Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
Treffers 2,251 t/m 2,500 van 2,735
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 2251 | Pro Deo | Tuijt, Jacob Teunisse (I8647)
|
| 2252 | Pro Deo | van der Pol, Arris Cornelisse (I8692)
|
| 2253 | Pro Deo | de Wit, Pieter Leenderts (I8718)
|
| 2254 | Pro Deo | Ros, Leuntje Aries (I8733)
|
| 2255 | Pro Deo | Kunst, Baarthout Cornelisse (I8734)
|
| 2256 | Pro Deo | Knijn (Conijn), Trijntje Jacobs (I8735)
|
| 2257 | Pro Deo | Kunst, Cornelis Leenderts (I8736)
|
| 2258 | Pro Deo | Fontijn, Adriaentge Sijmons (I8745)
|
| 2259 | Pro Deo | Knijn (Coocx), Jan Arens (I8746)
|
| 2260 | Pro Deo | Vrolijk, Maarten Arens (I8758)
|
| 2261 | Pro Deo | van Schenaert, Claertie Foppen (I8761)
|
| 2262 | Pro Deo | van der Key, Arijen Cornelisse (I8764)
|
| 2263 | Pro Deo | Rog, Franck Pieterse (I8769)
|
| 2264 | Pro Deo | Pluijm, Aagje Japikse (I8770)
|
| 2265 | Pro Deo | Jol, Johannes Meinderts (I8773)
|
| 2266 | Pro Deo | Pronck, Johannes Jobsz (I8775)
|
| 2267 | Pro Deo | Vrolijk, Maerten Maertens (I8779)
|
| 2268 | Pro Deo | van der Meulen, Aeltje Floris (I8780)
|
| 2269 | Pro Deo | Harteveld, Maertje Dirks (I8807)
|
| 2270 | Pro Deo | Harteveld, Dirk Jansz (I8808)
|
| 2271 | Pro Deo | Knuijt, Dirckge (I8814)
|
| 2272 | Pro Deo | Turfboer, Klaertje Gerbrantse (I8847)
|
| 2273 | Pro Deo | Pronck, Maritge Wouters (I8849)
|
| 2274 | Pro Deo | Turfboer, Gerbrant Teunisz (I8851)
|
| 2275 | Pro Deo | Witmont, Adriaantje Tijmens (I8852)
|
| 2276 | Pro Deo | Pronck, Jop Claessen (I8932)
|
| 2277 | Pro Deo | Jol, Meijndert Chiele (I9038)
|
| 2278 | Pro Deo | Turfboer, Geertje Jans (I10638)
|
| 2279 | Pro Deo | Turfboer, Jan Jansz (I10645)
|
| 2280 | Pro Deo | Pronck, Ermpje Claare (I10646)
|
| 2281 | Pro Deo | Pronck, Trijntje Claese (I10648)
|
| 2282 | Pro Deo | Lap, Maertje Teunisse (I10754)
|
| 2283 | Pro Deo | Turfboer, Jan Teunisz (I11251)
|
| 2284 | Pro Deo | de Best, Gerrit (I13629)
|
| 2285 | Proces Verbaal afschrift 445 d.d. 26-2-1945, Betreft: Bomaanval Spuistraat. Ondergeteekende Marinus van Dijk, Hoofdwachtmeester de Staatspolitie, Verklaart op den eed afgelegd als buitengewoon veldwachter het navolgende: Op maandag 26 februari 1945, om ongeveer 10 uur 50 minuten heeft een bomaanval plaats gehad in de Spuistraat, waarbij ik als "Commandant plaats Ongeval" ben opgetreden. De gevolgen en bijzonderheden hiervan zijn als volgt: Aantal afgeworpen projectielen: 1 brisantbom, voor perceel Spuistraat 11 Aantal zwaargewonden Nederlandsche politie: 1 Aantal dooden burgerbevolking: 27 Aantal zwaargewonden burgerbevolking: 31 Aantal lichtgewonden burgerbevolking: 23 Graf C95 | van der Kruijk, Teuna Adriana (I4243)
|
| 2286 | Proces Verbaal afschrift 445 d.d. 26-2-1945, Betreft: Bomaanval Spuistraat. Ondergeteekende Marinus van Dijk, Hoofdwachtmeester de Staatspolitie, Verklaart op den eed afgelegd als buitengewoon veldwachter het navolgende: Op maandag 26 februari 1945, om ongeveer 10 uur 50 minuten heeft een bomaanval plaats gehad in de Spuistraat, waarbij ik als "Commandant plaats Ongeval" ben opgetreden. De gevolgen en bijzonderheden hiervan zijn als volgt: Aantal afgeworpen projectielen: 1 brisantbom, voor perceel Spuistraat 11 Aantal zwaargewonden Nederlandsche politie: 1 Aantal dooden burgerbevolking: 27 Aantal zwaargewonden burgerbevolking: 31 Aantal lichtgewonden burgerbevolking: 23 Graf C95 | van der Kruijk, Cornelia (I4244)
|
| 2287 | Proclamaties: 30-12-1798, 6-1-1799 en 13-1-1799 Volgens de akte afkomstig van Breda... Pro Deo | Gezin: Henricus Broekman / Arijaantje Maarleveld (F1590222669)
|
| 2288 | Prometheus - Kwrtrst Noordam | Maartje Woutersdr (I12870)
|
| 2289 | PRONK (Jacob), ged. in de Oude kerk te Scheveningen 14 Mrt. 1762, overl. te Scheveningen 18 Jan. 1838, zoon van Klaas Jacobse Pronk en Rookje Teunis Zuurmond, was reeder en koopman en vervulde in de Novemberen Decemberdagen van 1813 een gewichtige rol. Geruimen tijd voor de omwenteling in den Haag was Pronk, die zich reeds in 1795 als een vurig Oranjeman had doen kennen, in de plannen van het Driemanschap ingewijd. Op last van den graaf van Limburg Stirum zette hij 17 November Scheveningen in oranje en deed de fransche wacht aldaar aftrekken. Door het Provisioneel Bestuur van den Haag als Provisioneel Commissaris voor Scheveningen benoemd, bewees hij niet alleen de stad, maar ook den lande belangrijke diensten. Zoo zond Pronk een aantal bomschuiten ten kruistocht langs de kust om de engelsche vloot op te sporen; twee wagens met gewapende Scheveningers gingen naar de kustdorpen om de seintoestellen af te breken. Toen van 27 November af dagelijks engelsche mariniers werden aan wal gezet en groote hoeveelheden ammunitie uit zee doorde engelsche marineschepen werden aangevoerd, was zijn taak zeer omvangrijk en zwaar. Voor de verzorging der Engelschen werd hij trouw bijgestaan door zijne echtgenoote Wilhelmina Catrina Sarter. De kerk werd gebruikt als tijdelijke opslagplaats der ammunitie, die later met wagens - transporten van 20 tot 60 voertuigen - naar Delft werd overgebracht. Door zijn maatregelen had geen enkel ongeluk plaats. Dank zij ook het toezicht van P. kwam de Prins 30 November te Scheveningen behouden op den vaderlandschen grond en na aan de pastorie eenige oogenblikken verwijld te hebben, met een rijtuig in den Haag aan. In de eerste helft van December hield het landen van engelsche troepen en het aanvoeren van ammunitie steeds aan. De 's Gravenhaagsche Courant van 10 Dec. 1813 meldt: ‘Bij voortduring heeft men troepen op Scheveningen aan den wal zien komen, terwijl tevens aldaar de grootste werkzaamheid heerscht om ammunitie en wapenen te ontschepen, waarin de brave ingezetenen van Scheveningen, om strijd, de behulpzame hand bieden, en waaronder voornamelijk verdient aangemerkt te worden de zoo verdienstelijke als weldenkende Jacob Pronk, die van het oogenblik der heugchelyke omwenteling, door zijnen onvermoeiden yver, en activiteit, niet opgehouden heeft de grootste diensten aan den staat te bewijzen; zoo dat hij dus te regt aanspraak mag maken op de welwillendheid van alle zijne landgenooten’. Dat P. door de omstandigheden en door zijn persoonlijkheid zoo op den voorgrond was getreden, was velen niet naar den zin, en toen P. zich 15 Januari 1814 liet verleiden tot het samenstellen en afkondigen van een Bekendmaking aan de visschers betrekkelijk het vervoer van passagiers, alleen met paspoorten, zonder daartoe door het Provisioneel Bestuur gemachtigd te zijn, viel hij ook bij den magistraat in ongenade; zijn vijanden bleven hem bestoken en niettegenstaande hij nog in Februari d.a.v. verklaarde dat ‘zijn handelingen tot het algemeen welzijn verstrekten’, viel 30 Maart 1814 het besluit in de vergadering van het Provisioneel Bestuur ‘de commissie van Jacob Pronk in te trekken en denzelve na dankbetuiging voor zijne betoonden iever en activiteit in de hem opgedragen taak bij missive uit deszelfs betrekking op de honorabelste wijze te ontslaan’. Koning Willem I benoemde hem tot broeder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw. Alle pogingen van Pronk om een lands- of stadsbetrekking te krijgen mislukten; alleen bleef hij postmeester voor het vervoer op Engeland, dat in die dagen via Scheveningen plaats had. In 1817 werd de postroute verlegd over Hellevoetsluis en Pronk met een gratificatie van ƒ 500 ontslagen. Een jaar later richtte Pronk, ter zijde gestaan door zijne wakkere echtgenoote, een zeebadinrichting ten Noorden van het dorp op en werd de grondlegger van de badplaats Scheveningen. Van zijn inrichting, bestaande uit een houten gebouw met ontvangkamer en vier badkamers, en uit een tweetal badkoetsen werd al spoedig een betrekkelijk druk gebruik gemaakt, zelfs door Engelschen en Duitschers, en toen het bleek dat de zaak levensvatbaarheid had, besloot het Gemeentebestuur in 1826 het badbedrijf in eigen beheer te nemen; in 1828 was het houten gebouw vervangen door een steenen, geheel ingericht naar de eischen van dien tijd. Pronk werd toen schadeloos gesteld door zijn benoeming tot badmeester op een jaarwedde van ƒ 1000. In 1820 werd Pronk aangesteld als agent voor de engelsche correspondentie te Scheveningen op een jaarwedde van ƒ 450. -; in den winter van genoemd jaar konden de engelsche brievenmalen niet via Hellevoetsluis gaan, vanwege het vele drijfijs op de reede aldaar en deze omstandigheid zou zich meermalen kunnen voordoen. Pronk had drie zoons: de een stierf op jeugdigen leeftijd, de tweede vestigde zich aan de Kaap de Goede Hoop; de derde koos den militairen dienst en stierf in 1855 als majoor provinciaalcommandant van Noord-Brabant. Zijn vrouw overleed 13 Maart 1839. Zijn portret, geschilderd door C. van Cuylenburg, bij Mr. A. Pronk van Hoogeveen te de Bildt. Zie: J.C. Vermaas en P. Hoogenraad, | Pronk, Jacob (I5317)
|
| 2290 | Pronk, Arij Japikse Pronk, Arijtje Pronk, Dirk Pronk, Gerrit Pronk, Lena Roos, Aagje Roos, Gerrit | Roos, Aagje Gerritse (I5196)
|
| 2291 | Pronk, Gieltje Wouterse Pronk, Jannetje Spaans, Cornelis Spaans, Diewertje Spaans, Geertje Spaans, Jacob Spaans, Leenderd Wit, Aaltje Leendertsdr. de | de Wit, Aaltje Leenderts (I8652)
|
| 2292 | Querijntje (Crijntje) is mogelijk kort na 1578 overleden ofwel zij was weduwe voor zij Vranck Oliviers trouwde; Vrank Oliviers verklaart zich namelijk ‘als getrouwd hebbend de weduwe van ArentJoris aan de Maasdijk’ op 28-6-1579 schuldig aan Cornelis Joris 77 gld. wegens koop van het huis genaamd de Valck te Naaldwijk onder verband van de helft van een huis en erf te Naaldwijk, o: ’s Herenweg, z: Zier Pietersz. backer, w: Cornelis van Reynegom, n: de ergenamen van Maertgen Crijnen (ora Naaldwijk 3, 83). | Crijntje Jans (I2708)
|
| 2293 | Quijntijn de Veer (magistraat) met sijn vrou en Haesge Gerritsdr. | Pals, Harmen (I12707)
|
| 2294 | R.A. Poortugaal no. 2, 15 januari 1665: Aert van Driel. dijkgraaf van Albrantswaerd en zijn vrouw Cornelia Spruyt transporteren. Not. Oud-Beiierland 539, 4 oktober 1667: Aerdt Jansen vam Driel, ‘Dijckgraeff van Albrantswaert, geeft procuratie. R.A. Poortugaal no. 2. 30 oktober 1675: Aert van Driel, dijkgraaf van Albrandswaard, transporteert aan Jacobs van DrieL te Poortugaal en aan Mr. Nicolaas van Driel, regerend burgemeester van Schiedam. Zie ook ,,Ons Voorgeslacht”, jrg. 1961, blz. UO-111 | van Driel, Aert Jansz (I12710)
|
| 2295 | Rederij W. van der Toorn & J.C. Pronk. Werfstraat 115 | Pronk, Johannes Cornelis (I14181)
|
| 2296 | regel 1, graf XX | NN, NN (I5804)
|
| 2297 | regel 1, graf XXII | Lalleman, Lambrecht (I5805)
|
| 2298 | rentmeester (van de memorie- en kosterijgoederen in Rijnland, Delfland en Schieland) van de abdij van Egmond 1494-1506 (1519 | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 2299 | Rentmeester van Holland | van Schipliede, Coppaerd (I995)
|
| 2300 | Richard I Leeuwenhart (Engels en Frans: Richard Cœur de Lion, Engels ook wel: Lionhearted, Occitaans: Ricard Còr de Leon) (Oxford, 8 september 1157 – Châlus bij Limoges (Frankrijk), 6 april 1199) was koning van Engeland van 1189 tot 1199 en nam als kruisvaarder deel aan de Derde Kruistocht. Hij was de derde zoon van Hendrik II en Eleonora van Aquitanië. | van Engeland, Hertog van Aquitanië Richard I (I14447)
|
| 2301 | Richards hersenen en ingewanden zijn begraven in de Abdij van Charroux in Poitou, zijn hart in de kathedraal van Rouen in Normandië en de rest van zijn lichaam is vijf dagen na zijn overlijden bijgezet, aan de voeten van zijn vader, in de Abdij van Fontevraud in Anjou. Richards hersenen en ingewanden zijn begraven in de Abdij van Charroux in Poitou, zijn hart in de kathedraal van Rouen in Normandië en de rest van zijn lichaam is vijf dagen na zijn overlijden bijgezet, aan de voeten van zijn vader, in de Abdij van Fontevraud in Anjou. | van Engeland, Hertog van Aquitanië Richard I (I14447)
|
| 2302 | Ridder, Kasteelheer op het slot Wijdenesse, welk slot hij na belegering door de Friezen moest overgeven, op voorwaarde van een vrije aftocht naar Holland. Dit lot trof ook kasteel Nieuwendoren, door Graaf Floris V mede tegen de Friezen opgericht. Ridder van Schoorl | van Naeldwick, Ridder van Schoorl Boudijn (I3434)
|
| 2303 | RK gedoopt | Torgerstedt, Petrus (I2589)
|
| 2304 | Robert de Sterke, ook Rutpert (ca. 820 - Brissarthe, 2 juli 866), was hertog in Neustrië. Zijn familie staat bekend als de Robertingen of Robertijnen en is naar hem genoemd. Zijn bijnaam "de Sterke" werd hem gegeven vanwege zijn militaire successen, vooral tegen de Vikingen. Leven en Loopbaan Robert was een zoon van Robert van Worms en Waldrada van Orléans. Robert was graaf van de Wormsgouw als opvolger van zijn broer Guntram. In 840 trok hij naar de omgeving van Orléans om de familiegoederen van zijn overleden moeder te gaan beheren. Als buitenstaander zou hij zich ontwikkelen tot een belangrijke medestander van Karel de Kale tegen de lokale aristocratie. Hij werd benoemd tot markgraaf van Neustrië, ter verdediging tegen Bretagne en de Vikingen. In 852 werd Robert ook lekenabt van Marmoutier en een jaar later was hij als zendgraaf in Maine, Anjou en Touraine. In 855 werd hij benoemd tot hertog van het gebied tussen de Seine en de Loire. Toen Karel een jaar later zijn zoon Lodewijk de Stamelaar tot onderkoning in Neustrië benoemde, betekende dat een gevoelig verlies voor Robert. Karel compenseerde hem met de graafschappen Autun en Nevers. In 857 verdedigde Robert Autun tegen Lodewijk de Duitser, die probeerde te profiteren van het overlijden van Lotharius I. Robert gaf in 858 leiding aan een coalitie van edelen uit Bretagne en Neustrië die Lodewijk de Duitser vroeg om koning van West-Francië te worden. Deze poging mislukte echter. Robert wist zich op tijd weer te verzoenen met Karel en werd in 861 beloond met het graafschap Anjou. Toen Lodewijk de Stamelaar in 862 in opstand kwam tegen zijn vader, bleef Robert trouw aan Karel. Hij vocht tegen Lodewijk en tegen zijn bondgenoten: hertog Salomon van Bretagne en Pepijn II van Aquitanië. Zowel Robert als Salomon huurden Vikingen in om hun legers te versterken. Deze gevechten bleven de volgende jaren voortduren. Ook moest Robert in 863 wederom Autun verdedigen tegen Lodewijk de Duitser, die nu probeerde te profiteren van de dood van Karel van Provence. | Robert (Rutpert) de Sterke (I14624)
|
| 2305 | Robert en Constance hadden de volgende kinderen: Constance (ca. 1005), gehuwd met Manasses van Dammartin-en-Goële. Hedwig (ca. 1003 - 5 juni na 1063), gehuwd met Reinoud I van Nevers, ze kreeg Auxerre als bruidsschat. Hugo (1007 - 28 augustus 1025). In 1017 gekroond tot medekoning en later in opstand om een volwaardige functie op te eisen maar verzoende zich later met zijn vader. Begraven te Compiègne. Hendrik. Robert. Odo (ca. 1013 - ca. 1058), steunde zijn broer Robert tegen zijn broer Hendrik maar werd in 1041 verslagen en gevangengenomen. Hij vocht later voor Hendrik tegen Normandië maar werd in 1054 verslagen. Adela (1009 - 8 januari 1079), huwde met hertog Richard III van Normandië en met graaf Boudewijn V van Vlaanderen. | Gezin: Koning van Frankrijk Robert II van Frankrijk / Constance d'Arles (F1730625707)
|
| 2306 | Robert en Waldrada waren ouders van: Oda, gehuwd met Werner, graaf van de Wormsgouw Guntram dochter, gehuwd met Megingoz I, graaf van de Wormsgouw Robert de Sterke (ca. 820-866). | Gezin: Robert III van Worms / Waldrada van Orléans (F1730637139)
|
| 2307 | Robert II van Haspengouw (ca. 765 - 12 juli 807) was een zoon van graaf Thuringbert en kleinzoon van Robert I van de Haspengouw en Williswinda. Hij was graaf van Wormsgouw, Rijngouw en de Haspengouw, en heer van Dienheim, als opvolger van zijn neef Heimrich. Robert was een belangrijke hoveling van Karel de Grote en wordt veel in aktes genoemd. Hij overleed na terugkeer van een missie naar het Midden-Oosten. Zijn eerste huwelijk was met Theoderata (ca. 770 - 789), waaruit zoon Robert van Worms geboren werd, de oudst bekende voorvader van de Robertijnen. Later volgde een tweede huwelijk met Isengarde. | van Haspengauw, Robert II (I14628)
|
| 2308 | Robert III van Worms (voor 790 - voor 834), ook Rutpert, was een zoon van Robert van Haspengouw, uit het bekende geslacht der Robertijnen. Robert was in 807 graaf van de Wormsgouw en de Oberrheingau, keizerlijk gezant in Mainz en een vooraanstaand hoveling van Lodewijk de Vrome. Hij was gehuwd met Waldrada van Orléans, erfdochter van graaf Hadrianus van Orléans (en daardoor kleindochter van Gerold van Vintzgouw) en Waldrada van Hornbach. Zij erfde in 822 omvangrijke goederen in de omgeving van Orléans. 19 december 834 deed Waldrada samen met haar zoon Guntram een schenking voor het zielenheil van Robert aan de Abdij van Lorsch. | van Worms, Robert III (I14626)
|
| 2309 | Robert is ca. 895 gehuwd met Beatrix van Vermandois. Omdat een dochter van Robert met de broer van Beatrix zou trouwen, moet die dochter geboren zijn uit een eerder huwelijk met een onbekende vrouw, die volgens sommige bronnen misschien Adelheid zou heten. Uit zijn eerste huwelijk was Robert vader van: Adelheid (ca. 890-943), gehuwd met Herbert II van Vermandois Uit zijn tweede huwelijk was Robert vader van: Hugo de Grote, de vader van Hugo Capet Emma, in 921 gehuwd met Rudolf van Bourgondië | Gezin: Graaf van Tours Robert I van Frankrijk / Adelheid NN (F1730637136)
|
| 2310 | Robert is waarschijnlijk verwekt door een duitser. | Vermeulen, Robert (I4434)
|
| 2311 | Robert was de jongste zoon van hertog Robert de Sterke en een broer van Odo I van Frankrijk, die zijn vader opvolgde als hertog. In 885 vocht Robert met zijn broer Odo tijdens de verdediging van Parijs tegen de Vikingen. Toen Odo in 888 tot koning van West-Francië werd gekozen, droeg hij al zijn andere titels over aan Robert. Robert werd daardoor hertog van Francië, markgraaf van Neustrië, graaf van onder andere Parijs, Tours en Orléans, en lekenabt van onder andere Saint-Denis, Marmoutier en Saint-Martin in Tours, Saint-Germain-des-Pres in Parijs, Notre-Dame de Morienval en Saint-Amand. In 893 benoemde Odo hem ook tot graaf van Poitiers maar hij werd door de lokale adel verdreven. Na de dood van Odo in 898 had Robert een kans om zelf koning te worden maar zag ervan af en steunde het koningschap van Karel de Eenvoudige. In ruil bevestigde Karel Robert in al zijn functies en bezittingen. De vrede tussen Karel en Robert bleef duren tot in 921. In die periode versloeg Robert in 911 de Vikingen onder Rollo bij Chartres. Karel begon onderhandelingen met Rollo en toen Rollo zich daarop liet dopen, was Robert zijn peetoom en liet Rollo zich als Robert dopen. In 914 verzekerde Robert de opvolging door zijn zoon Hugo. Karel was inmiddels ook koning van Lotharingen geworden. De Lotharingse graaf Hagano kreeg een sterke positie aan het hof van Karel en werd boven alle andere edelen begunstigd. Dit leidde tot steeds grotere weerstand onder de andere edelen en de bisschoppen. Toen Karel de Abdij van Chelles, waar de moeder van Hugo's eerste vrouw abdis was, confisqueerde om aan Hagano te schenken, kon Robert dat niet tolereren. Met de hulp van de belangrijkste edelen voerde Robert een staatsgreep uit: Robert werd op 22 juni te Reims tot koning gekozen en op 30 juni 922 daar tot koning gekroond. Na enkele korte gevechten rondom Reims en Laon, wist Robert de koninklijke schat in Laon in handen te krijgen en moest Karel vluchten. Hendrik de Vogelaar erkende Robert als koning van West-Francië en Lotharingen. Karel verzamelde echter een leger in Lotharingen en trok op tegen Robert. In 923 wist Robert tijdens de Slag bij Soissons Karel te verslaan. Robert kwam hier zelf echter bij om het leven - volgens de overlevering werd | van Frankrijk, Graaf van Tours Robert I (I14619)
|
| 2312 | Robert was zoon van koning Hugo Capet. Hij kreeg een voor die tijd bijzonder goede opvoeding. Zijn leraar was Gerbert van Aurillac, de latere paus Silvester II. Daardoor had Robert een voorliefde voor muziek, dichtkunst en religie. Doordat hij tijdens zijn regering bovendien streng optrad tegen ketters, kreeg hij de bijnaam "de Vrome". In 987 werd Robert gekroond tot medekoning naast zijn vader, om zijn kansen voor de opvolging zo groot mogelijk te maken.[3] Robert wilde trouwen met Bertha van Bourgondië, maar omdat ze verwant waren in de zesde graad, was dit tegen de wetten van de kerk en Hugo weigerde daarom in dit huwelijk in te stemmen. In plaats daarvan probeerde Hugo om Robert met een Byzantijnse te laten trouwen en toen dat niet lukte arrangeerde hij in 989 een huwelijk met de ongeveer 20 jaar oudere Suzanna van Italië. Zij was weduwe van Arnulf II van Vlaanderen en moeder van de minderjarige Boudewijn IV van Vlaanderen. Door dit huwelijk kreeg de kroon een sterke invloed in een van Als kroonprins speelde Robert een actieve rol. Hij nam deel aan de gevechten tegen Karel van Neder-Lotharingen om Laon. In 991 verhinderde hij Franse bisschoppen om deel te nemen aan een synode in Mousson, dat toen in Duitsland lag. In 991 en 994 was hij voorzitter van concilies in Frankrijk. In 996 overleed zijn vader en werd Robert koning. Robert scheidde direct van Suzanna om te kunnen trouwen met Bertha, die inmiddels weduwe was van Odo I van Blois. Wel behield hij de bruidsschat van Suzanna, zo genaamd om die voor haar te beheren. Wegens de bloedverwantschap met Bertha en de onwettige scheiding van Suzanna, stond Robert onder grote druk van de kerk om zijn huwelijk met Bertha te ontbinden. Toen hij bleef weigeren, werd het echtpaar uiteindelijk geëxcommuniceerd door paus Gregorius V. Robert volhardde zijn verzet tegen de kerk en bleef getrouwd met Bertha tot 1003. Toen wilde hij het hertogdom Bourgondië rechtstreeks aan de kroon brengen en was de excommunicatie een te grote politieke handicap. Na onderhandelingen met paus Silvester II, zijn oude leermeester, scheidde hij van Bertha en trouwde met Constance van Arles. De excommunicatie werd ongedaan gemaakt. Zijn politieke en militaire pogingen om de macht in Frans Bourgondië direct in handen te krijgen, mislukten echter door de tegenstand van de lokale adel en bisschoppen. Robert zette naast zijn huwelijk zijn relatie met Bertha gewoon voort. Het hof werd daardoor verdeeld in twee vijandige kampen. Het huwelijk met Constance zorgde wel voor erfgenamen maar was verder een grote mislukking. In 1005 veroverde Robert Auxerre, in 1015 volgde Sens en in 1016 had Robert eindelijk het hertogdom Bourgondië in handen. In deze periode trok hij samen met Bertha naar Rome, om hun zaak bij de paus te bepleiten maar die wilde niet toestemmen in een hernieuwd huwelijk. In 1020 overleed Stefanus I van Champagne en probeerde Robert om diens graafschappen aan de kroon te laten hechten. Robert kwam daardoor in conflict met Stevens erfgenaam (en Bertha's zoon) Odo II van Blois. In 1023 moest Robert uiteindelijk toestaan dat Odo de graafschappen van Stefanus in bezit nam. Robert sloot daarop direct een bondgenootschap met keizer Hendrik II om Odo's macht te beteugelen. Dit had enig succes want Odo moest Reims opgeven aan de bisschop en hij moest Dreux overdragen aan Robert. Na de dood van Hendrik kwam Robert in 1024 tot een vergelijk met Odo en steunde hij de tegenstanders van Koenraad II de Saliër. Een poging om Metz te veroveren mislukte. Een aanbod om koning van Italië te worden sloeg hij af. | van Frankrijk, Koning van Frankrijk Robert II (I14611)
|
| 2313 | Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naar Palestina (het "Heilige Land") te trekken (1086–1091) (dus nog geen decennium voor de Eerste Kruistocht). Dus de positie van de christenen was er niet dramatisch slecht en de kruistochten dienden vooral andere belangen.[1] In 1086 vertrok hij vergezeld door een klein leger uit Vlaanderen. Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II. Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.[2] In een gevecht reden Robert en drie van zijn metgezellen voor de hoofdmacht van het leger uit in een charge tegen troepen onder commando van Kerbogha, wiens troepen in dit gevecht door de christenen volledig uit elkaar werden geslagen. | van Vlaanderen, Graaf van Holland Robrecht I (I14653)
|
| 2314 | Robrecht en Geertruida van Saksen kreeg mogelijk zes kinderen: Adela van Vlaanderen, gehuwd met Knoet IV van Denemarken, en de ouders van Karel van Vlaanderen de Goede, graaf 1119-1128 Robrecht II van Vlaanderen, (ca 1065 - 1111), graaf vanaf 1093 tot 1111 en vader van Boudewijn VII van Vlaanderen, graaf 1111-1119 Filips van Lo, vader van de bastaard Willem van Ieper Ogiva, abdis van Mesen mogelijk Boudewijn, jong gestorven Gertrudis, in haar tweede huwelijk getrouwd met Diederik van Opper-Lotharingen, en de ouders van Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen vanaf 1128 tot 1168. | Gezin: Graaf van Holland Robrecht I van Vlaanderen / Geertruida van Saksen Billung (F1730807055)
|
| 2315 | Robrecht liet in Kassel in 1072 de Sint-Pieterskerk bouwen op de Terrasse du Château (het platform boven op de Kasselberg) om zijn overwinning op de Franse koning te vieren die hij het jaar voordien op de naamdag van Sint-Pieter had behaald. Robrecht werd in 1093 in een crypte onder de kerk begraven. In 1787 begon men met de afbraak van de kerk. Tijdens de Franse Revolutie werden zijn asresten opgegraven en in een goot gegooid. Robrecht werd opgevolgd door zijn zoon, Robrecht II van Jeruzalem, aan wie hij reeds vóór zijn vertrek op pelgrimstocht gedeeltelijk het bestuur van zijn graafschap overdroeg (sinds 1080) | van Vlaanderen, Graaf van Holland Robrecht I (I14653)
|
| 2316 | ron Burgerlijke stand - Overlijden Archieflocatie Centraal Bureau voor Genealogie (voor Nationaal Archief) Algemeen Gemeente: Den Haag Soort akte: Overlijdensakte Aktenummer: 1117 Aangiftedatum: 19-09-1825 Overledene Trijntje van der Harst Geslacht: V Overlijdensdatum: 18-09-1825 Leeftijd: 25 Overlijdensplaats: Den Haag Vader Cornelis van der Harst Moeder Adriana Klok | van der Harst, Trijntje (I8952)
|
| 2317 | Rond 645 huwde hij met Begga, de dochter van Pepijn van Landen. Ze kregen de volgende kinderen: Pepijn van Herstal, (ca. 635-714), hofmeier van Austrasië, Neustrië en Bourgondië Clothildis van Herstal (ca. 650-699), gehuwd met koning Theuderik III van Neustrië, heilig verklaard | Gezin: Ansegisus (Ansegisel) / Begga van Herstal (F1730794301)
|
| 2318 | Ros, Marytje Ruijter, Leendert de Ruijter, Minicus de Tuijt, Elizabeth | de Ruijter, Leendert Minnekus (I13295)
|
| 2319 | Rothard van de Argengau (ca. 725 - na 771) was een Frankische edelman die geldt als de grondlegger van het geslacht van de Welfen. Hij was zoon van Hardrad. Rothard was een grootgrondbezitter in de Elzas en in de dalen van de Maas en de Moezel. Van 752 tot 762 wordt hij genoemd in meerdere aktes over schenkingen aan de Kathedraal van Saint-Denis en de Abdij van Prüm. In 769 wordt hij benoemd tot graaf van de Argengau. Rothard was hiermee een van de belangrijkste figuren in de politiek van koning Pepijn om het Frankische gezag over de Alemannen te verzekeren door Frankische edelen op sleutelposities in Alemannië te benoemen. De Argengau zou later de kern vormen van het bezit van de Welfen in Duitsland. In 771 wordt hij voor het laatst vermeld bij een schenking aan de Abdij van Gorze in het Moezeldal. Rothard was tweemaal getrouwd. De eerste maal met Haildis, de tweede maal met Ermenane met wie hij de zoon Welf kreeg. | van de Argenau, Graaf van de Argengau Rothard (I13766)
|
| 2320 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I6486)
|
| 2321 | Samen met Jan Doude in 1354 en 1355 vermeld als pachter van grafelijk goederen te Dixhorne en op de Harnas, | Jan Doude (I2637)
|
| 2322 | Samen met Jan Doude in 1354 en 1355 vermeld als pachter van grafelijk goederen te Dixhorne en op de Harnas, | NN (I2638)
|
| 2323 | Samen met Jan Doude in 1354 en 1355 vermeld als pachter van grafelijk goederen te Dixhorne en op de Harnas, | Jacob Toude (I2641)
|
| 2324 | Samen met Jan Doude in 1354 en 1355 vermeld als pachter van grafelijk goederen te Dixhorne en op de Harnas, | Claes Toude Aerntsz (I3461)
|
| 2325 | Samen met Jannetje Blok vrouw van Samuel de Zoete senior, zijn zuster. | Blok, Maria Arentsdr (I13987)
|
| 2326 | Samen met zijn broer Geryt | Jacob Adriaensz (I4888)
|
| 2327 | Samen met zijn oudere broer Karel werd hij in 754 door paus Stephanus II tot koning gezalfd. Na Pepijns dood in 768 werd het koninkrijk verdeeld onder Karel en Karloman. Karloman kreeg de zuidoostelijke regio toebedeeld, bestaande uit het zuidelijk deel van Austrasië (waarin onder andere Thionville), het zuidelijk deel van Neustrië (waarin onder andere Parijs, Soissons, Samoussy en Attigny), Bourgondië, de Provence, Septimanië, de Elzas, Alemannië en zuidelijk Aquitanië. Hij liet zich kronen in Soissons. Er was behoorlijk wat spanning tussen de broers en dat is mogelijk de reden van het overlijden van Karloman. Karloman was gehuwd met Gerberga en zij hadden twee kinderen, Pepijn en een onbekend kind (mogelijk gaat het hier om de heilige Ida van Herzfeld). Gerberga zou na Karlomans dood met haar twee kinderen naar de Longobarden vluchten waar ze toevlucht zocht bij Desiderius. Na 772 is er niets meer over hen bekend. | Koning der Franken Carloman I (I14249)
|
| 2328 | Samen met zus Kornelia gedoopt. | van der Pol, Martijntje Cornelisse (I5302)
|
| 2329 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 2330 | Scheiding geregistreerd op 5-3-1921 | Gezin: Jan Hendrik Steeneken / Anna Snoeck (F1596610243)
|
| 2331 | Scheiding uitgesproken op 31-1-1721 Zoon Gerardus Johannes Jacobus blijft na de scheiding bij Gradus. Janneke vertrekt naar Voorhout. | Gezin: Gradus Stoks / Janneke Bal (F1596610244)
|
| 2332 | Schipper | (Lijkles), Wierd (I4343)
|
| 2333 | Schipper. Zij woonden in 1826 in Idskenhuizen | Lijkle (Sytses) (I4342)
|
| 2334 | Schoonzoon van Jacobus van der Kruk | de Zoete, Arie (I1190)
|
| 2335 | Schout van Delfgauw, gezworene te Hof van Delft (1588,1590, 1599, 1616) Op 22 Jan 1564 is hij 12 jaar oud. Hij werd ook wel Jacob Pouwelszn de Loose genoemd. Hij ging in Delfgauw wonen. Was bouwman in Rijswijk (1621, 1626), schout van Delfgauw, herbergier te Delfgauw en gezworene van het Hof van Delft (1588-1616) In de Ned Herv kerk in Rijswijk bevindt zich een wapen en rouwbord van hem, dat de volgende beschrijving bevat :"op zilver twee gekruiste gaffels, onderaan verbonden door een zwarte streep, zoals zij daar een driekoek vormen." Op dit rouwbord staat de levensgeschiedenis van Jacob Pouwelszn de Loose in rijm beschreven. Volgens dit rouwbord had hij: 8 kinderen, waarvan 1 overleden; 57 kleinkinderen waarvan er 18 overleden waren en 2 achterkleinkinderen. Waard en gezworene van Hof van Delft (1588-1616) Hij wordt ook "De Loose" genoemd en compareert ook als zodanig in diverse akten, hij is zelfs onder die naam begraven. Sommige van zijn nakomelingen hebben die (bij)naam afwisselend en in sommige gevallen zelfs constant als familienaam gebruikt. Jacob Pouwels was een boer van aanzien. Als lasten va de boedel worden opgevoerd pachten aan diverse eigenaren over 37 morgen land. In eigendom heeft hij het gebruikelijke "huys, schuren, bargen en geboomte" en bovendien nog "seve mergen twee hondert vijftig roeden weyland, te leen gehouden wordende van de Graffelijkheit van Holland, gelegen te Ruyven, belent ten zuyden de Molensloot". Het zijn waarschijnlijk dezelfde gronden als die van zijn kleinzoon Abraham Paulus. Jacob werd blijkbaar niet voor niets "Capitalist" genoemd. Niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen uit zijn gezin konden schrijven ! Dit blijkt uit een rekening van 16 stuivers van meester Huybert Lely wegens schoolgeld van een dochter Maartje Jacobs (waarschijnlijk uit het eerste huwelijk van zijn tweede vrouw). Hij was schepen van Ruyven en tekende met verSpeck. Dat hij een lastig man was blijkt uit de processen die buren tegen hem voerden wegens aan hem gedane leveranties die niet betaald werden. "De[n] negende grafstede toecomen[de] d´voors[chreven] erffgenamen, ad idem ut s[upra]. Den 20en [decem]b[ris] 1628 hierin begraven Jacob Pouwelsen den Loosen." transcriptie C.J.J. Stal, ´s-Gravenhage In Morgentalen 1587 komt hij voor als Jacob Pouwelsz Loose met 17 mergen in de Noordpolder van Delfgauw [Archief Noordpolder inv. 68 Hoogheemraadschap Delfland, bewerking van der Hoeven]. Sommige van zijn nakomelingen hebben die (bij)naam afwisselend en in sommige gevallen zelfs constant als familienaam gebruikt. Op 23 januari 1621 maakt het echtpaar een testament (NA. Not. Arch. inv. 1634 nr. 102) waarin zij vermaken "uit sonderlinge affectie en liefde tot ´t kint van Pouwel Jacobsz. genaemt Jacob Pouwelsz. de somma van 25 gulden van XL grooten". Tot voogd gesteld en beheerder, tot het kind 25 jaar is, de vader Pouwels Jacobsz. Op 29 december 1626 vermaakt het echtpaar eenzelfde legaat (NA. Not. Arch. inv. 1634 nr. 5) aan het kind van Neeltje Jacobs, genaemd Cornelis Aryensz. Tot voogden worden gesteld de zonen van de testateurs Pouwels Jacobsz. en Dirck Jacobsz.. In deze akte wordt van Jacob Pouwels de Loose gesteld dat hij "sieckelick van lighame" is. | Verspeck, Jacob Pouwels (de Loose) (I4217)
|
| 2336 | Schriftelijke volmacht om zaken af te handelen. In dit geval betreffende de echtscheiding en verdeling der boedel. | van der Harst, Albertus, Aalbert Bastiaansz (I13984)
|
| 2337 | Sersjantten. Cornelis Cornelisz. van Rijn, een hellebaert, een sjarp en sijtgeweer | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 2338 | Sijmen woont in 1544 op boerderij Vrederust. Hij heeft deze woning met 6 morgen omringend land dan in eigendom (zie tekstkader). Daarnaast heeft hij in 1544 de beschikking over 29 morgen in Monster en 21 morgen in Eikenduinen, en verder nog, deels samen met een ander, 17 morgen in Wateringen. In 1553 is de gebruikssituatie weinig anders. Landgebruik door Sijmen Jan Philipsz. Sijmen staat vermeld in de kohieren voor de 10e Penning van Monster. Volgens deze bron beschikt hij in 1544 en 1553 over 3 M van Vrouwe van Loosduinen, 3 M van Convent te Warmond, 18 M van Vrouwe van Waalwijk, 2½ M van Bagijnen te Delft, 2½ M van Jan Jacobs te Leiden, 6 M eigen land en een huis. Sijmen is ook te vinden in de kohieren voor de 10e Penning van Eikenduinen. In die voor 1543 en 1544 wordt hij gekwalificeerd als een pachter die in Monster woont. In 1543, 1544 en 1553 gebruikt hij 7½ (of 8½) M van de Heilige Geest in Den Haag en 16 H van de Delftse brouwer Dirk Claasz., beide gelegen in Escamp. In 1543 en 1544 beschikt Sijmen ook nog over stukken van 5 M en 6 M. In het Kohier voor de 10e Penning van Wateringen in 1544 is Sijmen eveneens opgeno- men als een gebruiker die in Monster woont. Hij heeft dan een stuk land van 6 M en, samen met Pieter Jansz., een stuk van 11 M. In 1553 beschikt hij over 2 M eigen land. De erfgenamen van Sijmen krijgen te maken met een proces voor het Hof van Holland dat wordt aangespannen door Philip Philipsz. in Den Haag. Of laatstgenoemde een familielid van Sijmen is, komt niet uit de geziene stukken naar voren. Op 24/26 januari 1559 oordeelt het Hof, dat sprake is van elkaar tegensprekende feiten. Partijen wordt de gelegenheid geboden om nieuwe stukken aan te leveren. Krap een half jaar later, op 3 juni 1559, compareren Sijmens erfgenamen voor de griffie, waarbij zij aangeven het proces te accepteren en procureur Cornelis van Haaften te constitueren hun zaak te behartigen. Als erfgenamen worden door de griffie genoteerd: Cornelis, Jan en Sebastiaan Sijmonsz., zijnde gebroeders en vervangende hun moeder Lijsbeth Cornelisdr., Jan Dirksz. Vercroft als man en voogd van Maritgen Sijmonsdr., Cornelis Jacobsz. als man en voogd van Grietgen Sijmonsdr., Pieter Claasz. als man en voogd van Geertrui Sijmonsdr. en Wouter Damasz. als man en kerkelijk voogd van Aachtgen Sijmonsdr. Zoals later nog ter sprake komt, heeft Sijmen ook nog een zoon Maarten. Merkwaardigerwijs wordt hij hier niet geregistreerd. Het verloop van het proces is nog niet achterhaald. Op 6 mei 1591 laten Sijmens erfgenamen opnieuw van zich horen bij de griffie van het Hof van Holland. Op die datum compareren Huijch Jansz. uit Naaldwijk en Arent Willemsz. Dom uit ’s-Gravenzande, mede namens de andere erfgenamen van Sijmen Jan Philipsz. te Monster. Zij con- stitueren dan procureur Gerrit van der Burch in hun proces tegen Claas Adriaansz. aan de Maasdijk. In dit geval noteert de griffie niet de namen van alle erfgenamen. Zoals onder Sijmens kinderen nog wordt toegelicht, zijn zowel Huijch Jansz. als Arent Willemsz. getrouwd met een kleindochter van Sijmen. Ook het verloop van het tweede proces is nog niet boven water. | Sijmen Jan Philipsz (I3541)
|
| 2339 | Sijmon Leendertsz. van der Wint als man en voogd van Lijsbeth Jorisdr., Leentgen Jansdr. weduwe van Joris Jorisz. van der Meer geassisteerd met Jan Jansz. haar zoon en verkoren voogd in deze, Jan Vrancken van Velden wonende in De Lier als man en voogd van Soetgen Pouwelsdr., voorn. Sijmon Leendertsz. als oom en voogd van zijn huisvrouwswege van vaderszijde en Adriaen Claesz. van Geest als oom en bloedvoogd van moederszijde van het nagelaten weeskind van Cornelis Jorisz. van der Meer geprocreerd bij Griete Claesdr., en dezelfde Sijmon Leenderts. in kwaliteit voorsz. als oom en voogd van vaderszijde van de twee nagelaten weeskinderen van de voorn. Cornelis Jorisz. van der Meer geprocreerd bij Soetgen Pouwelsdr. zijn tweede huisvrouw geassisteerd met de heer baljuw en weesmeesters van Naaldwijk als oppervoogden van de voorsz. drie nagelaten weeskinderen bekenden, te weten voorn. Sijmon Leendertsz. en Leentgen Jansdr. elk voor een derde part, Jan Vrancken van elden voor een zesde part en de voogden van de voorn. drie weeskinderen te samen voor een zesde part, verkocht te hebben aan de heer schout Sijmon van Catshuijsen een huis 9 hond 48 roeden zowel boomgaard als teelland waarop ten dele de voorsz. huising is staande, staande en gelegen op Honselersdijk, met al de huisraad, inboedel en roerende goederen met de kleding van Arent Pietersz. Dom die alle te samen op boelhuisrecht zijn verkocht, alles hun comparanten opgekomen en aanbestorven door overlijden van Rusgen Dircxsdr. en Arent Pietersz. Dom. | van der Meer, Cornelis Jorisz (I4671)
|
| 2340 | Simon is reeds weduwnaar, doch op de akte van ondertrouw wordt hij vermeld als 'J.M. in 't ambagt van 't Dorp' Neeltje als 'JD in Noordkethel' | Gezin: Simon Jcz Berkhout / Neeltje Huibregtsdr Poot (F1590223495)
|
| 2341 | Slagveld, een terrein of wildernis nabij de Korendijkstraat. Den 4 den Dec. 1779 werd dat in erfpacht uitgegeven; het was belend „aan de N.O. zijde 't wejjland van Jacob van Dun'n, aan de N.W.zijde de Korendijk, mitsgaders de huyssinge en erven van Leendert en Jacob Starrenburgh, Jacob Zuurmond, Jan van der Lubbe en Maarten van den Doorn, aan de Z.W.zijde het slag, toekomende aan substituut-schout Bastiaan v. d. Harst." Het werd gebruikt sedert 't begin der 18e eeuw voor 't drogen van vischwant, tot berging van mest en vuilnis enz. | van der Harst, Bastiaan Jacobse (I5197)
|
| 2342 | Slechts eenmaal hebben wij deze toestemming verleend op een verzoek van den Burger Cornelis van der Harst, te Scheveningen; waar van wij terstond aan het Provinciaal Committe, Departement van Algemeen Welzijn kennis gaven, by eene Misfive van 22 December 1796. | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 2343 | Slechts: J.M. | Gezin: Cornelis Teunisse van der Boon / Jannetje Leendertse van Duijvenbode (F1590223217)
|
| 2344 | Snaphaen Of wel musket is een geweer dat in de 17e en 18e eeuw werd gebruikt in het leger. Hierbij werd de haan op een vuursteen overgehaald. Het geweer was zwaar en moest op een vork worden ondersteund waarbij elke 5 minuten een schot kon worden afgevuurd met een draagwijdte van maximaal 300 meter. | Roeleveld, Crijn Crijne (I5477)
|
| 2345 | Soldaat, tamboerijn der Cloveniersdoelen in 1635, bottelier en zilverbewaarder van de Prinses Royaal (Maria Stuart, de echtgenote van stadhouder Willem II) in 1642 tot zijn dood in 1648. Was bij zijn huwelijk in 1631 reeds weduwnaar. {overlijden niet in Den Haag gevonden} | van Gogh, Gerrit (I13883)
|
| 2346 | Soort akte: Contrat de vente d'immeuble Object: Maison Plaats: Middelburg Huisnaam: Groot Nazareth Adres: St. Geertstraat of Reijgerstraatje A 86 Notaris: Johannes van den Broecke | van der Harst, Leendert (junior) (I13962)
|
| 2347 | Soort akte: Proces-verbaal van publique verkooping van vastgoed Aktedatum: 15-06-1814 Object: Huis en erve Plaats: Middelburg Adres: Reigerstraat A 117 | van der Harst, Leendert (junior) (I13962)
|
| 2348 | Stefanus II Hendrik van Blois (?, 1045 - Ramla, 19 mei 1102) was graaf van Blois, Chartres, Dunois en Meaux, en was een van de leiders van de Eerste Kruistocht. Hij was de oudste zoon van Theobald III van Blois en zijn, vrij snel verstoten, eerste echtgenote Garsende van Maine. Als jonge man nam Stefanus deel aan de oorlog van Blois tegen Anjou in 1061. In 1074 kreeg hij van zijn vader het bestuur over Blois en Chartres. Hij trouwde in 1080 met Adela van Normandië, een zus van Robert van Normandië en dochter van Willem deVeroveraar. Stefanus nam in 1088 deel aan de mislukte opstand tegen koning Filips I van Frankrijk. Daarna onderwierp hij zich aan de koning. In 1089 volgde hij zijn vader op als graaf van Blois, Chartres, Dunois, Châteaudun, Sancerre en Meaux, en deed hij een schenking aan de abdij van Pontylevoy voor het zielenheil van zijn ouders. Stefanus onderdrukte voor de koning een opstand van graaf Bouchard van Corbeil. Ook verwierf hij door erfenis het graafschap van de Champagne. Stefanus nam deel aan de Eerste Kruistocht en ontpopte zich als een van de leiders van de onderneming. Twee van zijn enthousiaste brieven aan zijn vrouw zijn bewaard gebleven. Stefanus was de leider van het beraad van de kruisvaarders tijdens het beleg van Nicea en een van de aanvoerders tijdens het Beleg van Antiochië. Stefanus begon eraan te twijfelen of de stad kon worden ingenomen en kreeg genoeg van de maandenlange ontberingen en gevaren van het beleg. Daarom verliet hij het beleg en keerde terug naar huis, twee dagen na zijn vertrek werd de stad door de kruisvaarders ingenomen. Stefanus kwam thuis met grote schatten maar kreeg al snel de reputatie van een lafaard. Toen hij in 1100 de kans kreeg om met de Kruisvaart van 1101 mee te gaan, stond zijn vrouw erop dat hij meeging. Deze kleine kruistocht wist nog Ankara te veroveren maar was daarna eigenlijk een mislukking. Stefanus wist na de nederlaag bij Mersivan (waar hij Raymond IV van Toulouse wist te redden) via Tarsus naar Antiochië te vlucht | van Blois, Graaf van Champagne Stephanus II (I4830)
|
| 2349 | Stefanus werd in Frankrijk geboren als zoon van Stefanus II van Blois, graaf van Blois en Chartres, en Adela van Engeland, de dochter van Willem de Veroveraar. Hij stond in bijzondere gunst bij zijn oom, koning Hendrik I van Engeland, en verkreeg van hem in 1115 de graafschappen Lancashire, Mortain en werd heer van Eye. Hij verbleef vooral op zijn Normandische bezittingen en vocht meerdere conflicten uit met andere edelen. Voor 1125 trouwde Stefanus met Mathilde van Boulogne, de erfdochter van graaf Eustatius III van Boulogne. In 1127 organiseerde hij voor Hendrik een campagne tegen Willem Clito, de nieuwe graaf van Vlaanderen, en Lodewijk VI van Frankrijk. Hierdoor kon Willem, die een tegenstander van Hendrik was, zich niet handhaven als graaf van Vlaanderen. Na de dood van zijn schoonvader erfden Stefanus en Mathilde niet alleen het graafschap Boulogne maar ook zijn grote bezittingen in Normandië en het zuidoosten van Engeland. Stefanus was nu een van de rijkste edelen in Engeland en Frankrijk. Hij waseen belangrijke hoveling in Engeland maar ook een regelmatige gast van Lodewijk VI aan zijn hof in Parijs. Opvolging van Hendrik Hendrik had geen mannelijke erfgenamen. Voor zijn overlijden had hij daarom zijn edelen, waaronder Stefanus, laten zweren om zijn dochter Mathilde als vorstin te zullen steunen. Toen Hendrik in 1135 stierf, ontstond er een complexe situatie. Veel edelen en kerkvorsten konden niet zomaar een vrouw als koning accepteren, die bovendien getrouwd was met een niet Normandisch/Engelse edelman (Godfried V van Anjou). Er ontstond fel debat over de invulling van het koningschap en tegelijkertijd stelden de edelen uit Normandië Stefanus' oudste broer Theobald IV van Blois kandidaat als koning. Stefanus maakte gebruik van de impasse door zich in Londen tot koning uit te roepen. Met steun van zijn broer bisschop Hendrik van Winchester kreeg hij de steun van de koninklijke kanselier en schatbewaarder. Stefanus bezette met een klein leger Canterbury en Dover om een mogelijke invasie te kunnen afslaan. Stefanus kocht de steun van de kerk door te beloven de kerk in vrijheid bisschoppen te laten benoemen. En hij kocht de steun van de edelen en de steden door de belasting voor het Danegeld af te schaffen. Theobald gaf zijn aanspraken op in ruil voor het regentschap van het hertogdom Normandië. Mathilde gaf echter niet toe en daarmee begon een periode van strijd die de hele regering van Stefanus zou voortduren (Anarchie). Omdat Stefanus' vrouw ook Mathilde heette, werden zij en de kandidaat-koningin van elkaar onderscheiden door de vrouw van Stefanus "koningin Mathilde" te noemen en de kandidaat-koningin "keizerin Mathilde", omdat ze in haar eerste huwelijk met keizer Hendrik V getrouwd was geweest. In de eerste jaren van Stefanus' regering had hij nog een kans om zijn macht te vestigen en een stabiel bestuur op te bouwen. Keizerin Mathilde bezat niet echt de middelen om hem te bedreigen. Belangrijke edelen zagen echter hun kans om voordeel tehalen uit de onzekere situatie. De eerste was koning David I van Schotland, die ook grote Engelse goederen in leen had. In 1136 viel hij met een Schots leger Engeland binnen maar toen Stefanus een groot leger op de been wist te brengen werd in Durham een vrede onderhandeld waarbij David en zijn zoons belangrijke goederen in het noorden van Engeland verwerven. Tijdens een rijksdag erkenden bijna alle edelen het koningschap van Stefanus en de enkele weigeraars werden snel onderworpen, maar Stefanus heeft ze slechts licht of helemaal niet bestraft. Inmiddels had Godfried van Anjou Normandië aangevallen. In 1137 onderhandelde Stefanus met veel moeite een overeenkomst waarbij Godfried zich terug trok tegen een betaling van 2000 pond per jaar. De Schotten vielen in 1138 weer het noorden van Engeland binnen. Stefanus viel op zijn beurt Schotland binnen. Over en weer werden gebieden geplunderd en verwoest, totdat een lokaal Engels leger de Schotten wist te verslaan in de slag van de Standaard. Stefanus moest zich terug trekken uit Schotlandomdat zijn neef Robert van Gloucester, bastaardzoon van Hendrik I van Engeland, ontevreden was geworden over de beperkte rol die Stefanus hem had gegeven in het bestuur, en besloot om keizerin Mathilde te steunen. Stefanus wist de meeste gebieden van Robert te veroveren maar zag af van een aanval op Bristol - Roberts belangrijkste machtsbasis. Omdat zijn adviseurs vonden dat hij te mild was voor opstandelingen, liet Stefanus het grootste deel van het garnizoen van Shreswbury vermoorden nadat ze zich hadden overgeg Stefanus' broer bisschop Hendrik werd rond deze tijd benoemd tot pauselijk legaat voor Engeland. Stefanus stichtte de abdij van Furness. Koningin Mathilde onderhandelde in 1139 een nieuwe overeenkomst met David van Schotland waarbij die de controlekreeg over Northumbria, inclusief de strategische kastelen van Newcastle upon Tyne en Bamburgh, maar wel Stefanus als koning erkende. In 1139 leek Stefanus, afgezien van enkele lokale problemen, duidelijk de macht in handen te hebben in Engeland en Normandië. Maar in dat jaar begonnen de problemen pas echt, voor een groot deel door Stefanus zelf veroorzaakt: Stefanus kreeg een ernstig conflict met zijn kanselier, de bisschop van Salisbury. Hierdoor koos diens familie de kant van keizerin Mathilde. Omdat Stefanus in reactie hierop steeds meer de benoeming van vertrouwelingen in kerkelijke ambten doordrukt, en daarmee zijn belofte van 1135 breekt, wordt de relatie met de kerk als geheel slechter. Keizerin Mathilde bezocht met Robert van Gloucester onverwacht haar moeder in Arundel. Stefanus was zo nobel om ze een vrijgeleide naar Bristol te geven, terwijl hij ze ook gevangen had kunnen nemen. Mathilde en Robert begonnen toen rondom Bristol een nieuwe machtsbasis op te bouwen. Stefanus had nog de gelegenheid om in 1140 de abdij van Coggeshall te stichten. Hij belegerde het kasteel van Lincoln en werd daar op 2 februari 1141 door Robert van Gloucester aangevallen (Slag bij Lincoln). Stefanus werd verslagen en gevangengenomen. Tegelijk was Stefanus' broer Theobald verwikkeld in een conflict met de koning van Frankrijk. Daardoor kon hij niet voorkomen dat Godfried van Anjou Normandië veroverde. Keizerin Mathilde riep zichzelf uit tot "Heerseres van Engeland en Normandië" en begon voorbereidingen voor een kroning. Hendrik, de pauselijke legaat en broer van Stefanus, probeerde een vrijlating van Stefanus te onderhandelen en bood daarbij aan dat Stefanus van de koningstitel zou afzien. Keizerin Mathilde wilde daar niet op ingaan en Hendrik weigerde daarna mee te werken aan de kroning, waardoor die niet door kon gaan. Keizerin Mathilde werd door de boze bevolking uit Londen verjaagd. In september trok zij met een leger naar Winchester om Hendrik te dwingen aan een kroning mee te In 1142 werd keizerin Mathilde drie maanden lang belegerd in Oxford maar ze wist op gedurfde wijze te ontsnappen. Stefanus en Hendrik werden in 1143 verslagen door Robert van Gloucester. De paus nam Hendrik in dat jaar zijn functie als pauselijk legaat af. Stefanus had toen alleen nog controle over het noorden en oosten van Engeland en was niet bij machte om een campagne tegen keizerin Mathilde of naar Normandie te ondernemen. Hij had grote problemen om zijn vazallen onder controle te houden. Na 1143 volgden enkele jaren van betrekkelijke rust. Dat veranderde toen Robert van Gloucester in 1147 overleed en Hendrik, de zoon van keizerin Mathilde de leiding van de strijd op zich nam. Hendrik was nog jong en wilde in actie komen. Hetzelfde jaar viel hij met een leger van huurlingen Stefanus aan maar de campagne mislukte. Hendrik sloot een overeenkomst met Stefanus waarbij Hendrik zich terugtrok maar Stefanus het achterstallige loon van zijn soldaten zou betalen. Later probeerde Hendrik nog om Stefanus vanuit Schotland aan te vallen maar hij moest vluchten toen Stefanus met een groot leger naar York trok. Hendrik werd gevangengenomen en uiteindelijk teruggestuurd naar Normandië. In 1151 wilde Hendrik Stefanus vanuit Normandië aanvallen, maar blies de onderneming af toen zijn vader overleed. Toen Hendrik in 1152 trouwde met Eleonora van Aquitanië beschikte hij over alle middelen die nodig waren om een grootscheepse invasie te ondernemen. In 1153 stak Hendrik met een legerover naar Engeland en Stefanus overleed in 1154 in de priorij van Dover aan ingewandproblemen en inwendige bloedingen. Hij is begraven in de abdij van Faversham, waar zijn vrouw twee jaar eerder ook was begraven. Volgens de kronieken was Stefanus een vriendelijke man die graag door iedereen aardig werd gevonden. Hij hield er niet van om hard of streng te zijn en had daardoor op zijn minst een deel van zijn problemen aan zichzelf te wijten. Aan de andere kant had hij een reputatie dat hij zich niet aan afspraken hield. Ook heeft hij meerdere malen edelen een vrijgeleide gegeven om ze vervolgens gevangen te kunnen nemen. De "Anarchie" is een periode die geliefd is in Engelse en Amerikaanse fictie. Stefanus wordt daarin meestal als een onbetrouwbare usurpator afgeschilderd. | van Blois, Graaf-gemaal van Boulogne Stephanus (I4249)
|
| 2350 | Suzanna van Italië of Rosala van Ivrea (ca. 950 - 26 januari 1003) was een dochter van Berengarius II van Italië en van Willa van Toscane. In haar jeugd was ze hofdame van keizerin Adelheid. Na het overlijden van Arnulf hertrouwde Rosala in 988 met de Franse kroonprins Robert de Vrome, die zeker twintig jaar jonger was dan zij. Het huwelijk was tegen de zin van Robert maar overeenkomstig de wil van zijn vader Hugo Capet, wiens oog op Vlaanderen was gevallen. Zij bracht een mooie bruidsschat mee: Montreuil-sur-Mer en Ponthieu. Na de dood van zijn vader verstootte Robert spoedig zijn echtgenote onder het voorwendsel dat ze te oud was om nog kinderen te krijgen. Hij trouwde met Bertha van Bourgondië en Rosala trok zich terug in Vlaanderen. Er ontstond een conflict tussen Vlaanderen en de koning omdat die weigerde Montreuil terug te geven, zijn enige "eigen" zeehaven. Na een periode waarin Vlaanderen de tegenstanders van de koning had gesteund, werd een compensatie overeengekomen. Rosala had een belangrijk aandeel in het bestuur van Vlaanderen en overleed in 1003. | van Italië, Gravin Gemalin van Vlaanderen Suzanna (I14660)
|
| 2351 | Tamboer | (Cruck, Cruijck), Gerrit Leendertsz (I3814)
|
| 2352 | Te Lowestoft, Suffolk, Engeland overleed Joris Buitenhek en aldaar begraven | Buitenhek, Joris Arense (I13593)
|
| 2353 | Te Maassluis sloot hij een tweede huwelijk. Daarover staat genoteerd in het doopboek van Monster; "Rochus Arentse Luck, wedr van Monster met Maertje Sans van der Hoof j d van alhier woonende nu ter Heide Alhier getrout den 9 nov 1690" (161). | Gezin: Rokus Arentsz Luck / Maertje Jans van der Hoof (F1728824119)
|
| 2354 | Te samen met Klaar Jacobse | Knoester, Evert Wouterse (I5612)
|
| 2355 | Ten aanzien van de vader des bruidegoms het volgende citaat uit de akte: "Voorts is door partijen en getuigen onder ede verklaard, dat de vader van de bruidegom, in de geboorteakte van den laatsten voortkomende onder den naam van Jacob van der Kruijk, dezelfde persoon is, die in de overlijdensakten van de ouders des bruidegoms is genaamd Jacobus van der Kruk, en Jacob van der Kruk". Blijkbaar is vader Jacob al bij leven en welzijn zich 'van der Kruijk' gaan noemen. Verder valt op dat bruidegom Willem tekent met 'van der Kruk'. | Gezin: Willem van der Kruijk / Neeltje de Jong (F1590222487)
|
| 2356 | Ter belooning van aangewenden yver voor 1,5 morgen woeste duingrond. | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 2357 | Tesamen met haar zoon Machiel begraven | Valstar, Lijsbeth (I8790)
|
| 2358 | Tesamen met zijn moeder Elisabeth Valstar begraven. | Wijnands (Wijnlant, Wijmans), Machiel (I8168)
|
| 2359 | Testament tussen Arij Crijnen van der Helm en (de ziekelijke) Maartie Noordervliet | van der Helm, Arie Crijnsz (I4527)
|
| 2360 | Testament van Betgen Cornelis, weduwe van Cornelis Heijnricksz, schipper, wonend in Poeldijck. Zij noemt haar 5 kinderen: Corn. Cornelisz; Philps Cornelisz; Sent Cornelisz; Annetgen Cornelis, huisvrouw van Leendert Gijsen; Dirckgen Cornelis, huisvrouw van Adriaen Dircksz. Tevens de kinderen van Henrick Cornelisz, haar zoon zaliger. | Betgen Cornelisdr (I12808)
|
| 2361 | Testament van Dieuwertgen Gerritsdr wonend inden convente vanden Sint Ursula van Delft en eertijds conventeael van st. Marie clooster inde poort? van den Haege. Legaten aan: - Cornelis Gerritsz zoon van wijlen Gerrit Adriaensz Landman uit Geertruidenberg; - haar neef Jan Jaspers wonend te 's-Gravenzande, zoon van Jasper Gerritsz - Frans Dircxs wonend te Geertruidenberg - Trijn Cornelis eertijds Mees Gerrits jonckwijff - Maritge Vincenten - Annitgen Jansdr - Machtelt Henricx huisvrouw van Harman Thiemans - de 4 medebewoonsters bij haar convent, de conventualen van Sint Barbara te Delft, Agnietge Buijsmaker, Martijntge moeder in t selve convent, Jannitge Corn., Anna Jans. Wat zij naast de legaten achterlaat wordt nagelaten aan (niet met name genoemde) personen van vaders en moederszijde. | van Alenburgh, Jan Jaspersz (I2276)
|
| 2362 | Testament van Dieuwertgen Gerritsdr wonend inden convente vanden Sint Ursula van Delft en eertijds conventeael van st. Marie clooster inde poort? van den Haege. Legaten aan: - Cornelis Gerritsz zoon van wijlen Gerrit Adriaensz Landman uit Geertruidenberg; - haar neef Jan Jaspers wonend te 's-Gravenzande, zoon van Jasper Gerritsz - Frans Dircxs wonend te Geertruidenberg - Trijn Cornelis eertijds Mees Gerrits jonckwijff - Maritge Vincenten - Annitgen Jansdr - Machtelt Henricx huisvrouw van Harman Thiemans - de 4 medebewoonsters bij haar convent, de conventualen van Sint Barbara te Delft, Agnietge Buijsmaker, Martijntge moeder in t selve convent, Jannitge Corn., Anna Jans. Wat zij naast de legaten achterlaat wordt nagelaten aan (niet met name genoemde) personen van vaders en moederszijde. | van Alenburgh, Dieuwertgen Gerrits (I14269)
|
| 2363 | Testament van Dirckgen Claesdr, weduwe van Jasper Gerrits, schoemacker wonende in de Papestraet te Delft. Zij vermaakt en legateert aan: - Tonis Jans en Martijntgen Jansdr voorkinderen van haar dochter Rusgen Jaspersdr en wijlen Jan Thonis (1e man): ieder een som van 600 car. gld. - de voorkinderen van wijlen haar man, genaamd: Jan Jaspers en Cornelis Jaspers, 10 ponden - de 2 kinderen van wijlen Dirckgen Jaspersdr, 25 car. gld. - Rusgen Jaspers is de enige erfgenaam Het testament is opgemaakt en ten huize van Dirck Vincents van Schapensteijn, brouwer in de Candelaer in aanwezigheid van Dirck Vincents en zijn zoon Vincent Dircks als getuigen. | Dirckgen Claesdr (I14266)
|
| 2364 | Testament: 17-5-1651. Heeft 7k gehad (Notaris: Gerard van der Wel, Delft) | Verhouck, Pieter Clz (I4185)
|
| 2365 | Teunis vertrok naar "Het Westland ", waar het werk in de tuinderijen te vinden was dat hem aantrok. | Bakkenes, Teunis (I5871)
|
| 2366 | Tevens op 12-2-1796 | van der Harst, Cornelis Leenderts (I5312)
|
| 2367 | Theobald de Oude (ca. 880-943) geldt als de stamvader der Theobalders. Hij was burggraaf van Blois, Tours en Troyes, en lekenabt van Saint-Florent. In 904 kocht hij Chartres van de Vikingen. | Theobald (I14599)
|
| 2368 | Theobald huwde rond 1090 met Elisabeth, dochter van heer Milon I van Montlhéry. Dit huwelijk leverde het huis Dampierre veel prestige op, daar het huis Montlhéry een zijtak was van het huis Montmorency, een van de meest illustere adellijke geslachten in Frankrijk. Elisabeth bracht tevens het burggraafschap Troyes binnen het huwelijk, waardoor hij een belangrijke figuur in het graafschap Champagne werd. Theobald en zijn echtgenote Elisabeth kregen minstens drie kinderen: Gwijde I (overleden in 1151), heer van Dampierre Odo (overleden na 1136) een dochter, die huwde met een ridder genaamd Godfried | Gezin: Heer van Dampierre Theobald van Dampierre / Elisabeth van Montlhéry (F1730708832)
|
| 2369 | Theobald I van Blois, bijgenaamd de Bedrieger, (voor 905 - 16 januari 975/978) was een West-Frankisch edelman. Hij wordt beschouwd als de grondlegger voor de macht van het huis Blois-Champagne dat gedurende enkele eeuwen een prominente rol zou spelen in de geschiedenis van Frankrijk en van Engeland, en tijdens de eerste kruistochten. In 935 versloeg Theobald voor zijn vader Theobald de Oude de Vikingen van de Loire. In 940 volgde hij zijn vader op als burggraaf van Tours en steunde zijn leenheer Hugo de Grote tegen Lodewijk IV van Frankrijk. Theobald sloot in 943 een zeer gunstig huwelijk met Liutgard van Vermandois, dochter van Herbert II van Vermandois en weduwe van Willem I van Normandië. Bij het huwelijk bracht zij het graafschap Provins in. Toen Hugo kort daarna de erfenis van Herbert verdeelde, kreeg Theobald door zijn vrouw een ruim aandeel: hij werd ook nog graaf van Blois, Troyes, Beauvais, heer van Montagu, Montagne, Vierzon en Sancerre. Hij noemde zichzelf nu ook graaf van Tours. Theobald nam in 945 Lodewijk gevangen voor Hugo en kreeg van Hugo het commando over de stad Laon. In 948 werd hij voor deze daden tegen de koning geëxcommuniceerd door de synode van Laon. In de troebele tijden daarna wist Theobald zijn positie nog verder te versterken en werd graaf van Rennes en Chartres, burggraaf van Châteaudun en regent van Bretagne. In 961 kwam hij in conflict met Richard I van Normandië. Theobald viel Évreux aan terwijl de Normandiërs Châteaudun aanvielen. Het volgende jaar versloeg Richard Theobald bij Rouen, veroverde Chartres en brandde de stad tot de grond toe af. Theobald zocht nu politieke steun bij koning Lotharius van Frankrijk. In de volgende jaren heroverde Theobald Vierzon, veroverde Saint-Aignan en Anguillon in Berry. Tevens versterkte hij Chartres en Châteaudun, en bouwde het kasteel van Saumur. In 964 werd hij geëxcommuniceerd door aartsbisschop Odelric van Reims omdat hij zich bezittingen van het aartsbisdom had toegeëigend. In 974 legde Theobald zijn func | van Blois, Theobald I (I14597)
|
| 2370 | Theobald III van Blois (1012 – 30 september 1089) was de oudste zoon van Odo II van Blois uit diens tweede huwelijk met Irmgard van Auvergne, en wist diens machtige positie en bezittingen voor een groot deel te behouden. Theobald heeft in 1026 voor zijn vader gevochten bij Saumur en in 1037 in de slag bij Bar-le-Duc (Meuse) waar zijn vader sneuvelde. Na de dood van zijn vader erfde Theobald Blois, Chartres, Dunois, Meaux, Sancerre, Châteaudun, Tours, Sens, Beauvais, Château-Thierry, Provins en Saint-Florentin (Yonne). Theobald en zijn broer Stefanus II van Champagne weigerden aanvankelijk om aan koning Hendrik I van Frankrijk de eed van trouw te zweren, waarop die hen met steun van Anjou aanviel. Uiteindelijk versloeg Godfried II van Anjou Theobald en Stefanus in de slag bij Nouy (bij Saint-Martin-le-Beau) en was Theobald gedwongen om Tours aan Anjou af te staan. In ruil voor Sens en Beauvais verzoende Theobald zich daarna met koning Hendrik en sloot een verbond met hem tegen Anjou. Theobald kreeg de functie van paltsgraaf. Ook verstootte hij zijn vrouw Gersende van Maine, mogelijk wegens de banden van haar familie met Anjou. Stefanus overleed in 1048 en Theobald bezette met steun van keizer Hendrik III diens goederen in Champagne hoewel Stefanus' zoon Odo II van Champagne zich daar nog lang tegen verzette. Theobald steunde in 1054 koning Hendrik tegen Normandië en huldigde in datzelfde jaar keizer Hendrik te Mainz voor zijn Lotharingse bezittingen. In 1066 werd hij formeel graaf van Champagne omdat zijn neef zijn aanspraken opgaf en in het gevolg van Willem de Veroveraar naar Engeland trok. Theobald deelde in 1074 zijn macht met zijn zoon Stefanus. Hij was in 1081 nog gastheer van het concilie van Meaux en steunde de paus tegen de koning. Theobald werd begraven in de Sint-Maartenskerk te Épernay. | van Blois, Theobald III (I4284)
|
| 2371 | Theobald was een zoon van Wouter van Moëslains uit diens huwelijk met Maria van Saint-Just. | van Dampierre, Heer van Dampierre Theobald (I14640)
|
| 2372 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I7264)
|
| 2373 | Thuis teruggekeerd uit Jeruzalem huwde hij met Aleid of Adelheid van Heusden (1060-1145), een dochter van Jan II van Heusden. Zijn vrouw was mogelijk al weduwe uit een vorig huwelijk, omdat er een groot leeftijdsverschil was. | Gezin: Heer van Arkel Jan III van Arkel / Adelheid van Heusden (F1730448506)
|
| 2374 | Tijd: 13:00 Moeder van Arie bij huwelijk aanwezig. Beide ouders van Urmpje aanwezig. | Gezin: Arie Arijense Pronk / Urmpje Leendertse Spaans (F1590222479)
|
| 2375 | Tijd: 13:30 De beider ouders van bruid en bruidegom aanwezig. | Gezin: Leendert van der Harst / Aagje Korvink (F1640165980)
|
| 2376 | Tijdens de eerste 25 jaar van zijn bewind was Filips volop bezig om zijn binnenlandse positie te versterken, ten koste van de grote leenmannen in het noorden van Frankrijk. Hierin was hij niet altijd succesvol. Een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen: 1068: Filips verwierf de Gâtinais in ruil voor zijn steun aan Fulco IV van Anjou 1071: Filips verloor de slag bij Kassel tegen Robrecht I de Fries die de macht in Vlaanderen had gegrepen ten koste van de rechtmatige graaf Arnulf III van Vlaanderen. Filips kreeg de abdij van Corbie in ruil voor de erkenning van Robrecht als graaf. 1072: versterking van de band met Robrecht door een huwelijk met diens stiefdochter Bertha van Holland 1076: Filips ontzette de stad Dol die door Willem de Veroveraar werd belegerd 1077: vrede met Willem die stopte met zijn pogingen om Bretagne te veroveren 1079: Filips stelde het kasteel van Gerberoy ter beschikking van Robert, de opstandige zoon van Willem de Veroveraar 1082: Filips annexeerde de Vexin 1090: Filips verwierf Bourges in Berry Problemen met de kerk Na 1090 werd Filips' bewind beheerst door zijn huwelijksverwikkelingen en de conflicten met de kerk die daaruit voortkwamen: Filips begeerde Bertrada, de mooie en jonge vijfde vrouw van zijn oude vazal Fulco IV van Anjou. Tegelijk vond Filips dat koningin Bertha dik en onaantrekkelijk was geworden. Dus scheidde hij op 15 mei 1092 van haar en verbande haar van het hof. Daarna trouwde Filips met Bertrada. Bertrada was toen nog niet gescheiden van Fulco. Niet alle bisschoppen konden dit accepteren en er kwam verzet tegen deze gang van zaken. In 1094 excommuniceerde de aartsbisschop van Lyon het nieuwe paar. Dit werd in 1095 door de paus bevestigd. Onder druk van de excommunicatie verliet Filips Bertrada, waarop de excommunicatie werd opgeheven; Filips en Bertrada gingen echter weer samenwonen en werden opnieuw geëxcommuniceerd. Dit herhaalde zich enkele malen tot 1104. Toen legden Filips en Bertrada een plechtige eed af om te zullen scheiden, en werd de excommunicatie opgeheven. Natuurlijk braken ze hun eed en bleven bij elkaar maar de excommunicatie werd niet opnieuw ingesteld. Als dank gaf Filips tijdens een ontmoeting in Saint-Denis steun aan paus Paschalis II tegen keizer Hendrik V. | van Frankrijk, Koning van Frankrijk Filips I (I14604)
|
| 2377 | Tijdens het huwelijk met Boudewijn I baarde Judith vier kinderen: Karel, geboren ca. 864, jong gestorven Boudewijn II (865–918), (later naar zijn grootvader Karel en via de langs zijn moeder Judith geërfde kaalheid Boudewijn de Kale genoemd) Rudolf van Kamerijk (870-896) vermoedelijk nog een dochter, de kronieken van het klooster van Waulsort vermelden bij de dood van Rudolf van Kamerijk (Cambrai) dat Wouter, de zoon van Rudolfs zuster, probeerde hem te wreken. Gunhilda, gehuwd in 877 met Wilfred I el Velloso, graaf van Urgel en Barcelona, wordt ook vaak als dochter van Boudewijn en Judith genoemd maar dit is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een middeleeuwse tekst. Zij was afkomstig uit de omgeving van Barcelona. | Gezin: Graaf van Terwaan Boudewijn I van Vlaanderen / Koningin van Wessex Judith van West Francie (F1590224352)
|
| 2378 | Tijdens Jan II’s regeerperiode stichtte hij een kerk te Spijk en ook in Dalem. Trok in 1076, met Robrecht de Fries en diens stiefzoon Dirk V van Holland, op tegen Koenraad, de Bisschop van Utrecht, en hielp het slot te IJsselmonde belegeren. Hij kwam om het leven bij die opstand bij IJsselmonde, mogelijk kon dit ook de Slag bij IJsselmonde zijn geweest. | van Arkel, Heer van Arkel en Heukelum Jan II (I14563)
|
| 2379 | Tijdens storm is de pink 'De Jonge Gerard' omgeslagen. Op 16 september kwam er per telegraaf een bericht dat op Vlieland de pink als wrak en zonder masten of zeilen op het strand was geworpen. | Pronk, Jan (I13583)
|
| 2380 | Toen Floris sneuvelde, was Dirk nog minderjarig en zijn moeder trad op als regentes. Bisschop Willem I van Utrecht maakte van deze situatie gebruik om het Rijnland en het Kennemerland te annexeren. Deze annexatie werd formeel bevestigd door keizerin Agnes van Poitou, de regentes van Duitsland. Van Dirks graafschap bleven alleen de meest noordelijke en zuidelijke gebieden over. Zijn moeder besefte dat Dirk een sterke bondgenoot nodig had en ze trouwde in 1063 met Robrecht I van Vlaanderen (Zie Graven Vlaanderen nr. 8c), de broer van de graaf Boudewijn VI van Vlaanderen. Die gaf zijn aanspraken in Vlaanderen op (ten gunste van zijn neef Arnulf III van Vlaanderen) en wijdde zich aan zijn Friese belangen. Daaraan ontleent hij in Vlaanderen zijn bijnaam “de Fries”. Dirk ontving Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde (o.a. Walcheren), als apanage. Robrecht en Boudewijn wisten het Rijnland en Kennemerland weer terug te veroveren maar de keizer gaf hertog Godfried III van Lotharingen van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop te verdedigen. Godfried werd op 26 februari 1076 vermoord in Delft of Vlaardingen, volgens de overlevering werd hij toen hij zijn behoefte deed, van onderen dodelijk verwond. Toen bisschop Willem een paar maanden later ook overleed, verzamelde Dirk een Vlaams leger en probeerde opnieuw zijn graafschap te heroveren. De nieuwe bisschop Koenraad verschanste zich in het kasteel van IJsselmonde. De gevechten werden beslist doordat Dirk het kasteel kon veroveren: Koenraad sloot vrede en gaf daarbij het Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk. | van Holland, Graaf van Holland Dirk V (I4264)
|
| 2381 | Toestemming voor dit huwelijk is 29 januari 1762 verkregen te Monster. | Gezin: Pieter Matthijsz van Gaalen / Josina van Westmase (F1590222591)
|
| 2382 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I6512)
|
| 2383 | Tonis Jans en Martijntgen Jansdr voorkinderen van haar dochter Rusgen Jaspersdr en wijlen Jan Thonis (1e man): ieder een som van 600 car. gld. | Tonis Jans (I14272)
|
| 2384 | Tonis Jans en Martijntgen Jansdr voorkinderen van haar dochter Rusgen Jaspersdr en wijlen Jan Thonis (1e man): ieder een som van 600 car. gld. | Martijntgen Jansdr (I14273)
|
| 2385 | Toorn, van der Bronvermelding Titel: Toorn, van der Opmerking: Dit wapen is in 2018 ontworpen door H.K. Nagtegaal. Geregistreerd op verzoek van [persoonsgegevens verwijderd conform AVG 2018], vader van de aanvrager en zijn naamdragende nakomelingen. De aanvrager stamt af van Arent Wouterse van der Toorn, begr. Scheveningen 24 november 1652. Hij huwde ca. 1635 met Barbar Flooren Reijers. Familienaam Toorn, van der Wapen: in blauw een gouden schietlood, vergezeld rechts van een gekanteelde zilveren toren, zwart verlicht met rode deur en links drie goud gekroonde haringen van natuurlijke kleur, boven elkaar Helm: aanziend Wrong: blauw en goud Helmteken: een zilveren vlucht Dekkleden: blauw, gevoerd van goud Schildhouder: twee gouden aanziende leeuwen, rood getongd en genageld, het geheel geplaatst op een groene arabesk gestoken door een zilveren ring Wapenspreuk: DUM VIVIMUS VIVAMUS Trefwoorden arabesk gekanteeld gekroond laars leeuw toren vis Maker H.K. Nagtegaal Akkoord: ja Bron collectie H.K. Nagtegaal Delft COLLECTIE DERDEN: Het Centraal Bureau voor Genealogie stelt zich niet garant voor de correctheid van de hierboven genoemde genealogische en heraldische gegevens | van der Toorn, Arent Wouterse (I5484)
|
| 2386 | Tot 1 mei 1936 cafehouder annex fouragehandelaar te Roodhuis, daarna veehouder te Westhem. Persoonskaart aanwezig PB 8229, 10-11-1941 | Zijlstra, Pier (I7380)
|
| 2387 | Traditioneel wordt de forestier Odoaker als zijn vader gezien, maar Odoaker (als vader van Boudewijn) en zijn voorouders worden tegenwoordig als speculatief beschouwd omdat dit alleen is gebaseerd op teksten uit de twaalfde eeuw.[4] Een andere theorie is dat Boudewijns vader wel Odoaker heette maar een lagere hoveling was. Schaking van en huwelijk met Judith van West-Francië Boudewijn is bekend als grondlegger en eerste graaf van het graafschap Vlaanderen. Hij schaakte op kerstmis 861 Judith van West-Francië, dochter van de koning van West-Francië, Karel de Kale.[5] De 17-jarige Judith was al twee keer weduwe: zowel van koning Æthelwulf van Wessex als van diens zoon koning Æthelbald.[6] Haar vader wilde haar natuurlijk een derde keer gunstig uithuwelijken, maar ze vluchtte met Boudewijn. Het stel werd daarbij geholpen door Judiths broer Lodewijk de Stamelaar, die steeds in conflict was met zijn vader. Ze vluchtten naar het noorden. Maar Karel de Kale stuurde brieven aan Rorik van Dorestad en bisschop Hunger van Utrecht dat zij de vluchtelingen geen onderdak mochten geven. Karel liet het paar door bisschoppen excommuniceren.[7] Het paar reisde via Lotharingen naar Rome en bepleitten hun zaak bij paus Nicolaas I, waarop de excommunicatie door de paus werd ongedaan gemaakt.[8] Twee jaar lang schreef paus Nicolaas brieven naar de woedende vader, Karel de Kale, waarin hij voor verzoening pleitte. Op 13 december 863 volgde het officiële huwelijk te Auxerre met de uiteindelijke toestemming van Karel, alhoewel hij niet bij het huwelijk aanwezig was.[9] Omstandigheden en belang van zijn huwelijk met Judith Boudewijn was vaak te gast aan het Karolingisch hof en kende Lodewijk, later bekend als Lodewijk de Stamelaar, zoon van keizer Karel en broer van Judith. Lodewijk verving zijn vader tijdelijk toen die probeerde het graafschap Provence bij Frankrijk te voegen. Toen Lodewijk Judith in een klooster te Senlis opzocht, nam hij Boudewijn mee. Een huwelijk tussen beiden gaf Judith de kans om aan het kloosterleven te ontsnappen, terwijl Boudewijn lid werd van de Karolingische dynastie. Ook Lodewijk trouwde later zonder toestemming van zijn vader en zijn jongere broer Karel. Hincmar, de aartsbisschop van Reims, tekende het verhaal van de vlucht en het huwelijk op. Hij excommuniceerde Judith ook en beriep zich daarvoor op de canon 10 van het Romeins concilie van 721. Die slaat echter op roof van een vrouw met geweld en aangezien zij instemde kon er geen sprake zijn van roof. De legende van de Brugse Beer Het Beertje van de Loge Het Brugse Beertje van de Loge verwijst naar de schaking van Judith: toen Boudewijn met Judith naar Vlaanderen terugkeerde, werden zij in het bos aangevallen door een reusachtige witte beer (een bruine beer wit van sneeuw), volgens de legende "de oudste bewoner van Brugge". Deze beer was al eerder gesignaleerd omdat hij de omgeving onveilig maakte. Reizigers die zich buiten de muren van Brugge waagden, werden vaak door de beer aangevallen. En dus ook Boudewijn I. Hij wierp zich zonder aarzelen in de strijd met de beer. Niemand durfde dichterbij te komen, ook niet om hun leenheer te helpen. Op een bepaald moment stelde de beer zich recht op zijn achterste poten en ging met zijn rug tegen een boom staan om zo met meer kracht opnieuw aan te vallen. Maar net op dat moment sprong Boudewijn vooruit en doorboorde de beer met zijn lans. De stoot was zo hevig en krachtig dat de lans zich door de beer onwrikbaar in de boom vaststak. Boudewijn was zijn naam met den ijzeren arm dus waardig. Volgens de legende sch Vandaag is in de gevel van de Poortersloge aan het Jan van Eyckplein in Brugge nog een beeldje van een rechtopstaande, schilddragende beer te zien. De beer die een schild vasthoudt, verscheen echter pas in 1304, dus het gaat niet om hetzelfde beeldje als het geschenk aan Boudewijn. De Poortersloge was van 1417 tot 1715 het lokaal van het Genootschap van de Witte Beer, een selectieve steekspelvereniging die een tijdje na de heldendaad van Boudewijn werd opgericht. Het belangrijkste evenement dat ze organiseerden was de Wapenpas van de Gouden Boom, van 3 tot 11 juli 1468, ter gelegenheid van het huwelijk van Karel de Stoute met Margaretha van York. In 1417 had het gezelschap van de stad de toestemming gekregen een beeldje van hun mascotte, een rechtopstaande beer, in de gevel te plaatsen. Graaf van Vlaanderen Als onderdeel van de verzoening kreeg Boudewijn het bestuur over de pagus Flandrensis, het gebied rond Torhout, Gistel, Oudenburg en Brugge.[10] Dit was in de ogen van Karel waarschijnlijk een onbetekenende functie: Vlaanderen lag in een uithoek van zijn koninkrijk en werd geteisterd door de Vikingen. Boudewijn bleek echter een succesvol bestuurder. Hij wist de invallen van de Vikingen te stoppen en bouwde daarvoor versterkingen in Arras, Gent en Brugge. In Brugge bouwde hij een kerk die aan Donatianus van Reims werd gewijd en gaf relieken van de heilige aan de kerk. In Veurne stichtte hij een Benedictijner klooster, waaraan hij relieken van heilige Walburgis schonk. In 870 werd zijn bezit uitgebreid en was hij heer van geheel Vlaanderen en Ternois. Hetzelfde jaar werd hij lekenabt van de Sint-Pietersabdij in Gent. Boudewijn I afgebeeld in de Flandria illustrata uit 1641 In 877 steunde hij Lodewijk de Stamelaar bij de opvolging van Karel de Kale.[11] Kort daarna trok hij zich terug en werd monnik in de abdij van Sint-Bertinus, waar hij ook werd begraven. Kinderen Boudewijn en Judith van West-Francië hadden vier kinderen:[12] Karel, geb. ca. 864, jong gestorven Boudewijn Rudolf van Kamerijk vermoedelijk nog een dochter, want kronieken van het klooster van Waulsort vermelden dat bij de moord op Rudolf van Kamerijk een zekere Walter, zoon van Rudolfs zuster, hem probeerde te wreken.[13] Gunhilda, gehuwd in 877 met Wilfred I el Velloso, graaf van Urgel en Barcelona, wordt ook vaak als dochter van Boudewijn en Judith genoemd, maar dit is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een middeleeuwse tekst. Zij was afkomstig uit de omgeving van Barcelona. De graaf van Vlaanderen regeerde over het graafschap Vlaanderen vanaf de 9e eeuw. Vroege graven zoals Arnulf I de Grote werden soms markgraaf genoemd. Deze alternatieve titel werd niet meer gebruikt vanaf de 12e eeuw. Soeverein graaf van Vlaanderen Het graafschap Vlaanderen werd gevormd doordat Boudewijn I de dochter van Karel de Kale had geschaakt. Karel de Kale deed er alles aan om het echtpaar uit elkaar te halen. Door bemiddeling van de paus ging het huwelijk door en kreeg Boudewijn het bestuur over de pagus Flandrensis het gebied rond Torhout, Gistel, Oudenburg en Brugge. Huis Vlaanderen (862-1119) | van Vlaanderen, Graaf van Terwaan Boudewijn I (I4131)
|
| 2388 | Transport Maasland. f. 25v 6-5-1698: Comp. Leendert Pietersz. de Jongh, Pieter Jillisz. de Bruijn en Cornelis Jansz. Noordervliet als in huwelijk hebbende de wed. van Jacob Pietersz. de Jongh ieder voor haar zelf, Bastiaen Jansz. Boer als voogd over Dirckie en Pietertje Pietersdr. de Jongh beide onmondige en nagelaten weeskinderen van zal. Pieter Pietersz. de Jongh in zijn leven gewoond hebbende op het eiland Rozenburg, geprocreerd bij Lauwerentie Hendricksdr. Verkade, mitsgaders de voorn. Leendert Pietersz. de Jongh als hem sterk makende voor Jan Dircxsz. Verboon als in huwelijk hebbende Neeltie Pietersdr. Thoen voormaals weduwe van Hendrick Pietersz. de Jongh en in die kwaliteit te samen kinderen en kindskinderen van zal. Pieter Pietersz. de Jongh en Neeltie Leendertsdr. van der Houff, en transporteren aan Claes Claesz. Trapper de Jonge zeker woninkie als huism schuur, barg en geboomte met de toegift van 1,5 morgen bruikwaar land daar hetzelve woninkie ten dele op staat, staande en gelegen op de Oostkade van de Commandeurspolder. Verwijst naar oude waarbrieven d.d. 2-5-1627 en 22-5-1639. | de Jongh, Pieter Pietersz (I4451)
|
| 2389 | Trijntge Cornelisdr @, tegenwoordig huisvrouw van Pieter Doensz van Ockenburg, wonende aen de Merriendijk in den baljuwschap van Naaldwijk. Voordat ze met haar lieve man Pieter Doensz huwde was overeengekomen dat als ze voor haar tegenwoordige man overleed, met of zonder kinderen, zou hij uit de boedel zeker perceel weiland van acht morgen vooruit erven, leggende omtrent ofte achter de woninge van Claes Jansz in ambacht van Wateringen en nog twee erfpachten op Honselersdijk, van ƒ 20,- ‘s jaers, blijvende voorts alle de ander goederen bij haren man ende haer ten huwelijken gebracht mitsgaders alle opervinge en erfenis, winst ende schade gemeen. Alle welcke conditie sij comparante als inderdaad met kennisse van haar vrienden geschiet sijnde; sij alsnoch is begerende dat sijn voortgang sal hebben ende effect sorteren, sonder dat eenige van haer erfgenamen of voogden er iets tegenin zullen kunnen brengen. get.: Jacob Pieters Touw @, haer stiefvader en Huijg Cornelisse aen de Geest, haer comparants broeder | Arkesteijn, Arckesteijn, Arckensteyn, Trijntje Cornelisdr (I6367)
|
| 2390 | Trouwboek vermeldt: beyde van ’s-Gravensandt | Gezin: Jacob Adriaensz Beuckel / Anna Dircks (F1641367290)
|
| 2391 | Trouwt als: Corvinck Joppe Overklift | Gezin: Kerving Joppe (Overklift) van der Swan / Geertje Jans Thielmans (F1590223395)
|
| 2392 | Tuinder | van Veelen, Hendrikus Martinus (I5885)
|
| 2393 | Tuinder, bollenboer | van der Kruk, Bertus Cornelis (I5914)
|
| 2394 | Tussen 1-9-1624 en 25-7-1625 | Luck, Maritgen Jansdr (I2609)
|
| 2395 | Tussen 1659 en 1672 overleden | Goeijenbier, Arien Clz (I948)
|
| 2396 | Tussen 1670 en 1671, Schipper, schepen De Lier, Heilige Geestmeester, Diaken 1682 | 't Hart, Simon Lz (I4192)
|
| 2397 | Tussen 25-08-1673 en 1680 overleden | van der Kooij, Cornelis Abrahamsz (I6955)
|
| 2398 | Tussen 29-5-1564 en 31-7-1565 | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 2399 | tussen 29-6 en 4-11-1590 | van Dijck, Cors Thonisz (I3610)
|
| 2400 | Tussen 3-8-1594 en 5-4-1595 | Luck, Willem Adriaensz (I2615)
|
| 2401 | Tussen 5-2-1496 en 17-6-1520 wordt Bertelmees Heynricxz. beleend met 2f morgen land in Borqerdijck te Maasland (leen 96) (34). | van Dorpe, Bartholomeus Hendricksz (I4242)
|
| 2402 | Twee dagen hiervoor werd haar man Cornelis begraven.. Begraven als 'Kniertge Arents de vrou van Polletie' | Kniertge Arisdr (I9032)
|
| 2403 | Twee dagen later zou zijn vrouw Kniertge worden begraven.. | van der Pol (Polletie), Cornelis Jacobsz (I9031)
|
| 2404 | Tweeling | Hofland, Arijen Cornelisz (I1427)
|
| 2405 | Tweeling | van der Houwen, Adriana (I5876)
|
| 2406 | Tweeling met zus Leentge. | van der Harst, 't kind (I4905)
|
| 2407 | Twijfel bij ovl datum en plaats | Noordam, Pleun Cornelisz (I3948)
|
| 2408 | Uijt 't Gasthuijs | van Schenaert, Foppe Gerritsen (I5532)
|
| 2409 | Uijt sijn schuijt gevallen en verdroncken | de Wit, Jacob Gerbrants (I8748)
|
| 2410 | Uit 't Gasthuijs In haar eigen graf, midden noordzij, bij het choor. Kerkeregt 4-0-0 | de Wit, Walichie Walings (I9790)
|
| 2411 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | Jol, Aeffie Gijsen (I5558)
|
| 2412 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | Jol, Kniertje Michiels (I5630)
|
| 2413 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | Blok, Aeltie Ghijsen (I5670)
|
| 2414 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | de Wit, Jacobje Flore (I5710)
|
| 2415 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | van der Meulen, Baartje Claasse (I5713)
|
| 2416 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | Ros, Marijtje Ariese (I5716)
|
| 2417 | Uit 't Gasthuijs Pro Deo | Pronk, Lysbeth Wouters (I8462)
|
| 2418 | Uit 't Gasthuijs | Ary Arentsz (I5502)
|
| 2419 | Uit 't Gasthuijs | Toet, Arie Cornelisz (I5529)
|
| 2420 | Uit 't Gasthuijs | Hoeckvermeer, Theunis Chiele (I5552)
|
| 2421 | Uit 't Gasthuijs | Bal, Fop Cornelisz (I5621)
|
| 2422 | Uit 't Gasthuijs | Fix, Ermpje Cornelisse (I5622)
|
| 2423 | Uit 't Gasthuijs | Kervingh (Corvink), Marijtgen Willems (I8300)
|
| 2424 | Uit 't Gasthuijs | Hartevelt, Arij Crijnen (I8609)
|
| 2425 | Uit 't Gasthuijs | van Vollenhoven, Immetje Egberts (I8610)
|
| 2426 | Uit 't Gasthuijs | Neeltje Dircksdr (I8743)
|
| 2427 | Uit 't Gasthuijs op 't choor. | Turfboer, Cornelis Jansz (I8856)
|
| 2428 | Uit Den Haag, opt koor in de kelder. | van der Wilt, Arij (I12729)
|
| 2429 | Uit Genealogische en heraldische merkwaardigheden 'In en uit de Grote Kerk te Maassluis' door A. Bijl Mz.: graf 209 gekocht door Jan Arentsz v d Nol op 15 februari 1673. Op de steen is gebeiteld: 'Dit graf hoort toe Ian Arentsz Nolleman. Dit graf is op 30 januari 1753 door Jan Arentsz van der Nol (welke?) verkocht aan Paulus van Rijn, oud-burgemeester van Maassluis. | van der Nol, Jan Ariensz (I14519)
|
| 2430 | Uit haar eerste huwelijk met Jan Vergoor had zij een dochter Pleuntje Jans die in het gezin is opgenomen. | Gezin: Geryt Adriaensz / Lijsbeth Jans (F1590224728)
|
| 2431 | Uit hem stamt een te Delft gevestigd geslacht Tou, dat als wapen drie gaande v ogels voert, en waarmee de leden vaak verward worden met het Woudtse geslacht. | de Ouden, Aernt (I2635)
|
| 2432 | Uit het Gasthuis In de kerk aan de Zuidzijde, bij z’n broer Jan | Jol, Gijsbert Cornelisz (I14928)
|
| 2433 | Uit het Gasthuis | Trijntje Siere Cornelisse (I5572)
|
| 2434 | Uit het Gasthuis begraven Pro Deo | Keus, Geertje Leenderts (I5720)
|
| 2435 | Uit het gasthuis begraven. Zie ook akte 118 d.d. 11-3-1666 | Neeltge Dircksdr (I5493)
|
| 2436 | Uit het Gasthuis in de kerk in den noordhoek, bij de toorn in eigen graf strekkende ten halven neffens No 2364 Bij Leendert Keus. Kerkeregt 4-0-0 | Braa, Ysbrand Jacobse (I5471)
|
| 2437 | Uit het volgende blijkt dat zij tot een tak van de familie Egmond behoort: Op de eerste plaats is haar man en later ook haar zoon rentmeester van de abdij van Egmond. Daarnaast blijkt één van hun kleinkinderen het van Egmondwapen te voeren en wel Jacob Willemsz. van Dorp, schepen en burgemeester van ‘s-Gravenhage. Hij zegelt met een gevierendeeld wapen, waarvan het eerste en vierde kwartier het familiewapen weergeven, nl. in zwart drie rood getongde zilveren leeuwekoppen. Het derde kwartier in goud een zwarte dwarsbalk en een in twee rijen van rood en zilver geschaakt Sint Andrieskruis over alles heen (Van IJsselsteijn). Het tweede kwartier geeft het Van Egmondwapen weer: gekeperd van goud en rood van twaalf stukken. Op 12 september 1515 bevestigen de weesmeesters van Den Haag de uitkoop van Alijt Jansdr. door haar vader Coeman Jan Bruijnsz. volgens de uitkoopceel d.d. 12 januari 1507: ‘heeft Coe- man Jan Bruynsz. bewezen zijn dochter Alijt Jansdochter, oud ca. 11 jaar, gewonnen bij Ariaen Jacobsdr. zijn geëchte wijf de som van 50 pond groot boven de kleren, verzekerd op zijn huis op de Voldersgraf met Ghijsbert van Egmont als borg’. Getuigen waren Cornelis Jansz., de broer van het kind van vaders- en moederszijde, Geertruijt Jacobsdochter als tante van moederskant en van Mees Heinricxz. als (vaders) zwager. In 1515 waren aanwezig: Mees Pietersz., Mees Heijnricxz. als voogd, Godsscalck Oem en broer Cornelis Jansz. 6 Volgens Van Kan is Coman Jan Bruijnsz. vermoedelijk identiek aan Jan Bruunsz., schepen 1530/31, 1531/32, weesmeester 1515, 1520, overleden 1540, zoon van Bruun Albrechtsz. Zijn dochter Alijd Coman Jan Brunendr. is (voor 9-7-1514) getrouwd met Adriaen Jacobsz. De re- gistratie van de uitkoopcedul had kennelijk te maken met dit huwelijk. Mees Heijnricxz. wordt de zwager van Jan Bruijnsz. genoemd. Hoe interpreteren we hier het woord zwager? De betekenis als schoonzoon gaat hier niet op, enerzijds omdat Jan Bruijnsz. en Mees Heijnricxz. generatiegenoten zijn terwijl bovendien Mees in 1507 nog getrouwd is met Baertgen. De enige overblijvende optie wijst naar de overleden moeder van het weeskind, Ariaen(tgen) Jacobsdr. die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een zus was van Baertgen Jacobsdr. Het zal dan ook geen toeval zijn dat een van de dochters van Mees en Baert- gen Adriaentgen werd genoemd. De afkomst van Baertgen was al eerder onderwerp van gesprek. Daarbij speelde het wapen van haar kleinzoon, Jacob Willemsz. van Dorp (VIc.), schepen en burgemeester van Den Haag, een belangrijke rol. Hij voerde een gevierendeeld wapen: het eerste en vierde kwartier: in zwart drie rood getongde zilveren leeuwenkoppen (Uterliere), het tweede kwartier: gekeperd van goud en rood van twaalf stukken (Egmond) en het derde kwartier: in goud een zwarte dwarsbalk en een in twee rijen van rood en zilver geschaakt Sint Andrieskruis over alles heen (IJsselstein). Zijn oomzegger Willem Jansz. van Dorp (VIIc.) voerde dit wapen in een iets gewijzigde vorm: I en IV: Uterliere, II en III: Egmond, met IJsselstein als hartschild. 7 Deze wapens laten zien dat Jacob Willemsz. en neef Willem Jansz. stamden (of in ieder geval pretendeerden te stammen) uit de IJsselsteinse tak van Egmond. Er zijn geen aanwijzingen dat die afstamming zou lopen via Jacobs moeder, maar met het optreden van Ghijsbert van Egmont komt de mogelijke afstamming van Baertgen uit Egmond / IJsselstein in beeld. Volgens de uitkoopcedul is hij borg voor Jan Bruijnsz. De kans daarom groot dat hij op de een of andere manier tot diens (schoon-)familie behoort. Deze Gijsbert kunnen we identificeren als een bastaard van Pieter van Egmond (zelf ook bas- taard), richter van de Veluwe (vermeld 1425-1473). Weliswaar was Pieter later getrouwd met de moeder van Gijsbert, maar omdat die nog ten tijde van Pieters eerste huwelijk, dus in overspel, was verwekt, lag een legitimatie niet voor de hand. Niettemin slaagde Gijsbert, op latere leeftijd, er op 30 augustus 1518 alsnog in zich te laten legitimeren. In deze tak van de Egmonds komt de naam Beerte (Baertgen) voor, evenals Willem (een van de zoons van Mees en Baertgen heette ook zo), maar géén Jacob die zou kunnen doorgaan voor de vader van de drie zusters. We moeten ons daarbij realiseren dat de beschikbare bronnen uit die periode, ook ten aanzien van adellijke bastaards, uiterst schaars zijn. Bovendien dienen we niet uit te sluiten dat de afstam- ming ook kan lopen via de onbekende moeder van de drie Jacobsdochters. | van Egmont, Vrouwe van Baeck Baertgen (I4652)
|
| 2438 | Uit t gasthuis Pro Deo | Cuyp, Klaasje Janse (I5707)
|
| 2439 | Uit t Gasthuis | Pronck, Cornelia Cornelisse (I5661)
|
| 2440 | Uit zijn eerste huwelijk had Cors Jacobsz. een zoon Jacob die woonde in Naaldwijkerbroek, en een dochter Trijntgen, getrouwd met Adriaen Allertsz. op de Schie. Trijntgen en haar kinderen komen een aantal malen voor als doopgetuigen bij kinderen van haar halfzus Baertgen (zie VIg.). We moeten niet uitsluiten dat er tussen Trijntgen en Machtelt nóg een (korstondig) huwelijk van Cors Jacobsz. is geweest met een zekere Alijt die als Alijt Kerstant Jacobsz. bij testament een aantal legaten bespreekt, o.a. 5 £ aan het kapittel van Naaldwijk voor een eeuwige memorie | Gezin: Kerstant Jacobs (Cors) van der Vliet / Alyt NN (F1590223703)
|
| 2441 | Uitkoop van Geertrui, Arij en Cornelis Spaans volgens onderhandse akte dd. 10-10-1800 gepasseerd door Jacoba den Heijer, weduwe van Arij Leendertsz Spaans. Het vaderlijk goed bedraagt 75 gld. Op 28-10-1805 krijgt Geertrui, gehuwd met M. Kuijper, 27,8 gld. Zie gezin 1615. Op 14-12-1809 krijgt Arij 30,13 gld. Op 17-7-1811 krijgt Cornelis 29,13 gld. Zie Wk. 181, fol. 18 dd. 13-10-1800. De tweeling is in een kistje op het kerkhof begraven op 23-9-1789, 11 dagen oud, stuipen. In mei 1804 wordt wederom een akte opgemaakt, waarschijnlijk i.v.m. het overlijden van Jacoba. Zij is later op huw. voorw. getrouwd met Hendrik Verheij, akte gepasseerd voor nots. Boudewijn de Wit op 29-4-1804 (?), Er zijn nu zeven minderjarige kinderen. Ieders part bedraagt 104,4,4 4/7 gld, waarvan 20 gld in kleding. Zie Wk 181, fol. 51 | den Heijer, Jacoba (I5773)
|
| 2442 | Urn Bij Coby Voois | van der Kruijk, Sophia Martina (I11)
|
| 2443 | Uyt Crimpen | Alijt Jansdr (I3621)
|
| 2444 | Vader Aalbert koopt zijn zoon Bastiaan uit naar aanleiding van het overlijden van zijn moeder Trijntje. Hij brengt in, bij de weesmeesteren van 's-Hage: De somma van F 200,= te renderen tot aan de mondige leeftijd van Bastiaan. Het bedrag zou nog oplopen tot F 258,= | van der Harst, Albertus, Aalbert Bastiaansz (I13984)
|
| 2445 | Vader bruidegom overleden. Moeder bruid overleden. | Gezin: Dirk Pronk / Adriana Plugge (F1640165984)
|
| 2446 | Vader bruidegom overleden. Moeder bruid overleden. | Gezin: Dirk Pronk / Maria Keus (F1640165986)
|
| 2447 | Vader des bruids Willem onvindbaar ten tijde van het huwelijk. Opvallend dat geen van de echtelieden tekent... | Gezin: Jacobus van der Kruk / Trijntje Hofman (F1590222489)
|
| 2448 | Vader Leendert is kort tevoren overleden. | van der Heijde, Leendert Leendertsz (I843)
|
| 2449 | van 10 morgen op de Schie in de periode voor 1465/66 en in 1470/71 | van Dijck, Jacob Dirxsz (I3507)
|
| 2450 | Van 1564 tot 1573 komt Dirck Thonisz. van Dijck voor in de rekeningen van het Oude Gasthuis als pachter van 12 morgen in Maasland. | van Dijck, Dirck Thonisz (I3599)
|
| 2451 | Van Alida Nibbeling, zie haar Testament. Hij wordt ook genoemd in het testament van zijn broer Hermanus. | van Kouwenhoven, Frederik (I8781)
|
| 2452 | Van de Nederduitsche Hervormde kerk, te Scheveningen. | Roeleveld, Wouter Cryne (I5273)
|
| 2453 | Van den armen. | Hofland, Arij Cornelisz (I1425)
|
| 2454 | Van der Spek (ook: Van der Speck(e), Verspecke) is een geslacht dat zijn oorsprong vindt in de omgeving Lisse. De naam Van der Specke wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1329, waarin Dirck van der Specke door de Hollandse graaf met een stuk grond wordt beleend. Uit het Middelnederlands komt het woord spijc: brug van boomstammen, knuppeldam, in een moerassig gebied. Volgens het Middelnederlands Handwoordenboek van Verdam heeft specke, spicke of spick de betekenis van een uit rijshout, zand, zoden en dergelijke opgeworpen dam, brug of weg in een moerassige streek. Van zulke dammetjes zullen er vroeger heel wat zijn geweest en deze zullen op een aantal plaatsen ook gediend hebben om uniek naar iemand te verwijzen. Het geslacht Van der Specke heeft zich vernoemd naar haar bezit: 't Huis ter Specke. Het huis lag in de nabijheid van een belangrijke verkeersader die het noorden van het Graafschap Holland met het zuiden verbond. In de middeleeuwen was er een tamelijk groot aantal adellijke behuizingen te vinden, zoals de aanzienlijke kastelen Egmond, Brederode, Teijlingen en Dever. Ook kleine edelmanswoningen waren hier te vinden, zonder veel allures en waarschijnlijk slechts eenvoudige stenen huizen. 't Huis ter Specke onder Lisse zal een dergelijke woning zijn geweest. Het huis ontleende zijn naam aan "die Specken", het met wilgen overdekte drassige land dat het huis omringd. 't Huis ter Specke wordt voor het eerst vermeld in 1343 De eerdergenoemde Dirck (Willemsz) van der Specke (ook Verspecke) zegelde als schepen en schout te Haarlem met een wapen gelijk aan de familie Van Teylingen, dat gebaseerd was op het wapen van de Graven van Holland maar dan voorzien van een barensteel. Dit duidt op afkomst via bastaardij van de graven van Holland. Ook het feit dat Dirck en zijn gelijknamige zoon Dirck de hoge functie van schout vervulden kan een aanwijzing zijn. Voorts is de stamvader Willem, soms met zijn zoon Dirck, vermeld van 1329-1343 in diverse belenings- en overdrachtsakten. GENEALOGIE VAN HET MIDDELEEUWSE WELGEBOREN GESLACHT VAN DER SPECK Door DRS. F.J.W. VAN KAN Op de vruchtbare geestgrond aan de rand van de duinen, in de nabijheid van de belangrijke verkeersader die het noorden van het graafschap Holland met het zuiden verbond, was in de middeleeuwen een tamelijk groot aantal adellijke behuizingen te vinden, zoals de aanzienlijke kastelen Egmond, Brederode, Teijlingen en Dever. Niet alleen kastelen zoals we ze tegenwoordig nog kennen, gerestaureerd dan wel als ruïne, ook kleine edelmanswoningen waren hier te vinden, zonder veel allures en waarschijnlijk slechts eenvoudige stenen huizen. Een daarvan zal Ter Specke onder Lisse zijn geweest, dat zijn naam ontleende aan "die Specken", het omringende met wilgen overdekte drassige land. Het huis Ter Specke wordt voor het eerst vermeld in 1343. Het geslacht Van der Specke, dat zich naar zijn bezit noemde, komt in de bronnen voor vanaf 1325. Afgaande op het wapen dat de familie voerde - een rode leeuw op een veld van goud met Hij verkocht met grafelijke toestemming op 19-10-1325 6 morgenleenland in het ambacht Alkemade ten vrij eigen aan Jan van Polanen,droeg t.b.v. zijn zoon Dirk 2 morgen land te Lisse op aan de graaf(13-5-1329), vermeld als belender te Oegstgeest 24-6-1331, hield landin lijfhuur van de graaf te Abdissenbroek onder Lisse 1343/4, mogelijkverwant aan Femmense van der Specken te Lisse en huurster van gras vande grafelijkheid 1342/3 Woont te Lisse, met zijn zoon Dirk 1333/4 beboet wegens vechten. | van der Specke (Verspecke), Willem Dircks (I10309)
|
| 2455 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 2456 | Van het grote en kleine Hof van Delft | Dijkshoorn, Arnoud Blasiusz (I5939)
|
| 2457 | Van het St. Anthonisgilde te Scheveningen. | Schilperoort, Jacob Sijmonsz (I5426)
|
| 2458 | Van Luijck | Luck, Rokus Arentsz (I4523)
|
| 2459 | Van Nicolaes Verloo te Voorburg koopt Jannitgen Jans weduwe wijlen Pouwels Adriaensz. van Dijck, wonende in Naaldwijk, op 12 mei 1634 zes morgen weiland, 5 stukjes teelland samen ongeveer twee morgen en nog drie hond teelland, alles bij elkaar voor 8500 car. gld | Touw van der Burgh, Jannetgen Jansdr (I4444)
|
| 2460 | Van Teylingen was de naam van een (hoog)adellijk geslacht uit Holland, dat in de middeleeuwen een grote rol speelde in de omgeving van de graven van Holland. De oudst bekende, bewezen stamvader van het geslacht is Willem van Teylingen (1198-1244). Hij zou afstammen van de graven van Holland. Gezien het Hollandse wapen met de barensteel is dat zeker aannemelijk. Op een gouden achtergrond staat een rode leeuw (gelijk aan het schild van de graven van Holland) met daarop een barensteel. Dit laatste betekent een jongere tak; bij bastaardij staat er namelijk een schuine balk op. Er bestaat de zogenaamde Sicco-legende; Sicco of Siegfried van Holland (zoon van graaf Arnulf van Holland en Liutgard van Luxemburg) zou de eerste heer en stamvader van Teylingen zijn. Echter hier is geen enkel bewijs van. Stamvader Willem van Teylingen is degene die het stamslot van de familie liet optrekken: kasteel Teylingen bij Sassenheim. Het oudste gedeelte van het kasteel, de ringmuur, werd gebouwd kort na 1200. Van Brederode was een (hoog)adellijk geslacht uit Holland, die in de Late Middeleeuwen en kort daarna een grote rol in de Nederlandse geschiedenis heeft gespeeld. Zij is sinds 1679 in wettelijke lijn uitgestorven. De Brederodes stammen af van de heren Van Teylingen (via Dirk van Teylingen (1205-1231)) en hebben zich in de tweede helft van de 13e eeuw naar het nieuwe Kasteel Brederode bij Santpoort (gemeente Velsen) genoemd, dat werd gebouwd tussen 1282 en ca. 1292 in opdracht van Willem I van Brederode. Ze speelden in de Hoekse en Kabeljauwse twisten een grote rol als veldheer aan de Hoekse kant. In 1351 werd het kasteel daarbij veroverd door de Kabeljauwse Gijsbrecht II van Nijenrode na een belegering waarbij het grootste deel van het fort werd verwoest. Het kasteel werd gesloopt en midden 14e eeuw weer opgebouwd, om (waarschijnlijk) in 1426 opnieuw te worden verwoest en in 1461 gedeeltelijk te worden hersteld, waarna het in 1573 door Spaanse soldaten werd geplunderd en in brand gestoken. Sindsdien is het een ruïne. | van Teylingen, Heer van Teylingen en Brederode Willem (I3417)
|
| 2461 | Van Willem is één bot bewaard gebleven. Op basis daarvan wordt geschat dat Willem ongeveer 1,75 m groot en sterk gespierd was. Daarmee was hij vrij lang voor zijn tijd maar zijn gespierde bouw was niet zo bijzonder: middeleeuwse ridders moesten heel sterk zijn om met succes in hun zware wapenrusting met hun zware wapens te kunnen vechten. Bekend is dat Willem vanaf zijn paard de boog kon hanteren en dat hij zijn hele leven een goede gezondheid had. Wel werd hij op latere leeftijd erg dik, zodat hij volgens de Franse koning wel op een zwangere vrouw leek. In de zomer van 1087 viel Willem van zijn paard tijdens het beleg van Mantes en liep door de klap tegen zijn zadelknop inwendige verwondingen in zijn buik op. Na vijf weken van grote pijn bezweek hij. Op zijn doodsbed heeft hij zijn meeste tegenstanders begenadigd. Willems lichaam werd naar Caen vervoerd voor de begrafenis in de Abbaye aux Hommes. Maar hij was behoorlijk dik en zijn lichaam was door de warmte bovendien opgezet. Bisschoppen probeerden zijn lichaam in de voor hem bestemde sarcofaag te proppen maar daarbij barstte zijn buik open en werd de kerk met een ondraaglijke stank vervuld. Bij Willems begrafenis bleek dat het land van het graf nog niet was betaald en de eigenaar eiste betaling van 60 schellingen voordat de begrafenis door kon gaan. Het bedrag werd ter plekke door zijn zonen voldaan. | van Engeland, Hertog van Normandië Willem I (I4168)
|
| 2462 | Vanaf 1390 sloot hij zich aan bij de hofraad van de graaf van Holland Albrecht van Beieren en kreeg er functies als muntmeester en Stadhouder van Holland, Zeeland en West - Friesland | van Arkel, Heer van Arkel, Bar-Pierrepont en Mechelen Jan V (I4409)
|
| 2463 | Verdronken bij Pieter Pieterse van Duijne | Jol, Cornelis Janse (I4789)
|
| 2464 | Verdronken in tankval bij Arensduin | van der Kruk, Bertus (I5910)
|
| 2465 | Verdronken tesamen met anderen bij Willem Jacobse (Kuijper) Pro Deo | den Heijer, Cornelis Cornelisse (I10684)
|
| 2466 | Verklaring ten verzoek van Arijen Luck als voogd van zijn zuster Maritgen Pietersdr. weduwe Arijen Jansz. over de verkoop van een stuk erfhuur in het Noordland. | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 2467 | Verklaring door Cornelis, Jan en Hendrick Cornelissen van Rijn tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelissen van Rijn en Marijtje Jans van (der) Beeck, hun vader en moeder zaliger, in hun leven gewoond hebbend te Honsholredijck en daar overleden. De erfgenamen hebben uit de nalatenschap de roerende goederen, als meubels, linnen, wol, goud, zilver, levende have etc. al kort na het overlijden gedeeld. Nu scheiden zij de onroerende goederen, rentebrief en obligatie. Cornelis Cornelisse van Rijn is aanbedeeld ca. 8,5 mergen weiland gelegen op Honsholredijk, O Corn. Corn. van Vliet, Z de Broekweg, W de kinderen van de heer Anthonij Pieterszone en N de Naeltwijsche Vaert. Nog een kustingbrief van 500 gld. verzekerd op het huis en erf van Jan Cornelis Bredervelt en nog een obligatie van 500 gld. tot last van Jan Gerrits van Wijn op Honsholredijck. Jan en Hendrick Cornelisse van Rijn zijn aanbedeeld een woning, huis, schuur, bargen en geboomte en 38 mergen weide- als teelland daar achter gelegen, te Honsholredijck, eerst gebruikt door de ouders, nu in gebruik door P.r Joosten Olsthoorn e.a. Nog een huis en ca. 5 hond bogaard te Poeldijk, waar Jan Cornelisse van Rijn tegenwoordig woont. O Uitpad van de woning van de raadsheer Kinschot, Z de Gantel, W en N de Vlotsloot van het dorp van Poeldijk. En nog 5 mergen tuin of weiland gelegen aan den dorpe van Poeldijk en gebruikt door Jan van Rijn, O een laantje of uitpad van de woning en landerijen, Z de Gantel, W Corn. Dircksz Groenewegen met zijn tuin, N het dorp Poeldijk. Jan en Hendrik nemen de lasten van de boedel voor hun rekening. | van Rijn, Jan Cornelisz (I8673)
|
| 2468 | Verklaring door Cornelis, Jan en Hendrick Cornelissen van Rijn tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelissen van Rijn en Marijtje Jans van (der) Beeck, hun vader en moeder zaliger, in hun leven gewoond hebbend te Honsholredijck en daar overleden. De erfgenamen hebben uit de nalatenschap de roerende goederen, als meubels, linnen, wol, goud, zilver, levende have etc. al kort na het overlijden gedeeld. Nu scheiden zij de onroerende goederen, rentebrief en obligatie. Cornelis Cornelisse van Rijn is aanbedeeld ca. 8,5 mergen weiland gelegen op Honsholredijk, O Corn. Corn. van Vliet, Z de Broekweg, W de kinderen van de heer Anthonij Pieterszone en N de Naeltwijsche Vaert. Nog een kustingbrief van 500 gld. verzekerd op het huis en erf van Jan Cornelis Bredervelt en nog een obligatie van 500 gld. tot last van Jan Gerrits van Wijn op Honsholredijck. Jan en Hendrick Cornelisse van Rijn zijn aanbedeeld een woning, huis, schuur, bargen en geboomte en 38 mergen weide- als teelland daar achter gelegen, te Honsholredijck, eerst gebruikt door de ouders, nu in gebruik door P.r Joosten Olsthoorn e.a. Nog een huis en ca. 5 hond bogaard te Poeldijk, waar Jan Cornelisse van Rijn tegenwoordig woont. O Uitpad van de woning van de raadsheer Kinschot, Z de Gantel, W en N de Vlotsloot van het dorp van Poeldijk. En nog 5 mergen tuin of weiland gelegen aan den dorpe van Poeldijk en gebruikt door Jan van Rijn, O een laantje of uitpad van de woning en landerijen, Z de Gantel, W Corn. Dircksz Groenewegen met zijn tuin, N het dorp Poeldijk. Jan en Hendrik nemen de lasten van de boedel voor hun rekening. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 2469 | Verklaring door Cornelis, Jan en Hendrick Cornelissen van Rijn tesamen kinderen en erfgenamen van Cornelis Cornelissen van Rijn en Marijtje Jans van (der) Beeck, hun vader en moeder zaliger, in hun leven gewoond hebbend te Honsholredijck en daar overleden. De erfgenamen hebben uit de nalatenschap de roerende goederen, als meubels, linnen, wol, goud, zilver, levende have etc. al kort na het overlijden gedeeld. Nu scheiden zij de onroerende goederen, rentebrief en obligatie. Cornelis Cornelisse van Rijn is aanbedeeld ca. 8,5 mergen weiland gelegen op Honsholredijk, O Corn. Corn. van Vliet, Z de Broekweg, W de kinderen van de heer Anthonij Pieterszone en N de Naeltwijsche Vaert. Nog een kustingbrief van 500 gld. verzekerd op het huis en erf van Jan Cornelis Bredervelt en nog een obligatie van 500 gld. tot last van Jan Gerrits van Wijn op Honsholredijck. Jan en Hendrick Cornelisse van Rijn zijn aanbedeeld een woning, huis, schuur, bargen en geboomte en 38 mergen weide- als teelland daar achter gelegen, te Honsholredijck, eerst gebruikt door de ouders, nu in gebruik door P.r Joosten Olsthoorn e.a. Nog een huis en ca. 5 hond bogaard te Poeldijk, waar Jan Cornelisse van Rijn tegenwoordig woont. O Uitpad van de woning van de raadsheer Kinschot, Z de Gantel, W en N de Vlotsloot van het dorp van Poeldijk. En nog 5 mergen tuin of weiland gelegen aan den dorpe van Poeldijk en gebruikt door Jan van Rijn, O een laantje of uitpad van de woning en landerijen, Z de Gantel, W Corn. Dircksz Groenewegen met zijn tuin, N het dorp Poeldijk. Jan en Hendrik nemen de lasten van de boedel voor hun rekening. | van Rijn, Hendrick Cornelisz (I12804)
|
| 2470 | verkoopt Cors Janszoen van der Beeck, timmerman te Wateringen, zoon van de overleden Jan Pietersz van der Beeck, voor 800 gld. 1/4 deel van het huis en erf te Loosduinen | van der Beeck, Cors Janszoen (I12809)
|
| 2471 | Verkoopt f. 331,00 een huis met 3 'tuinen' te Veele alsmede een stuk land,voor de helft gelegen in heideland, aan Wilcke Jacobs Hesse. | Warmeringh, Aijcke Jacobs (I6022)
|
| 2472 | Verkreeg hiervoor van de Magistraat toestemming | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2473 | Verkreeg op 26-6-1769 wederom 12 morgen land in eeuwig durende erfpacht. Het terrein met een oppervlakte van zo'n 20 ha. zou later de naam Harstenhoek dragen. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2474 | Verkreeg op 7-9-1768 12 morgen land in eeuwig durende erfpacht. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2475 | Verleend door de Koning van Wurttemberg | von Kiderlen, Emil (I4329)
|
| 2476 | Vermeld 13-12-1390 als degene op wie het leen Hontshol zal versterven (4) | van Dorp, Lijsbette Bertelmeesdr (I14486)
|
| 2477 | vermeld 14-2-1477 als hij 5 hond leenland in de Noordinge te Naaldwijk overdraagt aan zijn broer Bartelmeeus Heynricxz. (leen 3 Hontshol) (18). Van hem is verder niets bekend (19). | van Dorp, Dirck Heynricxz (I14489)
|
| 2478 | Vermeld bij het opmaken van de boedel van Trijntje en Aalbert en bij de afwikkeling van de erfenis van Bastiaan. | van der Harst, Leendert Cornelisz (I5237)
|
| 2479 | Vermeld in 1572, toen hij als meebetaler aan een geforceerde lening aan de Prins van Oranje werd genoemd. (dus twee weken voor het begin van het beleg van Haarlem). Een geforceerde Geldleening. Anno 1572. In het M.S. (manuscript) van K. van Alkemade en P. van der Schelling 'Handvesten, Vrijdommen en andere wigtige bewijsen aangaande s Graaven-Haage', berustend in de Bibliotheek der gemeente 's-Gravenhage (no. 3205, Deel II Catalogus, 1894), vond ik eenige jaren geleden, een door den Prins van Oranje in 1572 gehomologeerde, door de Staten van Holland uitgeschreven bijzondere geldleening, welk besluit niet in de Resolutien is te vinden. Deze, we mogen wel zeggen geforceerde leening, zal menigeen niet hebben aangestaan, daar de taxatie ook toen, evenals heden zeer zeker wel eens gefaald zal hebben. De aangename ? tijding voor de inwoners van den Haag, Scheveningen en Wassenaar luidde als volgt: Alsoo de Staten binnen den Lande van Holland verscheyde ommeslagen gestelt hebben, belopende tot groote merckelyke somme van penningen, genoegsaam niet alleen om te mogen betalen de ruyters ende knechten, voor desen tyd gediend hebben(de), maer ookom eenige nieuwe vendels te lichten ende richten, welcke oomeslagh nochtans zoe haest niet in beurte koomen, ende geinnet mogen werden, als deur middel van welke inning de knechten onder ........... discipline brengen, alle verder overlast der costen ende deselve goets moets jegens den vijand marschieren. Soo es deur toestaen ende bewilliginge van mijn genadigen Furst ende heere myn heere den Prince van Orangien by de voors(egde) Staten geresol(eer)t ende geordonneert dat men opt crediet van gemeene land in alle steeden ende vlecken soo veel gereed gelts zal lichten bij forme van Leeninge (te restitueeren ter eerste gelegentheyd) als sekere heure commissarissen deur middel van particuliere taux, die sij luyden sullen mogen opleggen, ende alsdan eijschen den besten geschaden, ende sulx overwegende, bekoomen van wedden, ende dienvolgende is by Jonckhr. Arent van Dorp als een van de commissarissen geprocedeert int stuk van de voorsz. tauxatie as ingesetenen van (den) hove. Zoe hier nae volgd: (Volgen twee pagina's achter elkaar doorgeschreven namen en bedragen, gevolgd door een schrijven van Willem van Oranje.) – Wij Willem bijde Gratie Godes prince van Orange, Grave van Nassau, ende Stadhouder ende Capteyn Generael van Holland, Zeeland, Vriesland ende Utrecht, oversien hebben(de) t' gebesoigneerde opt Stuck van Leeninge over de Ingesetenen van(den) hage hier booven, tzelve accorderende ende toestaende hebben geordonn(eert) ende ordonneren mits desen Jacob Andriesz. gecommitteerde ter collectatie van(de) voorsz(egde) Leninge met alre vlyt ende naerstigheyd in t' welck te vermelden, ende dezelve te innen, procederen(de) ende doen procederen jegens den gebrekenden off dilayanten bijden middel van bedwange, dien instructie daerop gedepescheert, is gewagende ende zal van zyn ontfangh geven behoorlyk recipisse de welke by den Staete overgenoomen zal werden by wisselinge jegens heure obligatien ten contentementen van(de) geenen eenige penn(ingen) Silvere of Sacken geleent hebben(de). Gedaen onder onsen name binnen de Stede Delff den 26 Novemb. 1572. (get.) GILLE DE NASSAU. Of de inning werkelijk heeft plaats gehad, en of er tijd voor is geweest? De homologatie van den prins werd in 't eind van 't jaar 1572 geteekend. We weten hoe kort daarop de Hofstad zoo goed als verlaaten werd door hen, die den Koning en Kerk nietgetrouw wenschten te blijven. Toch is het getal der aangeslagenen uiterst gering te noemen, en moeten we op dat tijdstip als te 's-Gravenhage aanwezige richards tellen: De raadsheer van der Laen, de familie Stalpert, Jacob Persyn, de vrou van Helmont, Dirk van Alckemade, en de Heer van Cabau. Den Haag, M.G. Wildeman. | Harsen, Cornelis Cornelisz (I1207)
|
| 2480 | vermelding in begraafboek: op 18 april 1742 is Huijbert Janse met al sijn volk omgekomen op zee | Knoester, Huijbert Janse (I4792)
|
| 2481 | Vermelding op graf schoonvader | Dieuwertgen Cornelisdr (I4666)
|
| 2482 | Vermeldingen | Adriaen Gherijts (I4889)
|
| 2483 | Vermeldingen invoeren | Jacob Adriaensz (I4888)
|
| 2484 | Vermeldingen kinderen invoeren. | van Schilperoort, Gerrit Cornelisz (I5432)
|
| 2485 | Vermoedelijk de weduwe van Sijmon Pietersz. | NN (I2625)
|
| 2486 | Vermoedelijk gedoopt als Joannes Naaldwijk | van Mechelen, Jeremias (Johannes) Romboutsz (I3917)
|
| 2487 | Vermoedelijk Trijntje Jans Blooten | NN (Blooten), Trijntje Jans (I2736)
|
| 2488 | Vermoord op een tournooi te Corbie 19 juli 1234 door de graaf van Clairmont, die had ontdekt dat Floris IV verliefd was geworden op zijn echtgenote (die een paar dagen later is gestorven) en begraven Rijnsburg. | van Holland, Graaf van Holland Floris IV (I4172)
|
| 2489 | Vernummering | Tolsma, Dominicus (I6551)
|
| 2490 | Vernummering | Zijlstra, Sybrigje (I7379)
|
| 2491 | Verongelukt bij Arij Tasman | Harteveld, Crijn Cornelisse (I10714)
|
| 2492 | Versijden, 't Hert, 't Haert | 't Hart, Pieter Jcz (I4179)
|
| 2493 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 2494 | Vischverkoopster | Korvink, Aagje (I7817)
|
| 2495 | Visser | Pronk, Arie (I1028)
|
| 2496 | Visser | Pronk, Cornelis (I1030)
|
| 2497 | Visser | van der Harst, Leenderd (I7820)
|
| 2498 | VissersNamenMonument Scheveningen (http://www.vissersnamenmonumentscheveningen.nl) Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. in 1918 op de Julia IJM 63 Samenvatting: Oorzaak : Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. (1918) Scheepsnaam : Julia Scheepstype : Stalen zeillogger Datum toedracht : Na 12 februari 1918 Stuurman : Onbekend Reder/Rederij : Onbekend Overledene: Cornelis van der Harst, 45 jaar (geb. ca 1873) Johannes Zier van der Harst, 18 jaar (geb. ca 1900) Dirk Kuijt, 46 jaar (geb. ca 1872) Pieter Kuijt, 41 jaar (geb. ca 1877) Willem Kuijt, 17 jaar (geb. ca 1901) Simon de Mos, 16 jaar (geb. ca 1902) Pieter Turfboer, 45 jaar (geb. ca 1873) Nadere informatie: Cornelis- en Johannes Zier van der Harst zijn vader en zoon. Dirk- en Pieter Kuijt zijn broers. Pieter- en Willem Kuijt zijn vader en zoon. Simon de Mos: zijn vader Simon- kwam in oktober 1917 om op de SCH 183 'Arend Korporaal.' | van der Harst, Cornelis (I7366)
|
| 2499 | VissersNamenMonument Scheveningen (http://www.vissersnamenmonumentscheveningen.nl) Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. in 1918 op de Julia IJM 63 Samenvatting: Oorzaak : Mogelijk door oorlogsomstandigheden vergaan. (1918) Scheepsnaam : Julia Scheepstype : Stalen zeillogger Datum toedracht : Na 12 februari 1918 Stuurman : Onbekend Reder/Rederij : Onbekend Overledene: Cornelis van der Harst, 45 jaar (geb. ca 1873) Johannes Zier van der Harst, 18 jaar (geb. ca 1900) Dirk Kuijt, 46 jaar (geb. ca 1872) Pieter Kuijt, 41 jaar (geb. ca 1877) Willem Kuijt, 17 jaar (geb. ca 1901) Simon de Mos, 16 jaar (geb. ca 1902) Pieter Turfboer, 45 jaar (geb. ca 1873) Nadere informatie: Cornelis- en Johannes Zier van der Harst zijn vader en zoon. Dirk- en Pieter Kuijt zijn broers. Pieter- en Willem Kuijt zijn vader en zoon. Simon de Mos: zijn vader Simon- kwam in oktober 1917 om op de SCH 183 'Arend Korporaal.' | van der Harst, Johannes Zier (I13898)
|
| 2500 | vlgs Prometheus - Kwrtrst Noordam overleden tussen 07-05-1659 en 25-02-1666 | Beuckel, Arien Dirckzn (I12869)
|
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.