Genealogie van der Kruijk - van der Harst
De tijdreis van onze families.
Treffers 2,001 t/m 2,250 van 2,735
| # | Aantekeningen | Verbonden met |
|---|---|---|
| 2001 | Op het koor. Hier leidt begraven Claas Maartense de Wit schepen tot Scheveninge out sijnde 74 jaren en 12 dagen, en geregeert 25 jaren 10 maanden en 20 dagen, en begraven den 25 January 1723. | de Wit, Claes Maertensz (I9969)
|
| 2002 | Op het koor. | Pals, Ary Hermansz (I2998)
|
| 2003 | Op het koor. | van der Plas, Anna (I2999)
|
| 2004 | Op het lijk van zijn vrouw Haasje. Graf 244 Kerkeregt 4-0-0 Impost F 3,= | de Niet, Joost Janse (I5474)
|
| 2005 | Op hoge koor in de kelder van haar vader Harmanus | Pals, Anna Hermansdr (I12718)
|
| 2006 | Op huwelijksakte van dochter Dina, Adriaantje van der Klok genaamd. | (van der) Klok, Adriana (Arijaantje) (I7078)
|
| 2007 | Op ovl akte van dochter Aaltje genaamd: Willempje Donselaar | van Rootselaar, Donselaar, Willemptje Reijers (I4438)
|
| 2008 | Op zaterdag na St. Geertruijd | van der Vliet, Jan Kerstantsz (I3480)
|
| 2009 | Op zee gebleven | Doe, Claer Jacobsz (I4786)
|
| 2010 | Openbare verkoop aan Willem Pietersz. Dijcxhoorn bouwman in Vlaardingerambacht een stuk patrimoniaal land groot omtrent 1 morgen 1 hond gelegen in Vlaardingerambacht in de Holierhoecksche polder. Welke verkochte partij land gekomen is uit de boedel van Gerrit Jansz. Broeck zal. dewelke grootvader was van Neeltie Willemsdr. Touw van der Burght | van Rijn, Cornelis Cornelisz (I12802)
|
| 2011 | Opgaaf Wim en Patrick Bakkenes aanvullingen IV. Wij vonden in het Gelders Archief nog een Johan Backenes die het in april 1596 aan de stok had met Derck van Maenen. Deze laatste paalde een deel van het erf (Swetselaar) af waardoor dieren van Johan geen vrije doorgang meer hadden. Daaruit ontstont een fikse ruzie met handgemeen ! .... heeft des nieuwen pachtersknecht hem vuyle woorden gegeven, hem gebiedende syn moeder so te doen sulcks dat Backenes hem met een hand bekend aen syn oor geslagen te hebben verlangende die tuynene af te breecken en syne beesten overal te laeten loopen ....etc.... | Jan Corstens (I1790)
|
| 2012 | Opmerkelijke akte ... | Vaeck, Hendrik Hendrickse (I8935)
|
| 2013 | Opt choor benoorden allernaast zijn moeder, het hoofdeinde van de kist gelijk met de blauwe tegels. | van der Harst, Jacob Bastiaans (I1612)
|
| 2014 | Opt choor. | Eeuwoud Rochus (I1351)
|
| 2015 | Opt hoge choor in de grafkelder van Pals, met haar doodgeboren kind. | van Kouwenhoven Pals, Alida Adriana (I14076)
|
| 2016 | Opt hooge choor in grafkelder van Pals | Nibbeling, Alida (I12706)
|
| 2017 | Opt koor benoorden naast Jacob van der Harst. | van der Harst, Maarten Bastiaan (I5144)
|
| 2018 | Opt koor, naast zijn vrouw. Tussen zijn vrouw en de Kerkmeesterskamerdeur. | Tasman, Maarten Willems (I1743)
|
| 2019 | Opvarende van een visserspink. | Roeleveld, Arij Crijne (I6434)
|
| 2020 | ORA Honselersdijk f. 157 d.d. 1-10-1641: Sijmon van Catshuijsen baljuw van Naaldwijk bekende verkocht te hebben aan Cornelis Cornelisz. van Rijn wonende op Honselersdijk een huis en erf op Honsrlersdijk met een vrije uiten ingang met wagen en paarden aan de westzijde van het voorsz. huis en erf. Belend W en N Sijmon van Catshuijsen; O Arent Phillipsz Backer en de verkoper; Z sHeerenwech. ORA Honselersdijk f. 37 d.d. 8-5-1659: Cornelis Cornelisz. van Rijn onze inwoner bekende verkocht te hebben aan Cornelis Pietersz. Post waard op Honselersdijk een huising, erf en stalling binnen Honselersdijk waar uit hangt ’s Lants Welvaeren, met een vrije uit- en ingang met wagen en paarden aan de westzijde van het voorsz. huis en erf. Belend O de weduwe van Arent Phillips backer; Z 's Heerenwegh, W en N de voorn. weduwe en de erfgenamen van den Baljuw Catshuijsen. De somme van f 5.000,- is wel voldaan en betaald in 'gereeden gelde'. | van Rijn, Cornelis Cornelisz (Sr) (I8675)
|
| 2021 | Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I1)
|
| 2022 | Osburh of Osburga was de eerste echtgenote van koning Æthelwulf van Wessex en moeder van Alfred de Grote. Alfreds biograaf, Asser, omschreef haar als "een zeer religieuze vrouw, nobel door karakter en nobel door geboorte". Haar bestaan is enkel bekend uit Assers Vita Alfredi. Ze wordt niet als getuige genoemd in oorkondes, noch wordt haar dood vermeld in de Angelsaksische kroniek. Voor zover geweten is, was zij de moeder van al Æthelwulfs kinderen, zijn vijf zonen Æthelstan, Æthelbald, Æthelberht, Æthelred en Alfred de Grote, en zijn dochter Æthelswith, echtgenote van koning Burgred van Mercia. Asser vertelt over haar dat ze een boek met Saksische liederen had dat ze aan Alfred en zijn broers toonde, waarna ze zei dat ze het boek zou geven aan degene die het als eerst kon memoriseren, een uitdaging die Alfred op zich nam en won.[2] Deze anekdote toont de interesse van hooggeborene vrouwen uit de 9e eeuw in boeken en hun rol in de opvoeding van hun kinderen aan.[3] Osburh was de dochter van Oslac (die ook alleen maar bij Asser wordt vermeld), koning Æthelwulfs pincerna (schenker), een belangrijk figuur aan het koninklijk hof.[4] Oslac wordt omschreven als een afstammeling van koning Cerdics Jutse neven, Stuf en Wihtgar, die het Isle of Wight hadden veroverd[5] en wordt hierdoor ook een Gautisch/Gotische afkomst toegeschreven. | Osburh (I13832)
|
| 2023 | Oude Kerk te Scheveningen Graf 111, grafsteen met wapen) Deel van de grafsteen van Jacob Symons (Schilperoort) in de Oude Kerk te Scheveningen (graf 111); gothisch randschrift; op de hoeken de symbolen van de 4 evangelisten in cartouche; wapen: 3 St. Jacobsschelpen, gepl. 2 en 1, helm. met dekkleden, helmt. St. Jacobschelp tussen een vlucht. Begr. Oude Kerk graf 111, grafsteen met wapen; Jacob Symons nageslacht -niet onbemiddeld en nogal Spaansgezind- vertrok voor een deel naar R'dam en huwde daar met de bekende geslachten van der Meijden, Couwael de Jonge, den Bout, en Say; een van hun kinderen heette Hubrecht (Huybert) Jacobs Duyfhuys, vicariepriester te Scheven. 1540; op 29-6-1578 door de Haagse magistraat beroepen tot predikant, maar toen gevlucht uit Utrecht (hij was de bekende reformator van Utrecht), begr. aldr. Jacobikerk 3-4-1581, tr. Crijntje Pieters, overl. Keulen 26-7-1574, begr. Utrecht bij haar man; uit dit gezin nageslacht. | Schilperoort, Jacob Sijmonsz (I5426)
|
| 2024 | Oude Kerk te Scheveningen graf 60 Akte niet gevonden | Bom, Wouter Jansz (I5427)
|
| 2025 | Ouders bruidegom aanwezig. Ouders bruid overleden. | Gezin: Johannes Zier van der Harst / Johanna Pronk (F1640165458)
|
| 2026 | Ouders bruidegom reeds overleden, ouders van de bruid aanwezig | Gezin: Daniël Bal / Janneke Harte (F1596440203)
|
| 2027 | Ouders hierna onzeker !!! Nakijken !!! | van der Oest, Trijntje Adr (I4731)
|
| 2028 | Ouders: Jacob van der Kruijk en Trijntje Hofman. | van der Kruijk, Willem (I5975)
|
| 2029 | Oudste vermelding naam Bregman (Rotterdam) | Bregman, Pieter (I3465)
|
| 2030 | Out kerckmeester | Overduin, Jan Aelbrechtsz (I5439)
|
| 2031 | OV 1972, juni, repertorium op de lenen van Putten, leen 63 en 64. | Doen Beijensz (de Jonge) (I14454)
|
| 2032 | Over Aleid van Gelre is weinig bekend uit contemporaine bronnen. Haar geboortejaar is onbekend en over haar jeugd aan het Gelderse hof is niets overgeleverd. In de Annalen van Egmond, de belangrijkste verhalende bron over de twaalfde-eeuwse geschiedenis van Holland, komt ze voor het eerst voor bij de beschrijving van haar huwelijk met Willem I van Holland. Eind 1195 of begin 1196 benoemde graaf Dirk VII van Holland diens jongere broer Willem tot graaf van Midden-Friesland, dat onder gedeeld gezag stond van Holland en het Sticht Utrecht. Als graaf van Friesland kwam Willem in conflict met de heer van Kuinre, Hendrik de Kraan, een leenman van de bisschop van Utrecht. Willem veroverde Kuinre en liet de Kuinderburcht verwoesten. Vervolgens reisde hij naar Kasteel Ter Horst in het Sticht voor een ontmoeting met zijn broer Dirk VII, die voor korte tijd benoemd was tot voogd van het bisdom. Willem werd door zijn broer ontvangen, maar net voordat hij aan tafel wilde gaan werd hij − met toestemming van zijn broer – overvallen en gevangengenomen door Hendrik de Kraan en zijn volgelingen. Willem wist echter te ontsnappen en vluchtte naar Gelre, waar hij aan het hof van graaf Otto I verbleef. Volgens de Annalen bleef hij "daar een tijdje omdat zijn benen door het ijs ernstig waren opengescheurd en door de kou gezwollen." Aan het Gelderse hof verloofde hij zich Het jaar waarin de bruiloft gevierd werd is niet met zekerheid vast te stellen, maar waarschijnlijk vond het plaats in 1198.[1] Volgens de veertiende-eeuwse kroniekschrijver Willem Procurator vond het huwelijk in 1206 plaats, toen Willem al als graaf van Holland regeerde. Volgens Henri Obreen was dit onmogelijk, omdat Willem in een oorkonde uit 1200 als schoonzoon van Otto van Gelre werd vermeld. Willem I huwde begin 1198 te Stavoren met Aleid van Gelre (ca. 1187 – 1218), oudste dochter van Otto I van Gelre. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren: Ada (1208 – 1258), abdis van Rijnsburg Floris IV (1210 – 1234), opvolger van zijn vader Willem (1212 – 1238) overleden tijdens een toernooi[11] Otto (1214 – 1249), bisschop van Utrecht Ricardis (1216 – 3 januari 1262) | Gezin: Graaf van Holland en Zeeland Willem I van Holland / Gravin van Holland Aleid van Gelre (F1590224016)
|
| 2033 | overl. op kruistocht aan de pest 1.8.1190 Hij werd begraven voor het koor in de Petruskerk van Antiochië. In deze kerk mis ook Keizer Frederik Barbarossa begraven. | van Holland, Graaf van Holland Floris III (I4127)
|
| 2034 | overl. tussen 27-9-1584 en 16-10-1599 | Cornelis Sijmonsz (I3617)
|
| 2035 | overleden 26 maart of 1 april 1396 | van Arkel, Heer van Arkel Otto (I3472)
|
| 2036 | Overleden aan de Heijdenscheweg 52 | van der Kruijk, Martinus (I5977)
|
| 2037 | Overleden als Jacobus van der Kruk. | van der Kruk, Jacobus (I5965)
|
| 2038 | Overleden als welgeboren man in De Lier | Kerstant Coppaertsz (I4174)
|
| 2039 | Overleden in het huis wijk B nommer 128 | de Jong, Neeltje (I5976)
|
| 2040 | Overleden in het St. Franciscusgasthuis | Steeneken, Theodorus Leonardus (I6191)
|
| 2041 | Overleden in huis wijk B nommer 126 Ouders: Jacob van der Kruijk en Trijntje Hofman. | van der Kruijk, Willem (I5975)
|
| 2042 | Overleden in huis wijk B nommer 13 | de Jong, Dirk (I5966)
|
| 2043 | Overleden in huis wijk B nommer 18 | Hofman, Trijntje (I5961)
|
| 2044 | Overleden in huis wijk B nommer 268 Hendrik overlijdt 8 dagen na zijn vrouw Alida. | van Veelen, Hendrikus Martinus (I5885)
|
| 2045 | Overleden in huis wijk B nommer 37 | van (der) Hal, Elisabeth (I5959)
|
| 2046 | Overleden in huis wijk B nommer 87 Volgens akte van overlijden geboren op 17-7-1800 te Enkhuizen | Scharp, Neeltje Leenders (I5968)
|
| 2047 | Overleden in Pasen | van der Vliet, Jacob Kerstansz (Corssen) (I4650)
|
| 2048 | Overleden in wijk A nommer 102 | van Veelen, Arie Jacob (I4608)
|
| 2049 | Overleden na 6-7-1504. Verkoopt dan een rente. | Lijsbeth NN (I3500)
|
| 2050 | Overleden op "IJsbrant Touwens woning" gelegen aan de Oostzijde van de Voordijkhoornseweg op 't Woudt | op Dijkshoorn (Dijcxhoren), Pieter Cornelisz (I5936)
|
| 2051 | Overleden te Benthuizen tussen 10-05-1582 en 01-05-1597. Welgeboren man te Benthuizen | van 't Tol, Claes Hz (I4145)
|
| 2052 | Overleden te Bergen op Zoom, doch wonende te 's-Gravenhage | van der Harst, Willem (I14145)
|
| 2053 | OVERLEDEN TE ZANDVOORT, DOCH WONENDE TE SCHEVENINGEN | Pronk, Arij Dirkse (I13549)
|
| 2054 | Overleden tijdens de zwangerschap van zijn vrouw Martijntje (Klaas, geb 24-3-1745, zie diens geboorteakte) Eens beluijdt. Impost F -12- | Duijfhuijs, Klaas Pietersz (I1685)
|
| 2055 | Overleden tussen 15 december 1709 en 19 april 1711 | van der Weijde, Engeltje Ariensdr (I3943)
|
| 2056 | Overleden tussen 2-10-1640 en 15-6-1652 | van Driel, Lijsbeth Aerts (I12775)
|
| 2057 | Overleden tussen 23-12-1583 en 6-12-1587 | van Montfoort, Quirijn Cornelisz (I12620)
|
| 2058 | Overleden voor 1614 te Loosduinen. Op die datum Boelhuis RA Mo. 113. | Groen, Dirckje Cornelisdr (I8679)
|
| 2059 | Overlijdensakte 1822 nr. 101. Dit betreft een uittreksel van de akte (nr 508) uit Den Haag. Er is alleen een melding van een proces-verbaal van de commissaris van politie gedateerd 15 mei 1822 dat Sijmen van Duijvenbode matroos oud 54 jaar is overleden. Er is geen overlijdens plaats of datum genoemd. Akte nr. 508 uit Den Haag vermeld hetzelfde. | van Duijvenbode, Sijmen (I13225)
|
| 2060 | Overlijdensdatum nakijken! ivm geboorte Trijntje. | Jan Berendsz (I4136)
|
| 2061 | Ovl / Begr data nakijken! | Rog, Leuntje Vranken (I13564)
|
| 2062 | Ovl akte geeft: Getrouwd met Geertrui Ketting Zoon van Pieter van der Burg en Adriana NN ... | van der Burg, Willem Cornelisse (I5310)
|
| 2063 | Ovl akte niet gevonden | van der Boon, Teunis Cornelisse (I5018)
|
| 2064 | Ovl akte niet gevonden... | Kervingh, Jan Leendertse (I8352)
|
| 2065 | Pacht in 1647 Sweetselaar te Lunteren, zie ook Kwartierstaat Beek in VG 1988, ( Wel komt voor Cornelis Janszn. van Scherpenzeel tr. Barneveld 16-5-1617/5-6-1617/10-6-1617 Helmertje Harmsen van Barneveld, zij laten een zoon dopen te Scherpenzeel 3-8-1618 genaamd Jan) (Verder komt voor Cornelis janszn. won. Reijntgen kamp onder Scherpenzeel vader jan Corneliszn. tr. renswoude 29-3-1640/ 12-4-1640 Theunisge Gerrits van Davelaar onder Woudenberg wonende Emminkhuizen haar vader is Gerrit Dirks). | Cors Jansz (I1788)
|
| 2066 | Pachter te Vriescheloo | Wijcherts, Jacob (I55)
|
| 2067 | Pagina ontbreekt in DTB | Gezin: Lucas Jochumsz Vreugdenhil / Pietertje Cornelisse van den Bogaard, Boogert (F1590222590)
|
| 2068 | Pas bij zijn huwelijk duikt de achternaam 'van der Kruck' op. Blijkbaar is hieruit afgeleid dat ook zijn vader deze achternaam droeg, al dan niet met de verdeftiging 'van der' | Gezin: Leendert Gerritsz van der Kruck / Maritge Pieters van den Beuckel (F1590222527)
|
| 2069 | Pastrick = pastoor | Harsen, Cornelis Cornelisz (I1207)
|
| 2070 | Paulus is enige tijd opgesloten geweest op verzoek van zijn familie. Een acte uit het Rechterlijk Archief van Pijnacker van 15 mei 1687 vermeldt dat Paulus bezet was met "swaermoedige gedagten ende melancolycque gedagten". Men vreesde dat hij zelfmoord zou plegen. Gelukkig is dit kennelijk goed gekomen want 4 jaar later ging hij trouwen. | Verspeck, Paulus Corstiaan (I3959)
|
| 2071 | PB 132575 | van der Harst, Johannes Zier (I5413)
|
| 2072 | PB 132593, 12-9-1941 | van der Harst, Leenderd Jacobus (I6527)
|
| 2073 | PB 245782 | van der Houwen, Josina (I4429)
|
| 2074 | PB 246686 | van der Kruijk, Cornelis Marinus (I4430)
|
| 2075 | PB 6561 | Tolsma, Dominicus (I6551)
|
| 2076 | PB 6585 | 't Lam, Otto (I7532)
|
| 2077 | PB 8235 | Zijlstra, Sybrigje (I7379)
|
| 2078 | Pepijn (of Pippijn) (Jupille-sur-Meuse, 714[1] - Saint-Denis, 24 september 768[2]), de Korte of de Jongere genaamd, was vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 tot zijn dood de eerste koning der Franken uit het Karolingische huis. Hij was een zoon van Karel Martel en Rotrude van Trier.[3] Hij trouwde met Bertrada van Laon, dochter van Charibert van Laon.[4] Omdat hij was genoemd naar zijn grootvader, Pepijn van Herstal, die op zijn beurt ook genoemd is naar zijn grootvader, Pepijn van Landen, beiden hofmeiers, wordt Pepijn de Korte ook wel genummerd als Pepijn III. Pepijn is de vader van Karel de Grote. Jeugd Pepijn werd in 714 geboren in een geslacht van machtige hofmeiers maar ten tijde van zijn geboorte was zijn vader nog lang niet zeker van zijn positie. Pas na enkele jaren van burgeroorlog kon Karel Martel zich in 719 als hofmeier van alle Franken vestigen. Gedeelde regering met Carloman Hofmeier Karel Martel verdeelt het Frankenrijk tussen Pepijn en Carloman. Grandes Chroniques de France (14e eeuw) door Maître de Fauvel, Bibliothèque Nationale in Parijs. In 741 stierf Karel, in naam nog hofmeier maar in de praktijk koning van de Franken. Karel had niet eens de moeite genomen om de schijn op te houden en na de dood van de laatste koning had hij de positie vacant gelaten. Pepijn en zijn broer Carloman volgden hun vader op als hofmeier en de facto heersers van het koninkrijk tijdens een interregnum (737-743).[5] Pepijn kreeg het gezag in het westelijk deel van het rijk (Aquitanië, Neustrië, Bourgondië, de Provence en de gebieden rond Metz en Trier), Carloman regeerde in het oostelijk deel (de rest van Austrasië, Thüringen, Alemannië en Beieren). Hun halfbroer Grifo kreeg enkele graafschappen in het westen van Austrasië. Aquitanië, Alemannië en Beieren waren onderworpen aan het Frankisch gezag maar behielden een hoge mate van zelfstandigheid.[6] De bijzondere verdeling van het westelijke grensgebied van Austrasië was vermoedelijk gebaseerd op een tweede verdeling: naast de regering moest ook het familiebezit worden verdeeld. En het familiebezit van de Karolingen lag in de dalen van de Maas en de Moezel. Het lijkt erop dat Pepijn de bezittingen in het Moezeldal kreeg, Carloman die in het Maasdal en dat ook Grifo enkele restanten kreeg. Consolidatie van de macht In 742 bakenen Pepijn en Carloman hun domeinen af tijdens een bijeenkomst in Naintré. Grifo wordt in Laon gevangengenomen en gedwongen om in een klooster in te treden. Ze voeren samen veldtochten in Aquitanië en Alemannië. De broers halen in 743 de Merovingische troonpretendent Childerik III uit het klooster en maken hem koning, vermoedelijk als zet tegen de hertogen van Allemanië, Beieren en Aquitanië, die ontevreden zijn over de behandeling van Grifo.[7] Ze verslaan aan de Lech een verbonden Beiers-Alemannisch leger dat wordt ondersteund door Saksische en Slavische hulptroepen. Het jaar daarop (744) verslaat Pepijn de opstandige Alemannen in de Elzas. In 745 laat Carloman het grootste deel van de adel van de Alemannen (wegens verraad) doden tijdens een landdag in Cannstatt (tegenwoordig een wijk in Stuttgart). Het verzet van de Alemannen is hiermee definitief gebroken. De hertog van Aquitanië heeft gebruikgemaakt van de verwikkelingen in Allemanië door Neustrië aan te vallen. Hij wordt op zijn beurt ook door de broers verslagen. Carloman treedt in 747, vermoedelijk onder dwang, in een klooster. Hij benoemt zijn zoon Drogo tot zijn opvolger en beveelt hem aan in de bescherming van Pepijn, maar Drogo wordt al snel door Pepijn terzijde geschoven. Pepijn is nu alleen hofmeier (dux et princeps Francorum).[8] Grifo ontsnapt naar Beieren, waar zijn moeder, Swanahilde, de tweede vrouw van Karel Martel, vandaan komt, Pepijn dwingt hertog Odilo van Beieren om zijn gezag te erkennen. Wanneer in 748 Odilo van Beieren sterft, probeert Grifo in Beieren de macht te grijpen. Pepijn valt Beieren binnen en installeert de minderjarige Tassilo III als hertog. Hij benoemt Grifo tot markgraaf van de Bretonse mark. Kerkelijke hervormingen In 743 zijn op voorstel van Bonifatius in Austrasië hervormingen doorgevoerd in de kerk. Deze zijn gericht op handhaving van het celibaat en het opgeven van de onmatige manier van leven van de geestelijkheid. In 744 roept Pepijn een concilie bijeen te Soissons om de hervormingen ook in Neustrië door te voeren. Pepijn paaide de ontstemde geestelijkheid door eerder door zijn vader in beslag genomen kerkbezittingen weer terug te geven. Regering als koning Naast zijn actie in Beieren in 748 is van de eerste jaren van de regering van Pepijn als enige hofmeier alleen bekend dat hij in 749 bezittingen schenkt aan de Abdij van Prüm.[9] Paus Stefanus II ontvangt land van Pepijn de Korte in 754. In 751 sluit Pepijn een overeenkomst met paus Zacharias.[10] De paus is ernstig in het nauw gebracht door de Longobarden die van de interne problemen in het Byzantijnse Rijk gebruik maakten door eerst Ravenna te veroveren en vervolgens Rome te bedreigen. Als wederdienst steunde de paus Pepijn in zijn streven om zelf koning te worden. Volgens de overlevering vroeg Pepijn aan de paus wie koning moest zijn: diegene die de titel droeg of hij die de eigenlijke macht uitoefende.[10] Tijdens een landdag in Soissons werd Childerik III, de laatste koning van de Merovingen, afgezet en gedwongen in te treden in het Abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars, en werd Pepijn tot koning gekozen.[11] In 752 zendt Pepijn Chrodegang naar Rome als gezant naar de nieuwe paus Stefanus II (III). Voordat Pepijn tegen de Longobarden kan optrekken, moet hij eerst nog enkele andere zaken afwikkelen. In 753 verslaat hij de Saksen en in datzelfde jaar wordt zijn halfbroer Grifo bij Maurienne gedood, wanneer hij de Alpen wil oversteken om zich bij de Longobarden aan te sluiten.[12] In 754 reist paus Stefanus II naar Pepijn om het bondgenootschap tegen de Longobarden te bevestigen en zalft Pepijn en zijn zoons opnieuw.[13] De Frankische edelen zweren op straffe van excommunicatie om alleen nakomelingen van Pepijn als koning te kiezen. Pepijn belooft op zijn beurt aan de paus een eigen staat rond Rome, onder zijn bescherming. Deze gift van land staat bekend als de Donatie van Pepijn. Carloman komt uit zijn klooster in Italië en trekt als onderhandelaar namens de Longobarden naar zijn broer, hij verblijft bij zijn schoonzuster Bertrada. Zijn missie blijft zonder succes, maar is vermoedelijk wel de aanleiding dat zijn zoon Drogo gedwongen wordt om in een klooster te treden. Carloman sterft korte tijd later in Vienne. Pepijn de Korte verdrijft een Arabisch leger uit Narbonne in Septimanië (759). Franse gravure van Emile Bayard (19e eeuw) In 755 belegert Pepijn de Longobarden in hun hoofdstad Pavia en sluit een vredesovereenkomst met hun koning Aistulf.[14] In 756 verbreekt Aistulf de bepalingen van het verdrag en belegert de paus in Rome. Pepijn trekt opnieuw naar Italië en dwingt de Longobarden om het exarchaat Ravenna af te staan, dat hij vervolgens aan paus Stephanus II schenkt.[15] Dit leidt tot spanningen met de Byzantijnen, omdat Ravenna voor de verovering door de Longobarden Byzantijns was. Pepijn wordt door de paus tot Patricius van Rome benoemd. Terug in eigen land voert hij een monetaire hervorming door waarbij de zilveren denarius als eenheidsmunt wordt ingevoerd. In 757 voert hij oorlog tegen de Saksen en dwingt hij Tassilo III van Beieren een eed van trouw aan hem af te leggen. In 758 volgt nog een campagne tegen de Longobarden en in 759 verdrijft hij de Arabieren uit Septimanië. In 760 begint Pepijn een campagne tegen hertog Waifar van Aquitanië. Hij slaagt erin zijn macht over dit hertogdom systematisch van noord naar zuid uit te breiden. In 761 verwoest hij de stad Clermont-Ferrand en schenkt, onder bedreiging van excommunicatie, grote sommen voor herbouw van de kerk. Gedwongen door een hongersnood moet hij zijn campagnes in 764 opschorten maar na het overlijden van Waifar weet hij zijn macht over Aquitanië definitief te vestigen. Graf van Pepijn en Bertrada (beelden uit de gotiek De bijnaam "de Korte" die veel wordt gebruikt lijkt geen enkele historische grond te hebben maar door middeleeuwse geschiedschrijvers te zijn geïntroduceerd. Pepijn zet het binnenlandse beleid van zijn vader voort (ontwikkeling naar feodale structuren, opbouw zware cavalerie) en legt het huwelijks- (en scheidings-) recht vast. Ook stelt hij een hofkapel en een kanselarij in, en bereidt een hervorming van de liturgie voor. Pepijn sterft in Saint-Denis in 768, en werd begraven in de kathedraal van Saint-Denis naast zijn vrouw Bertrada van Laon.Tijdens de Franse Revolutie is zijn graf, net als de andere Franse koningsgraven geschonden en leeggehaald.[16] Volgens zijn eigen wens is hij begraven met zijn gezicht naar beneden, als boetedoening.[17] Zijn rijk wordt verdeeld door zijn zonen Karel en Carloman.[18] Familie en kinderen In zijn eerste huwelijk was Pepijn getrouwd met Leutberga, een prinses uit het Donaugebied. Zij hadden vijf kinderen. Hij verstoot haar voor Bertrada van Laon. Door te nauwe verwantschap zijn er jaren nodig voordat de kerk het huwelijk met Bertrada erkent. In 762 wil Pepijn haar verstoten maar dat mislukt door verzet van de paus. Pepijn en Bertrada hadden de volgende kinderen: Karel de Grote Carloman I Gisela (757 - Chelles, 30 juli 810). In 765 verloofd met de latere keizer Leo IV van Byzantium maar de verloving werd verbroken. In 788 tot abdis van Chelles benoemd. Pepijn (759-761) Chrotais, jong overleden, begraven in de abdij van St Arnulf in Metz. Adelais, jong overleden, begraven in de abdij van St Arnulf in Metz. mogelijk nog twee onbekende dochters, waarvan er een door Maximinus van Trier zou zijn genezen van een ernstige ziekte. | de Korte, Hofmeijer Pepijn (I6467)
|
| 2079 | Pepijn II van Herstal (Herstal, ca. 635 – Jupille-sur-Meuse, 16 december 714), bekend onder de bijnamen de Jonge, de Middelste of de Dikke, was een Frankische hofmeier. Hij was de zoon van de hofmeier Ansegisel en van (de heilige) Begga, een dochter van de hofmeier Pepijn van Landen.[1] Hij werd begraven in de abdij van Sint-Arnulf (zijn grootvader) in Metz. Leven Door de mislukte staatsgreep van zijn oom Grimoald was zijn familie in politieke ongenade gevallen, waarbij veel prominente familieleden, onder wie zijn vader, gedood waren. Pepijn had nog wel de omvangrijke familiebezittingen langs de Maas en de Moezel. Door zijn huwelijk met Plectrudis (rond 670) verwierf hij nog meer bezittingen aan de Moezel en in de Eifel. Ook wist hij veel prestige terug te winnen door Gundewin te doden, de moordenaar van zijn vader.[2] In 679 was Pepijn een van de leidende edelen in Austrasië. Samen met Martin van Laon leidde hij het verzet tegen de hofmeier Ebroin van Neustrië en Bourgondië, die ook de macht in Austrasië wilde verwerven. De Austrasiërs werden bij Laon verslagen, Martin werd gedood en Pepijn moest vluchten. In 680 werd hij hofmeier van Austrasië. Een jaar later werd Ebroin vermoord, en Pepijn sloot een verdrag met diens opvolger Waratton. In 687 kwam hij echter in conflict met Berthar, de nieuwe hofmeier van Neustrië en Bourgondië. Pepijn versloeg hem in de Slag bij Tertry. Koning Theuderik III benoemde Pepijn tot hofmeier van het gehele rijk en Pepijn erkende Theuderik als enige koning. Berthar overleed eind 688 of begin 689. Vervolgens liet Pepijn zijn zoon Drogo trouwen met Anstrude, dochter van Waratton en weduwe van Berthar. In 695 versloeg hij de Friezen, onder aanvoering van Radboud, in de Slag bij Dorestad en veroverde hij alle gebieden ten zuiden van de Rijn. Aan de missionaris Willibrord gaf hij een oud Romeins fort, nu de stad Utrecht, als steunpunt voor zijn zending onder de Friezen. Ook onderwierp hij de Alemannen. In 691 deed hij een schenking aan de abdij van Sint-Arnulf te Metz. In 695 benoemde hij zijn zoon Grimoald II tot hofmeier in Neustrië en zijn zoon Drogo tot hofmeier in Bourgondië. Opvolging Nadat zijn zonen Drogo (708) en Grimoald (714) nog tijdens zijn leven waren overleden, benoemde Pepijn op aandringen van Plectrudis zijn minderjarige kleinzoon Theudoald, de zoon van Grimoald, tot zijn opvolger. Theudoald was echter nog te jong om zelf te regeren. Toen Pepijn van Herstal op 16 december 714, bijna tachtig jaar oud, plots in Jupille (nu een deel van de Luikse agglomeratie in het moderne België) overleed, zou Plectrudis voorlopig het regentschap uitoefenen.[3] Zijn rechtmatige kleinkinderen riepen zichzelf inderdaad uit tot Pepijn van Herstals ware opvolgers, en probeerden met de hulp van Plectrudis hun positie als hofmeier van het paleis in stand te houden. Karel Martel, de oudste zoon van zijn tweede vrouw, had echter de gunst van de Austrasische adel gewonnen. Hij had zich bewezen als een krachtig militair, die zijn volgelingen door succesvolle plundertochten van omvangrijke buit kon voorzien. Ondanks de inspanningen van Plectrudis, die hem enige tijd gevangen liet zetten,[4] slaagde | van Herstal, Hofmeier Austrasië, Neustrië en Bourgondië Pepijn II (I14647)
|
| 2080 | perceel 7 in 1543 en perceel 122 in 1556 G.A. Den Haag, Transportakte nr. 120, fol. 60 (5-3-1540). | (van Schilperoort), Cornelis Jacobs (I4891)
|
| 2081 | perceel 7 in 1543 en perceel 122 in 1556 | (van Schilperoort), Cornelis Jacobs (I4891)
|
| 2082 | Persoonskaart aanwezig PB 203261, 3-10-1941 | van der Kruk, Neeltje (I5410)
|
| 2083 | Persoonskaart aanwezig PB 2890, 10-11-1941 | Hoekstra, Fokje (I7381)
|
| 2084 | Persoonskaart aanwezig PB 291218 NH Visser | Pronk, Willem (I5408)
|
| 2085 | Persoonskaart aanwezig PB 390207, 22-11-1941 | Vrolijk, Antje (I6528)
|
| 2086 | Persoonskaart aanwezig PB 6561, 31-10-1941 Winkelier, Cafehouder en fouragehandelaar te Westhem. | Tolsma, Dominicus (I6551)
|
| 2087 | Persoonskaart aanwezig PB 8235, 10-11-1941 Zijlstra naamsvermeldingen en literatuurreferenties: • Naamsaanneming Grouw 1811: Klaas Zylstra, ovl. 1812, geb. te Pietersyl (Gr.) [Hoekema-1975, p 268]. • Durk Klazes Zijlstra (Monnikezijl 1800-Ternaard 1855) [Brouwer-1965, p 28]. • Jasper Pyters Zijlstra, Brantgum 1811, boer; zoon van Pyter Heyns [K.J. Bekkema, 'Foar- en neiteam fan Heyn Botes', in: Genealogysk jierboekje (1986), p 39]. • Naamsaanneming in Grijpskerk 1812 [Vries de-1939, p 54]. • [G. Hovinga-Zijlstra, Kroniek van de familie Zijlstra, Assen 1992]. • [S. Zijlstra, Het geslacht Zijlstra (derde en vierde verantwoording), Bodegraven 1981]. • [S. Zijlstra, Het geslacht Dubbelt Bouwes Zijlstra, 's-Hertogenbosch 1982]. • [Stichting geslachten Zijlstra, nieuwsblad (familieblad: (1993), nr 3)]. • [S. Zijlstra, Het geslacht Zijlstra (27e verantwoording), Bodegraven 1996]. | Zijlstra, Sybrigje (I7379)
|
| 2088 | Persoonskaart aanwezig Persoonsbewijs 2274, 4-7-1941 | van der Houwen, Adrianus (I5911)
|
| 2089 | Persoonskaart aanwezig. PB 245782, 10-10-1941 | van der Houwen, Josina (I4429)
|
| 2090 | Persoonskaart aanwezig. PB 246686, 10-10-1941 Kaartnr: 6448 | van der Kruijk, Cornelis Marinus (I4430)
|
| 2091 | Persoonskaart aanwezig. PB 290487, 25-10-1941 Pronk verklaring: 1. Het Middelnederlandse woord pronk betekende 'stuurs, misnoegd, pruilerig, knorrig'. Betreft Pronk van origine een bijnaam op grond van deze kwalificaties of kan gedacht worden aan een bijnaam die voortkomt uit het werkwoord pronken 'pralen, trots zijn'? 2. Indien deze naam als een variant van Bronk uit Bronckers kan worden beschouwd, kunnen we er ook een patroniem in zien gebaseerd op de voornaam Bronger (vgl. Brongers). naamsvermeldingen en literatuurreferenties: • [WFB]. • Voor zover bekend betreft de eerste naamsvermelding Willem Hendricksz Pronck, in 1493-94 wonend in de Damstraat te Haarlem. In de loop van de 16e en 17e eeuw komen her en der in Noord-Holland families op die de naam Pronk voeren. In Zuid-Holland wordt in 1522 Pieter Janszn alias Pronck als poorter van Leiden ingeschreven. Omstreeks 1600 ontstaat op Scheveningen een familie Pronk die wel uitermate talrijk zou worden. Ook in Nieuwerkerk aan de IJssel en in Berkenwoude (Krimpenerwaard) onstaan Pronk-families. In Berkenwoude met Isbrant Anthonisz Pronck (ca. 1620-ca. 1672), schoolmeester aldaar, en later schout, die mogelijk een zoon was van Anthonis Arijen Jacobsz (ovl. voor 1626) en Heyltje Isbrantsdr [S.E. Pronk & F.H.J. van Aesch, 'Het geslacht Pronk uit Berkenwoude', in: GN 44 (1989), nr 11, p 439-444]. • Jan Claes Pronck, houtkoper, aangeslagene bij de capitale impositie van 1585 te Amsterdam [Dillen van-1941, p 87]. • Pieter Pietersz Pronck, ovl. Hoorn ca. 1602 (welgesteld inwoner van deze stad); Pieter Jacobsz Pronck, notaris te Hoorn 1650-72. Een mogelijke relatie met een familie uit Beets wordt naar voren gebracht, onder wie Jacob Pieter Clai en Simon Pieter Claes, geb. ca. 1500 [S.E. Pronk, 'Notaris Pieter Pronck wn zijn - mogelijke - verwanten', in: GN 43 (1988), p 184-190]. • Cornelis Claessen Pronck, Den Helder 1636 [Schoorl-1998, p 79]. • Heyn Pronk, geb. Volendam 1736 (vader afk. van Ens, Schokland) (met uitgebreid nageslacht in Waterland) [H. Pronk, Hoezo Heyn Pronk?, Veenendaal 1995; vgl. Genealogie-CBG 2 (1996), nr 4, p 91]. • [S.E. Pronk, 'De naam Pronk', in: Pronk-stukken (1972), nr 2, p 26-48]. • [S.E. Pronk, 'Hendrik Pronk, een zeventiende-eeuwse commandeur van de VOC en zijn verwanten', in: De Indische Navorscher 14 (2001) nr 1]. • Vergelijk in Roosendaal omstreeks 1930 de bijnaam Nelleke Pronk = Nel Broeren, die graag pronkte. In Baarn had in diezelfde tijd ene Jan Dijs de bijnaam Jan Pronk of De Pronkerd [A. Verkouteren, 'Bijnamen uit de dertiger jaren', in: Heemkundekring Roosendaal en Nispen (1988), nr 12, p 42; J. Kruidenier, 'Baarnse bijnamen: misschien kent u ze nog?', in: Baerne. Tijdschrift van de Historische Kring Baerne 13 (1989), nr 1, p 16]. | Pronk, Johanna Helena (I5414)
|
| 2092 | Persoonskaart aanwezig. PB 6585, 1-9-1941 | 't Lam, Otto (I7532)
|
| 2093 | Persoonskaart aanwezig. | Boersma, Johanna Regina (I6553)
|
| 2094 | Persoonskaart aanwezig. | Biermans, Anna Catharina (I7529)
|
| 2095 | Persoonskaart aanwezig. | Leeuwenkamp, Grada Cornelia (I7533)
|
| 2096 | Persoonskaart aanwezig. Heet daarop Johannes Henricus Rauch. Mogelijk Hendrikus, Hendricus. | Rauch, Johannes Henricus (I6539)
|
| 2097 | PETRONILLA hertogin van SAKSEN, ook bekend als Geertruid (geb. ca. 1082 – gest. 23-5-1144), door haar huwelijk gravin van Holland. Dochter van Dirk II, hertog van Opper-Lotharingen (gest. 1115), en Hedwig van Formbach (ca. 1056-1085/90). Omstreeks 1100 trouwde Petronilla van Saksen met Floris II (‘de Vette’), graaf van Holland (reg. 1091-1121). Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 1 dochter geboren. Petronilla werd als oudste dochter geboren uit het huwelijk van Hedwig van Formbach met Dirk II, hertog van Opper-Lotharingen. Zij werd vernoemd naar haar grootmoeder van moeders zijde, Geertruid van Haldesleben, en komt dan ook onder die naam voor in de Saksische bronnen. Haar moeder was eerder getrouwd geweest met Gebhard van Supplinburg (†1075). Uit dit huwelijk was onder anderen Lotharius geboren, die later roomskoning/keizer van Duitsland zou worden. Petronilla had dus een machtige halfbroer. Als halfzuster van Lotharius III wordt zij veelal Petronilla van Saksen genoemd, hoewel zij haar jeugd vermoedelijk in het veel zuidelijker gelegen Opper-Lotharingen heeft doorgebracht. Ze zal zijn opgevoed op de wijze die voor meisjes van hoge adel in die tijd gebruikelijk was. Naast handwerken en borduren leerden zij lezen en schrijven. Ook poëzie en muziek werden aan de vorstelijke hoven omstreeks 1100 onder invloed van het Franse cultuurgebied druk beoefend. Lezen was van groot belang voor de religieuze vorming: het gaf de mogelijkheid tot het lezen van stichtelijke werken, zoals de levens van heilige vrouwen. In haar latere leven gaf Petronilla er blijk van zeer vroom te zijn. Gravin Petronilla Geertruid/Petronilla trouwde omstreeks 1100 of niet lang daarna met de Hollandse graaf Floris II, die door een tijdgenoot wordt beschreven als ’zeer rijk en zwaarlijvig’. Mogelijk ter gelegenheid van haar huwelijk nam zij de naam Petronilla aan. Met deze naamswijziging wilde zij wellicht haar verbondenheid met de Heilige Stoel onderstrepen. De heilige Petronilla, martelares en volgens de legende de dochter van Petrus, wordt immers beschouwd als de eerste ‘dochter van de Kerk’. Tevens kan zij met deze naamsverandering haar steun tot uitdrukking hebben willen brengen aan de Gregoriaanse hervormingsideeën die op dat moment vanuit Rome werden gepropageerd. Floris II overleed ‘in de bloei van zijn jeugd’, aldus de Egmondse annalen. Boven de ingang van de abdijkerk van Egmond, waar de graaf werd bijgezet, liet gravin Petronilla een timpaan aanbrengen waarop zij en haar jeugdige zoon Dirk VI staan afgebeeld ter weerszijden van Petrus: ‘Hier bidt Dirk, Petronilla verfraait dit werk’ staat er op te lezen. Dit timpaan bevindt zich thans in het Rijksmuseum te Amsterdam. Politiek Na de dood van haar man ontplooide gravin Petronilla een grote activiteit op politiek en religieus gebied. In de jaren 1123-1125 steunde zij met een militaire expeditie haar halfbroer Lotharius in diens strijd tegen keizer Hendrik V, en in 1127 mengde zij zich in de Vlaamse opvolgingsstrijd in de hoop er haar jongere zoon Floris op de graventroon te krijgen. Maar ook met de binnenlandse politiek van het graafschap hield zij zich intensief bezig: een hoogst opmerkelijke zaak omdat haar oudste zoon al ruim meerderjarig was. Zij deed dat bovendien ‘met krachtige hand’, melden de Egmondse annalen. Bij alle belangrijke gebeurtenissen uit de periode 1121-1133 zien we gravin Petronilla handelend optreden. Zo zorgde zij er in 1124 voor dat haar kapelaan Ascellinus tot abt van de abdij van Egmond werd benoemd. Zij deed dat op instigatie van enkele machtige Kennemer edelen die zich tegelijkertijd als bewindvoerders van de abdij lieten aanstellen. Overigens moest Ascellinus al in 1129 aftreden wegens zijn zwakke beleid. Toen gravin Petronilla en de bisschop van Utrecht in het volgende jaar het klooster bezochten schrokken zij van de toestand die ze aantroffen. De bouw van de nieuwe abdijkerk was gestagneerd, en de geestelijke en materiële schade was enorm. De rol van de gravin in deze affaire is opvallend: de bisschop overlegde met haar over de keuze van een nieuwe abt en gezamenlijk zonden zij een gezantschap naar Gent. Er werd een krachtige opvolger gevonden in de persoon van Wouter, die op 7 september 1130 door de Utrechtse bisschop werd gewijd. Onder hem brak een nieuwe bloeiperiode voor Egmond aan. In de jaren tussen 1129 en 1132 speelde gravin Petronilla ook een rol in de conflicten tussen twee van haar zoons, graaf Dirk VI en zijn jongere broer Floris ‘de Zwarte’. De laatste wordt in de Egmondse annalen beschreven als intelligent, ambitieus en charmant. Tweemaal kwam Floris in opstand tegen zijn oudere broer. Bij de eerste opstand werd hij gesteund door Petronilla, de bisschop van Utrecht en de roomskoning, zijn oom Lotharius III, waardoor hij zich in officiële stukken enige tijd ‘graaf van Holland’ kon noemen. Maar in 1131 werd het conflict kennelijk bijgelegd, want in een oorkonde van Lotharius van maart dat jaar worden Dirk en Floris respectievelijk de ‘graaf van Holland en zijn broer’ genoemd. Kennelijk kon Floris zich toch niet bij de nieuwe situatie neerleggen, want al in augustus 1131 kwam hij opnieuw in opstand. Ditmaal steunde zijn moeder hem niet en moest hij uitwijken naar het gebied van de opstandige West-Friezen, waar hij een jaar bleef. Opnieuw werd door bemiddeling Floris de Zwarte verlegde zijn ambities naar Utrecht, waar hij Heilwive van Rode – een rijke erfdochter en familie van de bisschop van Utrecht – wilde trouwen. Een oude familietwist leidde echter tot een zo hoog opgelopen conflict dat hij tijdens een jachtpartij in het najaar van 1133 werd vermoord. Stichting klooster Rijnsburg Gravin Petronilla heeft zich niet alleen met Egmond bemoeid; haar religieuze ijver deed haar in het begin van de jaren dertig ook een nieuw klooster stichten op het grafelijk grondgebied in Rijnsburg. Op 15 september 1133 werd de abdijkerk gewijd door de Utrechtse bisschop. Aan dit klooster schonk zij al haar bezittingen in Rijnsburg en goederen in Delft, Leiden, Noordwijk en Aalsmeer. De nonnen liet zij uit het in Oost-Saksen gelegen klooster Stötterlingenburg komen. Het klooster was kort daarvoor hervormd vanuit het gedachtegoed van Cluny en stond bekend om de goede geest die er heerste. Kort na de wijding van de abdijkerk van Rijnsburg werd haar geliefde zoon Floris de Zwarte er bijgezet. Van de gravin vernemen we nadien weinig meer. In 1140 droeg haar zoon Dirk in Rome mede namens zijn moeder de abdijen van Egmond en Rijnsburg met al hun goederen in eigendom en bescherming over aan de Heilige Stoel. Mogelijk heeft Petronilla zich na de dood van haar zoon teruggetrokken in de schaduw van haar nieuwe stichting te Rijnsburg, waar zij na haar dood op 23 mei 1144 haar laatste rustplaats vond. Gravin Petronilla was een opmerkelijke vrouw die een grote invloed heeft gehad op de politieke gebeurtenissen van haar tijd. Zij heeft daarbij beoordelingsfouten gemaakt, waarbij vooral de ongelukkige abtskeuze voor de abdij van Egmond ernstige gevolgen heeft gehad. Hierover snierde de Egmondse monnik die de gebeurtenissen optekende ‘het vrouwelijk geslacht laat zich gemakkelijk beïnvloeden’. Maar met het stempel dat Petronilla heeft gedrukt op de gebeurtenissen van haar tijd, kan zij niet anders dan een sterke persoonlijkheid zijn geweest. Na de vroege dood van haar man in 1122 voerde zij het regentschap voor haar zoon, graaf Dirk VI van Holland. Petronella vond dat Dirk niet voldoende kwaliteit had om graaf te worden en ze weigerde haar functie op te geven Petronella steunde haar halfbroer in zijn poging om keizer te worden. | van Saksen, Petronilla, Geertruid, Gertrude (I4844)
|
| 2098 | Piecken | van der Cruijck, Dirk Leendertse (I1554)
|
| 2099 | Pieter Heijndrijcxsz. smid, poorter van ’s-Gravenzande bekende verkocht te hebben aan Adriaen Pietersz. ’t Luck en Hubert Claesz. poorters van ’s-Gravenzande 2½ morgen land gelegen in het ambacht van ’s- Gravenzande ten noorden van het Heilige Geesthuisje en nog 2 hond land gelegen in het Oudeland | Luck, Lucq, Adriaen Pietersz (I2608)
|
| 2100 | Pieter Jansz Taell vishacker ten haringh 1 Man 1 Vrouw 3 kinderen booven 10 jaer een daer van te haringh 2 kinderen boven 10 jaer in huijs 1 kindt booven 8 tot 10 jaer | Taal, Pieter Jansz (I5453)
|
| 2101 | Pieter komt om het leven in het garnizoen te Middelburg, de moeder van zijn kind, Adriana van der Houwen zal later huwen met Nicolaas Cz van den Ende. | van Dijk, Pieter (I4487)
|
| 2102 | Pieter neemt de achternaam van zijn vrouw over. | Berkhout, Pieter Jacobsz (I6030)
|
| 2103 | Pieter van Dijk erkent op geboorte aangifte de vader van Adrianus te zijn. | van der Houwen, Adrianus (I5896)
|
| 2104 | Pietertje Jans van Dorp, JD van Maassluis & Pieter Pieterse van Westveen, JM van Maassluis datum (onder)trouw 10-02-1683 trouwboek(en) ML 3-37 | Gezin: Pieter Pietersz Scharp / Pietertje Jansdr van Dorp (F1590223523)
|
| 2105 | Pink De Jonge Krijn is tijdens een storm vergaan; Stuurman Arie Roos; Reder/Rederij Krijn Hasenoot Bron: Vissersnamenmonumentscheveningen | van der Harst, Willem Maartense (I14151)
|
| 2106 | Pleun en Neeltje zijn op dezefde dag overleden. In de Kerk, graf 98, het lijk van man en vrouw agter elkander. | Noordam, Pleun Lz (I5840)
|
| 2107 | Pleun en Neeltje zijn op dezefde dag overleden. In de Kerk, graf 98, het lijk van man en vrouw agter elkander. | Thoen, Neeltje Wdr (I5841)
|
| 2108 | Pokkenepidemie | Ouwendijk, Klaasje (I5888)
|
| 2109 | Potier, Augustina Pronk, Cornelis Woutersze Pronk, Leuntje Wouterze Roelevelt, Arij Roelevelt, Cornelia Roelevelt, Krijn Roelevelt, Wouter | Pronk, Leuntje Wouterse (I5725)
|
| 2110 | Pouwels Adrijaensz. van Dijck koopt op 31 december 1598 van Neelgen Claesdr., weduwe van Dirck Vercroft Jansz., een woning als huis, schuren, bargen en geboomte staande op vier hond eigen grond, met nog 24 morgen 3 hond eigen land, waarvan 21 morgen drie hond in Naaldwijk en de rest aan de zuidzijde van de Lierweg in het ambacht De Lier. Daarenboven neemt Pouwels vier morgen 4½ hond tarwepachtland over, gehouden van de vrouwe van De Lier. Hij betaalt met een custingbrief van 23.500 gld. | van Dijck, Pouwels Adriaensz (I4669)
|
| 2111 | Pouwels Adrijaensz. van Dijck koopt op 31 december 1598 van Neelgen Claesdr., weduwe van Dirck Vercroft Jansz., een woning als huis, schuren, bargen en geboomte staande op vier hond eigen grond, met nog 24 morgen 3 hond eigen land, waarvan 21 morgen drie hond in Naaldwijk en de rest aan de zuidzijde van de Lierweg in het ambacht De Lier. Daarenboven neemt Pouwels vier morgen 4½ hond tarwepachtland over, gehouden van de vrouwe van De Lier. Hij betaalt met een custingbrief van 23.500 gld. | van Dijk, Pouwels Adriaensz (I7113)
|
| 2112 | Pouwels Ariensz. van Dijck ende Jannitgen Jans van der Burch maken op 10 februari 1609 hun testament en benoemen hun kinderen tot erfgenamen. | van Dijck, Pouwels Adriaensz (I4669)
|
| 2113 | Pouwels Ariensz. van Dijck ende Jannitgen Jans van der Burch maken op 10 februari 1609 hun testament en benoemen hun kinderen tot erfgenamen. | van Dijk, Pouwels Adriaensz (I7113)
|
| 2114 | Praaibericht 1988 blz.34 citeert het hypotheekregister van Den Haag: op 25 mei 1573 Adriaen Koenen van Scilperoort en Apollonia Koenen, wed. Cornelis Eeuwouts jonge Langevelt vrijwaren Wouter Jansz Snijder (=Bom) i.v.m. een aan deze verkochthuis en geven daarvoor hypotheek op een huis van de Korendijck | Bom, Wouter Jansz (I5427)
|
| 2115 | Predikant: Hermanus Bertling | van der Kruk, Jacobus (I5965)
|
| 2116 | Pro Deo In 't kraambed overleden | Tuit, Maria Cornelisse (I8595)
|
| 2117 | Pro Deo | Nadijk (Nodijk, Naaldijk), Hendrik (I4153)
|
| 2118 | Pro Deo | Ros, Geerlof Cornelisse (I5001)
|
| 2119 | Pro Deo | Pronk, Marijtgen Claere (I5535)
|
| 2120 | Pro Deo | (van) Dijckhuijsen, Arent Arens (I5536)
|
| 2121 | Pro Deo | Toet, Michiel Ariens (I5538)
|
| 2122 | Pro Deo | van der Eijk, Dirkje Paulusse (I5539)
|
| 2123 | Pro Deo | Pronck, Arij Arens (I5544)
|
| 2124 | Pro Deo | Dijkhuijsen, Pieter Arijense (I5546)
|
| 2125 | Pro Deo | Gerritje Eeuwits (I5548)
|
| 2126 | Pro Deo | Cuyp, Jan Jansz (I5549)
|
| 2127 | Pro Deo | Spaans, Leuntie Arens (I5551)
|
| 2128 | Pro Deo | van der Toorn, Matthijs Arens (I5553)
|
| 2129 | Pro Deo | Buitenhek, Joris Dirkse (I5557)
|
| 2130 | Pro Deo | Boef, Arijen Sijmons (I5559)
|
| 2131 | Pro Deo | Tasman, Dirkje Chiele (I5562)
|
| 2132 | Pro Deo | Spaans, Philip Arends (I5564)
|
| 2133 | Pro Deo | Jacobje Jacobs (I5565)
|
| 2134 | Pro Deo | de Niet, Neeltje Jooste (I5569)
|
| 2135 | Pro Deo | Koopman, Adriaantje Thielemansdr (I5575)
|
| 2136 | Pro Deo | de Niet, Jan Jooste (I5576)
|
| 2137 | Pro Deo | Kaa, Claesge Cornelis (I5578)
|
| 2138 | Pro Deo | Kunst, Leendert Arens (I5580)
|
| 2139 | Pro Deo | van der Swan, Kerving Joppe (Overklift) (I5583)
|
| 2140 | Pro Deo | Blok, Gerrit Gijsse (I5584)
|
| 2141 | Pro Deo | Buys, Helena Aelberts (I5586)
|
| 2142 | Pro Deo | Heijn, Helena Huijbertse (I5589)
|
| 2143 | Pro Deo | de Swart, Geertruijt Joppen (I5592)
|
| 2144 | Pro Deo | Taal, Jan Pieterse (I5593)
|
| 2145 | Pro Deo | Harteveld, Benjamin Arijensz (I5595)
|
| 2146 | Pro Deo | Pronck, Arie Ariens (I5597)
|
| 2147 | Pro Deo | de Wit, Jobje Claesdr (I5600)
|
| 2148 | Pro Deo | Roeleveld, Krijn Abrahamse (I5601)
|
| 2149 | Pro Deo | Boef, Neeltje Arijens (I5602)
|
| 2150 | Pro Deo | de Wit, Claesge Bastiaans (I5605)
|
| 2151 | Pro Deo | Spaans, Neeltje Claasse (I5610)
|
| 2152 | Pro Deo | Pronck, Claar Jacobs (I5611)
|
| 2153 | Pro Deo | van der Toorn, Maertje Corvingh (I5617)
|
| 2154 | Pro Deo | Bal, Arie Foppe (I5618)
|
| 2155 | Pro Deo | van der Meulen, Chieltje Jansdr (I5619)
|
| 2156 | Pro Deo | Kervingh, Ghysbrecht Willemsz (I5620)
|
| 2157 | Pro Deo | Fieret, Elisabeth Frederikse (I5624)
|
| 2158 | Pro Deo | van der Pol, Jacob Ariens (I5627)
|
| 2159 | Pro Deo | Blok, Hugo Gerritse (I5628)
|
| 2160 | Pro Deo | (van) Dijckhuijsen, Tryntge Arijense (I5631)
|
| 2161 | Pro Deo | Braa, Jacob Cornelisse (I5632)
|
| 2162 | Pro Deo | van der Harst, Anna Cornelisse (I5633)
|
| 2163 | Pro Deo | Knoester, Wouter Evertse (I5635)
|
| 2164 | Pro Deo | Toet, Cornelis Arijense (I5636)
|
| 2165 | Pro Deo | Tuijt, Soetje Teunisdr (I5641)
|
| 2166 | Pro Deo | Hellendoorn, Lucas Alderts (I5644)
|
| 2167 | Pro Deo | Spaans, Anna (I5645)
|
| 2168 | Pro Deo | Ariaentge Simons (I5649)
|
| 2169 | Pro Deo | Ros, Arijen Cornelisz (I5651)
|
| 2170 | Pro Deo | Bom, Pieter Arens (I5658)
|
| 2171 | Pro Deo | van der Toorn, Korvingh Maertense (I5659)
|
| 2172 | Pro Deo | van Deventer, Johanna Jans (I5660)
|
| 2173 | Pro Deo | Knoester, Marijtje (I5662)
|
| 2174 | Pro Deo | Keus, Immetje Leendertse (I5663)
|
| 2175 | Pro Deo | Fontijn, Aaltge Sijmons (I5667)
|
| 2176 | Pro Deo | den Heijer, Michiel Maartense (I5668)
|
| 2177 | Pro Deo | Hogendyk, Dirk Engelen (I5673)
|
| 2178 | Pro Deo | de Ruijter, Trijntgen Dominicus (I5675)
|
| 2179 | Pro Deo | van der Pol, Kniertje Arrisdr (I5678)
|
| 2180 | Pro Deo | van der Meulen, Jacob Baerthouts (I5681)
|
| 2181 | Pro Deo | van der Zwan, Teunis Franke (I5682)
|
| 2182 | Pro Deo | Westerduin, Aeltie Janse (I5689)
|
| 2183 | Pro Deo | Toet (van Zon), Haasje Chiele (I5694)
|
| 2184 | Pro Deo | van der Key, Jacob Claesse (I5695)
|
| 2185 | Pro Deo | Spaans, Leendert Cornelisse (I5698)
|
| 2186 | Pro Deo | Jol, Michiel Cornelisse (I5699)
|
| 2187 | Pro Deo | Toet, Arien Cornelisse (I5700)
|
| 2188 | Pro Deo | Taal, Jannetje Janse (I5702)
|
| 2189 | Pro Deo | van der Boon, Cornelis Teunisse (I5704)
|
| 2190 | Pro Deo | Visser, Wouter Willemsz (I5712)
|
| 2191 | Pro Deo | van der Zwan, Kerving Pieters (I5715)
|
| 2192 | Pro Deo | Dijkhuizen, Ariaantje Minnekusdr (I5726)
|
| 2193 | Pro Deo | Harteveld, Lytje Benjamins (I5731)
|
| 2194 | Pro Deo | Roeleveld, Jacob Abrahamse (I5736)
|
| 2195 | Pro Deo | Vrolijk, Helena Maartens (I5738)
|
| 2196 | Pro Deo | Spaans, Gerrit Arense (I5739)
|
| 2197 | Pro Deo | Kuijper, Neeltje Dirkse (I5740)
|
| 2198 | Pro Deo | Dijkhuisen, Minnekus Pieterse (I5741)
|
| 2199 | Pro Deo | Ros, Gijsbert Arense (I5743)
|
| 2200 | Pro Deo | Knoester, Maarten Evertse (I5745)
|
| 2201 | Pro Deo | Braa, Neeltje Jacobs (I5747)
|
| 2202 | Pro Deo | Blok, Gerrit Huyge (I5748)
|
| 2203 | Pro Deo | Hoogendijk, Arentje Dirkse (I5749)
|
| 2204 | Pro Deo | Jonker, Maartje Cornelis (I5751)
|
| 2205 | Pro Deo | van der Pol, Kornelis Jacobs (I5753)
|
| 2206 | Pro Deo | Ros, Alida Gijse (I5755)
|
| 2207 | Pro Deo | Pronk, Jacob Clare (I5756)
|
| 2208 | Pro Deo | van der Bom, Arent Pieterse (I5757)
|
| 2209 | Pro Deo | Buijs, Leendert Teunisse (I5759)
|
| 2210 | Pro Deo | van Duijvenbode, Jannetje Leendertse (I5760)
|
| 2211 | Pro Deo | Pronk, Klaartje Ariese (I5761)
|
| 2212 | Pro Deo | de Niet, Clazina Willemse (I5763)
|
| 2213 | Pro Deo | van der Toorn, Johannis Flore (I5764)
|
| 2214 | Pro Deo | van der Pol, Cornelis Cornelisse (I5769)
|
| 2215 | Pro Deo | Visser, Neeltje Wouters (I5771)
|
| 2216 | Pro Deo | Spaans, Kornelia Gerritse (I5774)
|
| 2217 | Pro Deo | Ros, Kniertje Ariens (I5784)
|
| 2218 | Pro Deo | Victory, Jannetje (I6092)
|
| 2219 | Pro Deo | Taal, Geertje Hendriks (I6122)
|
| 2220 | Pro Deo | van der Harst, Leendert Cornelisz (I8052)
|
| 2221 | Pro Deo | Korvink, Trijntje Pietersdr (I8053)
|
| 2222 | Pro Deo | van der Harst, Cornelis Leendertsz (I8071)
|
| 2223 | Pro Deo | van der Key, Gerritje Claasse (I8077)
|
| 2224 | Pro Deo | van Schenaert, Cornelia Foppe (I8089)
|
| 2225 | Pro Deo | de Niet, Zier Willemse (I8122)
|
| 2226 | Pro Deo | van der Harst, Willemijntge Cornelisse (I8259)
|
| 2227 | Pro Deo | de Niet, Trijntje Siere (I8280)
|
| 2228 | Pro Deo | Leuntje Cryne (I8282)
|
| 2229 | Pro Deo | Vrolijk, Zier Dirkse (I8284)
|
| 2230 | Pro Deo | Vrolijk, Jan Tielemans (I8297)
|
| 2231 | Pro Deo | Hoogendyk, Ary Engelen (I8336)
|
| 2232 | Pro Deo | de Niet, Sier Janse (I8441)
|
| 2233 | Pro Deo | Harteveld, Teunis Wouterse (I8450)
|
| 2234 | Pro Deo | Harteveld, Wouter Cornelisse (I8452)
|
| 2235 | Pro Deo | Harteveld, Cornelis Crijne (I8461)
|
| 2236 | Pro Deo | Buijs, Bastiaan Aelbrecht (I8506)
|
| 2237 | Pro Deo | Turfboer, Jannetje Jans (I8540)
|
| 2238 | Pro Deo | den Dulk, Adolf Arens (I8548)
|
| 2239 | Pro Deo | Taal, Annetje Wouters (I8549)
|
| 2240 | Pro Deo | den Dulk, Aryen Adolfsen (I8551)
|
| 2241 | Pro Deo | Keus, Arie Arens (I8589)
|
| 2242 | Pro Deo | Keus, Arie Leendertse (I8592)
|
| 2243 | Pro Deo | Kervingh (Keusoom), Leendert Arens (I8601)
|
| 2244 | Pro Deo | Kaa, Kniertje Dircx (I8602)
|
| 2245 | Pro Deo | Pronk, Claar Clare (I8622)
|
| 2246 | Pro Deo | Zeeman, Trijntje Maartens (I8633)
|
| 2247 | Pro Deo | Blok, Jacomijntje Gerritse (I8635)
|
| 2248 | Pro Deo | Tuijt, Joris Dirkse (I8640)
|
| 2249 | Pro Deo | Leuntje Jans (I8641)
|
| 2250 | Pro Deo | Tuijt, Dirk Dirkse (I8642)
|
Ik doe er alles aan om het onderzoek te documenteren. Als u iets heeft dat u zou willen toevoegen, neem dan contact met mij op.