van het feit dat hij nog maar ene kind was niet met dit graafschap beleend geworden. Deze naamgeving komt voort uit de opmerking van Robert van Torigni dat het voor het kind Willem "bijna passend was hem graaf van Poitou en hertog van Aquitanië te noemen".[4] In april 1155 liet Hendrik II zijn Engelse vazallen in Wallingford aan zijn zoon trouw zweren om zo diens opvolging te verzekeren.[5] Willem stierf echter reeds in het voorjaar van 1156 op driejarige leeftijd en werd in de abdij van Reading begraven aan de voeten van zijn grootvader Hendrik I van Engeland.[6] De volgende hoofderfgenaam werd de in februari 1155 geboren Hendrik de Jongere, die in 1170 ook tot koning van Engeland werd gekroond. | van Poitiers, Willem (I14442)
|
| 2413 | Willem VI van Gulik, soms ook Willem V van Gulik genoemd en als markgraaf en hertog bekend onder de naam Willem I (circa 1299 - 26 februari 1361), was van 1328 tot 1336 graaf, van 1336 tot 1356 markgraaf en van 1356 tot aan zijn dood hertog van Gulik. Hij behoorde tot het huis Gulik-Heimbach-Berge. Willem VI was de oudste zoon van graaf Gerard V van Gulik en diens eerste naamloze echtgenote, dochter en erfgename van graaf Willem van Kessel. In 1328 volgde hij zijn vader op als graaf van Gulik. Willem was in zijn tijd een politiek sleutelfiguur, aangezien hij de schoonbroer was van zowel koning Eduard III van Engeland als keizer Lodewijk de Beier. Hij spendeerde enorme sommen geld om zijn jongere broer Walram in 1332 benoemd te krijgen tot aartsbisschop van Keulen, om zo de vijandigheden tussen Keulen en Gulik te beëindigen. In 1337 speelde hij een cruciale rol in het tot stand brengen van de Engels-Duitse alliantie die zou leiden tot het begin van de Honderdjarige Oorlog. Willem was een belangrijke bondgenoot van keizer Lodewijk de Beier en hij steunde in de Successieoorlog in het hertogdom Karinthië tijdelijk het huis Habsburg tegen het huis Luxemburg. Nadat de Engels-Duitse alliantie ineenstortte en keizer Lodewijk de Beier was overleden, ging Willem een alliantie aan met keizer Karel IV uit het huis Luxemburg. In 1352 voerde hij in Heinsberg-Valkenburg/Monschau een erfbelasting in. Via de invloed van zijn broer Walram, de aartsbisschop van Keulen, kreeg Willem VI verschillende belangrijke posities en in de Honderdjarige Oorlog diende hij tijdelijk als veldheer in Vlaanderen. Zijn zoons vochten tegen hem in een opstand van een deel van de ridders in Gulik die zich verzetten tegen inclusie in de groeiende territoriale staat. In 1349 werd Willem gevangengezet, maar in 1351 werd hij wegens de hoge publieke druk terug vrijgelaten. In 1336 werd het graafschap Gulik door keizer Lodewijk de Beier verheven tot een markgraafschap. In 1356 verhief keizer Karel IV Gulik vervolgens tot hertogdom. Ook voerde hij een slimme huwelijkspolitiek door zijn zoon Gerard uit te huwelijken met Margaretha van Ravensberg, de erfgename van de graafschappen Berg en Ravensberg, wat ervoor zorgde dat Willem territorium kon toevoegen aan het huis Gulik. Bovendien was hij van 1340 tot aan zijn dood graaf van Cambridge. Willem stierf in 1361, waarna zijn tweede zoon Willem II hem opvolgde als hertog van Gulik. Hij werd begraven in Nideggen. | van Gulik, Graaf van Gulik Willem VI (I3458)
|
| 2414 | Willem wordt in 1406 gevraagd door het bestuur van de stad Gorinchem om het leiderschap van zijn vader op zich te nemen. Dit doet hij kort, maar omdat hij van alle kanten gemanipuleerd wordt, schaart hij zich weer achter zijn vader. Na het beëindigen van de Arkelse Oorlogen, kwam de stad Gorinchem weer in handen van Willem VI van Holland. Willem van Arkel was intussen naar Brabant gevlucht en kreeg burcht en land van Born met de steden Sittard en Susteren in leen. Hij dacht rond 1417 genoeg manschappen achter zich te hebben verkregen om een poging te doen Gorinchem te belegeren. Willem wist met zijn Kabeljauwse medestanders de stad binnen te dringen, maar in de kleine straatjes, ter hoogte van de Revetsteeg, werd Willem tijdens de gevechten dodelijk getroffen en stierf in het harnas. | van Arkel, Willem Otto (I4300)
|
| 2415 | Willempje van Nelle verkoopt onderhands aan Johannes van der Noll, haar zoon, huis en erf en hoekje grond nabij het Kerkpad te Monster voor 450 guldens. | van Nelle, Willempje (I4531)
|
| 2416 | Witte van Haemstede (1280/1282 - tussen 16 januari en 26 december 1321) was een bastaardzoon van graaf Floris V van Holland. Hij werd een bekende figuur als de redder van het graafschap Holland toen hij in 1304 in de nabijheid van Haarlem een Vlaams leger zou hebben verslagen. De laatste jaren zijn er echter grote twijfels ontstaan of deze zogenaamde Slag bij Manpad wel heeft plaatsgevonden. Witte van Haemstede werd ca. 1281 geboren als bastaardzoon van Floris V. Het kerkelijk recht bepaalde dat buitenechtelijke kinderen niet konden worden erkend. Witte groeide op als de Witte van Heusden. Maar toen zijn vader in 1296 werd vermoord, kreeg hij van zijn halfbroer Jan I, die Floris V als graaf van Holland was opgevolgd, de heerlijkheid Haamstede in leen. Vanaf die tijd werd hij de Witte van Haemstede genoemd. Sommige bronnen noemen hem ook wel Witte van Holland, maar die benaming was niet correct. Haamstede ligt op het eiland Schouwen-Duiveland in het vroegere graafschap Zeeland. In 1299 nam hij deel aan het beleg van Dordrecht, waarbij hij het kasteel van Putten bezette. Hij overleed in 1321. In 1304 trok Gwijde van Namen met een Vlaams leger op naar Zeeland. Witte was in Zierikzee en vluchtte over zee naar Zandvoort. Terwijl de Vlamingen oprukten en Delft bedreigden, wist hij een leger van poorters en boeren te mobiliseren. Volgens de legende plantte hij zijn vaandel op de top van De Blinkert bij Haarlem; hij wist met zijn leger de Vlamingen op de vlucht te jagen Vondel en Van Lennep Witte van Haemstede speelt in de Gijsbrecht van Aemstel van Vondel een minder fraaie rol. In het vijfde en laatste bedrijf verkracht hij Klaeris van Velzen, moeder-overste van het Klaerissenklooster en vermoordt bisschop Gozewijn. In 1817 liet Jacob van Lennep, naast het Huis te Manpad een gedenkteken plaatsten, De Naald, waarop Witte van Haemstede wordt genoemd als de overwinnaar in de Slag aan het Manpad Witte trouwde met zijn achternicht (ze waren verwant in de zesde graad) Agnes van der Sluis, dochter van Arnold van der Sluijs en diens tweede vrouw Agnes van der Lecke (dochter van Hendrik II van der Lecke, raad van Holland). Drie zoons worden genoemd in naslagwerken.[1] Floris I of Frederik van Haemstede (ca. 1301 - Staveren, 27 september 1345): belangrijke hoveling van Willem IV van Holland, verkreeg functies en grote bezittingen in Zeeland, en verkreeg via zijn vrouw bezittingen van het huis Persijn in het Kennemerland en het Waterland. Nam deel aan verschillende oorlogen van Willem en sneuvelde samen met hem bij Staveren. Arnoud van Haemstede, genoemd als heer van Moermont, werd in 1348 waarschijnlijk vermoord door Wolfert III van Borselen. Jan van Haemstede, wordt genoemd in 1348. Gui of Gwijde van Haemstede, die ook bij de Slag van Warns zou zijn gesneuveld in 1345. Enkele andere afstammelingen van Witte zijn: Jan II van Haemstede (ca. 1340 - voor 24 mei 1386): vocht een vete uit met Wolfert III van Borselen naar aanleiding van de moord op Arnoud van Haemstede. Uiteindelijk kocht Wolfert de familie van Haemstede af. Jan koos daarna de Hoekse kant en werd verbannen maar kreeg vier jaar later (tegen betaling) zijn functies en bezittingen weer terug. Arend II van Haemstede (1372 - 12 april 1433): dijkgraaf van Zuid-Beveland beoosten Yerseke, rentmeester van Zeeland beoosten Schelde, baljuw van Middelburg, baljuw van Brouwershaven. | van Haemstede, Witte (I13822)
|
| 2417 | Wonend in het Ambacht van Zoeterwoude. [bron: drs.J.F.Jacobs, Rijswijk; ARA, rechterlijk archief Rijswijk, nr.5,fol.157-157v een transportakte van 9 juli 1596, waarin Claes Pietersz.Cuyper als man en voogd van Dirckgen Jansdr. wonende in hetambacht van Zoeterwoude, haar aandeel in het vervallen huis van haar overleden broeder Dirck Jansz. Verspeck overdroeg; O.V.639(1982)] | van der Speck (Verspeck), Dirckje Jansdr (I10364)
|
| 2418 | wonend onder Zandambacht | Verkooren, Maria Lucasdr (I5845)
|
| 2419 | Wonend te Delfgauw | van der Kooij, Pleun Michelsz (I4227)
|
| 2420 | Wonend te Honselaarsdijk | van der Meer, Simon Fransz (I4668)
|
| 2421 | wonend te Maassluis, 's-Gravenzande | van Vliet, Magteld (Magdalena, Matje) (I4751)
|
| 2422 | Wonend te Monster | Fransen, Gerrit Frans (I26)
|
| 2423 | Wonend te Naaldwijk | van Bohemen, Geertje Jans (I3920)
|
| 2424 | Wonend te Terschuur | Johannes Geurtzen (I1894)
|
| 2425 | wonende ca. 1533 in Burgersdijk en betaalt dan de 6 schellingen uit het land voor Burgersdijk | Jacob Heyman Boudijnsz (I3542)
|
| 2426 | Wonende in / onder Poeldijk | van der Noll, Jacob Arijens (I3954)
|
| 2427 | Wonende in de Parochie van De Lier | Berkhout, Gerrit Sz (I636)
|
| 2428 | Wonende in de Weststraat, visser ter haring, leefde van de diaconie. | van der Meulen, Baarthout Claas (I4788)
|
| 2429 | Wonende in de Zuidbuurt van Maasland | Gezin: Pieter Pz van der Oest / Jannetje Arisse van der Hoeven (F1590223565)
|
| 2430 | Wonende in Noord-Kethel. | Maertje Jans (I2011)
|
| 2431 | Wonende op de Suytdijck alhier | van Santen, Lijsbeth Oliviers (I5812)
|
| 2432 | Wonende te Leiden | Gezin: Cornelis Pietersz Schenaert / Trijntgen Jansdr van Leeuwarden (F1640167841)
|
| 2433 | Wonende te Pijnacker | Gezin: Joost Cz van den Ende / Maartje Pieters Breghman (F1590222635)
|
| 2434 | Wonende te Veenendaal. Overleden <30-9-1649. Aart Cornelissen Hardeman was eigenaar van graf nummer 50 in de kerk van Veenendaal | Hardeman, Aert Cornelisz (I3770)
|
| 2435 | Woonachtig te Minnertsga, Tzummarum, Boer | Piers, Jackle (I6566)
|
| 2436 | Woonde 1680 , met vrouw en 7 kinderen in de Weststraat. Later zouden zijn zonen zich Vlielander gaan noemen. | Heyn, Huybert Maertensz (I4995)
|
| 2437 | Woonde 1680 met 7 kinderen in de Weststraat. 7 boven de 10 jaar en 2 tussen 4-8 jaar en 2 onder de 4 jaar. | Tuijt (Lap), Theunis Leendertsz (I8760)
|
| 2438 | woonde in 1680 bij haar zoon in | Reijers, Barbar Flooren (I2141)
|
| 2439 | woonde in 1680 in de Weststraat met 3 kleine kinderen < 4 jr | Tuijt, Arij Dirksz (I10814)
|
| 2440 | Woonde in 1680 met 5 kinderen (4> 10 jr en 1< 4 jr) in de Weststraat. Op 30-8-1673 en 29-9-1673 werden kinderen begraven. | Turfboer, Jan Teunisz (I11251)
|
| 2441 | woonde in 1680, zonder kinderen thuis, in de Weststraat | van Schenaert, Fop Gerritsz (I10771)
|
| 2442 | Woonde in 1879 in Harich | Jellesma, Sijke (Folkerts) (I7514)
|
| 2443 | woonde op ,,Druffeler" te Scherpenzeel (Gld.) Op de grens van Gelders Scherpenzeel, doch nog gelegen op Utrechts grondgebied, nl. te Woudenberg, vindt men sedert ongeveer drie eeuwen de hofstede, genaamd "de Roffelaar". Alleen de naam al heeft talloze veranderingen ondergaan en dan spreke men nog niet eens over de wijzigingen die in de loop der jaren aan de hoeve zelf hebben plaatsgevonden. Wanneer de boerderij gebouwd werd is niet bekend. De eerste vermelding van de hofstede komt voor in het doop/trouwboek van Scherpenzeel (Gld.) ,,gedoopt Scherpenzeel 26 nov. 1671: Gerrit, zoon van Jan Hendriksen op Druffeler en Met Gerritsen van Langelaar" Omstreeks 1690 ging dit echtpaar te Renswoude wonen op Nieburg; ze komen dan tevens voor in de lidmatenlijst van de Ned. Herv. Kerk te Renswoude | van Ginkel van Droffelaar, Hubert Gerritsz (I1814)
|
| 2444 | Woonde op Dusschoten | Grietje Everts (I6044)
|
| 2445 | Woonde te Wassenaar 1622 en Scheveningen 1640 In het hoofdgeld van Wassenaar over 1622 staan vermeld in het dorp: Pieter Jansz Schenaert en Maritgen Pietersdr, zijn huisvrouw. Tesamen met Leuntgen, Lijsbeth, Maritgen en Jan, hun kinderen. | van Schenaert, Pieter Jansz (I12624)
|
| 2446 | Woont te Honselersdijk in 1579 | van der Meer, Frans Ysbrantz (I4656)
|
| 2447 | Wordt abusievelijk Dirk Jeroensz genoemd | Gezin: Jacob Jeroenen van der Gaagh / Lijsbeth Jans (F1642232713)
|
| 2448 | Wordt de vrouw van Gerbrant Janse genoemd | Witmont, Trijntje Jans (I8853)
|
| 2449 | Wordt onwettig geboren als: Emilia Maria van Spengen. Bij het huwelijk van haar ouders wordt ze erkend, en heet dan Emilia Maria Kiderlen. | Kiderlen, Emilia Maria (I795)
|
| 2450 | Wordt per einddatum ontslagen. | van der Harst, Willem (I712)
|
| 2451 | Wouter Cornelis Vinck, [ ], stierman van een haringschuijt ende sijn huijsvrouw Arijaentje Jansdr [ + ], wonende te Ter Heijde, gezond. Hij is geresolveert ter haringe te varen. Ze stellen elkaar wederkerig erfgenaam, op voorwaarde van opvoeden van hun tegenwoordige kinderen. Ze moeten op identieke wijze als hun outste dochter Leuntje Wouters uitgezet worden. In geval van hertrouwen van de langstlevende moet deze een brieff uijtreijken elk van tien gulden guldens. get.: Pieter Cornelis Seeu @ en Johannis Lammens @ inwoonders aldaar | (de) Vinck, Wouter Cornelisz (I3769)
|
| 2452 | Wouter Cornelisse Pronck (1618-1665) voer als bode van de Staten-Generaal naar Engeland. | Pronck, Wouter Cornelisse (I4918)
|
| 2453 | Wouter ging tevens op bedevaart naar Palestina en bezocht Jeruzalem. Toen hij rond 1063 terugkeerde naar huis, deed hij een donatie aan de Abdij van Montier-en-Der. Hij overleed rond 1080, vermoedelijk nadat hij zich als monnik had teruggetrokken in de Abdij van Montier-en-Der. | van Moëslains, Heer van Dampierre Wouter (I14642)
|
| 2454 | Wouter huwde met Mabelia van IJsselmonde, waarmee hij minstens twee zonen kreeg: Willem I van Egmont (1180 - 1234) Gerard van Egmont (overleden 1217) | Gezin: Heer van Egmont Wouter I (Berenwoldis) van Egmont / Mabelia van IJsselmonde (F1590224513)
|
| 2455 | Wouter Jans Bom, † iets voor 09-03-1589, tr. (2) Catharina/Trijn/ Tryntie Adriaens den Jagher, wed., * ± 1538, † Scheveningen vóór 09-03-1589; tr. (1): Leuntje Arentsdr. voor 21-5-1576. Hij was stierman, reder (10 schepen) en boekhouder van verschillende schepen. Hij leverde riemen en masten, netten, speerrepen en vloten, steekplanken, rollen en planken om de schepen naar zee te brengen. Ook in het bevoorraden van de schepen had hij een belangrijk aandeel. Hij had ook voor een achtste deel eigendom van een taanhuis in Delfshaven. Om zijn nalatenschap te bepalen is een notaris 3 dagen bezig geweest om alles te berekenen. In 1589 verkocht hij hun huis aan de Keizerstraat voor 48 Vlaamse ponden; een jaar later het aangrensende huis met droogtuin en schuur voor 223 gulden; idem soortgelijk voot 1000 gulden. Toch woont zij in 1604 nog steeds in de Keizerstraat in de buurt van de directe omgeving van haar voormalige huis. [zie voor meer: blz. 21 in «i»Schevenings Bezit«/i»] | Bom, Wouter Jansz (I5427)
|
| 2456 | Wouter Jansz met beijde sijn susters | Taal, Jan Pieterse (I5593)
|
| 2457 | Wouter van Egmont (ook wel Beerwout III) (ca. 1145 - Egmond aan den Hoef, 13 september 1208) was heer van Egmont. Hij was een zoon van Allard van Egmont en een vrouw uit het geslacht Van Henegouwen. Samen met Antonius van Gelmen schonk hij grond (namelijk de Alebrandsward, ten oosten van de heerlijkheid Putten) aan de Abdij ter Duinen. Graaf Dirk VII van Holland was de opsteller van desbetreffende oorkonde of charter en als getuige aanwezig.[1][2] Wouter streed onder graaf Willem I van Holland in de Loonse Oorlog (1203–1206) tegen graaf Lodewijk II van Loon. Tijdens deze oorlog werd zijn Kasteel Egmond verwoest waarna hij samen met Beljaart, heer van Beverwyck, een aantal Kennemer divisies leidde. Hij kreeg tijdens deze periode de bijnaam Kwade Wouter. Na de oorlog begon hij aan de wederopbouw van zijn kasteel. Hij bleef net zo als zijn voorvaderen in conflict over betalingswijzen met de Abdij van Egmond, die hem ook Kwade Wouter noemden. | van Egmont, Heer van Egmont Wouter I (Berenwoldis) (I3407)
|
| 2458 | Wouter van Moëslains (overleden circa 1080) was in de tweede helft van de 11e eeuw de oudst bekende heer van Dampierre. Hij behoorde tot het huis Dampierre. Wouter was de oudst bekende heer van Dampierre, Saint-Dizier en Moëslains en wordt eveneens beschouwd als de stamvader van het huis Dampierre. Zijn vader of grootvader zou Hilderent van Dampierre zijn geweest, die vermeld wordt in oude kronieken. | van Moëslains, Heer van Dampierre Wouter (I14642)
|
| 2459 | Wouter was de eerste die zich "van Avesnes" noemde. | van Avesnes, Heer van Avesnes en voogd van Doornik. Wouter I (I14576)
|
| 2460 | Ze is vooral bekend van de vele giften aan o.a. kloosters en kerken in Egmond, Trier en Gent. Het Evangelarium dat aan de Abdij van Egmond werd geschonken is hiervan de belangrijkste. Hildegard is begraven in de abdijkerk van Egmond. De plaatsnaam Hillegersberg is vernoemd naar Hildegard van Vlaanderen. Dirk II was eigenaar van het aldaar bestaande Bergan, wat versterkte plaats of gehucht betekent. Ze werd gravin van Holland na haar huwelijk met graaf Dirk II – Graaf van het latere Holland en West-Friesland (geboren ca. 932, overleden te Egmond op 6 mei 988). Hij was de zoon van graaf Dirk I en Gerberga van Hamaland. Hildegard werd reeds alskleuter verloofd en trouwde op twaalfjarige leeftijd. Hiermee ijverde Arnulf naar meer zeggingschap in Holland wat paste in zijn expansiepolitiek. Anderzijds bracht Hildegard Karolingisch bloed in de dynastie van Holland, en kreeg Holland nauwere contacten met het Graafschap Vlaanderen. Ze is vooral bekend van de vele giften aan o.a. kloosters en kerken in Egmond, Trier en Gent. | van Vlaanderen, Gravin van Holland Hildegard (I4260)
|
| 2461 | Ze staat bekend als de opdrachtgeefster van de graftombe van de heren van IJsselstein, het grafmonument voor haar ouders en grootouders in de Sint-Nicolaaskerk in IJsselstein. 20.5.1330: Gijsbert, heer van IJsselstein, Arnold van IJsselstein, ridder, en Jan van Egmond, maken huwelijkse voorwaarden tussen de laatste en jonkvrouwe Guyotte, dochter van heer Arnold van IJsselstein . 20.5.1330: Willem, graaf van Holland, belooft in aansluiting op de brief van 6.1.1309 (zie aldaar), jonkvrouwe Guyotte, gehuwd met Jan van Egmond, in het bezit te stellen van het huis te IJsselstein, indien heer Arnold van IJsselstein geen zoons nalaat . 21.9.1347: Guyotte, vrouwe van Egmond, beleent Hendrik van Harmelen met al het goed dat hij hield van haar moeder, vrouwe van IJsselstein. 5.4.1363: Johannes Wijnt, notaris, geeft op verzoek van heer Jan van Egmond en IJsselstein transsumpt van de brieven d.d. 14.8.1311, 18.10.1343, 28.10.1343 en 28.6.1347. 11.6.1364: Deken en kapittel van Oudmunster te Utrecht geven aan heer Jan, heer van Egmond en IJsselstein, en vrouwe Guyotte zijn vrouw, gedurende haar leven het gerecht, cijns en grote en kleine tienden in de Achtersloot in pacht. 12.9.1364: Albrecht, hertog van Beieren, ruwaard van Holland, beleent vrouwe Guyotte, vrouwe van IJsselstein en Egmond, zijn nicht, met alwat haar vader, heer van IJsselstein, van de grafelijkheid van Holland in leen hield. Uit dit huwelijk o.m. een dochter Berte van Egmond, waarvoor op 6.7.1371 huwelijkse voorwaarden werden opgesteld, m.b.t. tot haar huwelijk met Gerrit van Culemborg. De borgen daarbij waren o.m.: heer Gijsbert van IJsselstein, heer Otto van Leijenberg, Willem van Egmond, Jan van Almelo, Jan van den Vliet en Elias van Woudenberg . | van IJsselstein, Vrouwe van IJsselstein Guyote (I3463)
|
| 2462 | Ze werd begraven naast haar eerste echtgenoot in de Sint-Pietersabdij te Gent. | van Italië, Gravin Gemalin van Vlaanderen Suzanna (I14660)
|
| 2463 | Ze wordt niet bij naam genoemd, doch als weduwe van Leendert Pleunen of 12-3-1767 te Monster DTB 's-Gravenzande 7/13-35 | van der Marel (Maarlevelt), Marijtje Arijsdr (I945)
|
| 2464 | Zeeman | Arent Jansz (I3870)
|
| 2465 | Zie het geslacht Roffelaar in Gens Nostra 1966 | van Droffelaar, Bart Jansz (I4837)
|
| 2466 | Zie Huwelijksakte | Jasper, Cornelis (I14345)
|
| 2467 | Zie onder 'Vermelding' | van der Harst, Joseph Leendertsz (I5350)
|
| 2468 | Zie ook aanvullende info in ordner. | Harmensz, Michiel (I4805)
|
| 2469 | Zie toelichting in ordner. | van den Ende, Joost (I81)
|
| 2470 | Zie toevoeging: 'Osnabrug' bij beide ouders, ik kan geen verwijzing naar een buurtschap of dorp vinden. | Naaldijk (Nooddijk, Naaltwijk), (Alida) Catharina (I5884)
|
| 2471 | Ziek te bedde Op 06-09-1775 geeft Maartje Trappen het overlijden aan van Cornelis Joosten! | van der Ende, Cornelis Joosten (I4202)
|
| 2472 | Zij had een buitenechtelijke relatie met Willem van Egmont (1412 – 1483). Hij was heer van Egmond, IJsselstein, Schoonderwoerd en Haastrecht en stadhouder van Gelre. Zoon van Jan II van Egmont | Gezin: Heer van Egmont Willem van Egmont / Vrouwe van Baeck Aleid Kreijnck (F1590224491)
|
| 2473 | Zij hadden meerdere kinderen (7), waarvan Leendert de oudste was. Los van een verklaring op 1-2-1633, zie feiten, heb ik van hen tot dusver niets kunnen vinden. | Gezin: Cornelis Claesz Vooijs / Stijntgen Jansdr Pellenaer (F1641736101)
|
| 2474 | Zij heeft met Jan Fijnioy en Gheertruyt N.N., zijn echtgenote, gemeen de helft van 5 hond land in het Oudeland van 's-Gravenzande (9) | van Dorp, Mees Griete Bertelmees Tyemansz.dr. (I14487)
|
| 2475 | Zij huwt omstreeks 1525 met Cornelis Cornelisz Timmerman wat blijkt uit diezelfde weeskamer op 5 juli 1527. Compareerde Cornelis Cornelisz tijmarman als man en voicht van Marrige Adriaensdr boven gescreven, en heeft hijer quijtsceldinge ghedaen Sijmon Pietersz en Alijt Jansdr sijne huijsvrouwe van alsulcke bewijs als Sijmon Pietersz en sijn huijsvrouwe bewese heeft Marrige Adriaens voorn. | Nieuwwaerts, Maritge Adriaensdr (I13483)
|
| 2476 | Zij is begraven in Cisterciënzerinnenklooster Te Loosduinen | van Brabant, Gravin van Holland Machteld (I5807)
|
| 2477 | Zij is weduwe van Willem Chiele Tasman. | Gezin: Arie Gerritsz Taal / Leuntje Maartens de Wit (F1640166869)
|
| 2478 | Zij laten een eerste kind dopen in Berkel op 2 maart 1704. | van der Speck, Maartje (I4814)
|
| 2479 | Zij laten op 24 mei 1658 bij notaris Adrijaen de Bije te Maassluis een testament opmaken: Adrijaen Jorisz. bouwman wonende aan de Westgaech in Maasland en Maertgen Pouwels echtelieden, hij ziekelijk en zij kloek en gezoend. Erfgenamen zijn hun kinderen [..] haar broer Cornelis Pouwelsz. van der Speck wonende op de Schie en Jan Pouwelsz. van der Speck, schout te De Lier. [bron: hogenda, GA Delft, gem. Maasland inv. 1416 f. 88v, bewerking T. van der Vorm] | Verspeck, Maertgen Pouwels (I4190)
|
| 2480 | zij leefde in 1680 van de diaconie | Dirkje Dirks (I1341)
|
| 2481 | Zij trouwde vermoedelijk in 1113 met graaf Floris II van Holland. Mogelijk liet zij toen haar naam veranderen naar Petronilla. Waarschijnlijk uit devotie voor de Heilige Petrus. | Gezin: Graaf van Holland Floris I van Holland / Geertruida van Saksen Billung (F1590224496)
|
| 2482 | Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781 | Hildegard (I5984)
|
| 2483 | Zij verkocht het huis aan de Weststraat in 1612 aan haar schoonzoon Cornelis Michiels te Scheveningen en kocht uit de boedel van Lenert Jacobs een droogtuin te Scheveningen. De lijnbaan van Cornelis Jacobs werd later nog vele malen genoemd in de transportakten en aangeduid als lijnbaan Corsgen Joris. | Corsge Jorisdr (I4899)
|
| 2484 | Zij verkocht het huis aan de Weststraat in 1612 aan haar schoonzoon Cornelis Michiels te Scheveningen en kocht uit de boedel van Lenert Jacobs een droogtuin te Scheveningen. G.A. Den Haag, Weeskamer nr. 123, boedelbeschrijving, fol. 44-64 (hernummerd fol. 162 t/m 172v) (20-6-1556). De leeftijden van de drie genoemde kinderen blijken uit deze akte. In het onder noot 8 genoemde jaarboek zijn deze kinderen uitgebreid beschreven. Een uitgewerkte versie van de boedel is voor publicatie gereed. Hieruit blijkt dat in de nalatenschap van Jannetje Matheusdr. is aangegeven, dat de Rotterdamse boetsters de netten klaar maakten voor deze Scheveningse reder. De lijnbaan van Cornelis Jacobs werd later nog vele malen genoemd in de transportakten en aangeduid als lijnbaan Corsgen Joris. | Corsge Jorisdr (I4899)
|
| 2485 | Zij was de oudste dochter van Lodewijk VII van Frankrijk en van diens eerste echtgenote Eleonora van Aquitanië. Maria trouwde in 1164 met Hendrik I van Champagne. Zijn rijkdom stelde haar in staat om in navolging van haar moeder een schitterende hofhouding te voeren en tal van schrijvers en wetenschappers te begunstigen, onder andere: Chrétien de Troyes, die zijn werk 'Lancelot of De ridder met de kar' aan haar opdroeg Gace Brulé, ridder-troubadour Wouter van Arras, schrijver Guiot de Provins, schrijver Hugo III van Oisy, ridder-dichter Godfried van Villehardouin Andreas Capellanus Walter Map Cono van Béthune Maria was regentes tijdens de reis van Hendrik naar Jeruzalem (1179/1180) en regentes na zijn overlijden. Ze verloofde zich in 1183 met Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen, maar die verloving werd korte tijd later verbroken. In 1187 nam haar zoon Hendrik het bestuur over maar in 1190 trok hij naar het Heilige Land en werd Maria opnieuw regentes, tot haar zoon Theobald III van Champagne in 1197 meerderjarig werd. Daarna trok Maria zich terug in een het klooster van Fontaines-les-Nones waar ze een jaar later overleed. Ze werd begraven in de kathedraal van Meaux. | van Frankrijk, Gravin van Champagne Maria (I4288)
|
| 2486 | Zij was een van de twee troonpretendenten voor het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphentijdens de Eerste Gelderse Successieoorlog tussen 1371 en 1379. Ze streed echter voor deze titel namens haar zoon Willem III van Gulik. De oorlog begon na de dood van haar halfbroers Reinoud III van Gelre en Eduard van Gelre. Edward overleed aan zijn verwondingen na de Slag bij Baesweiler en Reinoud, die ook wel de bijnaam de Vette had, overleed enkele maanden daarna. Deze opvolgingskwestie werd ook geclaimd door Maria’s zusterMechteld van Gelre en zij werd gesteund door de van ‘Heeckerens’ onder Frederik van Heeckeren van der Eze (1320-1386). De volgers van Maria waren de van ‘Bronckhorsten’ onder Gijsbert V van Bronckhorst (1328-1356).Na de overwinning van haar partij ging de titel van Hertog naar haar zoon Willem III. Nadat haar vader, Reinald, aan het begin van de Honderdjarige Oorlog, samen met Willem van Holland en Willem van Gulik te Valenciennes op 24 mei 1337 een verbond gesloten had met koning Eduard III van Engeland tegen Philip van Valois van Frankrijk,beloofde hij zijn jongste dochter Maria, als toekomstige vrouw aan Ruprecht I van de Palts (1309-1390), uit het Huis Wittelsbach.[2][noot 1] De huwelijkse voorwaarden waren opgesteld door de raden van Reinald, waaronder Dirk heer van Valkenburg enWillem van Broeckhuysen, en werden op 25 maart 1337 in een oorkonde bevestigd.[3] Ruprecht had eerder met de Franse koning onderhandelingen gevoerd, die echter vastgelopen waren. Door zijn dochter als bruid weg te geven aan de Wittelsbachse Paltsgraaf zette Reinald de eerste stap tot de formele verbintenis met het Engelse verbond. Het huwelijk ging echter niet door omdat het Frans-Engelse conflict zich vrij snel oploste en geen van beide partijen nog belang had bij een huwelijk. Ruprecht zou in 1350 huwen met Elisab In 1372 liet zij haar minderjarige zoon Willem verloven met Catharina van Beieren, de verloofde van haar overleden halfbroer Eduard. Hiermee benadrukte zij de dynastieke continuïteit en dacht daarmee de kansen van Willem als opvolger te vergroten. Dat zelfde jaar werd Willem als achtjarige door Keizer Karel IV beleend met het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen met als tegenprestatie de vrijlating van Wenceslas van Brabant, de halfbroer van de keizer die bij de slag bij Baesweiler gevangen genomen was. Haar echtgenoot Willem II/VII van Gulik werd benoemd tot voogd tot de meerderjarigheid van Willem. | van Gelre, Maria (I3474)
|
| 2487 | zij woonde in 1680 bij haar broer, Korendijk Oostzijde, als wed. met 3 kinderen (1> 10 jr, 1 tussen 8-10 jr en 1 tussen 4-8 jr) | van der Toorn, Leuntje Arense (I5591)
|
| 2488 | Zijn belening is echter niet geregistreerd. | van Dijck, Dirck Jacobsz (I3502)
|
| 2489 | Zijn bezittingen werden genoemd in akten van 14 januari 1545 en 4 juni 1552 (G.A. Den Haag, Heilige Geest te Scheveningen, inv. nr. 1) en hypotheekakte d.d. mei 1565. In deze laatste akte verleende Jan Jacobs Clickert hypotheek aan de kerkmeesters van Scheveningen voor een huis en stalling genaamd ‘in de Kogge’, 13 morgen land in Benoordenhout en borg op een huis en erf van jonge Jans Claes Clickert in het Voorhout. (G.A. Den Haag, Weeskamer nr. 123, boedelbeschrijving, fol. 44-64 (hernummerd fol. 162 t/m 172v) (20-6-1556). De leeftijden van de drie genoemde kinderen blijken uit deze akte. In het onder noot 8 genoemde jaarboek zijn deze kinderen uitgebreid beschreven. Een uitgewerkte versie van de boedel is voor publicatie gereed. Hieruit blijkt dat in de nalatenschap van Jannetje Matheusdr. is aangegeven, dat de Rotterdamse boetsters de netten klaar maakten voor deze Scheveningse reder. | Clickert, Jan Jacobs (I2750)
|
| 2490 | Zijn derde huwelijk sloot hij op 2 maart 1704 met Maartje Leenderz van Dijk wede van Dirk Leendersz van der Ham tot Naaldwijk. Deze heeft hem een klein jaar overleefd. Op 27 januari 1717 compareerde voor schepenen van Monster Maartje Leendert van Dijck "Laest weduwe van Rochus Arents Luck". Al haar goederen vermaakte ze aan Johanna van Molswijck, huijsvrouw van Arij Dirckse van Leeuwen (162). | Gezin: Rokus Arentsz Luck / Maartje Leenderts van Dijk (F1728824120)
|
| 2491 | zijn kinderen noemden zich later Spaans naar de moeder van Arie Cornelis | van Schenaert, Arijen Cornelis Foppen (I5607)
|
| 2492 | zijn minderjarige broeder. tr. met Pietermoer Luytjes??? | Schipper, Siewert Janszn (I2214)
|
| 2493 | zijn minderjarige broeder. tr. met Pietermoer Luytjes??? | Schipper, Siewert Janszn (I10953)
|
| 2494 | Zijn naam komt voor op een beker van dit gilde. In Scheveningen bestond slechts 1 gilde het Adrianus gilde met als schutspatroon st. Adrianus. Bij dit gilde waren aangesloten: vishandelaren, bakkers, herbergieren, voerlieden, metselaars, etc. Opmerkelijk is dat er geen gilde voor de vissers was. De oudste gildebrief dateert uit 1470. Op de plaats waar nu de oude kerk staat stond in vroeger tijd een kapel. Hier was Johannes, zoon van Florentius, bedienaar van het altaar van de Heilige Geest dat tevens aan de martelaar Adrianus was gewijd. Deze Johannes is oprichter geweest van het gilde. Na de reformatie is dit gilde blijven bestaan hoewel de leden tot de Hervormde kerk waren overgegaan. Een zilveren plaat van het st. Adrianus gilde dateert van 1692. In 1727 werden de statuten herzien. In 1798 werden alle gilden ontbonden tijdens de Bataafsche republiek. Een gilde is een vereniging van beroepsgenoten die economische belangen van hun leden behartigden. Zij hadden van het stadsbestuur het recht verkregen van verplicht lidmaatschap. Alleen poorters ko | Roeleveld, Crijn Crijne (I5477)
|
| 2495 | Zijn naam wordt ook geschreven als Raynald, Reinald, Reynald of Reynout. Reinald richtte zich net als zijn vader politiek op het Zuiden. Niet uit berekening maar meer uit dynastieke overwegingen, hij was gehuwd met de erfdochter van het Hertogdom Limburg. Na het overlijden van haar vader in 1280 erfde Irmgard het hertogdom en in 1282 werd ze er door koning Rudolf mee beleend waarbij Reinald het levenslange vruchtgebruik kreeg. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1283 noemde hij zich comes Gelrie et dux Limburgensis. Hij verloor dit gebied na zijn nederlaag bij de Slag bij Woeringen. Nog in 1279 kocht hij het graafschap Kessel aan evenals de heerlijkheidsrechten over de linker-Maasoever en Mönchengladbach. Na de moord op Hendrik III van Gelre erfde diens neef Reinoud in 1284 de Heerlijkheid Montfort, een district van het hertogdom Gelre, waartoe ook het Kasteel Montfort behoorde. Bij de slag bij Woeringen in 1288 wilden de graven van Gelre hun macht uitbreiden over het hertogdom Limburg, wat evenwel jammerlijk mislukte. Volgens legende gaf hij zich over met twee veren in elke hand (zie afbeelding). Reinoud had zich hiervoorechter diep in de schulden gestoken en zag zich daardoor verplicht om de inkomsten van zijn graafschap Gelre van 1288 tot 1293 te verpachten aan zijn schoonvader Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen. De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragenaan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur. Reinoud werd in 1317 door de Duitse tegenkoning Frederik de Schone in de rijksvorstenstand verheven, hetgeen echter door keizer Lodewijk IV niet erkend werd. In 1318 werd hij afgezet. Daarna regeerde zijn zoon onder voogdij. In 1320 werd Reinoud I door zijn eigen zoon, Reinoud II, gevangengezet in de kerker van de Grauwert, een verdedigingstoren van Kasteel Montfort. Daar zou hij zes jaar later overlijden. Reinoud I werd op 21 oktober 1326 in het klooster Graefenthal begraven. Vanaf 1274 was hij gehuwd met Imgard van Limburg (†1283), de erfgename van hertog Walram IV van Limburg. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1286 trouwde hij met Margaretha van Vlaanderen (1272-1331), dochter van Gwijde van Dampierre en Isabella van Luxemburg. | van Gelre, Graaf van Gelre Reinoud I (I4646)
|
| 2496 | Zijn weduwe Aef verkocht op die datum aan haar zwager, Mr Symon Vrederic, drie stukken land te Lisse: Avencampgen, Buttermanscampe en Horenbregge, alsmede 6 akkers aldaar en een rente van 10 sch. op een huis in Leiden | van der Specke, Floris (I3483)
|
| 2497 | Zoals eerder is toegelicht, zal het gaan om Jan Philipsz. die in 1486 7½ morgen in de Haagse polder Escamp huurt van de Heilige Geest en het Kapittel in Den Haag. In 1518 wordt de verhuur voor 5 jaar verlengd. Verder is op grond van overeenkomsten in gehuurd land het vermoeden uitgesproken, dat Jan Philipsz. op boerderij Vrederust woont. | Jan Philipsz (I3505)
|
| 2498 | Zoals we hiervoor hebben gezien, erft Dirck in 1564 het Egmondse leen van zijn broer Willem dat hij vervolgens op 19 augustus 1565 weer overdraagt aan Floris Gerritsz., getrouwd met Willems weduwe. 165 Van 1564 tot 1573 komt Dirck Thonisz. van Dijck voor in de rekeningen van het Oude Gasthuis als pachter van 12 morgen in Maasland. 166 | van Dijck, Dirck Thonisz (I3599)
|
| 2499 | Zonder beroep | Roeleveld, Antje (Joanna) (I7090)
|
| 2500 | Zonder kinderen | van Schenaert, Foppe Gerritsen (I5532)
|
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.